Lessen voor een digitale toekomst

Chris Simoens
01 december 2016
‘Digital dividends’ - een rapport van de Wereldbank en tevens hét referentiewerk voor de digitale economie - legt uit hoe de wereld zich het best aanpast aan de digitale (r)evolutie. Kernboodschap: zonder een aangepaste ‘analoge omgeving’ voor mensen, bedrijven en overheden, zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar toenemen.

Digitalisering boomt: meer dan 40% van de wereldbevolking heeft toegang tot internet. Van de 20% armste gezinnen beschikt 7 op 10 over een gsm, dat is meer dan over een toilet en drinkbaar water. Toch hebben nog steeds 4 miljard mensen geen toegang tot internet en stelt 2 miljard het zonder gsm. En zolang 1 op 5 analfabeet blijft, zal deze grote groep heel moeilijk de vruchten van digitalisering kunnen plukken. Het risico is dus reëel dat digitalisering de kloof tussen arm en rijk vergroot. Overigens stelt digitalisering ook de rijke landen voor serieuze uitdagingen: door ‘disruptie’ verdwijnen traditionele jobs.

 

Kansen

Het rapport erkent drie grote troeven van digitalisering.

(1) Groei. Dankzij het internet profiteren bedrijven van lagere productiekosten. Ze raken makkelijker aan informatie en kunnen zich vlotter bevoorraden, waardoor ze minder risico’s moeten nemen. Zo bespaart de pakjesleverancier UPS jaarlijks 4,5 miljoen liter benzine dankzij een programma dat de meest voordelige routes becijfert. Dankzij een identiteits- en traceringssysteem voor vee kunnen Botswana en Uruguay nu ook rundsvlees uitvoeren naar de EU. Bedrijven met een digitale aanpak genieten een concurrentievoordeel tegenover traditionele bedrijven: e-commerce (verkoop via internet) versus klassieke winkels, mobiele geldtransfer versus gewone banken… Of ook Facebook en Google die advertenties wegtrekken van traditionele media.

(2) Jobs. Digitale technologie creëert rechtstreeks een bescheiden aantal jobs, onrechtstreeks kunnen het er echter veel zijn. Zo kregen 80.000 agenten in Kenia een extra inkomen dankzij M-Pesa, een betalingssysteem per gsm. In China zorgde e-commerce voor 10 miljoen jobs in online-winkels. Mensen die moeilijk een job vinden – vrouwen, bewoners in afgelegen gebieden, mensen met een beperking – kunnen thuis werken via internet en genieten zo van flexibele werkuren. Mensen die al werken worden productiever. Zo vormt informatie over prijzen, bodemkwaliteit, het weer, mest, gewasbescherming en nieuwe technologieën een enorme hulp voor boeren.

(3) Diensten. Overheden maken hun diensten veel efficiënter. Zo kan alleen al een performant registratiesysteem (digitale identiteit) achtergestelden sterk vooruit helpen. In India kregen 900 miljoen inwoners een ID waardoor ze een bankrekening kunnen openen en subsidies aanvragen. Doordat burgers per gsm geweld en intimidatie kunnen melden, kunnen verkiezingen eerlijker verlopen. In Oeganda daalde het absenteïsme van leerkrachten met 11% van zodra hoofdleraren de aanwezigheden doorgaven aan een centrale gegevensbank die wekelijks rapporten uitstuurde. Dan weliswaar in combinatie met een fooi in geval van aanwezigheid.

 

Risico’s

De voordelen verhullen meteen belangrijke risico’s. Zo blijft 60% van de wereldbevolking ‘off-line’. Dat weerspiegelt niet alleen een Noord-Zuidkloof, maar ook ongelijkheid op basis van gender, leeftijd, geografie en inkomen binnen landen. Zelfs als internet voldoende beschikbaar is, rijzen er problemen.

(1) Concentratie. Internet stimuleert economische groei vooral door concurrentie. Verbruikers krijgen meer keuze en kunnen prijzen vergelijken. Bedrijven die daarop inspelen zullen het dus beter doen. Maar overdreven regulering (marktbescherming en –distorsie) kan concurrentie juist belemmeren en tot monopolies leiden. Dat fnuikt dan weer innovatie.

