De vele hordes naar waardig werk voor iedereen

Chris Simoens
01 april 2016
De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) streeft naar waardig werk voor iedereen. Jammer genoeg staan een reeks obstakels de realisatie van dat nobel doel in de weg. Toch blijft ILO-topman Guy Ryder optimistisch. Glo.be had een gesprek met hem.

 

INTERVIEW

Klopt het dat de missie van ILO overeenstemt met ‘streven naar waardig werk voor iedereen’?

Historisch gezien - dus bij de oprichting in 1919 - bestaat het mandaat van ILO uit de promotie van sociale rechtvaardigheid. Maar de laatste 10-15 jaar groeide ‘waardig werk’ geleidelijk uit als een vertaling van die sociale rechtvaardigheid. Vandaag zit dat begrip diep geworteld in de internationale gemeenschap (definitie zie kader). De ‘2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling’ geldt als mooiste voorbeeld: SDG8 vermeldt namelijk expliciet ‘inclusieve groei’ en ‘waardig werk voor iedereen’.

Jeugdwerkloosheid vormt een enorme bedreiging voor de wereld, zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden. Denken we alleen maar aan Brussel, waar het radicalisering kan voeden. Hoe pakt ILO dat probleem aan?

Als ik aan ministers van Werk vraag wat hun grootste probleem is, antwoordt 9 op de 10: werkloosheid, meer bepaald jeugdwerkloosheid. De jeugd verdient inderdaad prioriteit om twee redenen. (1) Ze is het voornaamste slachtoffer van werkloosheid: jongeren van minder dan 25 jaar oud hebben drie keer meer kans om werkloos te zijn; (2) Jongeren zonder productief werk vormen een gevaar voor zichzelf en voor de samenleving.

De maatregelen dienen zowel algemeen te zijn (arbeidsmarkt activeren …) als specifiek gericht naar jongeren. Zo zette de EU een ‘Youth Employment Guarantee’ op. Daarmee krijgen jongeren van onder de 25 jaar oud die 4 maanden werkloos zijn de kans om werkervaring op te doen of een training te volgen. Vooral in opkomende en ontwikkelingslanden probeert men jongeren te stimuleren om hun eigen zaak te starten. Zowat overal worden programma’s georganiseerd om jongeren broodnodige vaardigheden bij te brengen. Er bestaat immers een enorme mis-match tussen wat jongeren leren tijdens hun opleiding en wat de arbeidsmarkt nodig heeft. Let wel: dit is de best opgeleide generatie jongeren ooit, overal ter wereld. Maar hoger onderwijs biedt helaas geen garantie op werk. Zo heb je in Noord-Afrika meer kans om werkloos te zijn naarmate je meer gestudeerd hebt!

ILO neemt hier de lead. Onlangs stelde ik in New York het ‘Global Initiative on Decent Jobs for Youth’ voor, een unieke formule waarbij alle VN-instellingen zich samen inzetten om jongeren werk te geven.

 

Er bestaat immers een enorme mis-match tussen wat jongeren leren tijdens hun opleiding en wat de arbeidsmarkt nodig heeft..

Guy Ryder

Digitalisering wordt vaak gepromoot, onder meer door minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo, als een excellente tool om de ontwikkelingssamenwerking een duw in de rug te geven. Terzelfdertijd staan er jobs door op het spel. Wat is uw visie?

Historisch gezien creëren innovaties meer jobs dan ze vernietigen. Innovatie is dus een goede zaak, ook al stelt de overgang problemen. Bovendien voegt digitalisering er een nieuwe dimensie aan toe die onze manier van werken kan transformeren. Zo stellen we bij de discussies over Uber, de gig- en de platformeconomie vast dat we productie op een heel andere manier kunnen organiseren.

Wat ontwikkelingssamenwerking betreft, heb ik al mooie voorbeelden gezien waar digitale technologie een grote hulp biedt. Denk aan mobiel bankieren, onder meer in Kenia, dat de productieve activiteiten van de mensen ‘monetariseert’ en zo nieuwe mogelijkheden schept. Digitale technologie laat ook toe om sociale bescherming veel efficiënter te laten verlopen: het geld kan rechtstreeks gestort worden via gepersonaliseerde identiteitskaarten. Het ziet ernaar uit dat digitalisering ontwikkelingslanden een serieuze sprong vooruit zal brengen.

Toch valt een negatieve zijde niet te ontkennen. Wie zal er met de voordelen gaan lopen? Het risico op een grotere digitale kloof is heel reëel. De ontwikkelingssamenwerking heeft hier een mooie opportuniteit, maar ook een verantwoordelijkheid.

ILO heeft aangekondigd dat de werkloosheid de komende jaren zal toenemen. Wat is de oorzaak? Hoe kunnen er voldoende jobs gecreëerd worden?

