België, pionier in de gezondheidszorg

Esther Ingabire
01 december 2014
Al sinds het begin van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in de jaren 60 is gezondheidzorg een van de sleutelsectoren. Dankzij de ervaring, kennis en overlegmethodes van België kon men tal van vernieuwende projecten testen in verschillende landen.

Gezondheidszorg, belangrijke sector

Bij haar onafhankelijkheidsverklaring in 1960 beschikte de Democratische Republiek Congo reeds over een medische organisatie die hoofdzakelijk op twee pijlers berustte. Eerst en vooral beschikte Congo over een pyramidale structuur die varieerde van de landelijke polikliniek en het medisch-chirurgisch centrum van de territoriale entiteit tot het ziekenhuis van de provinciehoofdstad. De centrale administratie had ook mobiele medische teams ingevoerd om endemieën (trypanosomiasis, lepra, tuberculose, bilharziasis... ) op te sporen. Deze structurering is nadien geëvolueerd tot gezondheidszones, die vervolgens in 1978 door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in de Verklaring van Alma-Ata aanbevolen zouden worden. Voorts heeft het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) van Antwerpen zowel Belgisch als buitenlands medisch personeel in deze domeinen opgeleid, evenals in de domeinen Volksgezondheid en Biomedische Wetenschappen, tot op de dag van vandaag. Het Instituut geniet internationale faam, met name omdat het het ebolavirus ontdekt heeft en omwille van zijn bijdrage in de bestrijding van aids en de slaapziekte in Afrika. Als zodanig is het een van de wereldreferenties voor onderwijs en onderzoek inzake tropische geneeskunde en hiv/aids.

Dokter bezig met de administratie in bijzijn van verpleegster en patiënt.
© BTC/Dieter Telemans

Belgian Touch

Terwijl de internationale gemeenschap gezondheid niet als een prioriteit beschouwt, heeft België altijd gedacht dat de gezondheidssector cruciaal was voor ontwikkeling. Het bijzondere karakter van de Belgische benadering is het behoud van een sterke link tussen het centrale en het operationele niveau. Bij de invoering van een project tracht België, via de Belgisch Technische Coöperatie BTC, alle partners uit de sector te betrekken: de FOD Volksgezondheid, organisaties die in de sector actief zijn, ngo's, religieuze gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld. Deze dialoog beoogt aangepaste en duurzame oplossingen evenals een betere afstemming van vraag en aanbod, mede door de partners de eindverantwoordelijkheid toe te kennen.  Dat laat meteen een betere evaluatie toe van de diverse projecten en programma's die op het terrein ondersteund worden.

De prioriteiten van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking lopen parallel met de 6 bouwstenen van het gezondheidssysteem van de WHO, met name:

  • de systemische versterking van de gezondheidsdiensten (met inbegrip van de basisgezondheidszorg en de referentiezorg) voor overdraagbare ziektes (malaria, tuberculose, aids…), verwaarloosde ziektes (trypanosomiasis, schistosomiasis, lepra… ) en nietoverdraagbare ziektes zoals die welke met voeding, geestelijke gezondheid alsook met seksuele en reproductieve gezondheid verband houden.
  • voldoende en bekwaam gezondheidspersoneel.
  • de versterking van het gezondheidsinformatiesysteem.
  • betere bevoorrading.
  • een goed systeem voor de financiering van de gezondheid, dat ook voor de armste en kwetsbaarste bevolking  een universele financiële toegang tot essentiële verzorging vrijwaart.
  • de versterking van het leiderschap en het goed bestuur van de gezondheidssector.

Het bijzondere karakter van de Belgische benadering is he behoud van een sterke link tussen het centrale en het operationele niveau.

Financiering van gezondheidsdiensten

Een efficiënte financiering van het  gezondheidssysteem is essentieel om de ambitie “Een goede gezondheid voor iedereen” van het Bamako-initiatief te ondersteunen. De steun van de overheden is daarbij doorslaggevend want deze bepaalt het bedrag van de financiering en de bijdrage van de bevolking. Na de dekolonisering was het idee van een totale universele dekking van de gezondheidszorg zeer populair. Sommige landen die ermee geëxperimenteerd hadden (zoals Ghana, Thailand of India) ondervonden echter snel dat het problemen met zich mee brengt. Enerzijds komt de kwaliteit van de zorg in het gedrang en anderzijds ontlast het de gebruikers van hun verantwoordelijkheid.

