De liefdadigheid van stichtingen

Chris Simoens
01 september 2014
De bekende Bill & Melinda Gates Foundation is slechts één van de honderden filantropische stichtingen die wereldwijd actief zijn. Wat is hun rol in de ontwikkelingssamenwerking?

Onder de vele stichtingen spreekt de Bill & Melinda Gates Foundation (BMGF) allicht het meest tot de verbeelding. Stichter Bill Gates was de grondlegger van Microsoft, maar is sinds 1997 voltijds filantroop. In 2012 schonk zijn stichting 3,4 miljard USD weg; sinds 1997 spendeerde BMGF in totaal al 28,3 miljard USD. Is dat geld goed besteed? ‘De meeste stichtingen worden vooral gedreven door liefdadigheid’, zegt Geert Laporte, adjunct-directeur van de denk- en doetank ECDPM (European Centre for Development Policy Management). ‘Het zijn vaak mensen met veel geld die mogelijk uit gewetenswroeging goede doelen willen steunen. Dat houdt in dat ze vasthouden aan concrete projecten die zeer tastbare resultaten moeten opleveren op het vlak van armoedebestrijding. BMGF focust vooral voedselzekerheid, onderwijs en gezondheidszorg, met onder meer vaccinaties.’ Op zich is daar niets fout mee, alleen wordt dan minder geïnvesteerd in belangrijke maar minder zichtbare zaken zoals staatsopbouw. Een land moet immers in de eerste plaats voldoende sterke instellingen hebben opdat het zelf voor zijn noden kan instaan.

‘Maar staatsopbouw is een langdurig en complex proces dat bovendien uitermate politiek is’, vult Laporte aan. ‘Bij BMGF dat zich veraf wil houden van politiek wordt slechts zo’n 5 % van de middelen geïnvesteerd in beleidsanalyse, advocacy en het promoten van globale beleidsveranderingen. Er wordt wel sterk gehamerd op het al lang meegaande doel om 0,7% van het BBP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Nieuwe trends echter krijgen veel minder aandacht: beleidscoherentie, de rol van de privésector, de remittances, de gemengde private en publieke fondsen en zo meer.’

De meeste stichtingen worden vooral gedreven door liefdadigheid. Het zijn vaak mensen met veel geld die mogelijk uit gewetenswroeging goede doelen willen steunen.

Geert Laporte - European Centre for Development Policy Management

Investeringen

Een ander voorbeeld is de Aga Khan Foundation, die in 2010 626 miljoen USD besteedde. Aanvankelijk toegespitst op de ‘Shia Ismaeli’ geloofsgenoten, werkt de stichting vandaag onafhankelijk van ras, geloof en geslacht.

Ook is er nog de Volkswagen Stiftung, weliswaar in 1962 opgericht vanuit het Volkswagenbedrijf, maar in de praktijk een onafhankelijke non-profit organisatie. Met een vermogen van 2,7 miljard euro kan ze jaarlijks tot 100 miljoen euro winst spenderen aan wetenschappelijk onderzoek.

Ook BMGF haalt haar geld uit de opbrengst van investeringen. Volgens een reportage in Ter Zake (VRT, juli 2012) zou dat niet altijd coherent verlopen. De stichting zou investeren in vervuilende petroleumbedrijven in Afrika die kinderen ziek maken, terwijl ze er met de winst de gezondheid probeert op te krikken.

 

Bestuur

De Mo Ibrahim Foundation houdt zich alvast enkel met bestuur bezig. Ze geeft geen geld maar probeert via allerlei initiatieven goed bestuur in Afrika aan te moedigen. Zo reikt ze jaarlijks een prijs uit aan een Afrikaanse leider die een rolmodel kan zijn. Ook de Open Society Foundations van financieel speculant George Soros (900 miljoen USD per jaar) heeft aandacht voor goed bestuur, naast mensenrechten en media.

 

Al bij al is het gunstig dat de stichtingen als een extra speler optreden. Samen spenderen ze immers enorm veel geld, ruim een derde van de officiële ontwikkelingshulp.

