Cultuur in het land der duizend heuvels

Stefanie Buyst
01 december 2016
Als zeventienjarige wou ik voor twee maand naar Rwanda trekken. Tot mijn grote verbazing gingen mijn ouders akkoord. Niet evident voor het derde kind uit een gezin van zeven met een strenge katholieke opvoeding. Eenmaal ter plaatse wist ik het: ik zou architect worden. Vandaag – veertig jaar later – ben ik nog steeds gepassioneerd door de rijke cultuur die het land te bieden heft.

Vraag me niet waarom ik als tiener per se naar Rwanda wou. Misschien omdat er zich in ons dorp een Visitatieklooster bevond met zusters actief in die contreien... Toen ik destijds aankwam in het noorden van het land begon de avond te vallen. De volgende ochtend ontdekte ik hoe mooi het landschap was, ik bevond me namelijk aan de voet van een vulkaanketen. Met de rugzak liep ik 25 km tot aan de voet van de vulkaan Visoke. Daar belandde ik in een dorpje waar ze een hut aan het vlechten waren. Prachtig! Zo mooi dat ik architect wou worden.

Architect-antropoloog

Sindsdien keerde ik elk jaar terug naar Rwanda. Ik was gebeten door de rijke natuur en cultuur van het land, de levensgewoontes en tradities van de lokale bevolking. Daarom heb ik, na 5 jaar architectuur, mijn studies antropologie aangevat. Die wetenschap fascineerde me immers enorm, zelfs in die mate dat ik bij een lokale stam gewoond heb en bij pygmeeën.

Die bijzondere combinatie van architect-antropoloog (uniek in België) zorgde ervoor dat ik het Nationaal Museum van Rwanda mocht ontwerpen. Het museum, een geschenk van wijlen koning Boudewijn, opende zijn deuren in 1989. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking – het toenmalige ABOS – voorzag het budget.

Het gebouw valt op door zijn koperen dak. Omdat Rwanda dicht bij de evenaar ligt, kon ik spelen met licht en schaduw van de zon. Dat zorgt voor fijne details.

Tijdens de genocide in 1994 werden honderdduizenden mensen vermoord, maar het museum bleef intact. Het is één van de weinige gebouwen waar niet aan geraakt werd. Zowel Hutu’s als Tutsi’s beschouwden het als een deel van hun cultuur.

Later werkte ik ook mee aan enkele regionale musea: het Milieumuseum, het Museum voor Hedendaagse Kunst en het Geschiedkundig Museum. Bovendien ben ik (co-)auteur van tien Rwandaboeken over de geschiedenis van het land, de energiebronnen, hutten bouwen, keramiek…

Hoogspringen

In november 2013 stuitte ik op een foto van een Rwandese hoogspringer die 2m50 haalde. Trucage of helemaal niet? Het intrigeerde mij zodanig dat ik een onderzoek startte. Misschien was er een link met de voeding of was het genetisch bepaald. Wetenschappers van de Universiteit Gent analyseerden oude filmfragmenten en foto’s en gingen na hoe hoog ze werkelijk sprongen. Blijkt dat het materiaal authentiek was en dat een aanleg voor hoogspringen de Rwandezen in de genen zit. Maar hoe komt het dat er vandaag niemand meer springt? Vroeger maakte hoogspringen deel uit van het krijgersgeheel: jonge mannen voerden sprongen uit tijdens ceremonies. Het was dus een ritueel en geen sport.

Momenteel werk ik samen met de Rwandese overheid aan een sportproject. Doel is om gedurende vier jaar Rwandese jongeren – 150 jongens en 150 meisjes – te trainen in het hoogspringen tegen de Olympische Spelen van 2020. Gegarandeerd zit er een kampioen tussen!

Het is een mooi voorbeeld van hoe de geschiedenis fraaie toekomstperspectieven kan bieden. Een combinatie van sport en cultuur brengt mensen immers opnieuw samen en creëert harmonie.

Lode Van Pee

Wie?

Lode Van Pee, conservator van het Caermersklooster te Gent, tevens de enige architect-antropoloog van België.

Wat?

Ontwerper van het Nationaal Museum in Rwanda en (co-)auteur van 10 Rwandaboeken.

Waarom?

Cultuur zet het belang van de eigenheid van een volk in de verf. Rwandezen hebben een rijke culturele geschiedenis. Met die wortels kunnen ze kracht putten voor de toekomst.

Rwanda Architectuur Cultuur
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 17 /20 A GO GO FO KAMERUN