15 jaar Millenniumdoelen: onvoldoende, maar hoopgevend

Kris Panneels, Stefanie Buyst & Chris Simoens
01 december 2015
Tijdens de Millenniumtop van september 2000 ondertekenden alle lidstaten van de Verenigde Naties een politieke verklaring over de ambities van de wereldgemeenschap voor het nieuwe millennium. Vrede, veiligheid en voorspoed vormden sleutelelementen. Nog geen jaar later boorden de door Al Qaida gekaapte vliegtuigen zich in de WTC-torens. Dat legde een loodzware hypotheek op de vredes- en veiligheidswensen van het millenniumgebeuren.
Toch kende de millenniumagenda inzake samenwerking en ontwikkeling een gunstiger gevolg. Op basis van de millenniumverklaring werden immers acht ‘Millenniumdoelstellingen’ (MDG’s) geformuleerd die het algemene kader schetsten voor de internationale ontwikkelingssamenwerking tot 2015. De halvering van armoede en honger stond er centraal.
Doorheen de jaren kregen de MDG’s een steeds prominentere rol binnen de ontwikkelingssamenwerking. Zowel in arme landen in het Zuiden als in rijke landen in het Noorden stuurde het MDG-kader hoe langer hoe meer de beleidsformulering en vooruitgangsrapportering.
In België legde de Wet van 14 juni 2005 aan de regering op om jaarlijks over de vooruitgang omtrent de Millenniumdoelen te rapporteren aan het parlement. De MDG’s vonden ook hun weg in wettelijke teksten over internationale samenwerking en in strategienota’s van de administratie.
Ook de partnerlanden hanteerden de Millenniumdoelen meer en meer als referentiekader om de gemaakte vooruitgang op te volgen.
Nu de deadline van de MDG’s bereikt is, blikken we terug op de inspanningen van de laatste vijftien jaar. Welke doelen werden behaald en welke rol heeft de ontwikkelingssamenwerking daarin gespeeld?

MDG 1: Extreme armoede en honger uitbannen

Man met sorteert rijs
© UN Photo/Kibae Park

Doelwit 1A: Extreme armoede halveren

Extreme armoede wordt internationaal gedefinieerd als ‘inkomen onder de extreme armoedegrens, vastgelegd op 1,25 US dollar’ (waarbij het exacte bedrag van land tot land kan verschillen naargelang de levensduurte). Deze doelstelling werd reeds behaald ruim voor het verstrijken van de voorziene tijd: 47% in 1990 tot 22% in 2010. Men verwacht dat het percentage in 2015 verder daalt tot 14%. In dat gunstige cijfer weegt echter vooral de achteruitgang van de armoede in China, en in mindere mate in India, zwaar door.

Ook het absolute aantal armen is met de helft gedaald van 1,9 miljard in 1990 tot 1 miljard in 2011. Men schat dat tegen eind 2015 nog een bijkomende 175 miljoen mensen uit de extreme armoede zullen geraken.

Doelwit 1B: Volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen

De laatste 25 jaar daalde het aantal werknemers dat in extreme armoede leeft aanzienlijk. In 1991 leefde 52% van de werknemers in ontwikkelingslanden in extreme armoede. Men verwacht dat het percentage dit jaar zal dalen tot 11% of een vermindering van 899 miljoen (1991) naar 319 miljoen (2014).

In dezelfde periode verdrievoudigde het aantal werknemers in de werkende middenklasse (meer dan 4 dollar/dag) en vormt ondertussen bijna de helft van de werknemers. Toch betekent dat dat de andere helft nog steeds moet rondkomen met minder dan 4 dollar/dag.

Doelwit 1C: Honger wereldwijd halveren

Er worden twee indicatoren gebruikt om honger te meten. De eerste is ondervoeding of chronische honger. In ontwikkelingslanden is dat percentage gedaald van 23,3% in de periode 1990-92 tot 12,9% in de periode 2014-2016. De doelstelling wordt op deze wijze vrij goed benaderd. Wereldwijd blijven niettemin 795 miljoen mensen bedreigd door honger en ondervoeding.

