Moeizame strijd tegen ebola in Congo

Marloes Humbeeck
23 april 2019
Op 1 augustus 2018 werden er in het oosten van de Democratische Republiek Congo 4 mensen positief getest op ebola. Dat gebeuren luidde het begin in van de tweede grootste ebola-uitbraak ooit. Ook dit jaar blijft de bestrijding van de dodelijke ziekte in Congo moeizaam verlopen.

Al voor de tiende keer in de afgelopen 10 jaar wordt Congo geconfronteerd met een ebola-epidemie. Die concentreert zich in Noord-Kivu en Ituri, twee provincies in het noorden van Congo. Volgens Artsen Zonder Grenzen (AZG) kunnen we spreken van de grootste uitbraak ooit in het land.

Hoewel er in totaal al 96.000 personen gevaccineerd werden, blijft de epidemie zich uitbreiden. Sinds het begin van de crisis zijn er al 1206 mensen besmet en 764 daarvan gestorven (toestand 10/04/19). De letaliteit van de ziekte bedraagt dus 63%. De concentratiezone van de crisis blijft Katwa met 58% van de nieuwe, geconfirmeerde gevallen. Ook in Kyondo, Oicha en Vuhovi blijven er nieuwe gevallen opduiken. Zelfs het aantal geïnfecteerde gezondheidswerkers blijft stijgen. Het feit dat deze epidemie maar niet onder controle geraakt en relatief dicht bij drukke grenzen en steden blijft woekeren is ronduit verontrustend.

 

Overbelasting van behandelingscentra

Waarom verloopt de bestrijding van de epidemie zo moeizaam? Een groot probleem is de quasi permanente overbelasting van de ETC’s (ebola treatment centers), vooral in Beni, Butembo en Katwa. Dat is deels te wijten aan de vertraging in het ontvangen van de laboresultaten. Maar ook en vooral een onnauwkeurig waarschuwingssysteem bij vermeende nieuwe ebolagevallen ligt aan de grond van het probleem.

Slechts 1 op de 5 patiënten die opgenomen worden, blijken wel degelijk besmet. De rest zijn gevallen ‘in onderzoek’. Met andere woorden: mensen met verdachte symptomen worden te snel als ebolageval bevestigd en naar de ETC doorverwezen om getest te worden. Het is begrijpelijk dat gezondheidswerkers het zekere voor het onzekere willen nemen. Als ze één echt geval vrij laten rondlopen, kan deze vele mensen besmetten. Aan de andere kant zorgt die aanpak wel voor een overbelasting van de centra en voor de mogelijke besmetting van gezonde individuen.  

Een groot probleem is de quasi permanente overbelasting van de ETC’s (ebola treatment centers).

Wantrouwen van plaatselijke bevolking

Een minstens even groot probleem is het wantrouwen van de plaatselijke bevolking tegenover de ebolarespons, dus tegenover de hulpverlening die de Congolese overheid en organisaties als Artsen Zonder Grenzen aanbieden. Veel besmette Congolezen weigeren zich aan te melden bij de onderzoekscentra. Zo blijven er nieuwe mensen besmet worden. Ook wordt het moeilijk om een beeld te krijgen van de omvang van de epidemie.

De houding van de Congolezen tegenover de ebolarespons kan zelfs als ronduit vijandig beschreven worden. Zo heeft AZG zich in februari 2019 moeten terugtrekken uit het epicentrum (Katwa en Butembo) na verschillende gewelddadige incidenten en aanvallen op  behandelingscentra.

Waarom staat de bevolking zo vijandig tegenover de ebolarespons? Eerst en vooral mag men niet onderschatten wat voor een mensonterende en vooral isolerende ziekte ebola is. De angst voor besmetting is zo groot dat vermeende patiënten meteen op afstand worden gehouden. Ze worden immers gezien als een bedreiging, een gevaar.

De behandeling in de ETC’s werkt deze afzondering nog verder in de hand. Zo worden patiënten meteen in een aparte kamer geplaatst, onderworpen aan verschillende tests en afgesloten van elk menselijk contact. Bovendien bevinden de centra zich vaak ver van hun thuis, van hun familie en van hun vrienden. In quarantaine, ver van huis, vreemde mensen in ‘ruimtekostuums’ die tests op je uitvoeren…, het is niet meteen een prettig vooruitzicht.

