De dekolonisering van de antropologie

Chris Simoens
08 april 2019
In januari 2019 deden antropologen uit het Zuiden veldwerk in de Brusselse Kanaalzone, waaronder Molenbeek. Worden de rollen dan omgekeerd? Of zijn we uit het oog verloren dat de antropologie sterk geëvolueerd is?

Een antropoloog, is dat niet die westerse onderzoeker die ergens in een woud of gebergte een ‘stam’ onder de loep neemt? Die er vaak enige tijd vertoeft om te proberen begrijpen hoe die afgeschermde samenleving functioneert?

‘Zeker niet’, weet prof. Ann Cassiman. Zij is al 16 jaar het gezicht van een eenjarige masteropleiding Cultural Anthropology and Development Studies (CADES) aan de KULeuven. Het programma is afgestemd op mensen uit ontwikkelingslanden, maar ook Belgen volgen de opleiding. Sinds 2017 krijgt het financiering van de Vlaamse Universitaire Ontwikkelingssamenwerking (VLIRUOS). Prof. Cassiman organiseerde het veldwerk in de Brusselse Kanaalzone.

‘Dat oude beeld klopt totaal niet meer met de werkelijkheid. Overal ter wereld studeren er mensen antropologie. Dat betekent dat zij inzicht willen krijgen in de complexiteit van samenlevingen. Voornamelijk sociaal en cultureel, maar ook politiek of economisch. Vroeger onderzocht de antropoloog de ander, nu ook zijn of haar eigen samenleving. Of meer algemeen: de mens in zijn context. Overigens houden we niet meer van de term ‘stam’, dat heeft een bijklank van ‘achterlijk’ en ‘primitief’. We spreken liever over een volk of een etnische groep.’

Overal ter wereld studeren er mensen antropologie. Dat betekent dat zij inzicht willen krijgen in de complexiteit van samenlevingen. Vroeger onderzocht de antropoloog de ander, nu ook zijn of haar eigen samenleving. Of meer algemeen: de mens in zijn context.

Ann Cassiman

Etnografisch veldwerk

De antropologie beschikt over een heel eigen methodiek: het ‘etnografisch veldwerk’. Daartoe behoort de ‘participerende observatie’: de antropoloog leeft gedurende korte of langere tijd samen met de groep die hij of zij bestudeert.

‘Die groep kan van alles zijn’, zegt Cassiman. ‘De inwoners van de Kanaalzone of een gemarginaliseerde wijk in Accra in Ghana, maar evengoed een museum of ziekenhuis, een bushalte waar veel volk komt… Dat zijn geen geïsoleerde groepen om de eenvoudige reden dat die vandaag nauwelijks nog voorkomen. De ‘vitrinekastjes-antropologie’ is volledig passé.’

‘Zelf doe ik onderzoek in arme wijken in de hoofdstad van Ghana. Welnu, hoe moeilijk het leven er ook is, de mensen volgen daar op de voet wat er in de wereld gebeurt. De meeste jongeren hebben er geen formeel werk, maar velen programmeren en 'coderen' er computers en ontwikkelen apps die nuttig zijn voor hun eigen leefomgeving.’

 

Kanaalzone

Ook wat antropologen onderzoeken, kan enorm variëren. Zo had het veldwerk in de Brusselse Kanaalzone als thema ‘gentrificatie’. Dat is een fenomeen waarbij achtergestelde wijken meer aanzien krijgen en zo meer welgestelde mensen aantrekken. Daardoor wordt wonen er geleidelijk duurder en moeten de oorspronkelijke arme bewoners uit de wijk wegtrekken. Gentrificatie komt eveneens voor in de steden in het Zuiden.

Het voornaamste doel van het veldwerk in de Kanaalzone was de methodiek van ‘etnografisch veldwerk’ en ‘participerende observatie’ leren toepassen. Met andere woorden: zich onder de mensen begeven en hen en hun omgeving waarnemen, hen vragen stellen en zo meer. Een 20-tal studenten – uit landen als Palestina, Mozambique, Ethiopië, de Filipijnen, Zuid-Afrika en België  – hebben dan ook de Brusselse Kanaalzone uitgekamd.

Cassiman: ‘Op de eerste dag maakten we een wandeling met een gids die uitgebreid vertelde over wat er zo allemaal leeft in die buurt, de geschiedenis, wat de problemen zijn. We hebben ook voordrachten bijgewoond van diverse spilfiguren die een rol spelen in de buurt: iemand van de overheid die mee het kanaalplan opstelde, iemand uit een lokale organisatie zoals Cultureghem in Kuregem die mensen weer bij elkaar wil brengen en zo meer. Dan begon het echte veldwerk: zich op pad begeven en mensen – jong en oud - aanspreken in winkels, restaurants, snacks, cafés, op straat… En zo een beeld krijgen van wat er leeft.’

Uiteindelijk probeert de antropologie hier te peilen naar hoe tevreden de bewoners zijn, of ze zich er thuis voelen en welke spanningen er leven. Om dan een antwoord te kunnen formuleren op vragen als ‘hoe ontwikkel je een buurt zonder spanningen ?’ of ‘hoe bouw je bruggen tussen kapitaalkrachtige inwijkelingen en lokale mensen?’. Of nog: hoe kom je tot leefbare en veilige steden? Een thema dat zeker ook aan de orde is in het Zuiden met zijn explosief groeiende steden.

