Doelen door en voor iedereen

Linde Desmaele
01 december 2015
Dat alle 193 lidstaten van de Verenigde Naties zich scharen achter een ambitieuze agenda voor mens en planeet, is een succes. Hoe heeft de VN dat klaargespeeld? Een blik achter de schermen.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen of SDG’s zijn de vrucht van een lang onderhandelingsproces dat via twee sporen liep. Enerzijds werd sinds 2010, onder leiding van de VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-Moon, al nagedacht over opvolgers van de Millenniumdoelen (MDG’s) die eind dit jaar aflopen. Deze doelen liggen aan de basis van de meest succesvolle anti-armoede beweging in de geschiedenis. Toch blijven ongelijkheden bestaan en is de vooruitgang vaak ongelijkmatig verdeeld.

Anderzijds heeft de Rio+20-Conferentie in 2012 duurzame ontwikkeling als topprioriteit naar voren geschoven. Hoewel de VN het concept duurzame ontwikkeling al sinds 1987 gebruikt, besliste de organisatie pas in 2012 om er – naar analogie met de MDG’s - concrete doelstellingen aan vast te knopen. Een speciale ‘Open Working Group on Sustainable Development Goals’, bestaande uit vertegenwoordigers van meer dan 70 landen, kreeg deze taak toegewezen.

Al snel bleek overlapping tussen beide agenda’s onvermijdelijk. Duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding vormen immers de twee zijden van eenzelfde medaille: zonder doeltreffende armoedebestrijding geen duurzame ontwikkeling, en vice versa. Bijgevolg besloot men in september 2013 om beide processen samen te voegen en naar een universele en alomvattende set van doelstellingen toe te werken.

Ban Ki-Moon spreekt een publiek toe
© UN Photo/Eskinder Debebe

Iedereen draagt zijn steentje bij

Met 193 landen overeenkomen dat er nood is aan een universele ontwikkelingsagenda is één ding. Maar de uitdaging ligt in de concrete invulling ervan. In tegenstelling tot de MDG’s vormen de SDG’s het resultaat van een opvallend open, transparant en inclusief onderhandelingsproces. Vooral de ontwikkelingslanden ijverden van meet af aan voor een proces gestuurd vanuit de VN-leden. Zij verzetten zich fel tegen een agenda van technocraten, gebaseerd op louter en alleen de input van een gesloten groep experten. Aanvankelijk zorgde dat voor een zekere ongerustheid binnen de Europese Unie (EU). Daarom probeerde de EU alsnog allerlei externe partijen – experts, maar ook het maatschappelijk middenveld en de private sector – bij het onderhandelingsproces te betrekken. Resultaat: een inclusief proces waar werkelijk iedereen – landen, middenveld én experten – de kans kreeg om zijn zegje te doen over de kern van de duurzame ontwikkelingsagenda.

En inderdaad, de recentelijk bekrachtigde post-2030-agenda komt voort uit een uitgebreide reeks aanbevelingen die vanuit zeer uiteenlopende fora werden uitgewerkt. Zo was er bijvoorbeeld het High Level Panel – een groep van 27 regeringsleiders, stakeholders en academici - dat in mei 2013 een reeks concrete aanbevelingen voorlegde aan Ban Ki-Moon. Ook de VN-instellingen stelden hun expertise ter beschikking en legden een doordacht voorstel op tafel. Daarnaast vonden een aantal zogenaamde mondiale gesprekken plaats, waaronder de grote online-enquête ‘Mijn Wereld’. Meer dan acht miljoen mensen wereldwijd namen eraan deel en konden zo laten weten welke specifieke thema’s zij belangrijk vonden. Opvallend was dat de antwoorden in de verschillende landen gelijke tred hielden.

Meer dan acht miljoen mensen wereldwijd namen eraan deel en konden zo laten weten welke specifieke thema’s zij belangrijk vonden.

Unanimiteit en flexibiliteit

Uiteindelijk werd een document, voorgelegd door de Open Working Group in juli 2014, de concrete basis voor de SDG’s. Aangezien er aanvankelijk te veel kandidaten waren voor een slechts beperkt aantal zitjes in de groep, besloot men via een ‘troika’-systeem te werken: drie zitjes per land. Dat systeem betekende voor de EU een geluk bij een ongeluk. De VN werkt immers op basis van geografische groepen. Deze komen echter niet overeen met de buitengrenzen van de EU. Frankrijk en Duitsland vormen bijvoorbeeld een groep met Zwitserland, en Nederland en het Verenigd Koninkrijk zitten aan tafel met de Verenigde Staten. Deze werkwijze maakt het erg moeilijk voor de EU om als één geheel te onderhandelen, en om consequent de eerder onderhandelde EU-positie aan te houden. Bijgevolg werd de EU gedwongen haar traditionele manier van onderhandelen licht aan te passen. Lidstaten vertrokken allemaal van een gezamenlijk overeengekomen line to take maar kregen wel de vrijheid om eigen accenten te leggen. 

In september ’14 keurde de Algemene Vergadering het einddocument van de Open Working Group - met verwijzing naar 17 doelstellingen en 169 bijhorende doelwitten – goed. Het werd dé basis voor de nieuwe agenda. Het transparant proces aan de basis van de agenda heeft ervoor gezorgd dat iedereen er iets relevant voor zichzelf in kan terugvinden. Hoewel de agenda niet formeel bindend is, zal de druk vanuit het middenveld beleidsmakers ongetwijfeld ter verantwoording roepen. De universaliteit van de agenda maakt immers dat hij iedereen aanbelangt.

Man en vrouw werpen een blik naar een affiche van de SDG's
© UN Photo/Mark Garten

Tastbare doelstellingen

Zoals bij elk multilateraal onderhandelingsproces gaven ook in deze context bepaalde voorstellen aanleiding tot verhitte discussies. Vooral paragrafen inzake mensenrechten en ‘seksuele en reproductieve gezondheid en rechten’ zorgden voor onenigheid.  In het verleden verhinderden diepgewortelde tegenstellingen tussen conservatieve en progressieve landen significante vooruitgang op deze vlakken. Maar na ruim vier jaar onderhandelen over de SDG’s is hier een beduidende stap vooruit gezet. Door vage VN-teksten te vertalen naar concrete en tastbare doelwitten kan vandaag veel meer openlijk worden gecommuniceerd naar de buitenwereld toe. Ook al blijft elke uitspraak rond seksuele rechten genuanceerd, toch kan nu een zekere druk worden uitgeoefend door verwijzing naar de universeel geldende doelwitten. Eenzelfde redenering geldt voor migratie. Ook de link tussen de nieuwe agenda en de uitkomst van de financieringsconferentie in Addis Abeba bleek een harde noot om te kraken. Uiteindelijk werd algemeen erkend dat, ondanks de universele agenda, de specifieke context van elk land een andere aanpak vraagt.

https://youtu.be/RRKlOJekL34

Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen
Terug Samenwerking
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 11 /12 15 jaar Millenniumdoelen: onvoldoende, maar hoopgevend