AfricaMuseum: 120 jaar en nog steeds jong!

Benoit Dupont
26 november 2018
[INTERVIEW] Op 9 december opent het gloednieuwe AfricaMuseum opnieuw de deuren. Het publiek zal er de schatten van Centraal-Afrika in een nieuwe en hertekende scenografie kunnen bewonderen. Maar wist u dat het AfricaMuseum niet louter een museum is? Glo.be had een gesprek met directeur-generaal Guido Gryseels, die een tipje van de sluier oplicht.

 

Het AfricaMuseum opent op 9 december opnieuw de deuren voor het publiek na een jarenlange grondige renovatie. Wat heeft het nieuwe museum te bieden?

De nieuwe permanente tentoonstelling werd herschikt. Ze is nu onderverdeeld in verschillende moderne thema’s: dagelijks leven, biodiversiteit, diaspora, talen, muziek, geschiedenis. Ook de scenografie is anders, maar de geklasseerde vitrinekasten werden in het geheel geïntegreerd.

Het museumgebouw is volledig gerenoveerd en de ruimte voor het publiek is verdubbeld tot 11.000 m2. Ook het park rond het museum is verfraaid. Het is er opnieuw heerlijk wandelen. De renovatie van dit opmerkelijke geheel is ronduit geslaagd en wekt de belangstelling van over de hele wereld.

De bezoeker komt veel te weten over Afrika en raakt onvermijdelijk in de ban van dit geweldige continent. Het AfricaMuseum is een boeiende ervaring voor groot en klein. De klassieke bezoeker komt drie keer in zijn leven naar het museum: een keer als kind met zijn ouders, een keer als ouder met zijn kinderen en een keer als grootouder met zijn kleinkinderen. Ook Afrikaanse gezinnen zullen met bijzondere belangstelling komen kijken naar wat het museum te bieden heeft.

Buitenaanzicht van het AfricaMuseum
© AfricaMuseum

Wereldburgerschap van kinderen en jongeren is vandaag een belangrijk aandachtspunt. Hoe wil u dit helpen bevorderen?

Het AfricaMuseum organiseert thematische workshops voor jongeren tussen 4 en 17 jaar: het koloniale verleden, landbouw, biodiversiteit, muziek, het dagelijks leven. Elk jaar nemen 30.000 à 40.000 jongeren aan deze workshops deel.

Ze leren waar de kolonisatie en dekolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi voor stonden, ze ontdekken het leven van kinderen in Centraal-Afrika en leren de kaart tekenen van de natuurlijke hulpbronnen. Ze kunnen ook zelf ontdekken hoe een kleine Afrikaanse duimpiano of een harp met gebogen hals klinkt.  

Verder hebben wij een gezamenlijk programma uitgewerkt met de Afrikaanse diaspora, dus de mensen van Afrikaanse origine in België: conferenties, workshops, enz. We dragen ook een steentje bij aan de ontwikkeling van pedagogische activiteiten in enkele Afrikaanse musea.

De klassieke bezoeker komt drie keer in zijn leven naar het museum: een keer als kind met zijn ouders, een keer als ouder met zijn kinderen en een keer als grootouder met zijn kleinkinderen.

Guido Gryseels

Het museum voor Midden-Afrika bestaat sinds de 19e eeuw. Welke rol vervulde het tijdens het koloniale tijdperk?

Het museum werd in 1898 opgericht en bestaat dus al 120 jaar! Het werd gebouwd onder Leopold II en vervulde toen een tweeledige rol. Het moest in de eerste plaats een positieve uitstraling geven aan de koloniale activiteiten van België in Congo, Rwanda en Burundi. Het was als het ware een medium voor propaganda om de steun van de Belgische bevolking  voor het kolonialisme te winnen.

Op de tweede plaats deed de instelling aan wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de koloniale activiteiten: er was een departement geologie, een afdeling voor Bantoetalen (taalkennis en vertalingen), een onderzoekscentrum voor de etnografische collecties, enz. Een betere kennis van de koloniale context was onontbeerlijk om het werk in de kolonie te vergemakkelijken. Het museum en het onderzoekscentrum ondersteunden dus het leven en werk in de kolonie.

 

Volgens sommigen heeft ontwikkelingssamenwerking nog een neokoloniaal trekje. Er wordt vaak nog gedacht in termen van “degene die geeft en weet” en degene “die ontvangt en leert”. Welk standpunt neemt het AfricaMuseum ter zake in en hoe wil het hier verandering in brengen ?                                                     

De renovatie had onder andere tot doel op een andere manier naar Afrika te kijken. De permanente tentoonstelling was sinds de jaren 50 niet meer gewijzigd. Ze weerspiegelde nog altijd een Belgische kijk op Congo van voor de onafhankelijkheid. Onze instelling was het laatste koloniale museum ter wereld. Het was hoog tijd hier verandering in te brengen.