Daarom deelde België zijn ervaring met een gezondheidszorgverzekering gebaseerd op ziekenfondsen met verscheidene landen. Beleidsmensen kregen er advies over het type diensten dat verleend moet worden en over de financiële bijdrage van de bevolking. Maar ook het experiment met de ziekenfondsen in ontwikkelingslanden werd met financiële moeilijkheden geconfronteerd doordat de toetreding op een individuele en vrijwillige basis gebeurde. Daardoor schreven hoofdzakelijk bejaarden en mensen met een zwakke gezondheid zich bij het ziekenfonds in. Dus overschreden de uitgaven per hoofd algauw het bedrag van het lidmaatschap.

België heeft, via BTC, ook geprobeerd vernieuwende  financieringssystemen in te voeren zoals in het aardnotenbekken in Senegal. Van 2006 tot 2010 werd er een microgezondheidsverzekering voor schoolgaande kinderen uitgetest. Deze laatsten waren collectief bij het plaatselijk ziekenfonds ingeschreven en hun financiële bijdrage was in het schoolgeld inbegrepen. Het experiment had  positieve effecten op de schoolresultaten en leidde tot minder schoolverzuim. De gezondheidscentra bevonden zich immers vaak nabij de schoolcentra,wat een vlotte verzorging toeliet. De verenigingen van de ouders van leerlingen en van de onderwijzers bleken een grote hulp bij de uitbouw van het systeem. De plaatselijke ziekenfondsen werden alvast financieel uit de nood geholpen, zodat ze beter met hun uitgaven konden omgaan.

Ook andere proefprojecten inzake solidariteit worden in de partnerlanden uitgetest. Zo experimenteert men in DR Congo met de invoering van een forfaitair betalingssysteem dat de betaling op gebruiksbasis vervangt. De mensen betalen een forfaitair bedrag dat met de werkelijke gemiddelde kostprijs van een ziekte-episode overeenstemt. Het systeem zorgt voor meer rechtvaardigheid: alle patiënten betalen dezelfde prijs, ongeacht de ernst van de ziekte of de kostprijs van het geneesmiddel, terwijl de kwetsbare bevolkingsgroepen (kinderen, behoeftigen, zwangere vrouwen… ) gesubsidieerd worden. De boekhouding is ook een stuk eenvoudiger. Voor elke ziekte-episode werd immers bepaald welke handelingen uitgevoerd en welke geneesmiddelen voorgeschreven moeten worden. Men kan dus veel  beter de kosten ramen dan bij een betaling op gebruiksbasis, die buitensporige voorschriften en overfacturatie aanmoedigt.

Twee Afrikaanse verpleegsters voor een gezondheidscentrum
© BTC/Dieter Telemans

Bestrijding van grote endemieën en pandemieën

De grote endemieën worden bestreden met de hulp van ervaren Belgische ngo's die op het terrein aanwezig zijn. Zo is leprabestrijding een prioriteit van de ngo Damiaanactie. In DR Congo kende de slaapziekte een heropleving na de opheffing van de gouvernementele samenwerking in 1990. Vanaf 2000 heeft BTC echter opnieuw de mobiele teams ondersteund wat het aantal gevallen met 80% deed afnemen. Sinds kort wordt de bestrijding van de slaapziekte toevertrouwd aan het ITG, die nieuwe therapeutische schema's ingevoerd heeft.

Een van de domeinen waarin België ook zeer actief is, zijn de seksuele en reproductieve rechten, en vooral de bestrijding van hiv/aids. In de landen waarin de prevalentie hoog is, ondermijnt ze immers de werking van de gezondheidszorgdiensten. Om haar doelstellingen te bereiken, werkt de Belgische Ontwikkelingssamenwerking samen met de kwetsbare bevolkingsgroepen. In Benin bijvoorbeeld wordt bijzondere aandacht besteed aan zwangere vrouwen. In Tanzania heeft men via een intensieve voorlichting over hiv/aids in de lagere scholen de leerlingen voor risicogedrag kunnen sensibiliseren waardoor het aantal zwangerschappen op jonge leeftijd daalde. In Burundi heeft het gezondheidspersoneel gezinsplanning gepromoot. Resultaat: dubbel zoveel mensen gebruiken moderne voorbehoedsmiddelen.

