Bouwen zonder de Aarde te belasten

Chris Simoens
17 juli 2019
Vier jonge architecten leerden in Burundi hoe je lokale materialen kunt gebruiken om te bouwen. Kortom, volwaardige ‘circulaire architectuur’. En dat passen ze nu toe in België. Ontdek hun verhaal.

Wie?

 

Vier jonge architect-avonturiers die de bedrijven BC Architects & Studies en BC Materials hebben opgericht: Wesley Degreef, Ken De Cooman, Nicolas Coeckelberghs en Laurens Bekemans.

 

Wat?

 

Ze leerden in Burundi wat circulaire architectuur precies inhoudt: lokale materialen, inspelen op klimaat, samen met gemeenschap.

 

Waarom?

 

We hebben een andere manier van bouwen nodig, de huidige manier produceert te veel CO2 terwijl er lokale, biogebaseerde CO2-neutrale methodes voorhanden zijn.

We studeerden alle vier architectuur aan Sint-Lucas in Brussel. Vijf jaar lang veel leren, plannen tekenen, maquettes bouwen… Boeiend, maar als afgestudeerden hadden we om zo te zeggen nog geen baksteen aangeraakt. En dat ervoeren we als een gemis.

We voelden dus een enorme noodzaak om echt met bouwen bezig te zijn, een andere aanpak te leren en zo meer. En de gelegenheid deed zich voor! Een van ons kende een kleine ngo die samenwerkte met een ngo in Burundi, meer bepaald in Muyinga, de hoofdstad van de gelijknamige provincie.

 

Een school voor dove kinderen

Daar wilden ze een school voor dove kinderen bouwen. Dat zou pas de tweede in zijn soort zijn in heel Burundi. Het eerste gebouw dat ze wilden optrekken, was de bibliotheek. Dat vonden we alvast een bijzonder aantrekkelijk idee. En dus stelden we voor dat wij dat zouden realiseren.

Na een prospectiereis zochten we fondsen bijeen: onder meer via Rotary Aalst, de provincie West-Vlaanderen, crowdfunding… Uiteindelijk vertrokken we in 2012 op avontuur met 20.000 euro op zak én met onze theoretische kennis en nul praktische ervaring.

Ter plekke werkten we vooral samen met meesterbouwer Salvator. Een steengoede expert die de lokale basiliek had gebouwd en vooral voor lokale ngo’s werkte. Hij kende ook heel goed de meer traditionele manier van bouwen.

Hoe moesten we het aanpakken? Met 20.000 euro spring je niet ver. Het ingevoerde bouwmateriaal bleek te duur, en zelfs het industriële materiaal uit hoofdstad Bujumbura konden we niet betalen.

 

Een groep Burundezen graaft een put voor de fundamenten van de bibliotheek.
© BC Architects

Materiaal voor de armen

Lokale materialen dan maar? Salvator leerde ons alvast dat er heel wat mogelijkheden bestonden. Zo lag er in de buurt een groeve waar men van de leem blokken maakte die in de zon gedroogd werden. Alleen: dat was ‘materiaal voor de armen’. Voor publieke infrastructuur of ngo-gebouwen, wilde men die leemblokken niet gebruiken.

De lokale bakstenen waren niet alleen vrij duur, ze gaven ook aanleiding tot ontbossing. Er was immers veel hout nodig om ze te bakken. Die konden we zeker niet gebruiken.

We besloten een gebied van 5 km rondom de bouwsite grondig te onderzoeken. Wat was er zoal voorhanden? Op de site zelf groeiden Eucalyptusbomen en sisalplanten. De een levert mooi hout, de ander stevige vezels. Een eindje verder in de vallei troffen we degelijke natuursteen aan. En in een plaatselijke tegelbakkerij vonden we onder meer lokale gevuurde dak- en vloertegels. We voerden ook labowerk uit op de beschikbare lokale aardes. We wilden immers achterhalen wat de diverse kenmerken waren van de lokale aardes: korrelgrootte, de verschillende fracties, cohesie…

Wonderwel, in een verloren hoekje van de lokale ngo-partner stond een steenpersmachine te verkommeren. Die had de Belgische ngo, nog voor de genocide in de jaren 1990, geschonken aan de lokale ngo. We slaagden erin het toestel op te kalefateren: het kon met pure hefboomkracht mooie leemstenen persen. Na 2 weken drogen in de schaduw bleken deze heel sterk, sterker nog dan de lokale zongedroogde, handgevormde, niet-geperste leemstenen. Bovendien zagen ze er heel keurig uit, in elk geval anders dan het ‘materiaal van de armen’.

 

De Burundese metselaars zijn volop aan het metselen.
© BC Architects

Aan de slag

We konden aan de slag. En in Burundi gebeurt dat met de hele gemeenschap: omwonenden, de meesterbouwer, metsers en natuurlijk ook wijzelf en een paar stagiairs. Om de site klaar te maken, wilden we bulldozers vermijden. Daarom hebben we met heel wat dorpsbewoners bomen en struiken op de bouwsite gerooid. Vervolgens werd de aarde gezeefd, op de juiste vochtigheid gebracht en geperst tot stenen.

Om te metsen gebruikten we leemmortel, een mengeling van de leem met een wat zanderiger fractie, van 100m verder. En voor de keermuren en de fundamenten zetten we de lokale natuurstenen in. De binnenmuren bezetten we met pleister op basis van klei uit de vallei.

De gekapte eucalyptus werd verzaagd tot dakbalken en we maakten er ook meubels uit. Van de sisalvezels vlochten we een grote hangmat dat als leeshoek kon dienen voor de kinderen.

