Farmer Field Schools

Chris Simoens
01 december 2016

200.000 boeren leren van elkaar en van de planten

 

Boeren nemen veel gemakkelijker vernieuwingen over van elkaar dan van een buitenstaander. Daarom hebben farmer field schools een enorme impact op het rendement. Een succesverhaal uit Rwanda.

 

Zelfs proefvelden die een opvallend hogere opbrengst aantonen, kunnen vaak de boeren niet overtuigen. Waarom? Omdat er te weinig rekening gehouden wordt met de plaatselijke omstandigheden. Zo brengt de windgevoelige Poyo-banaan wel meer op, maar moet ze gestut worden met een stok. In Rwanda liggen de velden echter ver van de huizen en ze kunnen dus niet bewaakt worden. Resultaat: de stokken worden gestolen en de boeren verkiezen hun vertrouwde banaanvariëteit [1].

 

Insectenzoo

Om de boeren meer te betrekken bij het vinden van oplossingen ontwikkelde de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) de farmer field schools (FFS). In een ontspannen sfeer leren boeren er van elkaar, ze observeren aandachtig en doen zelf experimenten. Zo kunnen ze variëteiten uittesten, of in een ‘insectenzoo’ nagaan wie wie opeet. Deelnemers krijgen dus niet te horen wat ze moeten doen, maar kunnen zelf beslissingen nemen en uitzoeken welke oplossing hen het beste lijkt. ‘Het veld is de school en de planten zijn de leraren’. Het succes van de farmer field schools ligt onder meer bij de ‘facilitatoren’: een aantal uitgekozen boeren worden gevormd tot bekwame en gemotiveerde coaches die op hun beurt andere boeren opleiden. Dat laat toe veel landbouwers te bereiken.

In Rwanda paste het Belgisch ontwikkelingsagentschap (BTC) de methode toe, samen met de Rwandese overheid. In dit dichtbevolkte Centraal-Afrikaanse land beschikken de landbouwersgezinnen gemiddeld amper over een halve hectare land. Voor hen is het dus van het allerhoogste belang om zoveel mogelijk oogst binnen te halen.

 

In Rwanda blijft landbouw de belangrijkste economische activiteit, zeker voor vrouwen. Voor plattelandsgezinnen betekent zij de belangrijkste bron van inkomen.

Farmer Field Schools (patates)

Een eerste fase (2009-2011) bereikte 25.000 Rwandese boeren. Vijf jaar later hebben meer dan 200.000 boeren de farmer field schools bezocht. Bovendien besloot de Rwandese overheid in 2014 om de methode in het hele land toe te passen. Tegen 2020 wil ze maar liefst 1,7 miljoen boeren opleiden.

 

Gezinsplanning

Drie van de vier FFS-groepen – met 53% vrouwen - melden dat hun oogst en inkomen met minstens 50% toenamen. ‘We konden onze ogen niet geloven toen we de cassava oogstten op de proefvelden. Ze waren zeker 6 à 7 keer groter dan normaal. Ongezien! En ze smaakten even goed’, zegt cassavaboer Ernest Kabeja. ‘We zijn heel tevreden lid te zijn van een FFS-groep’, voegt een andere deelnemer eraan toe. ‘Landbouw heeft ons bij elkaar gebracht, maar lidmaatschap heeft nog andere voordelen. In onze groep hebben we een spaarprogramma opgezet. We hebben nu allemaal een ziekteverzekering en zorgen ervoor dat elk lid het schoolgeld van zijn kinderen kan betalen. We discussiëren zelfs over onderwerpen als hiv en gezinsplanning.’ Deelnemende boeren gebruiken ook minder pesticiden en groeien soms uit tot echte ondernemers.

Het succes van de FFS in Rwanda kwam ook de OESO ter ore. Dit project van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking werd in 2016 genomineerd voor de internationale OESO-wedstrijd ‘Taking development innovation to scale’ omwille van zijn vernieuwende aanpak.

 

[1] Waarom landbouwprojecten dikwijls falen (Dimensie 3, 1/2014, p. 23)

Landbouw Onderwijs Rwanda
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 14 /15 De GGO-controverse