De nieuwe permanente collectie toont het huidige Afrika en niet langer het gekolonialiseerde Afrika. De renovatie was een goede gelegenheid om een nieuw verhaal te ontwikkelen over het koloniale verleden dat een moeilijke periode in de geschiedenis vormt. We nemen afstand van het kolonialisme als bestuursvorm en nemen de verantwoordelijkheid op voor de rol die het museum bij de verspreiding van koloniale ideeën heeft gespeeld.

We zijn het eerste museum ter wereld dat een dergelijke constructieve aanpak hanteert. Het koloniale verleden blijft onderdeel van de geschiedschrijving en wordt met een kritische blik voorgesteld. We overleggen dikwijls met de Afrikaanse deskundigen en de Afrikaanse diaspora. Zo hebben we in 2010 een tentoonstelling gehouden over de onafhankelijkheid van Congo gezien door de ogen van de Congolezen.

Wie is Guido Gryseels? 

 

Guido Gryseels

 

 

Als doctor in de landbouwwetenschappen deed hij in Ethiopië 8 jaar lang onderzoek naar de lokale productiesystemen, trekdieren in de landbouw en de melkveehouderij. Bij de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) was hij vervolgens 15 jaar verantwoordelijk voor het internationaal landbouwonderzoek .

In 2001 werd Guido Gryseels aangesteld als directeur-generaal van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA). De toenmalige minister waaronder het KMMA ressorteerde, gaf hem de opdracht de instelling te hervormen. Met het nieuwe AfricaMuseum is deze opdracht voltooid!

Het AfricaMuseum is meer dan een museum. Het profileert zich als wereldwijd referentiecentrum voor het onderzoek over Centraal-Afrika. Hiervoor ontvangt het middelen uit het budget van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Hoe groot is deze bijdrage en waarvoor worden de middelen gebruikt?

Het AfricaMuseum doet aan onderzoek en voert ook samenwerkingsactiviteiten uit. De enveloppe die de Belgische Ontwikkelingssamenwerking ter beschikking stelt, bedraagt 3 miljoen euro. Deze middelen worden hoofdzakelijk gebruikt om de partnerinstellingen in Afrika te ondersteunen, de opleiding van Afrikaanse wetenschappers te financieren en activiteiten op te zetten voor de sensibilisering van de burgers hier in België.

Het aandeel van het museum in het budget en het personeelsbestand bedraagt slechts een kwart. Het AfricaMuseum is eerst en vooral een wetenschappelijke instelling die in 20 Afrikaanse landen actief is. 80 onderzoekers verrichten werkzaamheden op het gebied van geologie, biologie, antropologie en geschiedenis.

Ze onderzoeken hedendaagse en vroegere samenlevingen, de biodiversiteit en de structuur en de evolutie van de aardkorst in Afrika. Daarenboven leidt het AfricaMuseum 130 Afrikaanse wetenschappers op die in België stage lopen rond archiefbeheer, taxonomie van vissen, opmaak van geologische kaarten of het beheer van wetenschappelijke collecties.

Wij bieden opleidingen aan in België, maar ook in het Zuiden. In Rwanda, bijvoorbeeld, leveren wij een bijdrage aan de masteropleiding geologie. Onze stagiairs krijgen ook de kans via onze instelling een netwerk uit te bouwen. Ze ontmoeten met name Afrikanen die niet uit hun regio afkomstig zijn: zo ontstaat een Zuid-Zuid-relatie die nuttig is voor hun toekomstige loopbaan.

Ten slotte verrichten 30 Afrikaanse wetenschappers, die aan een Belgische universiteit doctoreren, onderzoek in het museum.

 

Sinds wanneer levert uw instelling officieel een bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking?

Strikt genomen sinds 1998, toen Reginald Moreels staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking was, met de ondertekening van een kaderovereenkomst voor een partnerschap van één miljoen euro. Vandaag bedraagt de enveloppe 3 miljoen euro. Vóór 1998 was er een ad-hocsamenwerking, bijvoorbeeld voor de opleiding van geologen.

Vandaag zijn we een echte partner van de ontwikkelingssamenwerking, met een strategisch kader en synergieën met andere ontwikkelingspartners (ngo’s, wetenschappelijke instellingen, …). De directie-generaal ontwikkelingssamenwerking heeft net ons strategisch plan goedgekeurd dat de bakens uitzet voor onze samenwerkingsprojecten in de komende vijf jaar.  

Het Metropolitan Museum in New York organiseerde in 2017 een tentoonstelling over Afrikaanse kunst: 50% van de stukken waren afkomstig van het museum in Tervuren. In Parijs liep in het Quai Branly een tentoonstelling over kunst en christendom in Afrika: 75% van de stukken kwamen uit onze collectie. Er is niet één tentoonstelling over Centraal-Afrika waar ook ter wereld, waar we niet bij betrokken zijn.

