Stop kindhuwelijken: een prioriteit voor België en de Verenigde Naties

Alexis Clerebaut
06 december 2019
Het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) en het VN-Kinderfonds (UNICEF) krijgen steun van België om tegen 2030 paal en perk te stellen aan kindhuwelijken. Hoe kan dat worden bereikt?

 

Er is sprake van een kindhuwelijk wanneer een of beide partners jonger dan 18 jaar zijn. Bij dit mondiaal fenomeen spelen verschillende complexe en overlappende factoren mee zoals waarden en normen. Zo spelen cultuur, religieuze praktijken of geloofssystemen een rol. Daarnaast zijn er ook economische en politieke problemen die het fenomeen kunnen verklaren. Ten slotte maakt ook de sociale druk op individuen het moeilijk om kindhuwelijken uit te bannen.

 

150 miljoen gehuwde meisjes tegen 2030

Deze mensenrechtenschending ontnemen slachtoffers hun rechten op vlak van gezondheid, veiligheid en onderwijs. Wereldwijd worden jaarlijks 12 miljoen minderjarigen gedwongen in het huwelijk te treden. Elke 7 seconden wordt een meisje jonger dan 15 jaar uitgehuwelijkt. Volgens UNICEF zou het kunnen dat tegen 2030 meer dan 150 miljoen meisjes tot een huwelijk worden gedwongen.

Er staat hier meer op het spel dan enkel het recht op een onbezorgde kindertijd. Kindhuwelijken beperken ook economische kansen en werken schooluitval in de hand. De betrokkenen riskeren slachtoffer te worden van huiselijk geweld en ongewenste seksuele intimiteiten en zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten. Door vroegtijdige zwangerschap lopen meisjes ook een hoger risico op gezondheidsproblemen.

De uitroeiing van kindhuwelijken vormt een cruciaal onderdeel van de kinderrechten. Het is dan ook een specifiek doelwit van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), met name SDG5.3: alle schadelijke praktijken uitroeien zoals kind-, vroege en gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking.

Wat doen UNFPA en UNICEF?

 

UNFPA en UNICEF hebben een gezamenlijk mondiaal actieprogramma uitgewerkt om een einde te maken aan kindhuwelijken:  het Global Programme to Accelerate Action to End Child Marriage (GPECM). Twaalf landen zijn betrokken: Bangladesh, Burkina Faso, Ethiopië, Ghana, India, Mozambique, Nepal, Niger, Sierra Leone, Oeganda, Jemen en Zambia. De e partnerlanden financieren het GPECM. Ook lokale actoren zoals ngo’s en overheidsinstanties nemen deel. Deze laatste zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de verschillende deelprojecten.

In 2018 alleen hadden 3 miljoen meisjes en bijna 14 miljoen mensen uit verschillende gemeenschappen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië baat bij de informatie en diensten die het programma verschaft.

Het programma focust op 5 domeinen:

 

1. Jongeren zelfstandig maken

Meisjes trouwen op latere leeftijd als je ervoor zorgt dat (1) ze worden ingelicht over de gevolgen van kindhuwelijken, (2) de kans krijgen een eigen mening te uiten en eigen keuzes te maken, (3) leren wat hun rechten zijn, (4) langer school mogen lopen en (5) hulp krijgen om een eigen ondersteuningsnetwerk uit te bouwen. Dat is aangetoond. Opgeleide meisjes met zelfvertrouwen zijn beter in staat met kennis van zaken beslissingen te nemen en het leven te kiezen dat ze willen leiden.

Neem de 19-jarige Marcia, die in Nampula City (Mozambique) leeft. Ze was 17 en 4 maanden zwanger toen ze de schoolbanken verliet. Vandaag geeft ze aan: ‘Ik ben een geëmancipeerde jonge vrouw geworden. Ik weet hoe ik mezelf moet beschermen en ik kan opkomen voor mijn rechten, wat vroeger niet het geval was.’

 

Marcia, 19 ans, Nampula City, Mozambique
Marcia, 19 jaar oud, Nampula City, Mozambique

 

Marcia was een van die jonge meisjes die gedwongen werd te huwen. De man die als haar echtgenoot werd aangeduid, dwong haar met hem naar bed te gaan. Ze was aan zichzelf overgelaten en wist niet tot wie ze zich kon richten. Op dat moment, 2 jaar geleden, nam Raparige Biz, een overheidsproject dat in 2016 werd gelanceerd en door het GPECM wordt ondersteund, contact met haar op. Het project heeft tot doel jonge meisjes te informeren over hun gezondheidsrechten, in het bijzonder hun seksuele en reproductieve rechten.

Marcia is lang geen alleenstaand geval. In Mozambique ontbreekt het veel jonge meisjes aan informatie over hun seksuele en reproductieve rechten. Slechts 14 procent van de meisjes tussen 15 en 19 jaar heeft er toegang tot anticonceptiemiddelen, terwijl 46 procent van de meisjes al in die leeftijdscategorie een eerste kind krijgt.

Groep van Afrikaanse vrouwen gekleed in kleurrijke jurken
© UNWOMAN

2. Gezinnen, gemeenschappen en leiders mobiliseren

Het zijn vooral ouders en leden van de gemeenschap  die over het lot van meisjes beslissen. De gendernormen die kindhuwelijken in de hand werken, kunnen bijgevolg doorbroken worden door de betrekkingen tussen mannen en vrouwen en de machtsverhoudingen die binnen gemeenschappen bestaan te veranderen. Het is daarbij essentieel om te spreken over  het belang van onderwijs voor meisjes en de negatieve gevolgen van kindhuwelijken.