Op dat vlak staan we er inderdaad niet goed voor. Er zijn maar liefst 197 miljoen werklozen - 27 miljoen meer dan voor de crisis in 2008. En het zal er niet beter op worden: dit jaar komen er 2,3 miljoen bij, in 2017 1,1 miljoen. Sedert 2008 staat de groei op een laag pitje. Bijna maandelijks moeten OESO en IMF hun groeiprognose herzien, recent tot 3,2 à 3,3%. Dat is te weinig om aan iedereen een job te geven. Elk jaar komen 40 miljoen jongeren op de arbeidsmarkt. We moeten dus 40 miljoen jobs creëren, alleen al voor een status-quo. Daarom heeft de G20 een prioriteit gemaakt van meer groei en kwaliteitsvolle waardige jobs.

 

 

 

Historisch gezien creëren innovaties meer jobs dan ze vernietigen. Innovatie is dus een goede zaak, ook al stelt de overgang problemen.

Guy Ryder

Het hangt dus eigenlijk af van zaken waar ILO niets aan kan doen?

We maken wel degelijk deel uit van de internationale inspanningen. De G20 heeft mede dankzij ons hun initiatief ‘Faster growth for more jobs’ gelanceerd. ILO werkt nauw samen met de G20. Dit jaar met voorzitter China om de impact van de G20 rond tewerkstelling te verhogen.

Daarnaast omvat de Agenda 2030 een aparte doelstelling voor ‘volledige tewerkstelling’ en ‘waardig werk voor iedereen’. Overigens ben ik België heel dankbaar voor de sleutelrol die het daarbij gespeeld heeft, als co-voorzitter van de ‘Friends of Decent Work’ (zie p. 16). ILO ondersteunt haar lidstaten om de doelwitten rond waardig werk te halen. We beschikken dus wel degelijk over belangrijke internationale platformen om onze agenda rond tewerkstelling te realiseren. We beleven een goed momentum en er zijn goede dingen gebeurd.

Maar zelfs zij die werken, zijn vaak extreem arm. Hoe probeert ILO daaraan te verhelpen?

Eén op tien werkenden leeft inderdaad in armoede. Daarom wil ILO niet zomaar ‘werk’ creëren, maar ‘waardig werk’. Dat betekent onder meer: vrij van armoede. Het gaat om een van de moeilijkst te bereiken sectoren van de arbeidsmarkt. Vorig jaar bracht ILO een aanbeveling uit rond de ‘formalisering van de informele economie’. Recent kwamen onze drie partijen - werkgevers, regeringen en vakbonden – overeen dat het dé manier is om ontwikkeling te benaderen. De voornaamste groep werkende armen zit immers geconcentreerd in de informele economie. Het betreft kwetsbare tewerkstelling: zij die voor eigen rekening werken en zij die onbetaald meehelpen met een familielid, bijvoorbeeld in de landbouw. Op basis van de aanbeveling staan we onze lidstaten bij om hun informele economie te formaliseren.

Hoe doet u dat in de praktijk?

Enerzijds zijn er bedrijven die liever informeel blijven. Ze vermijden belastingen, voorzien geen sociale bescherming, betalen te lage lonen … Daar is het antwoord: versterk de arbeidsinspectie. Daarnaast bestaan er bedrijven die wel formeel willen worden. Die moet je aanmoedigen: door administratieve procedures en sociale bescherming te vereenvoudigen, met een aangepast belastingbeleid, vlottere toegang tot kredieten en zo meer.

Sociale bescherming is hier essentieel. Zo hebben we een aanbeveling rond ‘social protection floors’, een soort minimale basis voor sociale bescherming aangepast aan het ontwikkelingsniveau van de individuele landen. En precies die ‘floors’ kunnen helpen om werkenden uit de ergste armoede te halen.

Arbeiders aan het werk in een fabriek
© ILO

Hoe staat het met discriminatie en vrouwenrechten?

60 jaar geleden al bracht ILO zijn sleutelconventies uit rond ‘gelijk loon voor gelijkwaardig werk’ en anti-discriminatie. Ze vormen een stevige wettelijke basis om dat onrecht aan te pakken. Hoewel vandaag de meeste lidstaten die conventies bekrachtigd hebben, blijft ongelijkheid een realiteit. Gemiddeld verdient een vrouw voor hetzelfde werk 77 cent, een man 1 dollar. Een vrouw werkt op vrijdag dus voor niets.

Jammer genoeg is er geen verbetering in zicht. Bovendien werken vrouwen nog steeds veel minder dan mannen. Ofwel hebben ze geen toegang tot werk ofwel hebben ze toegang, maar alleen tot onderbetaald en ondergewaardeerd werk. Waar moeten we onze aanpak bijsturen als er na decennialange inspanningen nog altijd zoveel ongelijkheid bestaat? Om die vraag te verkennen heeft ILO initiatieven genomen zoals ‘Future Work’ en ‘Women at Work’. Daarin maken we de balans op van ‘vrouwen aan het werk’. We doen ook een opiniepeiling. Het is immers een absolute prioriteit voor ILO om de situatie beter te doorgronden. Alleen zo kunnen we nieuwe benaderingen vinden om de blijvende structurele obstakels voor gelijkheid aan te pakken. We hebben nu al een aantal ideeën: kinderverzorging, betere verdeling van verantwoordelijkheid in het gezin, bescherming van moeder- en vaderschap, de zorgeconomie, innovatieve manieren om onbetaald werk te evalueren … Dat betekent niet dat we in 60 jaar geen vooruitgang geboekt hebben, alleen moeten we onze koers wijzigen.
  
