Bescherming van de burgerbevolking: de aanpak van het Rode Kruis

David-Pierre Marquet - ICRC Brussels
01 augustus 2016
Na de recente Humanitaire Wereldtop in Istanbul, die onder meer innovatie op de agenda zette, hebben tal van werkgroepen zich over de fundamentele pijlers van de humanitaire actie gebogen. Bijzondere aandacht ging daarbij naar de bescherming van bevolkingsgroepen die te kampen hebben met gewapende conflicten.

In moderne conflicten zoals die in Syrië, Jemen, Libië of het gebied rond het Tsjaadmeer, hebben burgers veel meer te lijden dan de gewapende strijders. Dat controle over de bevolking vaak de inzet is van confrontaties werkt dat nog meer in de hand. Dergelijke situaties ontstaan onder meer door de groei van religieuze en etnische tegenstellingen, de afbrokkeling van staatsstructuren, de machtsstrijd rond natuurlijke hulpbronnen, de grootschalige beschikbaarheid van wapens, de sterke toename van terroristische aanslagen en de proliferatie van asymmetrische conflicten.

Internationaal humanitair recht

Het gebrek aan bescherming van de burgerbevolking in gewapende conflicten en andere geweldsituaties is vandaag de dag zeker niet te wijten aan de ontoereikendheid van het wettelijke kader, omschreven door het internationaal humanitair recht (IHR) en het internationaal recht rond mensenrechten. Het is helaas vooral toe te schrijven aan het gebrek aan respect dat gewapende strijdkrachten en hun beleidskader opbrengen voor die fundamentele regels. De situatie oogt soms ronduit ontmoedigend en frustrerend omwille van het toenemend leed van de burgerbevolking, zoals in Syrië, Irak of Zuid-Soedan. Het zou dan ook al te gemakkelijk zijn om een cynische houding tegenover het IHR aan te nemen en er niet langer in te geloven. Maar de dialoog met de oorlogvoerende partijen mag niet stilvallen. Op het terrein werpt die immers zijn vruchten af: volharding leidt tot pragmatische oplossingen voor de burgerbevolking. Neem bijvoorbeeld de afspraak eerder dit jaar in Afghanistan om de wapens 's ochtends neer te leggen opdat vrouwen naar de markt kunnen gaan voor levensnoodzakelijke aankopen voor hun families. Humanitaire bescherming hangt samen met dergelijke concrete acties, want net die maken voor de burgers het verschil.

Vooraanzicht van 3 kindjes.
© ICRC

Gevangenen en burgers

Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) wil met zijn inspanningen op het vlak van bescherming vooral twee categorieën mensen bereiken: mensen die zijn aangehouden en gevangengenomen, met name in het kader van gewapende conflicten en andere geweldsituaties, en burgers die niet of niet langer deelnemen aan vijandelijkheden of gewelddadige confrontaties. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar specifieke risicogroepen, zoals kinderen (rekrutering van minderjarigen), vrouwen en jongeren (seksueel geweld), ouderen, mensen met een handicap en ontheemden. In ruimere zin houdt die bescherming ook toezicht in op het naleven van de verplichtingen die het IHR en het internationaal recht rond mensenrechten de autoriteiten en andere georganiseerde groepen opleggen. Recht op leven, familiale eenheid, waardigheid en lichamelijke en geestelijke integriteit behoren tot de kern van die verplichtingen. Het ICRC ziet er eveneens op toe dat de burgerbevolking gevrijwaard blijft van discriminatie en toegang heeft tot gezondheidszorg, drinkwater en landbouwgrond.

In zijn beschermingsrol roept het ICRC daarnaast ook op tot respect voor de regels voor het voeren van vijandelijkheden (onderscheid tussen burgerbevolking en militaire objecten, de principes van voorzorg en proportionaliteit, respect voor levensnoodzakelijke producten), alsook voor de regels inzake het gebruik van geweld bij ordehandhavingsoperaties. Het ICRC is verder ook actief op het hoogste diplomatieke niveau, waar onder andere wordt gepleit voor respect voor gezondheidszorg in tijden van gevaar. De aanneming van een resolutie op de VN-Veiligheidsraad in 2016 is daar een recent voorbeeld van.

Chaffory, omgeving Tombouctou, Mali. Een jonge kindvluchteling werd zopas herenigd met zijn familie. Zijn vader ondertekent de documenten voor de hereniging.

Een vader ondertekent documenten voor de hereniging met zijn familie.
© ICRC

Fundamentele rechten voorop

Verder houden de ICRC-afgevaardigden, wanneer ze misbruiken op het terrein hebben vastgesteld, zich vooral bezig met het aankaarten van problemen rond bescherming bij de autoriteiten, met de vraag er tegen op te treden en de slachtoffers van de misbruiken hulp te bieden. De oplossingen blijven niet beperkt tot geheime interventies. Ze kunnen meerdere vormen aannemen, gaande van de bevordering van gevechtsregels (rules of engagement) en operationele afspraken volgens de internationale normen voor strijdkrachten en politie-eenheden, of de evacuatie van personen die zijn gevangen genomen in gevechtszones, tot bemiddeling tussen de partijen bij het conflict, met inbegrip van de niet-statelijke (non state actors). De bescherming van de fundamentele rechten van de bevolking staat daarbij steeds voorop.

Peter Maurer, voorzitter van het ICRC, merkt op: ‘De burgerbevolking heeft moedige leiders nodig die geloven in humaniteit, die huizen, scholen en ziekenhuizen beschermen, die de burgers ontzien en de gevangenen met waardigheid behandelen. Leiders die bovendien neutrale en onpartijdige humanitaire hulp toestaan en toegankelijk maken.’ Hij voegt er nog aan toe: ‘Wij verkeren niet in een machtspositie en kunnen de oorlogvoerenden bijgevolg niet dwingen om de internationale verdragen na te leven. Maar we merken wel dat er door onze tussenkomst levens worden beschermd. We gaan uit van de veronderstelling dat het aantal slachtoffers kan worden beperkt als het internationaal humanitair recht wordt gerespecteerd.

De Verdragen van Genève van 1949 en hun Aanvullende Protocollen van 1977 bepalen dat burgers en al wie niet deelneemt aan de vijandelijkheden in geen geval het doelwit van een aanval mogen zijn en dat ze moeten worden ontzien en beschermd.

 

Humanitaire hulp Rode Kruis
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 47 /54 ‘De beste humanitaire hulp is ervoor zorgen dat er geen humanitaire hulp nodig is’