Al bij al is het gunstig dat de stichtingen als een extra speler optreden. Samen spenderen ze immers enorm veel geld, ruim een derde van de officiële ontwikkelingshulp. ‘Meer actoren betekent meer betrokkenheid en meer discussie. Maar ook meer kans op kakofonie. Ook moeten we vermijden dat ze al te zeer in competitie treden.’ Het komt er dus op aan hun hulp zo efficiënt mogelijk in te zetten. Het is dan ook hoopgevend dat de BMGF zich heeft aangesloten bij het Global Partnership dat de ontwikkelingssamenwerking doeltreffender wil maken.

Een bijkomend voordeel is dat de stichtingen met voldoende gewicht zich onafhankelijk kunnen opstellen. Zo was Open Society Foundation betrokken bij de voorbereidende dialoog van de EU-Afrikatop in Brussel. ‘Zij lieten daar kritische geluiden horen die instellingen die geld krijgen van de EU zich niet gemakkelijk kunnen veroorloven’.

 

Meer weten?

www.efc.be (European Foundation Centre, koepelvereniging met 231 leden, gevestigd in België)

www.oecd.org/site/netfwd: Global Netwerk of Foundations werd in 2012 opgericht in samenwerking met het Ontwikkelingscentrum van de OESO. Het netwerk vaardigde ‘Richtsnoeren voor een doeltreffende filantropische betrokkenheid’ uit. De richtsnoeren zijn vrijwillig en niet bindend, maar zetten stichtingen aan om de principes van hulpdoeltreffendheid toe te passen.

Mo Ibrahim bindt strijd aan tegen slecht bestuur

 

Mo Ibrahim, een Soedanees-Britse miljardair die zijn fortuin heeft verdiend in de telecommunicatiesector (mobiel telecommunicatienetwerk Celtel, 24 miljoen abonnees in 14 Afrikaanse landen) heeft beslist om zijn rijkdom aan goede doelen te besteden. Na de verkoop van Celtel in 2005 richtte hij de Mo Ibrahim Foundation op die beter bestuur in Afrika promoot. De stichting stelt jaarlijks een Index of African Governance op en beloont de leider die het best erin geslaagd is zijn bevolking veiligheid, gezondheid, onderwijs en economische ontwikkeling te bieden en de macht op democratische wijze over te dragen aan zijn opvolger. De beste staatsleider ontvangt een eerste bedrag van 5 miljoen dollar en daarna levenslang 200 000 dollar per jaar.

Waarom zoveel persoonlijke middelen inzetten voor goed bestuur? We stelden hem de vraag. ‘Ik beschouw Afrika als rijk: het is het tweede grootste continent, het is rijk aan grondstoffen en niet zo dichtbevolkt als Azië. Als Afrika economisch arm blijft, dan is dat vooral te wijten aan een probleem van bestuur en leiderschap.  En om goed te kunnen besturen, is geld nodig’. Of hij als zakenman te maken heeft gehad met corruptie op grote schaal in de landen waar hij werkte? ‘Weet u, Afrika heeft een slechte naam wat corruptie betreft, maar er is een verschil tussen perceptie en realiteit. Ik heb zaken gedaan in 15 landen, maar ik heb slechts in 3 landen problemen gehad die te maken hadden met corruptie. Corruptie is een misdaad waarbij twee partijen betrokken zijn: degene die voorstelt en degene die aanvaardt, Europa en Afrika. Maar ‘men’, en met name de media, hebben het slechts over één partij. De media zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor het slechte beeld dat van Afrika wordt opgehangen en dat schept geen gunstig klimaat voor economische ontwikkeling. Het wordt tijd dat ze mooie verhalen beginnen te vertellen’. En hij besluit op een optimistische toon. ‘Ik ben ervan overtuigd dat er een nieuwe generatie Afrikaanse leiders aankomt die ten dienste staan van de bevolking’.

Enkele winnaars van de prijs Mo Ibrahim: Joaquim Chissano (Mozambique), Festus Mogae (Botswana), Pedro Pires (Kaapverdië) en Nelson Mandela. In 2009, 2010, 2012 en 2013 werd de prijs bij gebrek aan goede kandidaten niet toegekend.

Elise Pirsoul

Mo Ibrahim
Stichting
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 28 /30 Ngo’s in België: Van kleine privé-initiatieven tot solidaire partners