Een sleutelrol voor de private sector

Alain Baetens
01 september 2014
Wereldwijd wordt de private sector meer en meer erkend als een belangrijke speler in ontwikkeling, complementair met hulp. De civiele samenleving volgt de trend met argusogen.

De laatste 20 jaar is het aantal mensen in de wereld dat in extreme armoede leeft met de helft gedaald. Dat komt neer op een beter leven voor meer dan 700 miljoen mensen. De drijvende kracht achter deze daling was de economische groei die verschillende ontwikkelingslanden hebben genoten. Daar waar de langetermijngroei per hoofd van de bevolking hoger is dan 3%, vermindert de armoede aanzienlijk. Zowel de gewone mens als de staat varen er immers wel bij. Economische groei zorgt voor werkgelegenheid, terwijl de overheden met de verhoogde inkomsten uit belastingen betere diensten kunnen aanbieden zoals gezondheidszorg en onderwijs.

De private sector speelt een centrale rol bij het tot stand brengen van economische groei in zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden en vormt aldus een essentiële ontwikkelingspartner. Deze rol werd in 2011 in Busan (Zuid-Korea) voor het eerst volledig erkend op het 4e Forum over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp. Sindsdien werd de private sector ook betrokken bij andere belangrijke internationale processen die verband houden met ontwikkelingssamenwerking zoals de Rio+20-top rond duurzame ontwikkeling. Ze wordt ook als een sleutelspeler beschouwd bij de realisering van de nieuwe Millenniumdoelen voor na 2015.

 

Onkiese praktijken

De private sector en het bedrijfsleven wordt evenwel niet altijd en door iedereen gezien als een positieve kracht voor duurzame ontwikkeling. Bepaalde lokale en multinationale ondernemingen bezondigen zich immers nog steeds bezondigd aan onkiese praktijken. Binnen de uiterst kwetsbare omgeving van een ontwikkelingsland hebben ze omkoping gebruikt, ondersteund of gedoogd. Of ze buitten lokale arbeiders uit, hadden geen respect voor mensenrechten en toonden onvoldoende aandacht voor lokale en internationale milieuvoorschriften en normen. Een aantal grote bedrijven die actief zijn in het Zuiden hebben ondertussen wel al pogingen gedaan om hun houding te verbeteren.

 

Nieuwe klemtonen

Een groeiend aantal ondernemingen is er van overtuigd dat een snellere duurzame ontwikkeling en de opkomst van nieuwe markten de beste garantie vormen om hun afzetmarkten en winsten op de lange termijn te verhogen. Daarnaast is er ook de druk van hun klanten in het Noorden die gevoeliger worden voor de omstandigheden waarin hun spullen werden gemaakt (lonen, veiligheid ...) en een meer duurzaam consumptiemodel voorstaan. Deze bedrijven veranderen daarom hun ondernemingsmodel en ze leggen nieuwe klemtonen bij hun bedrijfsvoering in ontwikkelingslanden. Dat uit zich in hun contacten met overheden, arbeidsomstandigheden, ontwikkeling en beheer van de lokale waardeketen, opleiding van hun personeel in ontwikkelingslanden en de mate waarin ook andere dan economische factoren zoals leefmilieu en vervuiling in rekening worden gebracht.

De rol van de private sector als essentiële ontwikkelingspartner werd in 2011 in Busan (Zuid-Korea) voor het eerst volledig erkend

Verschillende ontwikkelde landen investeren ook rechtstreeks in de lokale private sector in ontwikkelingslanden. Sommige landen hebben specifieke programma’s om investeringen te stimuleren met een groot potentieel maar ook met een hoog risico en onzekerheid. In België is dat de ‘Belgische Investeringsmaatschappij voor de ontwikkelingslanden’ (BIO) (Glo.be, 2-2014). Precies omdat het commerciële risico zo hoog wordt ingeschat en de lokale marktomstandigheden in de minst ontwikkelde landen en fragiele staten zo onzeker zijn, zouden dergelijke investeringen zonder ontwikkelingshulp niet kunnen plaatsvinden. In deze landen bieden duurzame technologische innovaties en nieuwe bedrijfsmodellen cruciale nieuwe mogelijkheden om nieuwe kansen op de arbeidsmarkt te creëren. Betere werk- en leefomstandigheden kunnen dan samen gaan met een verhoogd inkomen.

Een voorbeeld van een innovatie is de mobiele telefonie in Afrika. Het bezit van een smartphone is daar zo wijdverspreid dat tal van toepassingen mogelijk worden. Zo kunnen lokale boeren via hun smartphone de marktprijs van de dag opvragen en besluiten of het al dan niet gunstig is een gewas te verkopen. Ook bankverrichtingen zijn mogelijk.

