Bananenmetropool Leuven

Stefanie Buyst
14 september 2017
De banaan is de populairste vrucht ter wereld. Ze wordt gekweekt in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar België (u leest het goed) herbergt de grootse collectie bananen ter wereld: in het Laboratorium voor Tropische Plantenteelt van de KU Leuven. Op 23 januari 2017 vierde ons land de 30ste verjaardag van de bananengenenbank. Die helpt onderzoekers en boeren wereldwijd om meer inzicht te krijgen in de bananenteelt. Glo.be ontmoette professor Rony Swennen, hoofd van het labo.

Een waaier aan variëteiten

De banaan zoals wij ze vandaag in de winkel kopen, kent een geschiedenis van maar liefst 8.000 jaar. Zolang heeft de mens er namelijk over gedaan om tot een natuurlijke selectie te komen die voldoet aan de eisen van de consument. Oorspronkelijk bestond de wilde banaan uit een vrucht van slechts enkele centimeters groot, boordevol zaden met amper vruchtvlees.

Eigenlijk wordt er slechts één soort banaan uitgevoerd: de Cavendish. Een jammere zaak vindt Swennen, want er bestaan zoveel verschillende variëteiten die veel lekkerder zijn. Hoe komt dat? De westerse consument is nogal kieskeurig: bananen moeten namelijk een mooie gele kleur hebben, zoet van smaak zijn, voldoen aan een bepaalde grootte, … Er bestaan bananen in alle soorten kleuren en formaten. Die worden geteeld in de tropen door kleine boeren. Ze staan in voor hun eigen voorziening en verkopen de rest op lokale markten.

Voor meer dan 500 miljoen mensen vormt de banaan een levensnoodzakelijke voedingsbron. Het is het vierde belangrijkste gewas ter wereld, na rijst, tarwe en maïs.

© IRD

Het groene goud van het Zuiden

Voor meer dan 500 miljoen mensen vormt de banaan een levensnoodzakelijke voedingsbron. Het is het vierde belangrijkste gewas ter wereld, na rijst, tarwe en maïs.Vooral in Afrika is de bevolking erg afhankelijk van de vrucht. Niet alleen als voedsel, maar ook als bron van inkomsten.

Naast de zoete dessertbanaan die wij kennen, bestaan er ook nog kook-, bak- en bierbananen. In de tropen gaat geen enkel onderdeel van de bananenplant verloren: de bloemen en de stam dienen als groenten, de grote bladeren als dakbedekking en met de vezels uit de stam maakt men kledij. Zo verwerken vrouwen in Oost-Afrika kookbananen tot bloem die dan dient als babyvoeding. In Oeganda pureren ze het vruchtvlees met de bladeren; vergezeld van een stukje vlees met bonen vormt deze schotel een typisch nationaal gerecht: Matoke.

Bananen doen de economie draaien

Jaarlijks worden er meer dan 145 miljoen ton bananen geteeld. Daarvan wordt slechts 15% geëxporteerd. Dat betekent dat maar liefst 85% van alle geproduceerde bananen ter wereld bestemd zijn voor lokaal gebruik. India is ’s werelds grootste bananenproducent, Ecuador voert de meeste bananen uit en de Verenigde Staten zijn de grootste consument. In Europa staat België op kop: we eten jaarlijks zo’n 8 kg bananen. Ons land is bovendien de tweede grootste importeur en exporteur van bananen in de wereld.

© N. Capozio, Bioversity

De genenbank, een transitcentrum

De bananengenenbank in Leuven bewaart 1536 bananenvariëteiten. Ze verzamelt digitale informatie over elke soort en stelt die beschikbaar op het internet met de bedoeling de diversiteit te bevorderen en het gebruik ervan te stimuleren zodat de verschillende soorten niet verloren gaan voor toekomstige generaties. De banaan wordt immers steeds meer bedreigd door ziektes en ontbossing. In Leuven maken ze het materiaal dat binnengebracht wordt ‘gezond’. Inmiddels is 70% van de collectie ziektevrij. Ook voert het lab onderzoek naar droogteresistentie.

De banaan plant zich niet voort met zaden. Daarom bewaart men stekjes van de verschillende soorten in proefbuisjes met een voedingsbodem. Die staan in kweekkamers onder een constante temperatuur van 15°C met een weinig licht. Via hun wortels nemen ze de nodige mineralen, vitamines, eiwitten en suikers op. Jaarlijks worden de stekjes hernieuwd.