Mestawet Mekuria, een 14-jarig meisje uit Amhara (Noord-Ethiopië), kon aan een gedwongen huwelijk ontsnappen dankzij een "meisjesclub" die door het GPECM wordt ondersteund.

 

Mestawet Mekuria, 14 ans, région d'Amhara, Ethiopie
Mestawet Mekuria, 14 ans, région d'Amhara, Ethiopie

 

‘In onze meisjesclub leerden we over het probleem van gedwongen huwelijken. Ik vertelde mijn ouders dat ik niet wilde trouwen, maar dat weigerden ze. Ik ben dan naar de politie gestapt. Ik vond het triest dat ze aangehouden werden, maar ze wilden niet naar me luisteren.’ Vervolgens volgde Mestawet met haar ouders een bemiddelingsproces dat de dorpshoofden organiseerden: ‘Nu begrijpen mijn ouders het probleem van gedwongen huwelijken en de gevolgen ervan. Ze zijn niet meer boos op mij.’

3. De reactiviteit versterken van diensten voor jonge meisjes

Wanneer jonge meisjes een betere toegang hebben tot diensten op vlakvan kwaliteitsvol onderwijs, gezondheid, bescherming van kinderen en sociale bescherming, is hun ondersteuning beter. Deze diensten bieden gezinnen meer kansen, verminderen het risico dat jonge meisjes zwanger raken doordat ze langer schoollopen en hulp krijgen om een eigen leven op te bouwen.

 

Mestawet Mekuria, 14 ans, région d'Amhara, Ethiopie
Irène Asibazuyo, 16 jaar oud, Arua, Uganda

 

Irène Asibazuyo, een jonge vrouw die in Arua (Oeganda) woont, was 15 toen ze in 2017 de schoolbanken verliet nadat ze op weg naar haar oom in Zuid-Soedan door een man werd verkracht. Een nare ervaring die nog verergerd werd door de traditie: ’In mijn cultuur moet een man die je verkracht, met je trouwen. Anders overkomt je familie misschien iets ergs. Ik kon dus niet terug naar huis gaan, dan zou ik me belachelijk gemaakt hebben. Daarom ging ik naar het huis van die man. Ik vertelde zijn ouders wat er gebeurd was, en ze raadden me aan te blijven. Sinds ik verkracht ben, weet ik dat geen enkele man nog met mij zal willen trouwen.’

Dankzij een campagne die World Vision, een orgaan dat door UNICEF wordt ondersteund, in haar dorp opzette werden de ouders van Irène geïnformeerd over de gevaren van kindhuwelijken. Uiteindelijk staken ze de grens over en keerden ze weer huiswaarts, naar Oeganda, onder begeleiding van een sociaal werker van UNICEF.      

      

4. Wetten maken en beleid uitwerken

Regeringen kunnen meisjes tegen nefaste praktijken beschermen door wettelijke bepalingen te verscherpen en door de wetgeving te harmoniseren en doeltreffend toe te passen. De Verenigde Naties moedigen lidstaten waarin kindhuwelijken nog bestaan tevens aan actieplannen uit te voeren.

Salmey Bebert geeft een voorbeeld. Deze deskundige op vlak van kinderbescherming werd geboren in Niger, een land waarin kindhuwelijken diep in de gebruiken verankerd is: ‘Ze maken deel uit van de cultuur in Niger, een land waarin religie een belangrijke rol speelt. Volgens een zegswijze kunnen meisjes er huwen vanaf hun eerste of tweede menstruatie.’

In Niger weten vrouwen niet altijd tot wie ze zich kunnen richten. Ondanks de vele inspanningen van UNICEF bestaan er geen wetten die kindhuwelijken verbieden. Salmey Bebert: ‘Dankzij het sterke engagement van de president van de republiek en de regering en met de steun van UNICEF werd een besluit getekend dat tot doel heeft onderwijs voor meisjes te bevorderen. Volgens het besluit moeten meisjes worden aangemoedigd om naar school te gaan en zijn ze schoolplichtig tot de leeftijd van 16 jaar. De uitvoering van dit besluit moet het aantal kindhuwelijken helpen terugdringen.’

"Ze maken deel uit van de cultuur in Niger, een land waarin religie een belangrijke rol speelt. Volgens een zegswijze kunnen meisjes er huwen vanaf hun eerste of tweede menstruatie."

Salmey Bebert, spécialist van de kinderbescherming bij UNICEF, Niger
© Twitter

5. Over betrouwbare gegevens beschikken

Investeren in het verzamelen en verspreiden van betrouwbare gegevens is cruciaal om efficiënte beleidslijnen en programma’s te kunnen toepassen en een grootschalige verandering te bewerkstelligen. Zo kunnen kindhuwelijken doeltreffender worden tegengegaan als er gegevens beschikbaar zijn over de evoluties van gendernormen en intermenselijke betrekkingen.

De verzamelde gegevens kunnen helpen om het fenomeen van kindhuwelijken beter te begrijpen. Zo is het aantal kindhuwelijken in India het voorbije decennium gedaald. In 2006 was 47 procent van de vrouwen tussen 20 en 24 jaar voor de leeftijd van 18 jaar al getrouwd. Vandaag is dat percentage teruggelopen naar 27 procent.

België in actie

 

Kinderrechten zijn een prioriteit voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Bovendien gaat in het kader van “She Decides” speciale aandacht naar jongeren en adolescenten. Daarom trekt ons land sinds december 2018 jaarlijks 2 miljoen euro uit voor het GPECM, en dat gedurende 4 jaar.

Vrouwenrechten She decides Reproductieve gezondheid
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /6 Global Citizen Festival: 43 miljoen euro voor vrouwenrechten