40 jaar partnerschap tussen België en het CIP

Joël Ngwaba Benjamin
14 juni 2018
Sinds de jaren 70 werkt de Belgische Ontwikkelingssamenwerking samen met het Internationaal Centrum van de Aardappel (CIP). Doel: onderzoek en opleidingen ondersteunen om de productie van de aardappel, de zoete aardappel en andere wortel- en knolgewassen te verbeteren voor ontwikkelingslanden.
 

Het CIP - in 1971 opgericht in Peru - doet onderzoek naar de vele mogelijkheden die de aardappel en aardappelderivaten als voedselbron bieden. De samenwerking tussen België en het CIP was van bij het begin gericht op de bestrijding van armoede en op een grotere voedselzekerheid in de ontwikkelingslanden. Het CIP heeft al een aantal keer de Koning Boudewijnprijs ontvangen. België draagt 2,5 miljoen euro per jaar bij (voorlopig tot in 2020) aan het totale budget van de  Adviesgroep inzake Internationaal Landbouwonderzoek (CGIAR) waartoe meerdere onderzoekscentra behoren, waaronder het CIP. De samenwerking met het CIP is voornamelijk toegespitst op Centraal-Afrika, een prioritaire regio van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Zo liep van 2008 tot 2014 een belangrijk onderzoeksproject voor de bevordering van de teelt, het gebruik en de consumptie van yam (een groot knolgewas met een hoog gehalte aan zetmeel) in Midden- en Oost-Afrika.

De universiteiten van Louvain-la-Neuve, Gent, Gembloux en Leuven hebben zowel bij het CIP als in België bijgedragen tot het onderzoek naar de aardappel, de zoete aardappel en andere knol- en wortelgewassen. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking heeft steun verleend aan het onderzoek naar de genetische biodiversiteit van de Andijnse knolgewassen. In samenwerking met KULeuven en de universiteit van Gembloux financierde ze studiebeurzen voor studenten uit België en de Andeslanden. De projecten streven naar de genetische verbetering en de duurzame intensivering van de teeltsystemen van de aardappel en de zoete aardappel.

De samenwerking tussen België en het CIP was van bij het begin gericht op de bestrijding van armoede en op een grotere voedselzekerheid in de ontwikkelingslanden.

Belgische onderzoekers bij het CIP

 De Belgische wetenschappers André Devaux, Marc Ghislain, Pieter Wauters voeren tal van onderzoeksprojecten uit naar de optimalisering van de productie, zorg na de oogst, het verband tussen de aardappelproductie en voeding en de toegang van de kleine aardappelproducenten tot de markt.

  • André Devaux, regionaal directeur Latijns-Amerika bij het CIP en reeds vele jaren aan het centrum verbonden, heeft al 50 artikels boeken en verslagen over deze sector gepubliceerd. Hij volgt de activiteiten van het CIP in deze regio op en levert een bijdrage aan de activiteiten in het kader van het mondiale onderzoeksprogramma van het CGIAR “Politicies, Institutions and Markets (PIM)”. Doel: samen met de andere CGIAR-centra in de regio en in een ruimere context werk maken van de inclusieve ontwikkeling van de waardeketens. Zonet verscheen een nieuw boek van zijn hand met het relaas van de CGIAR-centra over het thema “Innovation for Inclusive Value Chain Development : successes and challenges”.

André Devaux, regionaal directeur Latijns-Amerika bij het CIP en reeds vele jaren aan het centrum verbonden, heeft al 50 artikels boeken en verslagen over deze sector gepubliceerd. Hij volgt al jarenlang de activiteiten van het CIP in deze regio.

André Devaux (midden) geeft les aan Peruaanse boeren.
© CIP
  • Marc Ghislain werkt in het kader van de wetenschappelijke samenwerking tussen het CIP en de Universiteit Gent rond biotechnologie die eind jaren 80 werd opgezet. Hij maakte via genetic engineering aardappelrassen volledig resistent tegen aardappelrot wat het gebruik van zeer giftige insecticiden overbodig maakt. Een ander recent onderzoeksproject gebruikt biotechnologie om het productieverlies bij zoete aardappelen in Midden- en Oost-Afrika te bestrijden dat veroorzaakt wordt door snuitkevers en virussen. Focus ligt op de capaciteitsopbouw in Afrika inzake bioveiligheid.
  • Pieter Wauters werkt sinds juli 2017 in Kampala  (Oeganda) in een functie die wordt ondersteund door het Centre for International Migration and Development (CIM). Hij werkt voor het mondiaal onderzoeksprogramma "Roots, Tubers and Bananas" dat de levensomstandigheden van de Afrikaanse aardappelproducenten wil verbeteren door de kwaliteit van de pootaardappelen te verhogen. Pieter Wauters voert onderzoek naar de waardeketen van de aardappel in Oeganda, Malawi en Kameroen. Jolien Swanckaert verricht onder meer onderzoek naar de verbetering van de zoete aardappel in Ghana.

Toch liggen nog tal van nieuwe samenwerkingsmogelijkheden open tussen de Belgische onderzoekers en het CIP, op de meest uiteenlopende gebieden zoals klimaatverandering, de verhoging van de voedingswaarde van de aardappel en het creëren van werkgelegenheid voor jonge landbouwers, vooral in Afrika.

7 reageerbuizen met aardappelvariëteiten.
© CIP

De samenwerking tussen België en het CIP heeft ook een gunstig effect op de Belgische aardappelsector, in die zin dat de aardappelproductie in België in minder dan 40 jaar meer dan verdrievoudigd is. Met meer dan 80.000 hectare grond voor een productie van om en bij 3,6 miljoen ton aardappelen staat België op de 20e plaats in de wereldranglijst van aardappelproducenten en op de 7e plaats binnen de Europese Unie. België is thans de grootste uitvoerder van diepvriesaardappelproducten. De Belgische aardappelsector was ook vertegenwoordigd op het Wereldcongres van de Aardappel dat in Cuzco, Peru, in mei 2018 plaatsvond. Daar stelden Belgische wetenschappers de resultaten van hun onderzoek voor.

Dossier aardappelen

Miskende superaardappel

 

België financierde in de jaren 80 programma’s om het onderzoek over de aardappel in Oost-Afrika (Rwanda, Burundi, Congo) te ondersteunen. Dankzij de steun verbeterde de aardappelproductie en –consumptie en daardoor ook de voeding in deze landen. Een aardappelras dat uit genetisch plantmateriaal uit België werd geselecteerd, de Gasore, deed het goed in Rwanda. Later dit ras in België geherintroduceerd. In de jaren 90 werd het in de agro-industrie gebruikt en vervolgens naar Frankrijk uitgevoerd. Nog steeds wordt dit aardappelras in België gebruikt voor genetische verbetering omdat het resistent is tegen ziektes zoals meeldauw en virussen. Daaraan dankt het in België zijn naam "miskende superaardappel".

Peru Aardappel Onderzoek
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /6 Aardappelen op het menu in Cusco