Geduld wordt beloond

Chris Simoens
10 april 2018
Mossadeck Bally is oprichter en ceo van de bloeiende hotelketen Azalaï in West-Afrika. Voor zijn tweede hotel kreeg hij een lening van 16 miljoen euro van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO). Hij vertelt zijn verhaal van succesvol ondernemer in Afrika.

Na mijn studies in Frankrijk en de Verenigde Staten – financieel beheer – keerde ik terug naar mijn geboorteland Mali. Ik heb toen 10 jaar samen met mijn broer in het bedrijf van mijn vader gewerkt. We voerden voedingsmiddelen in zoals rijst en verdeelden dat dan verder als groothandel. Vaak kregen we leveranciers op bezoek. Die klaagden over de kwaliteit van de hotels in Mali. Dat gaf me de idee een hotel te beginnen. Want uiteindelijk wilde ik diversifiëren om meer toegevoegde waarde en tewerkstelling te creëren.

2000 werknemers

Een mooie opportuniteit deed zich voor toen de Malinese staat een oproep lanceerde voor de overname van het oud-Frans Grand Hôtel in Bamako, de hoofdstad van Mali. Met mijn pas opgerichte onderneming heb ik de oproep gewonnen! De renovatie startte in 1994, we openden het hotel in 1995.

Zo ging de bal aan het rollen. Het hotel draaide immers uitstekend en dat gaf zin voor meer. Toen wilde de Malinese staat een hotel laten optrekken, ook in Bamako, vlak naast een congrescentrum dat door China gebouwd werd. Ook dat hebben we in handen genomen, en met succes. We kregen daar een lening van 16 miljoen euro voor van BIO.

Ik kreeg steeds meer ervaring en keek uit naar nieuwe opportuniteiten, dit keer in het buitenland. Vaak volgens hetzelfde scenario: een regering doet een oproep en wij winnen die. In 2004 volgde de renovatie van het grootste hotel van Burkina Faso in Ouagadougou, in 2007 in Guinee-Bissau, in 2009 in Benin, in 2016 in Ivoorkust en Mauritanië. Momenteel werken we aan nieuwe hotels in Senegal, Guinee-Conakry en Niger.

We beschikken over een kleine 2000 rechtstreekse werknemers. En voor elke eigen werknemer staan er 1,5 à 2 onrechtstreekse jobs.

Mossadeck Bally

Ik wilde diversifiëren om meer toegevoegde waarde en tewerkstelling te creëren.
© Azalaï hotels

Onze klanten komen voor 70% uit West-Afrika en voor 30% uit Europa, Amerika en Azië. Vaak mensen van de Afrikaanse diaspora. Het klopt dat de armere Afrikaan onze hotels van 3 à 4 sterren niet kan betalen. Zij moeten zich tevreden stellen met een tweesterrenhotel.

Dat belet echter niet dat we wel degelijk een grote impact hebben op de lokale economie. We beschikken over een kleine 2000 rechtstreekse werknemers. En voor elke eigen werknemer staan er 1,5 à 2 onrechtstreekse jobs: veiligheidsmensen, leveranciers van voedsel, mensen die de tuin onderhouden… We betalen ook belastingen aan de gemeente.

Onderhandelen, onderhandelen

Als ik zo de ontstaansgeschiedenis van Azalaï vertel, lijkt het wel alsof alles van een leien dakje liep. Dat is niet zo. Ik moest veel geduld hebben en ik had tegenslagen te verwerken. Zo raakte ons hotel in Ouagadougou quasi vernietigd tijdens de onlusten in 2014. We hebben het gesloten en zijn nu bezig met de renovatie.

Bovendien raak je in Afrika veel moeilijker vooruit dan in Europa. In Europa is alles goed georganiseerd, de procedures verlopen snel en je hebt er uitstekend opgeleid personeel. Dat ontbreekt in Afrika, er heerst zelfs eerder een vijandige omgeving. De openbare diensten werken traag en je moet een enorme bureaucratie doorworstelen. Er heerst geen notie van tijd. Wat je in Europa op 2 dagen kunt klaren, duurt bij ons algauw een maand.

