Een hefboom voor klimaatactie in ontwikkelingslanden

Chris Simoens
17 juni 2019
De FOD Volksgezondheid helpt ontwikkelingslanden om hun klimaatengagementen na te komen. Ontdek hoe.

Vrijwel alle landen hebben het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. En dat brengt heel wat verplichtingen met zich mee. We hebben het dan niet alleen over inspanningen leveren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Van de ondertekenende landen wordt ook verwacht dat ze regelmatig rapporteren over de impact van hun beleid en ambitieuzere plannen indienen. Een behoorlijk ingewikkelde zaak.

 

Broeikasgasinventaris

Denk alleen maar aan de inventaris van de uitstoot van broeikasgassen, zowat het fundament van elk klimaatengagement. Want om te becijferen waar je de uitstoot van broeikasgassen kan verlagen of vermijden, moet je eerst weten waar je staat. Wat is de actuele uitstoot van diverse sectoren zoals landbouw, industrie en transport? Niet eenvoudig!

Dankzij deze inventaris kunnen prognoses over de toekomstige uitstoot gemaakt worden. Dat vormt dan weer de basis voor een land om zijn doelstelling te bepalen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In de aanloop naar het Akkoord van Parijs had elk land al zijn bijdrage om de uitstoot te verminderen ingediend bij het UNFCCC, het VN-klimaatagentschap, en dat in de vorm van de zogenaamde Nationally Determined Contribution (NDC). In Parijs werd afgesproken dat elk land op regelmatige tijdstippen gedetailleerd dient te rapporteren over de voortgang van het beleid.

Kortom, de ondertekening van het Klimaatakkoord brengt bergen werk met zich mee en behoeft ook vergaande expertise. Het klimaatbeleid in België alsook de rapportering daaromtrent zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de federale overheid en de gewesten. De FOD Volksgezondheid (voluit ‘Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu’) coördineert de federale inbreng. Zij beschikt daarvoor over eigen expertise of kan die inhuren.

In ontwikkelingslanden liggen de zaken anders. Vaak hebben deze landen niet alleen af te rekenen met onderbemande diensten, ze hebben ook minder ervaring en middelen om experten te betalen. De internationale gemeenschap voorziet dan ook ondersteuning opdat ook ontwikkelingslanden hun engagementen kunnen nakomen.

Het interessante aan onze aanpak is dat de vraag echt van de landen zelf komt. Daardoor voelen ze zich meer de ‘eigenaar’ van het project, de projecten zijn goed doordacht.

Patricia Grobben

Jaarlijkse oproep

Ook België wil daartoe zijn steentje bedragen. ‘We beschikken over een beperkt budget, zo’n 300.000 euro per jaar’, zegt Patricia Grobben. Ze werkt in de cel Internationale Samenwerking van de Federale Dienst Klimaatverandering van de FOD Volksgezondheid. ‘Daarom hebben we een niche gezocht waarin we het verschil kunnen maken. En dat lukt aardig.’

De Dienst Klimaatverandering doet sinds 2016 jaarlijks een projectoproep aan 30 landen: de 14 partnerlanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking en de resterende Franstalige landen in het Zuiden. In het kader van de eerste oproep kregen 3 landen ondersteuning ter waarde van ongeveer 100.000 euro elk, bij de tweede oproep werden dat 2 landen met elk 150.000 euro. Nu de regering in lopende zaken zit, wordt het budget van 2019 aangewend in het kader van het NDC Partnership, waar België lid van is.

‘Het interessante aan onze aanpak is dat de vraag echt van de landen zelf komt’, zegt Grobben. ’Daardoor voelen ze zich meer de ‘eigenaar’ van het project, de projecten zijn goed doordacht.’ De aanvragende landen moeten immers de moeite doen om een project uit te schrijven wetende dat er een redelijke kans bestaat dat ze het niet halen. Een mooie garantie voor hun motivatie.

