Belg leidt Internationale Cacao-Organisatie

Joël Tabury
24 januari 2019
Fin septembre 2018, Michel Arrion a été nommé Directeur exécutif de l’ICCO. L’éthique et la durabilité sont au centre des priorités du florissant secteur du cacao.  Michel Arrion a fait part à Glo.be de sa vision pour y travailler.

Wat zijn de taken van de ICCO, waarvan u sinds kort de leiding heeft?

Toen de organisatie in 1973 werd opgericht onder de auspiciën van de UNCTAD (Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling), was het de bedoeling om de belangrijkste cacaoproducerende en cacaoconsumerende landen samen te brengen en de markten, prijzen en voorraden te reguleren. Maar al snel stapte de organisatie van die rol af. Ze beperkte zich tot het bieden van een forum voor intergouvernementele dialoog en vooral voor het verzamelen van statistisch materiaal.

Vandaag streef ik ernaar de organisatie een nieuwe impuls te geven, met name door een overlegforum op te richten dat de privésector en de civiele samenleving bijeenbrengt. Het belang van de ICCO zal de komende jaren ongetwijfeld toenemen. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de inspanningen die moeten worden geleverd om de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te bereiken. Ons doel is uiteindelijk om (1) zo duurzaam mogelijk cacao te produceren en te consumeren en (2) armoede te bestrijden door te zorgen voor een eerlijkere verdeling van de toegevoegde waarde onder alle belanghebbenden in de sector.

Het is ook belangrijk dat alle producerende regio’s worden gehoord. In de discussies hebben de Afrikaanse landen de grootste inbreng, maar de landen in Azië en Latijns-Amerika mogen niet achterblijven. De cacaoproductie in die landen biedt heel wat troeven voor de toekomst van de sector.

 

Kan u kort uitleggen hoe het momenteel gesteld is met de cacaomarkt? Welke toekomstperspectieven zijn er?

In Latijns-Amerika neemt de cacaoproductie flink toe. De bonen zijn er van uitstekende kwaliteit en ze vallen vooral bij de grote Belgische chocoladefabrikanten in de smaak omwille van hun aroma. In Azië neemt de productie weliswaar af, maar toch nemen de verwerkte hoeveelheden toe. De Aziaten voeren immers bonen in voor verwerking. Maar als je bedenkt welk gigantisch potentieel de Chinese markt biedt, dan zijn de vooruitzichten uitstekend vanaf de dag dat de bevolking er zelf ook chocolade zal eten.

Tegelijk moeten we de milieuschade voorkomen die ongecontroleerde expansie kan veroorzaken. In Ivoorkust en Ghana bijvoorbeeld zijn meer dan 90 procent van de bossen in enkele decennia verdwenen. De uitbreiding van de cacaosector heeft daar uiteraard zijn aandeel in.

De overgrote meerderheid van de chocolade die wereldwijd wordt geconsumeerd, is van oorsprong Afrikaans. Nochtans zijn de vooruitzichten niet echt optimistisch. Zowel de cacaobomen als de cacaoboeren worden ouder en ook de gevolgen van de klimaatverandering laten zich voelen. Maar dat is niet onoverkomelijk. De cacaoplantages kunnen binnen de Afrikaanse landen naar elders worden verplaatst. Ik denk dan ook niet dat dat een bedreiging vormt voor deze teelt, die voor de betrokken landen een van de belangrijkste inkomstenbronnen vormt. De echte uitdagingen voor de Afrikaanse producenten zijn eerder de ethische aspecten.

 

Portrait de Michel Arrion

 

Michel Arrion, afkomstig uit Verviers en jurist van opleiding, werkte dertig jaar lang bij de Europese Commissie, waar hij aan het hoofd stond van verschillende ontwikkelingsmissies, vooral in Afrika. Nu is hij de nieuwe uitvoerend directeur van de ICCO (International Cocoa Organization), die sinds 2017 haar zetel heeft in Abidjan (Ivoorkust).

Kan de ICCO iets doen aan de problematiek van kinderarbeid op de cacaoplantages?

De cacaosector wordt duidelijk met de vinger gewezen. In het Europees parlement wordt nu overwogen wetgeving aan te nemen om de invoer van cacao te verbieden uit landen waar kinderarbeid plaatsvindt. Een dergelijke boycot zou een ramp zijn voor de volkeren die van cacao-inkomsten leven.

Persoonlijk vind ik het een beetje onrechtvaardig dat er zo hard wordt gefocust op de chocoladesector. In West-Afrika is kinderarbeid helaas een veel breder probleem dat ook bij andere teelten voorkomt, zoals die van palmolie of katoen, en zelfs in de hele economie. Toch moeten we erkennen dat er op sommige cacaoplantages sprake is van echte kinderhandel. Handelaars stellen kinderen, vooral uit Mali en Burkina Faso, ter beschikking van de boeren. Dat is zeer ernstig.

Binnen de ICCO is iedereen zich ervan bewust dat een einde moet worden gemaakt aan elke vorm van mensenhandel, en aan kinderhandel in het bijzonder. Landen die met deze problematiek te maken hebben, stellen op elk van onze vergaderingen hun actieplannen voor. De wil is er dus, maar om resultaat te boeken moeten de grote afnemers druk uitoefenen op de producenten. Bedenk dat de markt grotendeels in handen is van drie of vier grote bedrijven. Zij hebben de sleutel in handen. Als zij duidelijk maken dat ze geen cacao meer zullen kopen wanneer er sprake is van kinderuitbuiting, zal de situatie veel sneller veranderen dan wanneer de secretaris-generaal van de Verenigde Naties met zijn vuist op tafel slaat.

 

Tot slot is er nog de kwestie van de eerlijke beloning van kleine cacaoboeren.

Inderdaad. Als je bedenkt dat er soms vier tot vijf commerciële tussenpersonen aan te pas komen voor de cacaobonen die door de kleine boeren worden geoogst de haven bereiken vanwaar ze vervolgens worden uitgevoerd, benoem je al de kern van het probleem.

Cacao
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 8 /39 Eerlijk goud wint terrein