De private sector speelt een centrale rol bij het tot stand brengen van economische groei in zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden en vormt aldus een essentiële ontwikkelingspartner.

Busje met mensen staat in een haven voor opeengestapelde containers
© Anton Ivanon / Shutterstock

Privaat-publiek

Omdat de totale hoeveelheid hulp van de klassieke Westerse donoren aan het Zuiden daalt en een steeds beperkter aandeel in de totale investeringsstromen vormt, is één van de sleutelvragen hoe en waar de hulp het meest doeltreffend kan worden ingezet. Moet deze hulp dienen om essentiële openbare diensten te ondersteunen en zo rechtstreeks het leven van mensen te verbeteren in landen die niet over de nodige fondsen beschikken om dit zelf te doen? Of moet deze hulp gebruikt worden om landen te helpen economisch te groeien en zich te transformeren op een manier die hen toelaat structureel de armoede en ongelijkheid te verminderen? In principe komt het de ontwikkelingslanden zelf toe om hierover te beslissen maar in de realiteit verandert of evolueert de aanpak in functie van de wederzijdse belangen en economische voordelen.

Volgens sommigen is het geen ‘of’ maar een ‘en’-verhaal waarin er duidelijke ‘win-win’-situaties voor iedereen mogelijk worden. Hulp kan zowel gebruikt worden om de dienstverlening te waarborgen als om de economische ontwikkeling te stimuleren. In dergelijke ontwikkelingslogica komen de vraagstukken van hulp en private investeringen dicht in elkaars buurt. Zo is er de laatste 10 jaar meer en meer sprake van publiek-private partnerschappen. Daarbij slaan overheden en de privésector de handen in elkaar om samen projecten te realiseren die zowel een puur economisch als een breder maatschappelijk nut hebben.

Bloemenverkoopster tokkelt op haar GSM
© Aleksandar Todorovic/Schutterstock.com

Dergelijke publiek-private partnerschappen laten toe een gedeelde waarde te creëren, innovatieve financieringen voor ontwikkeling te bedenken, een politiek klimaat voor duurzame ontwikkeling te creëren die toelaten zakelijke en ontwikkelingsdoelstellingen op elkaar af te stemmen en de gemeenschappelijke ontwikkelingsimpact te maximaliseren.

Een voorbeeld van innovatieve financiering is ‘advanced market committments’ (AMC). Zo kunnen donoren aan de farmaceutische industrie de garantie bieden dat zij vaccins tegen verwaarloosde tropische ziektes zullen afnemen. Op die manier wordt het voor de bedrijven rendabel vaccins te ontwikkelen voor ziektes die vooral in ontwikkelingslanden voorkomen. Dat was onder meer het geval met het pneumokokkenvaccin waar de GAVI-alliantie zich voor inzet.

Kanttekeningen door de ngo’s

 

e ngo-koepels zijn ervan overtuigd dat bedrijven een belangrijke rol kunnen en moeten spelen in ontwikkeling. Economische ontwikkeling is een cruciale poot van de duurzame ontwikkeling waar wij voor staan.

  1. Via internationale verdragen hebben staten verplichtingen op vlak van mensenrechten, arbeids- en milieunormen. Die verplichtingen gelden niet voor bedrijven die over de grenzen heen actief zijn. Er is nood aan een kader dat ook bedrijven aan die verplichtingen bindt. De grootste bijdrage van de private sector valt immers te verwachten in de toepassing van eerlijke handels- en investeringspraktijken, duurzame productieprocessen en een correcte inning van belastingen via de strijd tegen belastingontwijking.
  1. Economische groei alleen is zeker geen garantie voor ontwikkeling en vaak gaat groei gepaard met stijgende ongelijkheid. Er dient een beleid gevoerd te worden dat de baten van groei herverdeelt over alle bevolkingsgroepen zodat armoede en ongelijkheid daalt.
  1. Private investeringen zijn niet zomaar inwisselbaar met publieke middelen. Deze laatste streven publieke goederen na en zijn veel minder afhankelijk van de conjunctuur op de internationale kapitaalmarkt. We merken ook dat hulp via publiek-private constructies niet per definitie resultaten oplevert in ontwikkelingslanden. Uit heel wat voorbeelden blijkt dat er onvoldoende garanties op vlak van transparantie en medezeggenschap zijn. Bovendien worden de risico’s vaak afgewenteld op de publieke sector terwijl de baten vooral de private partner ten goede komen.

 

Bogdan Vanden Berghe

Directeur 11.11.11

Privésector
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 35 /39 Remittances: welke plaats in financiering voor ontwikkeling?