Guido Gryseels

Welke wetenschappelijke collecties bezit het AfricaMuseum?

We zijn de meest gezaghebbende bron voor informatie over Centraal-Afrika in de wereld. Onze omvangrijke collecties zijn bestaan uit 10 miljoen diersoorten, 130.000 etnografische voorwerpen, 4 kilometer historisch archief. We zijn elk jaar betrokken bij 25 tot 30 tentoonstellingen in de wereld, voornamelijk via bruikleen.

Het Metropolitan Museum in New York organiseerde in 2017 een tentoonstelling over Afrikaanse kunst: 50% van de stukken waren afkomstig van het museum in Tervuren. In Parijs liep in het Quai Branly een tentoonstelling over kunst en christendom in Afrika: 75% van de stukken kwamen uit onze collectie. Er is niet één tentoonstelling over Centraal-Afrika waar ook ter wereld, waar we niet bij betrokken zijn.

 

Hebben jullie ook onderzoeksthema’s en collecties die geen verband houden met Afrikaanse landen?

Het grootste deel van de collecties is afkomstig uit Centraal-Afrika, maar we hebben er ook uit Oceanië (etnografische voorwerpen), Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Het is zo dat er in het verleden ofwel een uitwisseling van collecties heeft plaatsgevonden of dat onderzoekers hun eigen collecties hebben meegebracht, bijvoorbeeld uit Brazilië, om ze in optimale omstandigheden te kunnen bewaren. Deze collecties zijn beschikbaar voor bruikleen aan andere musea of voor tentoonstellingen.

Eléphant dans le musée
Olifant in het museum

 

 

Onze omvangrijke collecties bestaan uit 10 miljoen diersoorten, 130.000 etnografische voorwerpen, 4 kilometer historisch archief. We zijn elk jaar betrokken bij 25 tot 30 tentoonstellingen in de wereld, voornamelijk via bruikleen.

 

Is er ook een samenwerking met Afrikaanse musea en onderzoeksinstellingen? Via gezamenlijke tentoonstellingen of de uitwisseling van collecties? Ondersteunen jullie ook de oprichting en de uitbouw van musea in Afrika?  

We werken in 20 landen samen met 200 wetenschappelijke instellingen en universiteiten in het kader van gezamenlijk onderzoek. De biologen doen vooral onderzoek in Tanzania, Guinee en Kenia; de linguïsten spitsen zich toe op Mozambique; de antropologen werken vooral in Congo, de gelogen in Rwanda en Congo.

Onze expertise staat hoog aangeschreven vanwege de kwaliteit van het onderzoek, de publicaties en de opleidingen. Een voorbeeld: de early warning systems (systemen voor vroegtijdige waarschuwing) voor natuurrampen (vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, aardverschuivingen).

We hebben overeenkomsten gesloten met verschillende musea, onder andere met het museum van zwarte beschavingen in Senegal dat stukken in bruikleen krijgt. Er zijn samenwerkingen op het gebied van opleidingen en capaciteitsopbouw met musea in Lubumbashi, Kinshasa en Rwanda. Zuid-Korea financiert de bouw van een nieuw nationaal museum in Kinshasa. België kan daar een steentje toe bijdragen door stukken op lange termijn in bruikleen te geven, bijvoorbeeld.

 

Hoe staat het met de teruggave van stukken aan Afrika?

De Afrikaanse landen zijn inderdaad vragende partij om  makkelijker toegang tot onze collecties te krijgen. En we zijn hiervoor zeker gewonnen! Dat Afrikaans cultureel erfgoed moet meer in Afrika zelf beschikbaar zijn. België neemt actief deel aan dat debat.

Mogelijke oplossingen zijn niet enkel de formele restitutie, maar ook bruikleen op lange termijn, reizende tentoonstellingen, co-decision making (medebeslissingen) over collecties, de digitalisering van het cultureel erfgoed (foto’s, films, archieven, …).

België is de eerste oude koloniale macht die ermee heeft ingestemd alle in België aanwezige Rwanda-archieven te digitaliseren en online te zetten. Deze beslissing die door onze regering werd genomen, zal de toegang tot deze schat aan informatie vergemakkelijken.

In het streven naar meer openheid en transparantie maken we digitale inventarissen van onze collecties. Zo kunnen alle belangstellende partijen precies de inhoud van de collecties en de herkomst van de stukken kennen, die na een bruikleen of als gevolg van wetenschappelijke of militaire expedities hier terecht zijn gekomen.

Afrika Wereldburgerschap
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 2 /13 Zullen de koraalriffen verdwijnen?