Sinds 1996 zijn de preventie en bestrijding van aids prioritair voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Al in 1985 voerde het ITG, in samenwerking met de Verenigde Staten, onderzoeks- en behandelingsprojecten in en integreerde het preventie in zijn gezondheidsprojecten in Rwanda, Burundi en Kenia. Overigens werd de bestrijding van hiv/aids altijd al in de gezondheidsprogramma's van de verschillende partnerlanden geïntegreerd.

Inzake seksuele en reproductieve rechten heeft België deelgenomen aan programma's ter bestrijding van seksueel geweld en ter bevordering van de seksuele rechten in verschillende partnerlanden. Deze programma's beoogden met name de integratie van de genderdimensie, de bevordering van gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes. In Peru heeft BTC, in samenwerking met de politie en het gerecht, een programma ingevoerd om slachtoffers van familiaal en seksueel geweld opnieuw in te schakelen in de maatschappij via arbeid of inkomensgenererende projecten.

De 'brain drain' in de ontwikkelingslanden belemmert aanzienlijk de ontwikkeling van de gezondheidsdiensten, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Opleiding, onderwijs en onderzoek

De 'brain drain' in de ontwikkelingslanden belemmert aanzienlijk de ontwikkeling van de gezondheidsdiensten, zowel kwantitatief als kwalitatief. Daarom ondersteunt België, via zijn partners (CIUF - Conseil Interuniversitaire de la Communauté française, VLIR- Vlaamse Interuniversitaire Raad, en ITG), de opleiding, de financiering en de verbetering van de arbeidsomstandigheden van het medisch en paramedisch personeel. In Niger draagt België bij tot de versterking van een ‘Centrum voor de vervolmaking van de bijscholing van de gezondheidsambtenaren’. Hierdoor kunnen de gezondheidsambtenaren hun ervaringen met ambtenaren uit andere sectoren uitwisselen, maar ook hun kennis bijwerken.

Inzake onderzoek is de Belgische Ontwikkelingssamenwerking steeds op zoek naar niches om het onderzoek naar “verwaarloosde ziektes” te bevorderen. De meeste tropische ziektes worden immers door de farmaceutische industrie verwaarloosd omdat ze niet rendabel zijn. Toch stond België dankzij het ITG vaak aan het voorfront zoals met de slaapziekte (ontwikkeling van minder schadelijke geneesmiddelen die de bestrijding eenvoudiger en efficiënter gemaakt hebben) en met ebola (waarbij de Belgische labo's de opsporingstools en het onderzoek naar het vaccin voor hun rekening genomen hebben).

Afrikaanse vrouw weegt een kind.
© Oxfam/Tineke D'haese

Nieuwe uitdagingen

De Belgische Onwikkelingssamenwerking staat voor tal van uitdagingen inzake gezondheid. Volgens de WHO zijn de twee toekomstige hoofdbekommernissen de controle op de kwaliteit van de geneesmiddelen (vooral de generische geneesmiddelen) en de voeding. Voeding is een belangrijke uitdaging want ze omvat niet alleen ongezonde voeding maar ook overvoeding, die de toename van obesitas en kankers veroorzaakt. De verwaarloosde ziektes nemen ook toe en zullen ongetwijfeld bijzondere aandacht van de internationale gemeenschap vergen als men een heropleving ervan wil vermijden, zoals het geval was met de slaapziekte in Congo. De laatste - maar niet de minste - uitdaging is de versterking van het maatschappelijk middenveld, vooral inzake zijn rol om de efficiëntie van de ziekteverzekeringssystemen op kritische wijze te controleren.

Be-cause health, allemaal samen voor de gezondheid!