De tweede indicator is ondergewicht bij jonge kinderen. Wereldwijd daalde het aantal kinderen dat te kampen heeft met ondergewicht van 25% in 1990 tot 15% in 2012. Men verwacht dat het percentage verder daalt tot 14%, hetgeen licht onder de nagestreefde ambities blijft.

 

MDG 2: Lager onderwijs toegankelijk maken voor iedereen

Kindje op de schoolbanken
© UN Photo/Kibae Park

Doelwit 2: Universele toegang tot lager onderwijs

Hoewel deze doelstelling al meer dan vijftig jaar geleden werd geformuleerd is zij nog niet behaald. Nog steeds hebben 57 miljoen kinderen geen toegang tot lager onderwijs. Toch steeg de scholingsgraad voor het lager onderwijs van 80% in 1990 tot 90% in 2012. De schatting voor 2015 bedraagt 91%.

In heel wat landen werd er indrukwekkende vooruitgang geboekt.  Vooral in Sub-Sahara-Afrika, waar de toegang tot lager onderwijs verhoogde van 52% in 1990 tot 78% in 2012 en 80% in 2015 (raming). Ook in een aantal Sahellanden was de vooruitgang spectaculair.

Behalve de blijvende tekortkomingen op het vlak van toegang, laat de kwaliteit van het onderwijs vaak te wensen over. Heel wat kinderen verlaten de lagere schoolbanken voortijdig of ze beschikken na afloop niet over de nodige vaardigheid om te lezen en te rekenen.

 

MDG 3: De gendergelijkheid bevorderen en de positie van de vrouw versterken

Protesterende zwarte vrouwen op straat
© DGD/Elise Pirsoul

Doelwit 3A: Evenwaardige toegang van meisjes en jongens tot het lager en middelbaar onderwijs tegen 2005 en voor alle onderwijsniveaus tegen 2015

Dit doelwit inzake gelijkheid tussen de seksen in het lager en middelbaar onderwijs werd niet behaald in 2005, maar ligt vandaag wel binnen handbereik. Er is alleszins grote vooruitgang geboekt, vooral in Zuid-Azië, maar ook in Afrika. Voor alle ontwikkelingslanden samen steeg de gelijkheidsindex voor het lager onderwijs van 0,86 in 1990 tot 0,98 nu, en voor het middelbaar onderwijs van 0,77 tot 0,98 (waarde 1 = volkomen gelijkheid jongens-meisjes).

Globaal gezien is nu ook de gelijkheid in het hoger onderwijs gerealiseerd. De index steeg van 0,69 in 1990 tot 0,99 in 2012.

MDG 4: Kindersterfte terugdringen

Jongen draagt baby op schoot
© UN Photo/Kibae Park

Doelwit 4A: De sterftegraad voor kinderen tot 5 jaar met twee derden verminderen tussen 1990 en 2015

De doelstellingen inzake gezondheid waren de meest concrete van alle MDG’s, maar tegelijkertijd ook de meest ambitieuze. Wereldwijd stierven er in 1990 90 kinderen per 1000 geboortes vóór de leeftijd van 5 jaar. Voor 2015 bedraagt dat cijfer 43. De kindersterfte werd dus gehalveerd binnen één enkele generatie en dat is op zich indrukwekkend. Maar het streefdoel (30) zal dus niet worden behaald.

In absolute cijfers daalde het aantal gevallen van kindersterfte van 12,7 miljoen in 1990 tot 6 miljoen in 2015. Ook hier dus meer dan een halvering ten opzichte van een generatie terug.

 

MDG 5: De gezondheid van de moeder verbeteren

Verpleegster legt haar oor tegen de buik van een zwangere vrouw
© UNICEF/Olivier Asselin

Doelwit 5A:  Tussen 1990 en 2015 de moedersterfte met drie vierden verminderen

Net zoals bij kindersterfte stelt men ook bij moedersterfte een vermindering vast die weliswaar substantieel is, maar spijtig genoeg niet beantwoordt aan het zeer ambitieuze streefdoel. Wereldwijd daalde het aantal moedersterftes met 45%: van 380 per 100.000 bevallingen in 1990 tot 210 in 2013. Voor de ontwikkelingslanden bedragen de cijfers resp. 430 en 230. Een reductie met drie vierden is in ontwikkelingslanden in elk geval niet haalbaar.