 

In Afrika heerst er zelfs eerder een vijandige omgeving. De openbare diensten werken traag en je moet een enorme bureaucratie doorworstelen. Er heerst geen notie van tijd.

Op elk niveau van administratie moet je telkens opnieuw onderhandelen, onderhandelen. Corruptie is nu eenmaal alomtegenwoordig in Afrika. Zelf heb ik nooit geld betaald, maar in het buitenland werken we met consultants. Zij zorgen ervoor dat ons dossier door de administratieve molen raakt. Wij betalen hen daarvoor. Of zij ambtenaren soms wat geld toestoppen, weet ik niet. In Senegal heeft het maar liefst 3 jaar geduurd eer we de bouwvergunning kregen! Alleen in Ivoorkust verliep het merkelijk vlotter.

In Marokko en Tunesië doet de overheid inspanningen om de ondernemingen te stimuleren: ze leggen industrieterreinen aan waar je voor een symbolische prijs je bedrijf kunt opstarten. In Sub-Sahara-Afrika gebeurt er niets. Je moet zelf een terrein zoeken en vaak moet je zelfs zelf de elektriciteit voorzien. Dat jaagt natuurlijk de investeringskosten op.

Het ontbreekt ook aan degelijke opleidingen. Weet je dat er in Mali geen hotelschool bestaat? Daarom werven we ons personeel 9 maand voor de opening aan. Dat biedt voldoende tijd om hen de knepen van het vak te leren. Als er een school zou bestaan, zouden 2 maanden volstaan. Ondertussen hebben we zelf een hotelschool opgericht.

Als je in Afrika wil investeren, moet je dus veel geduld hebben. Je moet het zien als een lange termijn-investering. En zeker niet denken om al na een paar jaar winst te maken.

Weet je dat er in Mali geen hotelschool bestaat? Daarom werven we ons personeel 9 maand voor de opening aan. Dat biedt voldoende tijd om hen de knepen van het vak te leren.

Onze klanten komen voor 70% uit West-Afrika en voor 30% uit Europa, Amerika en Azië.
© Azalaï hotels

Jongeren aan zet

Maar ik wil hier allerminst een al te somber beeld schetsen over Afrika. Er bestaat veel dat wel draait! Het negatieve imago dat de internationale media over Afrika schetsen, klopt totaal niet met de werkelijkheid.

Het doet me dan ook genoegen als ik merk dat veel jongeren er echt voor willen gaan. En dat is ook nodig! De bevolking in Mali zal verdubbelen tegen 2050, al die jongeren moeten werk hebben. Gelukkig bieden zich talloze opportuniteiten. Wist je dat Mali – de grootste producent van katoen in Afrika – 95% van zijn katoen onverwerkt uitvoert? En dan voeren we T-shirts en broeken in. We zouden dat hier moeten produceren. Hetzelfde geldt voor voeding, de digitale revolutie, het hotelwezen… En de jongeren, zowel van bij ons als van de diaspora, grijpen ook die kansen. Zo is een jonge Malinese vrouw uit de diaspora teruggekeerd. Ze startte Zabbaan op, een bloeiend bedrijf van vruchtensappen op basis van lokaal fruit.

Het doet me dan ook genoegen als ik merk dat veel jongeren er echt voor willen gaan. En dat is ook nodig! De bevolking in Mali zal verdubbelen tegen 2050, al die jongeren moeten werk hebben.

Ik wil ook graag de jongeren persoonlijk aanmoedigen. Daarom ga ik regelmatig spreken in scholen en incubatoren. Zelf heb ik enorm veel geleerd van mijn vader, die een rolmodel voor me was. Hij heeft me getoond hoe je je een bedrijf moet leiden, hij heeft me gecoacht en me waarden en advies meegegeven… Mijn eigen ervaring deel ik nu graag met jongeren. Want ja, het is niet altijd simpel met onze bureaucratie en zo meer. Maar jongeren mogen zich niet blind staren op de staat, de staat kan echt niet alles zelf doen. Met enig geduld en doorzettingsvermogen kan je enorm veel realiseren, ook in Afrika.

Ondernemerschap Burkina Faso
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /3 Trias Tanzania in de bres voor Masai