‘De civiele samenleving is essentieel voor een democratie’

Chris Simoens
01 april 2013
Luc Cortebeeck, voormalig voorzitter van het Algemeen Christelijk Vakverbond, legt zich vandaag toe op internationale taken. Een ideaal moment om hem uit te horen over de rol van de vakbonden en de civiele samenleving in het Zuiden.

INTERVIEW

Ontwikkelingsngo’s leggen zich meer en meer toe op hun functie van waakhond, pleitbezorger en bewustmaker. In welke mate verschilt hun aanpak met die van de vakbonden?

Ieder heeft zijn eigen invalshoeken. Vakbonden willen de mensen vooral waardig werk leveren met een leefbaar loon. Ze leren mensen ook opkomen voor hun rechten als werknemer.

En dat maakt wel degelijk een verschil. Als vakbonden er in DR Congo in slagen om het minimuminkomen te laten stijgen met 1 dollar, dan is dat voor velen erg betekenisvol. Doordat we als Internationaal Vakverbond gehoord worden door de G20, slagen we erin sociale thema’s op de agenda te zetten.

Maar om werkelijk dingen te realiseren, moeten de vakbonden voldoende sterk staan. Het Internationaal Vakverbond steunt hen daarin.

Hoe is het eigenlijk gesteld met de vakbonden in de ontwikkelingslanden? Zijn er regionale verschillen?

Afrika ligt heel moeilijk. Ze hebben er weliswaar het recht om organisaties te stichten, maar er zijn te veel vakbondjes. Bij het minste conflict scheurt er een groepje af. In DR Congo zijn er een paar goede vakbonden die iets betekenen in de ondernemingen. Zo zijn er sociale verkiezingen geweest. Ook bij de nationale overheid hebben ze contacten, maar de ministers wisselen te snel om echt van sociaal overleg te kunnen spreken.

Vakbewegingen willen wel te gemakkelijk een politieke rol spelen, bijvoorbeeld de oppositie in Zimbabwe. Zelf ben ik voorstander van een vakbeweging die onafhankelijk is van de politiek, anders werkt het niet.

Latijns-Amerika vertoont grote verschillen van land tot land. In Colombia en Guatemala worden nog steeds vakbondsleiders vermoord. In Guatemala is er een ‘free export zone’ voor Koreanen. Daar is niet de minste regelgeving. Als er binnen een bedrijf een vakbeweging ontstaat, kan de directie de werknemers simpelweg ontslaan om vervolgens andere mensen aan te werven. Ook in Peru is het moeilijk werken. De Indiaanse bevolking leeft er sterk in de verdrukking. Brazilië doet het veel beter, ex-president Lula kwam immers uit de vakbeweging. We moeten er wel op toezien dat de vakbonden zelf niet corrupt worden, zo niet verliezen ze alle geloofwaardigheid.

In Azië geeft China een vrij positief beeld. De vakbeweging is er weliswaar politiek gebonden – ze maakt deel uit van de partij – maar er is stakingsrecht en ruimte om te onderhandelen. Ondernemers stellen al vast dat de lonen er stijgen, en de Chinese vakbeweging zetelt in de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Er is grote vraag naar technische ondersteuning en vorming, onder meer voor de opbouw van de sociale zekerheid. Het valt op dat China zich vooral laat inspireren door ons Rijnlandmodel, niet door het Angelsaksische model. Maar het regime kan altijd keren.

India ligt moeilijk, met veel regionale verschillen. Toch bereiken de Indische bewegingen resultaten. Zo hebben acties rond thuisarbeid (via de beweging rond Jeanne Devos) geleid tot een internationale conventie voor thuisarbeid in juni 2011.

In Cambodja, de Filippijnen en Thailand is vakbondswerk lastig. Maar Indonesië heeft dan weer een zeer sterke vakbeweging, met bekwame, jonge mensen.

Nadat hij in 2011 de voorzittershamer van het ACV heeft doorgegeven, vervult Luc Cortebeeck vandaag de onbezoldigde taken van ondervoorzitter van het Internationale Vakverbond, voorzitter van de werknemersgroep in de Internationale Arbeidersorganisatie (ILO) en voorzitter van de ngo Wereldsolidariteit.

Foto Luc Cortebeeck
© ACV / CSC

De civiele samenleving krijgt op internationale fora steeds meer erkenning voor haar rol in het ontwikkelingsproces. Vindt u dat die erkenning ook in de praktijk gedragen wordt?

Ik heb er een dubbel gevoel bij. Ja, de erkenning van de civiele samenleving komt regelmatig aan bod. We worden gehoord door de G20 en internationale instellingen zoals Wereldbank, IMF, OESO en de Wereldhandelsorganisatie.

Maar het verontrust me dat in Europa, de bakermat van de vakbeweging, het de andere richting uitgaat. Men kondigt een ‘economisch bestuur’ af met technocraten, heft collectieve arbeidsovereenkomsten op… Kijk maar naar Griekenland, Roemenië, Hongarije. Voorzitter Draghi van de Europese Centrale Bank beweert dat het Europees sociaal model verleden tijd is. Maar dat is een ontkenning van de geschiedenis, en van een wezenskenmerk van de EU!