Hoe zit het met vakbonden? In sommige landen is vakbondswerk een stuk lastiger dan in Europa.

ILO verdedigt een basispakket van 4 fundamentele rechten rond werk: recht op organisatie en collectieve onderhandelingen, recht op bescherming tegen discriminatie en gedwongen arbeid en de eliminatie van kinderarbeid. De conventies 87 (organisatie) en 98 (collectieve onderhandelingen) omschrijven het recht op vakbondswerk. De meeste landen hebben ze bekrachtigd, maar we zouden ze liever universeel zien. 

Het klopt dat in veel landen vakbondswerk aan beperkingen onderhevig is of zelfs totaal onmogelijk. ILO waakt er dan ook over dat deze rechten worden gerespecteerd. Een van onze meest doeltreffende mechanismen is de commissie ‘Freedom of Association’. Sinds haar oprichting in 1951 heeft ze al meer dan 3000 klachten onderzocht. 

Gemiddeld verdient een vrouw voor hetzelfde werk 77 cent, een man 1 dollar. Een vrouw werkt op vrijdag dus voor niets.

Man die voeding verkoopt
© ILO/Ferry Latief

SDG8 is aan waardig werk gewijd. Hoe optimistisch bent u dat het doel tegen 2030 gehaald wordt?

Ik ben zeker optimistisch. De internationale gemeenschap is erin geslaagd om over een coherente agenda te onderhandelen die veel ambitieuzer is dan de Millenniumdoelen. Dat waren 8 doelen die op zichzelf stonden, de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) daarentegen vormen een alomvattende, meer gesofisticeerde agenda. De open en oprechte manier van onderhandelen biedt ook een sterke legitimiteit, het eigenaarschap van de lidstaten is groot. We zullen natuurlijk hard moeten werken om de agenda te realiseren, maar het politieke momentum is heel belangrijk.

Bovendien gaat het verder dan alleen SDG8. Vrijwel elk SDG omvat een ILO-onderwerp: sociale bescherming in SDG1, gender, migratie, vorming, … Het is de juiste agenda: realistisch, niet utopisch. ILO zal er alles aan doen om haar verantwoordelijkheid te nemen om de SDG’s te halen, we spelen hier een hoofdrol.

SDG 8. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.

 

Straatverkoper
© DGD/C. Simoens

Eigen aan ILO is het ‘tripartiete’ aspect: regeringen, werkgevers en vakbonden werken samen. Maar hoe slagen jullie erin de ongetwijfeld soms sterk uiteenlopende visies te verzoenen?

Bij ILO vertrekken we niet van gelijke belangen, maar wel van gedeelde waarden en doelstellingen. Vooreerst gaat iedereen ervan uit dat waardig werk essentieel is om een samenleving goed te laten draaien en voor vrede en stabiliteit te zorgen. Daarnaast zijn alle partijen bereid om een oplossing, en dus een compromis, te zoeken. Ze proberen naar elkaar te luisteren en staan open voor de visie van de ander. We hebben bijna 100 jaar ervaring, we maken gewoon dat het werkt. Ik sta nu al 3,5 jaar aan het hoofd van ILO en ik merk dat het werkt, al verloopt het in cycli van goede en minder goede momenten.

Wat is waardig werk?

Waardig werk omvat wat mensen van hun werk verwachten. Namelijk een werk dat productief is en een eerlijk inkomen verschaft, en dat veiligheid op de werkplaats garandeert naast sociale bescherming voor het hele gezin. Het betekent tevens werk dat betere perspectieven biedt op persoonlijke ontwikkeling en sociale integratie, dat mensen de vrijheid geeft om hun zorgen te uiten, om zich te organiseren en te participeren in de beslissingen die impact hebben op hun eigen levens, en dat gelijke kansen en gelijke behandeling voor vrouwen en mannen garandeert.

Dat stemt overeen met de 4 hoofddoelstellingen van de Internationale Arbeidsorganisatie:

  • Respect voor arbeidsnormen en fundamentele rechten
  • Creatie van werkgelegenheid
  • Verlenen van sociale bescherming
  • Respect voor sociale dialoog

Bron : www.ilo.org

 

Art. 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948)

Iedereen heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

Iedereen, zonder enige discriminatie, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

Iedereen die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige verloning, die hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, en die, indien nodig, met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

Iedereen heeft recht om vakbonden op te richten en zich daarbij aan te sluiten ten einde zijn/haar belangen te beschermen.

Waardig werk ILO Ongelijkheid
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 30 /38 Kinderarbeid blijft hardnekkig probleem