Professor Swennen licht de dagelijkse werking toe: ‘Via onze website krijgen we constant vraag naar nieuwe variëteiten. We versturen gratis 5 stalen per soort. In ons 30-jarig bestaan hebben we materiaal verstuurd naar meer dan 109 landen. Onze klanten bestaan uit ngo’s, universiteiten, onderzoeksinstellingen, maar natuurlijk ook uit boeren zelf. Hoe versturen we? Ofwel in plastic zakjes ofwel in kleine plastic potjes met een schroefdop. We moedigen partners aan om laboratoria uit de grond stampen en een lokale handel voor plantgoed op te zetten. Dat zijn meestal privébedrijven die materiaal blijven vermenigvuldigen en het tegen een goedkope prijs beschikbaar stellen voor de lokale boeren. Weg dus van het klassieke verhaal van subsidies.’

Wereldwijd zijn er ongeveer 2000 variëteiten beschikbaar. Bedoeling is om die in Leuven ook allemaal binnen te brengen en de genetische kaarten van de verschillende soorten te verfijnen. Elk stekje draagt een barcode. Eens die gescand wordt, komt allerlei informatie tevoorschijn over de identiteit en de kenmerken. Bovendien werd de volledige collectie ook ingevroren (met vloeibare stikstof bij een temperatuur van -196°C) om de diversiteit voor eeuwig te bewaren. Na ontdooiing blijven de plantjes levensvatbaar en kunnen ze verder groeien.

Via onze website krijgen we constant vraag naar nieuwe variëteiten. We versturen gratis 5 stalen per soort. In ons 30-jarig bestaan hebben we materiaal verstuurd naar meer dan 109 landen.

Rony Swennen

Collectie van de mensheid

België voert al sinds 1910 onderzoek naar bananen. Door de historische band van ons land met Centraal-Afrika, de expertise van de KU Leuven met in vitro cultuur en de stabiliteit van ons land, is het niet onlogisch dat de collectie werd ondergebracht bij de KU Leuven. Intussen valt de collectie onder Bioversity International, een onderzoeksinstituut dat focust op het behoud van de diversiteit van landbouwgewassen. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking steunt het bananenonderzoek al meer dan 40 jaar.

De genenbank staat onder toezicht van de Voedsel-en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Deze gaat er namelijk van uit dat de collectie behoort aan de mensheid. En meer bepaald aan de boeren die het materiaal oorspronkelijk aanleverden. Afnemers mogen de stekjes van de genenbank dus niet patenteren. Mocht het materiaal ooit gecommercialiseerd worden, dan moet een deel van de winst via de VN terug naar de boeren gaan.

Wij kunnen kennis binnenbrengen, maar we moeten ook vertrouwen op de traditionele kennis van de boeren. Alleen zo kom je tot een win-win situatie.

Rony Swennen

Kwekers centraal

Swennen vindt het belangrijk om zich volledig onder te dompelen in de cultuur van de lokale bevolking. ‘Je mag dan wel tot een variëteit komen die perfect lijkt, je moet ook nagaan hoe de boeren reageren op de planten. Te grote bladeren zorgen bijvoorbeeld voor teveel schaduw op andere planten. Kleine trossen krijgen soms de voorkeur omdat die 5 keer per jaar voorkomen en grote trossen slechts 1 keer per jaar. Voldoende keuze aanbieden is dus belangrijk.’

Zo was er na de genocide in Rwanda een enorme toestroom van vluchtelingen uit Rwanda en Burundi naar Tanzania. Om extreme hongersnood tegen te gaan, werden er 70.000 planten vanuit Leuven (24 variëteiten) overgebracht naar Tanzania. Die werden geplant in het veld en door de boeren beoordeeld. Zij selecteerden uiteindelijk 14 van de 24 soorten en produceerden 6 miljoen planten. Dat was een enorm succes: een half miljoen mensen zagen hun levensomstandigheden verbeteren en de boeren verdrievoudigden hun inkomen! ‘Zo werd niet alleen hongersnood voorkomen, maar ontstond er een heuse handel van zowel trossen als plantgoed binnen het land zelf. Wij kunnen kennis binnenbrengen, maar we moeten ook vertrouwen op de traditionele kennis van de boeren. Alleen zo kom je tot een win-win situatie’, besluit Swennen.

© N. Capozio, Bioversity
Banaan
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 5 /21 België present op chocoladesalon in Peru