Moeders in ontwikkelingslanden hebben 14 keer meer kans om in het kraambed te sterven dan moeders in de rijkere landen.

 

MDG 6: Hiv/aids, malaria en andere ziekten bestrijden

Man wordt behandeld tegen Hiv/aids
© Ans Brys

Doelwit 6A: Tegen 2015 de verspreiding van hiv/aids stoppen en aanvangen met de reductie ervan

Tussen 2000 en 2013 is het aantal nieuwe besmettingen met hiv/aids wereldwijd gedaald met 40%: van 3,5 tot 2,1 miljoen mensen. Maar per jaar sterven nog steeds 1,5 miljoen mensen aan de gevolgen ervan. Wereldwijd leven nu 35 miljoen mensen met de ziekte, een aantal dat blijft stijgen omwille van de nieuwe besmettingen. Maar ook omdat door de betere zorgen meer mensen de ziekte overleven.

Doelwit 6B: Er voor zorgen dat tegen 2010 iedereen die een behandeling tegen hiv/aids nodig heeft daar toegang toe heeft

Dit streefdoel werd niet gehaald in 2010. Ondertussen is wel veel vooruitgang geboekt op vlak van behandeling. In juni 2014 kregen ongeveer 13,6 miljoen mensen antiretrovirale middelen, tegenover enkele honderdduizenden aan het begin van het millennium. Dankzij deze behandeling werden reeds 7,6 miljoen doden voorkomen.

Doelwit 6C: Tegen 2015 malaria en andere ziekten beheersen en de huidige tendensen beginnen ombuigen

De voorbije tien jaar verminderde het aantal malariadoden met 57%. Daarmee is het streefdoel (halveren van het aantal sterfgevallen), nu bereikt. Dankzij de verhoogde inspanningen in de strijd tegen malaria werden 6,2 miljoen levens gered. Belangrijke uitdagingen blijven echter bestaan.

Ook in de strijd tegen tuberculose ligt het streefdoel binnen bereik. Het aantal sterfgevallen ten gevolge van tbc per 100.000 personen is immers gedaald van 29 in 1990 tot 16 in 2013[1].

 

[1] Cijfers met uitsluiting van personen die lijden aan aids.

 

MDG 7: Zorgen voor een duurzaam milieu

Conferentie in de gebouwen van WHO
© UN Photo/Kibae Park

Doelwit 7A: De beginselen van duurzame ontwikkeling integreren in het nationaal beleid en het verlies van milieurijkdommen terugschroeven

Drie van de vijf indicatoren worden hieronder toegelicht.

De eerste heeft betrekking op de uitstoot van broeikasgassen. De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen vormt een cruciale parameter om de opwarming van de aarde onder de kritieke drempel van 2°C te houden. Om die drempel niet te overschrijden kunnen we tijdens het resterend gedeelte van deze eeuw nog ongeveer 1000 gigaton CO₂-equivalent uitstoten. Maar de jaarlijkse uitstoot bedraagt nu 54 Gton[1]! De globale CO₂-uitstoot drastisch verminderen en de uitstoot eerlijk verdelen vormen dan ook sleutelelementen van het toekomstig klimaatbeleid. De evolutie tot nu toe is weinig hoopgevend. De globale uitstoot van fossiele brandstoffen (de belangrijkste component van broeikasgassen) is immers gestegen van 21,6 Gton in 1990 tot 33 Gton in 2012. Ook de uitstoot ‘per hoofd’ blijft verontrustend evolueren: 4,08 ton in 1990 tegenover 4,57 ton in 2010.

Positief is wel dat het verbruik van ozonafbrekende substanties wereldwijd bijna verdwenen is. Het daalde van 1,8 miljoen ton in 1986 tot amper 29.219 ton in 2012. De internationale actie daarvoor, in het kader van het Montreal Protocol, bleek dus uiterst doeltreffend.