De studenten probeerden een antwoord te formuleren op vragen als ‘hoe ontwikkel je een buurt zonder spanningen ?’ of ‘hoe bouw je bruggen tussen kapitaalkrachtige inwijkelingen en lokale mensen?’. Of nog: hoe kom je tot leefbare en veilige steden?

Ontwikkeling

Maar de antropologie bestudeert veel meer dan de verstedelijking. Dat merk je alleen al aan de thema’s die de deelnemers aan de CADES-master meebrengen. Die werken ze dan uit als masterthesis. Cassiman: ‘Een landbouwingenieur wou werken rond irrigatie, meer bepaald hoe hij de lokale kennis daarrond meer kon benutten. Een Zimbabwaan werkt rond LGBTI-rechten in zijn land. Een Ghanese studente wil begrijpen waarom zoveel Ghanezen naar België trekken. Een Ethiopiër bestudeert een groot natuurpark in het Zuiden van zijn land en de rol van de parkwachters daar. Een landgenoot legde zich toe op de sociale klassen in Ethiopië. De variëteit is enorm.’

De CADES-opleiding omvat ook een belangrijk luik rond ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking. Zo moet elke deelnemer een essay maken over wat ontwikkeling voor hem of haar precies betekent, vanuit zijn of haar invalshoek (land, specialiteit). De studenten buigen zich ook over vragen als: ‘wat is partnerschap?’, ‘wat betekent ontwikkelingssamenwerking op diverse plaatsen in de wereld?’, ‘hoe kunnen we kritisch naar de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen kijken?’…, allemaal vanuit een antropologisch perspectief.

‘We hebben altijd heel diverse groepen, niet alleen qua nationaliteit, maar ook qua achtergrond’, zegt Cassiman. ‘Landbouwingenieurs, psychologen en economen volgen evengoed de master. Dat leidt tot heel boeiende discussies. Al bij al kan ik niet zeggen dat de studenten na een jaar met een goed afgelijnd pakketje 'feitelijke' kennis terugkeren. Wel dat ze een goeie kijk gekregen hebben op de complexiteit van de wereld. En dat ze inzien dat antropologie heel boeiend is en hen helpt bij het begrijpen van die complexiteit!’

Mijn studenten zijn sterk geëngageerd en willen echt werken aan een betere wereld. Met wat ze hier leren, proberen ze in hun thuisland een steentje bij te dragen aan een mooiere samenleving.

Ann Cassiman

Sterk geëngageerd

‘Het valt ook op dat veel van mijn studenten sterk geëngageerd zijn en echt willen werken aan een betere wereld. Met wat ze hier leren, proberen ze in hun thuisland een steentje bij te dragen aan een mooiere samenleving.’

Heel eigen aan dergelijke internationale opleidingen, is dat de groep heel hecht wordt. ‘Er worden echt vriendschappen voor het leven gesmeed. Ze houden veel contact, gaan bij elkaar op bezoek, wisselen jobaanbiedingen uit. Sommigen keren terug naar hun job, maar hanteren nu een meer kritische kijk. Anderen kiezen voor een radicaal nieuwe professionele carrière. Wat ze allemaal delen is een open, cultuur-gevoelige en kritische blik op belangrijke mondiale thema’s.’

Kortom, overal ter wereld kan de antropologie ertoe bijdragen een samenleving beter te begrijpen. Het is verre van een alleenrecht voor westerse wetenschappers. In wezen kan elke groep mensen een studieobject zijn. De dekolonisering van de antropologie is al lang ingezet.

In zijn boek ‘how forests think’ werpt Eduardo Kohn op of we andere wezens niet evengoed centraal moeten stellen. Zoals bomen en dieren.

Ann Cassiman

How forests think

Recent evolueerde de antropologie – letterlijk ‘de leer van de mens’ – nog verder dan dat. ‘Vandaag stellen we ons ook vragen of het wel nodig is om de mens altijd centraal te stellen’, vertelt Cassiman. ‘Dat is zeker belangrijk in dit ‘antropoceen’: het tijdperk waarin de mens een immense impact heeft op de planeet, met onder meer de klimaatverandering tot gevolg. In zijn boek ‘how forests think’ werpt Eduardo Kohn op of we andere wezens niet evengoed centraal moeten stellen. Zoals bomen en dieren. We spreken dan niet meer van een universum maar van een pluriversum.’

Want ook een boom of een jaguar reageert op zijn omgeving en op de mens. Hoe beleven zij de soort mens? In die zin ‘denken’ ook een boom of een jaguar. De antropologie dekoloniseert dus niet alleen, ze zoekt ook naar wat precies de plaats is van de mens tussen alle andere levensvormen die de planeet bewonen. De ene soort hoeft daarbij zeker niet boven de andere te staan. Een boeiende zienswijze, zeker nu we er alles aan moeten doen om de mensheid en de planeet in stand te houden.

Universitaire opleidingen voor ontwikkelingslanden

 

De master Cultural Anthropology and Development Studies is maar één van de universitaire opleidingen die met de steun van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking georganiseerd worden. De onderwerpen zijn heel divers: voedingstechnologie, verkeersveiligheid, aquacultuur, microfinanciering, milieuwetenschappen… Voor elke opleiding zijn ook beurzen voorzien. In totaal krijgen jaarlijks om en bij de 1600 studenten uit ontwikkelingslanden een beurs voor een universitaire opleiding, een doctoraat of een kort onderzoeksverblijf.

 

Meer informatie vindt u op de website van de koepels van de Vlaamse en Franstalige universiteiten.

Cultuur Antropologie Universitaire ontwikkelingssamenwerking
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /9 Waarom film en ontwikkeling hand in hand gaan