 

Een aantal kinderen zitten te lezen in de bibliotheek.
© BC Architects

Bio-klimatisch

We werkten ook ‘bio-klimatisch’. Dat betekent dat we ons ontwerp van het gebouw afstemden op het klimaat en het bouwterrein. Ook dat leerden we van de lokale bevolking. We hielden dus rekening met de zonne-oriëntatie, regeninslag, dampopenheid van de materialen, spontane ‘cross-ventilatie’ en zo meer. Op die manier slaag je erin om een perfect binnenklimaat te creëren zonder machines zoals airco of filtersystemen.

Zo zitten er boven in de bibliotheek gaatjes in de wand. Dat laat toe dat de opstijgende warmte in het gebouw makkelijk naar buiten geventileerd kan worden. Bovendien slaan de leemstenen de warmte overdag traag op, ’s nachts geven ze de warmte traag af. Dat heeft als gevolg dat het overdag vrij koel blijft en tijdens de koelere nachten nog aangenaam warm.

Na 8 intense maanden stond de bibliotheek er. Later volgden het sanitaire blok, klaslokalen, bureaus… Maar geleidelijk waren we er minder bij betrokken en nam de lokale ngo het over.

In feite hebben we van de bouwmeester Salvator, de lokale gemeenschap en de algemene Burundese cultuur een schitterende opleiding gekregen. We leerden meer bij over de impact van bouwen dan tijdens onze architectuurstudie. Als resultaat stond er een schoolgebouw voor dove kinderen, waarvan de lokale gemeenschap uiteindelijk zag dat het ‘materiaal van de armen’ best mooi was en bruikbaar voor hun publieke infrastructuur. Een win-win situatie voor iedereen.

De afgewerkte bioklas in de hangar.
© Thomas Noceto

Fort V in Edegem

Na Burundi hebben we gelijkaardige projecten gerealiseerd in Marokko en Ethiopië. Telkens bouwen met de gemeenschap, inspelen op het klimaat, met lokale materialen, aangepast aan de lokale architectuur… Het betrekken van de gemeenschap (of ‘samen bouwen’) vinden we zo belangrijk omdat je in innovatieve projecten nooit alles kunt voorzien, je bent nooit expert in alles.

Dan rees de vraag: lukt dat ook in België? Een mooie testcase kregen we daarvoor in Fort V in Edegem, één van de fortparken rond Antwerpen. Daar stond een grote militaire kazerne, in feite een hangar, midden in een park. In de hangar moest een bioklas komen, waar scholen uit de regio praktische biologieles kunnen krijgen.

Eerst gingen we op zoek naar lokale materialen. We konden alvast 2 vrachten gratis aarde – Boomse klei - verkrijgen van een nabije groeve van Wienerberger, een fabrikant van snelbouwbakstenen. En om de muren te bepleisteren en te isoleren gebruikten we ‘hennepscheven’ gemengd met verschillende kalken. De hennep was afkomstig van Nederland en Wallonië. Voor het ontwerp lieten we ons inspireren door de kazerne: we gebruikten onder meer grote bogen.

Om de gemeenschap te betrekken, moesten we een andere formule bedenken dan in Burundi waar dat spontaan verloopt. In Fort V organiseerden we opendeurdagen en workshops. Tijdens een eerste workshop (van 3 weken) hebben we met een krachtige hydraulische persmachine 19.000 leemstenen gemaakt. Eerst moest de aangevoerde klei volledig gedroogd en verpoederd worden. Nadien werd de kleipoeder vermengd met verschillende soorten zand en op de juiste vochtigheidsgraad gebracht om er dan stenen van te persen. Tijdens de workshop gingen er ook meerdere lezingen door.

Vervolgens hebben beroepsmetsers het gebouw opgetrokken. Tijdens een tweede workshop hebben we de hennep met de verschillende kalken gemengd. Deze werd dan in laagjes op de muren aangeduwd.

De bioklas staat in de hangar en heeft zelf geen dak. In een latere faze zal het dak van de rest van de hangar weggenomen worden om er een hortus conclusus – een ommuurde tuin – aan te leggen.

 

Meerdere rijen gestapelde stenen terwijl op de achtergrond deelnemers aan de workshop stenen persen.
© BC Architects

CO2-positief

Kortom, we hebben ook in België kunnen werken volgens de principes die we in Burundi geleerd hebben. Resultaat: een gebouw dat communiceert, je ziet het handwerk van de mensen die meegewerkt hebben, bijvoorbeeld in de aangebrachte pleisterlaag.

Bovendien is het gebouw CO2-positief. De persmachine werkte immers met groene elektriciteit en kalkhennep haalt per kg 1,34 kg CO2 uit de lucht! Onze bioklas heeft dus netto CO2 uit de lucht gehaald.

 

Steeds meer interesse

We stellen met genoegen vast dat er steeds meer interesse groeit voor circulair bouwen. Zo werden we uitgenodigd op de architectuurbiënnale van Venetië en op de triënnale in Oslo om circulaire bouwprojecten te tonen. Maar ook in België neemt de interesse toe. Dat merken we ook aan onze workshops die onmiddellijk vol zitten. Eén van onze werven vandaag is Usquare in Elsene, de reconversie van een militair complex tot een interuniversitair onderzoekscentrum voor maatschappelijke transitie (ULB-VUB).

Circulaire architectuur is ook uiterst nuttig. We beschikken immers over massaal veel aarde uit grote werven die nu nog als afval beschouwd wordt. Daarom hebben we ook het bedrijf BC Materials opgericht dat leemstenen, stampleem en leempleister produceert met aardes uit grote Brusselse werven.

 

Bekijk ook de video's over de 2 bouwprojecten:

Kringloopeconomie Architectuur Burundi
Terug Globetrotters
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /4 Gelukkiger leven dankzij afval