Een derde indicator omvat het beheer van de visbestanden. Die evolutie is eerder verontrustend. Het percentage overbeviste vissoorten is immers verder opgelopen van 19% in 1990 tot 30% in 2009.


[1] UNEP, The emission gap report 2014. Executive Summary

Doelwit 7B: Het biodiversiteitsverlies significant verminderen tegen 2010

Inzake biodiversiteit is het plaatje zeer gemengd: meer en meer natuurgebieden worden beschermd op het land en op zee (van 4,9% in 1990 tot 11,7% in 2014), maar de soorten die met uitsterven worden bedreigd nemen almaar toe.

Doelwit 7C: Het aandeel van personen zonder toegang tot zuiver drinkwater en sanitaire voorzieningen halveren tegen 2015

Het eerste deel van dit streefdoel werd ondertussen reeds behaald; het tweede gedeelte ligt buiten bereik.

In 1990 had 24% van de wereldbevolking geen toegang tot zuiver drinkwater. In 2015 was dat aandeel gedaald tot 9%, waarmee het streefdoel (minder dan 12% in 2015) ruimschoots wordt behaald. Voor sanitaire voorzieningen lag de lat echter veel hoger. Daar moest het percentage personen zonder toegang dalen van 46% (1990) tot 23% (2015). In 2015 bedraagt het reële cijfer 32%. Het streefdoel wordt dus niet behaald.

Het ziet er evenwel naar uit dat de vooruitgang voor beide streefdoelen in de toekomst gestaag gunstig zal blijven verlopen.

Doelwit 7D: Tegen 2020 een significante verbetering realiseren van de levensstandaard van minstens 100 miljoen sloppenbewoners

Opdracht volbracht, zo lijkt het: de levensstandaard van meer dan 320 miljoen sloppenbewoners ging er enorm op vooruit tussen 2000 en 2015. Maar het streefdoel was niet optimaal geformuleerd. Beter was om het aandeel van de stedelijke bevolking dat in sloppenwijken woont aanzienlijk te verminderen. Die indicator daalde van 46% in 1990 tot 30% in 2014. Het absolute aantal sloppenbewoners steeg dan weer wel: van 689 tot 880 miljoen over dezelfde periode.

 

MDG 8: Een wereldpartnerschap voor ontwikkeling creëren

15 jaar Millenniumdoelen
© UN Photo/Rick Bajornas

Deze doelstelling en haar doelwitten bleven vrij algemeen. Het was hier ook veel minder vanzelfsprekend om goed meetbare indicatoren te formuleren dan bijvoorbeeld bij de gezondheidsdoelstellingen. Toch zijn er voor enkele streefdoelen concrete cijfers beschikbaar.

Doelwit 8A: Verder een open, gereguleerd, voorspelbaar en niet discriminerend handels- en financieel systeem uitbouwen

Het aandeel van de invoer uit ontwikkelingslanden dat taksvrij wordt behandeld is zichtbaar gestegen. Het verhoogde van 78% tot 84% voor de minst ontwikkelde landen en van 54% tot 79% voor de ontwikkelingslanden.

Handelsbelemmeringen die voortvloeien uit kwantitatieve tarieven werden verder afgebouwd. Voor landbouwproducten daalde het gemiddeld invoertarief van 10,4% in 1996 tot 7,6% in 2010, maar nadien steeg het tot 8% in 2014.

De OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) hanteren interne landbouwsubsidies die een belemmering vormen voor de uitvoer uit ontwikkelingslanden. Die subsidies gingen weliswaar omhoog (311 miljard dollar in 1990 tegenover 344 miljard dollar in 2013), maar als aandeel van het Bruto Nationaal Product daalden zij van 2,27% in 1990 tot 0,75% in 2013.