De civiele samenleving ligt aan de basis van onze democratie, ze heeft gezorgd voor een evenwicht tussen het kapitalistische en sociale stelsel. Haar opbouwende en kritische rol is essentieel voor een politieke democratie. Als het middenveld niet meer erkend wordt, zal er meer ongenoegen ontstaan, dat zich kan uiten in rechts stemgedrag.

Protesterende mensen - waaronder Luc Cortebeeck - met opschrift spandoek: against poverty
© ACV / CSC

Er wordt niet altijd geluisterd naar VN-instellingen als FAO en UNEP. IMF en Wereldbank hebben meer invloed. Hoe zit dat met ILO?

Journalisten werpen graag op dat ILO een tijger zonder tanden is. Maar ILO heeft wel degelijk impact. Zo heeft ze tal van conventies gerealiseerd die de lidstaten vervolgens omzetten in eigen wetgeving: vrijheid van vereniging, vrijheid van onderhandelen, verbod op kinderarbeid, bestrijding van discriminatie… Alle aspecten van het arbeidsleven komen aan bod. Uniek aan ILO is dat er 3 groepen bijeenkomen: regeringen, werkgevers en werknemers.

Wat bereikt ILO in ontwikkelingslanden?

Haar impact uit zich vooral via de controles in de lidstaten. Elk jaar bekijkt ILO in 25 lidstaten of de regelgeving toegepast wordt. In Myanmar was ILO lange tijd de enige internationale instelling die het land binnen mocht. Ook Colombia hebben we twee keer bezocht, we ontmoetten er ook de president. Na de controles sturen de landen vaak hun beleid bij, onder begeleiding van ILO.

In ontwikkelingslanden moet je soms tevreden zijn met kleine stapjes. Zo was het niet doenbaar om de conventie op het verbod op kinderarbeid in die landen te laten toepassen. Veel mensen zijn er zo arm, dat ze niet anders kunnen dan hun kinderen te laten werken. Maar een conventie op het bannen van de ergste vormen van kinderarbeid konden we wel realiseren. Dat was een eerste stap. Het komt er nu op aan de mensen te leren inzien dat het belangrijk is – ook voor hun eigen toekomst – dat hun kinderen naar school gaan.

Het is zeker niet goed dat de ontwikkelingssamenwerking zich te vroeg terugtrekt uit de midden-inkomenslanden.

Luc Cortebeeck

In de nabije toekomst zullen de meeste armen in middeninkomenslanden leven. De kloof met de rijken blijft er groot. Welke rol hebben de vakbonden daar?

In de middeninkomenslanden is er te weinig aandacht voor de sociale beweging. Neem Brazilië, een rijk land, maar met nog steeds een grote kloof tussen rijk en arm, ook al werkt men eraan. Het is zeker niet goed dat de ontwikkelingssamenwerking zich te vroeg terugtrekt uit die landen. (Fel) Juist daar zijn bewegingen nodig om een goede spreiding van de rijkdom te bereiken.

Door de financiële crisis neemt het pessimisme van jongeren toe. Maar de indignados en occupyers zijn niet te vinden voor vakbonden. Hoe kunnen de vakbonden op het ongenoegen inspelen?

Ik ben zelf een 68er. De grote protestbeweging van toen richtte zich ook tegen de vakbonden. Dat is normaal. Immers, een dergelijk protest ontstaat uit de buik, men is tegen elke vorm van organisatie. Maar als je als civiele samenleving impact wil hebben, is een organisatie nodig. Ofwel blijf je aan de kant en bereik je niets. Ofwel sluit je je ergens bij aan - zoals ik bij het ACV - en heb je wel impact.

Natuurlijk moeten we het ongenoegen in de samenleving een plaats geven. We moeten toenadering zoeken tot de indignados, hun buikgevoel formuleren. De jaarlijkse ILO-conferentie is een goede gelegenheid daarvoor. In juni zullen we ons buigen over de jongerenwerkloosheid, een zwaar probleem. Zo zijn er nog zaken die vanuit ‘het buikgevoel’ ontstaan zijn en later overgenomen door de vakbonden: kinderrechten, thuisarbeid…

België steunt vakbondswerk

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking geeft jaarlijks 2,9 miljoen euro aan Belgische vakbonden: het liberale ACLVB (via de Beweging voor Internationale Solidariteit), het socialistische ABVV (via het Internationaal Syndicaal Vormingsinstituut) en het christelijke ACV (via het Instituut voor Internationale Arbeidersvorming). Daarmee ondersteunen ze vooral vakbonden in ontwikkelingslanden. ILO krijgt jaarlijks ongeveer 1,3 miljoen euro Belgische steun.

Maatschappij Democratie Vakbonden
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 39 /39 EPA’s: moeizaam pad naar handelsovereenkomsten