30 jaar Farmer Field Schools

Chris Simoens
09 september 2019
30 jaar al leren boeren van elkaar en zoeken ze samen naar oplossingen in zogenaamde ‘veldscholen’. Een succesverhaal, vindt de VN-Voedsel en Landbouworganisatie (FAO).

Boeren hebben vaak moeite om vernieuwingen van een buitenstaander over te nemen, ook al is dat een geleerd onderzoeker. Ze hebben toch hun eigen kennis en ze doen het al jaren op hun manier? Soms spelen er verborgen factoren mee.

Neem nu de Poyo-banaan die meer opbrengt. Een duidelijke verbetering, toch? Maar de nieuwe variëteit is wel windgevoelig, ze moet met een stok ondersteund worden. En die stok kan gestolen worden. In Rwanda liggen de velden ver van de huizen en kunnen dus niet bewaakt worden. Resultaat: de boeren blijven hun vertrouwde banaanvariëteit gebruiken.

 

Zelf experimenteren

Farmer Fields Schools (FFS) doen het anders. In een ontspannen sfeer leren boeren er van elkaar, ze observeren aandachtig en doen zelf experimenten. Zo kunnen ze variëteiten uittesten, een andere manier van bodembewerking uitproberen of in een ‘insectenzoo’ nagaan wie wie opeet. Deelnemers krijgen dus niet te horen wat ze moeten doen, maar kunnen zelf beslissingen nemen en uitzoeken welke oplossing hen het beste lijkt. ‘Het veld is de school en de planten zijn de leraren’.

Deelnemers krijgen niet te horen wat ze moeten doen, maar kunnen zelf beslissingen nemen en uitzoeken welke oplossing hen het beste lijkt. ‘Het veld is de school en de planten zijn de leraren’.

De sleutel tot het succes van de FFS ligt voor een groot deel bij de ‘facilitatoren’: een aantal uitgekozen boeren worden gevormd tot bekwame en gemotiveerde coaches die op hun beurt andere boeren opleiden. Dat laat toe veel landbouwers te bereiken.

 

Integrated pest management

De FFS zagen het licht in 1989 bij rijstboeren in Indonesië. De groene revolutie van de jaren 1960 had de productiviteit van de rijst enorm verhoogd. En dat dankzij hoge-opbrengstvariëteiten, kunstmest, irrigatie en pesticiden. Alleen doodden die pesticiden ook de natuurlijke vijanden waardoor een nieuwe pest de kop opstak: de bruine planthopper. Blijkbaar moest de landbouw ook rekening houden met het ecologisch netwerk.

Daarop zocht de FAO samen met de boeren uit hoe ze de pest konden aanpakken. Ze baseerde zich daarbij ook op lokale kennis. En zo ontstond het concept van ‘samen leren op het veld’ of ‘veldscholen’. Overigens groeide daaruit ook de aanpak van de ‘integrated pest management’: pesten onder controle houden met zo weinig mogelijk pesticiden door rekening te houden met de natuur (natuurlijke vijanden, bodem etc.).

Dankzij de FFS verhoogde de productie van de boeren aanzienlijk, maar de impact gaat veel verder.

20 miljoen landbouwers

Sindsdien werden de FFS ook elders in Azië toegepast, naast Afrika, Latijns-Amerika en Europa. De onderwerpen zijn heel divers, maar steeds vertrekken de veldscholen vanuit een concrete nood van de boeren. Zo bestaan er FFS over viskweek, de productie van zeewieren, veeteelt, zuinig waterbeheer, bijenteelt, bosbouw, ondernemerschap en het zoeken naar oplossingen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. Sinds 1989 hebben al zo’n 20 miljoen landbouwers aan een veldschool deelgenomen.

Dankzij de FFS verhoogde de productie van de boeren aanzienlijk, maar de impact gaat veel verder. Zo zorgen ze voor meer samenwerking binnen de gemeenschap. Conflicten komen minder voor of worden snel opgelost. En doordat ook vrouwen deelnemen, op gelijke voet met mannen, winnen ze veel zelfvertrouwen.

De FFS kunnen ook financiële vaardigheden bijbrengen. In sommige groepen worden spaarprogramma’s opgezet en bekomende de leden een ziekteverzekering. En omdat men vanuit de natuurlijke omgeving vertrekt, worden er minder pesticiden gebruikt en vaart de natuur er wel bij. Zelfs als een veldschool officieel afgelopen is, blijven veel boeren elkaar ontmoeten.

Het Belgisch Ontwikkelingsagentschap (Enabel) heeft in Rwanda 200.000 boeren bereikt met de veldscholen.

Vrouwelijke landbouwers zingen en dansen tussen de bananenplanten in Rwanda.
© Enabel/Dieter Tielemans

Decennium van Familiale Landbouw

Ook de Belgische Ontwikkelingssamenwerking past het concept toe. Zo heeft het Belgisch Ontwikkelingsagentschap (Enabel) in Rwanda 200.000 boeren bereikt via veldscholen. Het project werd in 2016 zelfs genomineerd voor de internationale OESO-wedstrijd ‘Taking development innovation to scale’ omwille van zijn vernieuwende aanpak.

De FAO wil dus zeker met de FFS verder gaan. Ze blijken een uiterst geschikte formule om de uitdagingen aan te gaan waarmee kleine boeren nog zullen geconfronteerd worden, niet in het minst het verstoorde klimaat. Al bij al staan die kleine boeren nog steeds in voor 80% van de wereldwijde voedselproductie. Vandaar dat de VN de periode 2019-2028 uitriep tot Decennium van de Familiale Landbouw.

 

Lees de FAO-brochure Farmers taking the lead – Thirty years of farmer field schools

Bekijk het filmpje over het Decennium van de Familiale Landbouw:

Landbouw Voedselzekerheid FAO
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /15 Voedsel is een moreel recht