Dominicaanse Republiek wil een groene toekomst

Christophe Van Ende
01 september 2015
Ook het Zuiden wil minder koolstof uitstoten en is daarom op zoek naar schone(re) energie. De Dominicaanse Republiek toont het goede voorbeeld. Sinds 2003 is het gebruik van natuurlijk gas er gestegen van bijna niets tot 30 procent van de totale energievoorziening. Toch beslaat ruwe olie nog 29 procent van de totale behoefte. Nu kijkt het land naar mogelijkheden via zon en wind.

De Dominicaanse Republiek hangt voor 86% af van fossiele brandstoffen om in haar energienoden te  voorzien. Nochtans kan de republiek 85% van de huidige energieproductie vervangen door hernieuwbare energie. Dat zou in 2030 voor een prijsdaling van 40% zorgen in vergelijking met vandaag. Het land zou in dat geval ook veel minder afhankelijk zijn van anderen voor haar energievoorziening. Bovendien creëren nieuwe energiebronnen zo’n 12.500 jobs. Tegen 2025 hoopt het land voor 25% van haar stroomvoorziening gebruik te kunnen maken van alternatieve energie.

De Dominicaanse Republiek heeft het derde grootste stroomnet van de Caraïben (na Cuba en Puerto Rico), maar kampt met een enorm stroomverlies van ongeveer 32%. Dat komt deels doordat het leeuwendeel van de centrales geconcentreerd zijn op een stuk kuststrook van 150 km in het zuiden van het eiland. Er zijn ook grote plaatselijke verschillen in het stroomverbruik: het gemiddelde nationale verbruik per inwoner bedraagt 155KW, tegenover 1.364KW in een toeristische streek zoals Punta Cana.

Strand met palmbomen
© Shutterstock

Het grootste struikelblok om de overgang te maken is het kostenplaatje: om en bij de 78 miljard euro. Dat kan deels gecompenseerd worden door de prijsdaling die hernieuwbare energie zal opleveren. Zo zou men tegen 2030 25 miljard dollar kunnen besparen. Tegen 2030 wil de regering ook de CO2-uitstoot op het eiland verminderen met 25%.

De Dominicaanse troeven liggen vooral in zonne-energie. De republiek zou op het vlak van zonne-energiewinning beter kunnen doen dan de huidige wereldleider Duitsland. De zonintensiteit op het eiland is immers vergelijkbaar met die van het zuidwesten van de Verenigde Staten. Het is trouwens een Duits bedrijf dat in 2013 aan de bouw van een zonnepark begon. Het park zal dan 64MW stroom opleveren. Verder investeert het land in windenergie door een bestaand windmolenpark uit te bereiden naar 100MW. Braziliaanse bedrijven staan dan weer in voor de bouw van verschillende hydro-elektriciteitscentrales. Daarnaast zijn er nog tal van andere duurzame projecten gepland.

De republiek zou op het vlak van zonne-energiewinning beter kunnen doen dan de huidige wereldleider Duitsland.

Helaas is het eiland niet helemaal af van de fossiele brandstoffen. Samen met de alternatieve projecten worden twee nieuwe steenkoolcentrales gebouwd. De energiesector in de republiek is niet populair omdat er regelmatig black-outs zijn. Om dat te voorkomen valt men op korte termijn terug op steenkool. Een grondstof die het eiland moet invoeren en die sterk vervuilend is bij verbranding. De regering torst dus nog even de gevolgen van een wanbeleid op vlak van energie, maar ze is vastbesloten het tij te keren.

In dezelfde regio is Nicaragua het lichtende voorbeeld van groene energie. Sinds 2005 heeft de regering er geïnvesteerd in windkracht, zonne-energie en thermische centrales. Het land krijgt op dit moment 50% van haar energie van alternatieve bronnen en hoopt over enkele jaren boven de 80% te zitten. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten (11%)  en de Europese Unie (12%  in 2013) doen het opmerkelijk slechter.

 

Hernieuwbare energie Klimaat Dominicaanse Republiek
Terug Planeet
Imprimer