Tot nu toe krijgen 5 landen ondersteuning. Zo konden Niger en Rwanda een informaticatool installeren, een soort programma waarmee ze continu gegevens over hun broeikasgasuitstoot kunnen bijhouden. Daardoor kunnen ze zelf hun berekeningen maken en hebben ze geen (dure) consultants meer nodig.

Ivoorkust krijgt ondersteuning voor de uitwerking van een methode om klimaatverandering en biodiversiteit mee te nemen in de nationale en lokale planningsoefeningen voor landbouw en bosbouw. Palestina krijgt hulp bij de formulering van actieplannen voor enkele van zijn maatregelen in de energie- en landbouwsector. Overigens had Palestina al eerder zijn NDC uitgewerkt met steun van de Belgische gouvernementele samenwerking. Kameroen ten slotte werd bijgestaan om een nationaal institutioneel kader uit te werken voor de opmaak van zijn broeikasgasinventaris.

Afrikaanse mannen en vrouwen staan gebogen over een bouwplan.
© Dieter Telemans

Hefboomeffect

‘We mogen zeggen dat we de geselecteerde landen echt op weg helpen’, zegt Grobben. ‘En dat we als kleine speler een hefboomeffect kunnen teweegbrengen.’ Zo heeft Rwanda een projectaanvraag ingediend ter waarde van één miljoen dollar bij het CBIT (Capacity Building Initiative for Transparency), steunende op de informaticatool die het land dankzij België verkregen heeft. Ivoorkust heeft aan het VN-Ontwikkelingsfonds (UNDP) gemeld dat ze heel tevreden zijn over de methode die ze dankzij België hebben uitgewerkt en dat ze die ook willen gebruiken voor de energie- en afvalsectoren. Kameroen heeft binnen het nationale budget geld kunnen reserveren voor de aankoop van het benodigde computermateriaal, als nationale bijdrage aan het project ondersteund door België.

De Federale Dienst Klimaatverandering staat ook nog op andere manieren ontwikkelingslanden bij. Zo werkt ze actief mee aan de clusters van Franstalige en Portugeessprekende landen in het kader van het Partnership for Transparency under the Paris Agreement. Doel: ervaringen uitwisselen tussen experten van deze landen, in respectievelijk het Frans en het Portugees, om transparanter te rapporteren over hun beleid, maar ook hun expertise vergroten. Grobben: ‘Veel tools en handleidingen die het VN-klimaatagentschap en het Internationaal Klimaatpanel ter beschikking stellen, bestaan uitsluitend in het Engels. Een aantal ervan werden naar het Frans en het Portugees vertaald met Belgische steun.’

Het is belangrijk dat de inzet van de Belgische middelen zo efficiënt mogelijk gebeurt om zoveel mogelijk impact te creëren. En dat kan door meer samen te werken waarbij elk zijn eigen expertise en instrumenten inzet.

Patricia Grobben

Ten slotte werkt de Federale Dienst Klimaatverandering ook samen met de diverse Belgische entiteiten die met ontwikkelingssamenwerking bezig zijn: de federale administratie voor ontwikkelingssamenwerking (DGD), het Belgisch Ontwikkelingsagentschap (Enabel), de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO), Finexpo, regionale entiteiten en zo meer. Grobben: ‘Het budget voor ontwikkelingssamenwerking daalt. Anderzijds moet klimaatfinanciering in de toekomst toenemen. Het is dus belangrijk dat de inzet van de Belgische middelen zo efficiënt mogelijk gebeurt om zoveel mogelijk impact te creëren. En dat kan door meer samen te werken waarbij elk zijn eigen expertise en instrumenten inzet.’

De FOD Volksgezondheid wil duidelijk geen eiland zijn. Ze neemt niet alleen initiatieven om ontwikkelingslanden bij te staan, maar wil ook haar expertise delen die nuttig kan zijn voor de ontwikkelingssamenwerking. En dat draagt alvast bij aan een gunstig imago van België in het buitenland.

Klimaatakkoord Klimaat FOD Volksgezondheid
Terug Planeet
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /16 EU klimaatneutraal in 2050