(2) Ongelijkheid. Machines nemen geleidelijk routinetaken over zoals vertaling, het afsluiten van verzekeringen en medische diagnose. Wereldwijd zal het aantal jobs voor hoog- en laaggeschoolden toenemen ten nadele van matiggeschoolden. Mensen voeren minder zwaar, repetitief en gevaarlijk werk uit. Daardoor komt meer ruimte vrij voor andere diensten. Maar men zal zich wel moeten aanpassen: vaardigheden bijleren of overgaan tot laaggeschoold, niet-routineus werk zoals in de zorgsector.

(3) Controle. Internet maakt overheden potentieel veel efficiënter, maar garandeert niet dat burgers hun overheid meer ter verantwoording kunnen roepen. Via internet kunnen regeringen net informatie manipuleren en politieke elites bevoordelen. Internet versterkt de bestaande verhouding tussen overheid en burger.

 

Aangepaste analoge omgeving

De digitale kloof zo klein mogelijk houden, vergt een grondige aanpassing van de ‘analoge omgeving’.

(1) Regulering bedrijven. Een wetgeving die concurrentie bevordert, is essentieel. Dat houdt in dat bedrijven vrij in en uit een land kunnen bewegen en dat zij blootstaan aan buitenlandse concurrentie. Sommige landen leggen ICT-goederen hoge import- en exportheffingen op, wat digitalisering fors belemmert. Voor firma’s met een online basis moet een aangepaste regelgeving uitgedokterd worden. Zo dienen Airbnb en Uber de nodige belastingen en veiligheidsvoorschriften opgelegd te krijgen. Anderzijds heeft het hotel- en taxiwezen nood aan een lagere reguleringslast. Een gelijkaardig verhaal geldt voor Amazon, Google en Facebook. Ontwikkelingslanden kunnen lessen trekken uit de ervaringen van de ‘landen in transformatie’ om zo hun eigen oplossingen te vinden.

(2) Vaardigheden. Een digitale economie vereist meer dan louter ICT-kennis. Routinetaken vallen weg, terwijl creatief teamwerk en kritisch en probleemoplossend denken aan belang winnen in een steeds veranderende omgeving. Het onderwijs dient dus niet langer leerlingen voor te bereiden op een job, maar op een loopbaan. Dus veel minder informatie overdragen en focussen op hoe studenten informatie kunnen vinden en toepassen in een onverwachte context. Levenslang leren wordt onvermijdelijk.

(3) Aansprakelijke instellingen. De overheid kan digitalisering benutten om transparant te zijn en haar burgers beter in te lichten. Het biedt burgers eveneens de kans om vlot feedback te geven over overheidsdiensten zoals watervoorziening of tijdens verkiezingen. Digitale aanbestedingen remmen corruptie af. Maar de ‘niet-geconnecteerden’ mogen niet uit de boot vallen! Ook veiligheid – cybercriminaliteit, manipulatie… - en privacy mag men niet uit het oog verliezen. Een verschuiving naar meer freelance werk zal een aangepaste regelgeving (sociale bescherming, belastingen) noodzakelijk maken.

 

Internationale samenwerking onvermijdelijk

Het internet is in de VS ontstaan. Nog steeds heeft de VS een overwicht bij het beheer van het internet. Daarom gaan steeds meer stemmen op voor een multilateraal beheer zoals bij de VN of de Internationale Telecommunicatie-unie. Ook thema’s die de landsgrenzen overstijgen, vergen een internationale aanpak: intellectuele eigendomsrechten, beperkingen voor datadoorstroming… Zo zijn gegevens over het weer, het klimaat en de waterstroming cruciaal in de strijd tegen klimaatverandering en voor een productievere landbouw. Dankzij ‘openbare data’ kunnen ontwikkelingsorganisaties betere resultaten boeken bij armoedebestrijding (betere beslissingen, snellere feedback).

 

Besluit

Digitalisering zorgt voor disruptie. Toch zullen zij die de veranderingen verwelkomen er voordeel uit halen, niet diegenen die er zich tegen verzetten. Maar om werkelijk iedereen erbij te betrekken, is meer nodig dan toegang tot het internet. Het vergt een aanpassing van de hele omgeving zodat bedrijven, mensen en overheden het beste kunnen tappen uit de nieuwe digitale instrumenten.

www.worldbank.org/en/publication/wdr2016

 

Digitalisering Wereldbank
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 8 /17 Collective intelligence: burgers zoeken samen oplossingen