Doelwit 8B: De speciale noden van de minst ontwikkelde landen aanpakken

De officiële ontwikkelingshulp van de OESO-landen steeg van 52,8 miljard dollar in 1990 tot 135,2 miljard in 2014. Toch daalde het aandeel van de ontwikkelingshulp als percentage van het nationaal inkomen: 0,32% (1990) tot 0,29% (2014). Het streefdoel van 0,7% is dus zeer ver weg!

Ook inzake de speciale inspanningen voor de minst ontwikkelde landen liggen de cijfers niet zo gunstig. Er was wel een opmerkelijke vooruitgang qua volume (van 15 miljard dollar in 1990 tot 44,5 miljard dollar in 2013). Percentsgewijs echter bleef de donorinspanning hangen op 0,10%, terwijl het streefdoel 0,15 à 0,20% bedraagt.

Doelwit 8D: De schuldenproblematiek van de ontwikkelingslanden systematisch aanpakken en de schulden draaglijk maken

De schuldenlast van de ontwikkelingslanden, als percentage van de uitvoer van goederen en diensten, verminderde spectaculair van 19,4 % (1990) tot 3,1% (2013). Voor de meeste regio’s is de situatie ook sterk verbeterd. In Sub-Sahara- Afrika bijvoorbeeld daalde de schuldenlast van 17,5% tot 3,6%.

Doelwit 8F: In samenwerking met de privésector de voordelen van nieuwe technologieën beschikbaar stellen, vooral op het vlak van informatie en communicatie

Hier is de vooruitgang soms indrukwekkend. Alleen is niet altijd duidelijk of dat het gevolg is van het officiële beleid.

Wereldwijd steeg de toegang tot het mobiele telefoonnet van 1,6 per 100 inwoners in 1995 tot 93,1 in 2013. In ontwikkelingslanden bedroeg dat resp. 0,4% en 87,7%.

Ook de toegang tot het internet verbeterde aanzienlijk. Wereldwijd steeg het aantal internetgebruikers van 0,8% (1995) tot 38% (2013); in ontwikkelingslanden van 0,1% tot 29,9%.

 

Besluit

De meeste waarnemers menen dat de MDG’s het beleid en de prestaties inzake ontwikkeling significant beïnvloed hebben. Dat geldt zowel voor het beleid in ontwikkelingslanden als voor het samenwerkingsbeleid van de rijkere landen. De MDG’s hebben de problematiek ook veel aanschouwelijker gemaakt voor de man/vrouw in de straat. Iedereen begrijpt wat het wil zeggen om al dan niet op de schoolbanken te zitten of al dan niet te beschikken over drinkbaar water of sanitaire voorzieningen.

Voor sommige interventiedomeinen zoals de strijd tegen hiv/aids, malaria en tuberculose was de impact van de internationale hulpverlening ongetwijfeld doorslaggevend om de gerapporteerde resultaten te behalen. Voor andere domeinen, zoals de toegang tot onderwijs of het verbeteren van de voedselzekerheid, zijn de geleverde inspanningen wellicht vooral te danken aan de inspanningen van de landen zelf. Toch heeft ook deze vooruitgang veel te danken aan de MDG’s omdat deze de internationale gemeenschap rond deze thema’s hebben gemobiliseerd.

Over het algemeen waren de gestelde doelstellingen realistisch, maar soms te weinig ambitieus of te hoog gegrepen. De ervaring leert ons alleszins dat het meer dan nuttig is om een dergelijke collectieve oefening te herhalen. Een vaststelling die quasi unaniem wordt onderschreven en dan ook zijn weerslag vond in een nieuwe reeks doelen: de duurzame ontwikkelingsdoelen of SDG’s.

We hebben meer dan ooit succesverhalen in ontwikkeling. De transformerende impact van de MDG’s valt niet te ontkennen. Dat is een prestatie waarover we fier mogen zijn. Maar … de klok tikt verder, met nog veel meer te doen’

Ban Ki-moon - VN-Secretaris-Generaal (20 september 2010)

Bron

The Millennium Development Goals Report 2015 (www.un.org/millenniumgoals)

https://youtu.be/k4FAiI2mdaI

Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen
Terug Samenwerking
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 12 /12 Ongelijkheid: ligt de lat hoog genoeg?