Daarom blijven er zich gevallen voordoen van zieken die vluchten wanneer de ziekenwagen verschijnt. Ook proberen patiënten soms uit de centra te ontsnappen. Sommigen worden teruggevonden bij de traditionele helers. Dat maakt het indijken van de epidemie heel wat moeilijker. 

‘Patiënten moeten behandeld worden als patiënten en niet als een soort biologische bedreiging’, stelt Joanne Liu, de internationale voorzitter van Artsen Zonder Grenzen, tijdens de persconferentie die AZG begin maart gaf over het onderwerp.

Een man en een vrouw geven voorlichting over ebola in een kerk.
© John Wessels/Oxfam

De bevolking betrekken

Liu benadrukt dat de plaatselijke bevolking niet de schuldige is. ‘Het probleem is dat wij er niet in slagen hun vertrouwen te winnen en hen aan te zetten de strijd met ebola aan te gaan.’ Daarom pleit Artsen Zonder Grenzen nu voor een aanpak die een band van vertrouwen tussen hulpverleners en patiënten schept.

‘Als we echt betere resultaten willen, moeten we de zaak bekijken door de ogen van de patiënt. Dat betekent dat we antwoorden bieden gebaseerd op de bezorgdheden van de plaatselijke bevolking, niet op die van onszelf.’

Wat moet er dan concreet gedaan worden volgens Artsen Zonder Grenzen? Eerst en vooral moet er ook in de gemeenschappen zelf hulp geboden worden. Vermeende patiënten worden zo niet langer verplicht alles achter te laten, maar kunnen dicht bij familie en vrienden worden behandeld. Ten tweede moet de bestrijding van ebola geïntegreerd worden in de algemene gezondheidszorg. Zo willen mensen dat er naast ebola, ook aandacht is voor malaria, cholera, aids,… Ten slotte mag men mensen niet met geweld dwingen zich te laten opnemen. Ze moeten vrijwillig naar de behandelingscentra komen. Geen preken geven, maar samenwerken met de lokale gemeenschap, dat is de boodschap.

De mensen moeten vrijwillig naar de behandelingscentra komen. Geen preken geven, maar samenwerken met de lokale gemeenschap, dat is de boodschap.

Joanne Liu, internationale voorzitter van Artsen Zonder Grenzen

Krachtigere aanpak en financiering

Daarbovenop zal de internationale gemeenschap inspanningen leveren om ebola efficiënter te bestrijden. Er ligt een nieuw plan op tafel dat zich in de eerste plaats focust op het doorbreken van de keten die leidt tot overdracht van de ziekte. Voor de maanden februari tot juli 2019 zal daarvoor een budget van ongeveer 127 miljoen euro nodig zijn.

In de nieuwe strategie zal men vooral inzetten op de factoren die het indijken van de epidemie belemmeren. Zo zal men verborgen ebolagevallen proberen opsporen en contacten rigoureus opvolgen. Ook wil men de communicatie rond ebola versterken.

Verder zullen de laboratoria extra steun krijgen. Doel: de testresultaten sneller bekendmaken zodat mensen niet nodeloos in de ETC’s moeten blijven. Ten slotte zal men gratis gezondheidszorg en beter voedsel voorzien, ook voor mensen in afgelegen gebieden, en risicogroepen vaccineren.

De epidemie blijft onvoorspelbaar en dreigend. De angst is dat ze uiteindelijk de grote steden zoals Goma zal bereiken. Door de bestrijding van de ebola te intensifiëren en de plaatselijke bevolking te betrekken, probeert men de ziekte zo goed mogelijk in te dijken. 

Wat is ebola precies?

 

Ebola is een ernstige infectieziekte die vaak gepaard gaat met bloedingen in het lichaam. Het eerste geval van ebola dateert van 1976. Sindsdien heeft deze ziekte wereldwijd al meer dan 12.800 levens geëist. De ziekte wordt vooral overgedragen via lichaamsvochten. Wanneer mensen besmet worden, beginnen hun immuunsysteem en hun organen af te takelen. De afloop van de ziekte is veelal dodelijk (50-90%).

Een Congolese man wast zijn handen met gechloreerd water op een markt in Mangina (Congo).
© John Wessels/Oxfam
DR Congo Ebola
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 5 /20 Gezondheid moet voorpaginanieuws worden in Indonesië