Be-cause health is een Belgisch platform dat meer dan 40 organisaties en 250 individuen die bij de gezondheidssector in de ontwikkelingssamenwerking betrokken zijn, verenigt. Zo komen ngo’s, academische instellingen, BTC, de federale administratie DGD, ziekteverzekeringsinstellingen, diaspora, consultants en particulieren regelmatig samen sinds 2004. Ze delen hun ervaring inzake gezondheid en werkgroepen buigen zich over concrete technische gevallen zoals human resources, geneesmiddelen, hiv, reproductieve gezondheid, sociale bescherming, epidemieën (zoals ebola) etc.

Voordat Be-cause health opgericht werd, werkte iedereen apart. De kracht van dit platform schuilt in het feit dat het alle spelers van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking inzake gezondheid verenigt. De beleidsnota 'Recht op gezondheid en gezondheidszorg' werd met medewerking van het platform geschreven.

 

Who is WHO?

De VN-organisatie WHO – ‘Wereldgezondheidsorganisatie’ - is belast met de coördinatie van de internationale gezondheid. WHO-experten stellen gezondheidsrichtlijnen op en helpen landen om zelf in te staan voor hun openbare gezondheid. WHO ondersteunt en promoot ook onderzoek over gezondheid. Voor de individuele regeringen is WHO een platform om gezamenlijk mondiale gezondheidsproblemen aan te pakken en het welzijn van de mensen te verhogen.

 

Uitbraken

WHO is ook dé organisatie die de mondiale statistieken bijhoudt van ziektes en de alarmbel luidt wanneer nodig. Dat was onder meer het geval bij de niet-overdraagbare ziektes die een snelle opgang maken. Maar het kan ook gaan over specifieke uitbraken zoals SARS of ebola. Dan stuurt WHO gezondheidsteams uit en komt een strategic health operations centre in actie. Dat is een soort crisiscentrum die de respons op de uitbraak coördineert. WHO vaardigt ook regels uit die de individuele landen dienen te volgen om een ziekte-uitbraak te identificeren en in te dijken. Daarnaast staat WHO in voor massale vaccinatiecampagnes waarmee men kinderen probeert te beschermen tegen verminkende ziektes zoals polio.

 

Werking

WHO telt 193 lidstaten en 2 geassocieerde leden. Elk jaar komen ze in Genève bijeen voor een World Health Assembly. Deze vergadering zet het beleid uit, keurt het budget goed en stelt om de 5 jaar een nieuwe directeur-generaal aan. Ze wordt bijgestaan door een bestuursraad met 36 leden die door de vergadering aangeduid worden. Het budget – jaarlijks 2 miljard dollar voor 2014 en 2015 – is voor meer dan ¾ afkomstig van vrijwillige bijdragen van lidstaten. Bij WHO werken ruim 8000 mensen gaande van artsen, epidemiologen, wetenschappers, managers tot administratief personeel. Naast het hoofdkwartier in Genève heeft WHO 6 regionale kantoren en 147 landkantoren.

 

Ontstaan

Bij de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 was het meteen duidelijk dat er een organisatie moest bestaan rond gezondheid. Al op 7 april 1948 zag WHO het licht, dag die elk jaar gevierd wordt als Wereldgezondheidsdag. Succesverhalen waren onder meer de uitroeiing van de pokken in 1979 en de internationale conventie voor tabakscontrole in 2003. Een historische datum was 1978 toen in Alma Ata (Kazachstan) het doel van ‘Gezondheid voor Allen’ werd aangenomen.

 

België

Voor België is WHO een bevoorrechte partner omdat deze competente organisatie zeer goed aansluit bij de Belgische visie over gezondheidszorg. Zo deelt België haar multisectoriële benadering. Gezondheid is ook voor ons land een universeel mensenrecht, waarbij de meest kwetsbaren niet uit de boot mogen vallen. België neemt dan ook actief deel aan de jaarlijkse World Health Assembly en aan diverse commissies. In 2013 heeft België in totaal 11,5 miljoen euro gegeven waarvan 3,8 miljoen euro verplichte bijdragen. 10,6 miljoen euro konden als officiële ontwikkelingshulp aangerekend worden. Bij WHO werken een 40-tal Belgen. Zo is prof. Marleen Temmerman hoofd van het WHO-departement Reproductieve Gezondheid en Onderzoek.

 

Epidemie Gezondheid Belgische Ontwikkelingssamenwerking
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 17 /22 Switching the poles: naar een volwassen samenwerking tussen Noord en Zuid