Gezondheids-zorg die mensen centraal stelt

Chris Simoens
14 januari 2019
[Interview] 40 jaar na de Verklaring van Alma Ata bevestigt een conferentie in Astana het engagement van toen: iedereen heeft recht op een degelijke basisgezondheidszorg. Glo.be sprak met expert volksgezondheid prof. Bart Criel.

In 1978 leverde een conferentie in Alma Ata (de toenmalige Sovjetunie) een krachtige politieke verklaring op over het recht op basisgezondheidszorg (Primary Health Care). 40 jaar later – in oktober 2018 – keerden internationale gezondheidswerkers terug naar wat nu Kazachstan is om de balans op te maken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het VN-Kinderfonds (UNICEF) organiseerden er een conferentie in hoofdstad Astana. Prof. Bart Criel (Instituut voor Tropische Geneeskunde) tekende present.

 

Wat betekent basisgezondheidszorg?

Basisgezondheidszorg staat voor een toegankelijke en gedegen eerstelijnsgezondheidszorg voor iedereen, waarbij meerdere disciplines beschikbaar zijn. In België vormen huisartspraktijken daarvan de centrale spil, in nauwe samenwerking met (thuis)verpleegkundigen, kinesisten, psychologen, diëtisten, maatschappelijk werkers, mantelzorgers en zo meer.

In het Zuiden, zeker in lage-inkomenslanden, gaat het veelal om eerstelijnsgezondheidscentra. Deze worden vaak gerund door paramedici, in samenwerking met dorpsgezondheidwerkers (Community Health Workers) ingebed in de lokale gemeenschap.

Mits een degelijke basisgezondheidszorg kunnen 80 à 90% van de gezondheidsproblemen opgevangen worden. De overige gevallen worden doorgestuurd naar een hospitaal.

 

Wat hield de verklaring van Alma Ata precies in?

De verklaring van Alma Ata in 1978 plaatste sociale rechtvaardigheid en solidariteit centraal. Iedereen heeft recht op een kwalitatief goede basisgezondheidszorg, met ruimte voor inspraak van individuen en gemeenschappen in de besluitvorming. De mens staat centraal – en niet de ziekte.

Basisgezondheidszorg gaat dus verder dan louter ‘medische’ zorg. De verklaring van Alma Ata stelde duidelijk dat een degelijke eerstelijnszorg weliswaar essentieel is, maar toch ontoereikend om de gezondheid van mensen te verbeteren. Dat kan alleen door met andere sectoren samen te werken zoals voeding, onderwijs, huisvesting, publieke hygiëne, transport en sociale bijstand. Er moet ook rekening gehouden worden met de psychische toestand en de levensomstandigheden van de mensen.

De Alma Ata-verklaring vormde een belangrijk referentiekader voor de gezondheidssector, en een leidraad voor het beleid, ook in het rijke Noorden. De ambitie was aanzienlijk: “Gezondheid voor Allen” zou tegen 2000 gerealiseerd worden.
 

Een degelijke eerstelijnszorg kan alleen door met andere sectoren samen te werken zoals voeding, onderwijs en huisvesting. Er moet ook rekening gehouden worden met de psychische toestand en de levensomstandigheden van de mensen.

Hoever staan we vandaag?

Het glas is amper halfvol. De helft van de wereldbevolking heeft nog steeds geen toegang tot noodzakelijke gezondheidsdiensten. Ziektekosten jagen jaarlijks 100 miljoen mensen in extreme armoede. Aan het huidige ritme zullen we Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 3 (SDG3) niet halen: ‘gezonde levens garanderen en welzijn promoten voor allen op alle leeftijden’.

 

Waar liggen de moeilijkheden?

Alma Ata omhelst een ingrijpende aanpak waar niet iedereen mee akkoord gaat. Het pleit er onder meer voor dat verhoudingsgewijs meer middelen en personeel naar eerstelijnszorg gaan en minder naar hoogtechnologische geneeskunde in gespecialiseerde hospitalen. De eerste lijn dient de centrale spil in het gezondheidssysteem te zijn, en het hospitaal moet er ten dienste van staan – niet omgekeerd. Dat vergt uiteraard drastische veranderingen in de gezondheidszorg. 

Ook de opleiding van gezondheidswerkers moet aangepast worden. Ze moeten meer leren dan alleen zieke mensen verzorgen. Preventie en promotie zijn even fundamenteel, naast overleg en samenwerking met professionelen actief in andere sectoren.

In ons land is de levensverwachting voor 25-jarige mannen zonder diploma 7,5 jaar korter dan bij mannen met een hoger diploma. Dat verschil loopt op tot 18 jaar voor de levensverwachting in goede gezondheid. In ontwikkelingslanden liggen die verschillen nog hoger.

Dat is onaanvaardbaar en wijst erop dat de gezondheidszorg niet voor iedereen even toegankelijk is. Maar ook de sociale positie van de mensen in de samenleving en ongezonde levensomstandigheden thuis en op het werk spelen een voorname rol. Dergelijke barrières moeten aangepakt worden. Ook de opleiding van gezondheidswerkers dient daar aandacht aan te besteden.

 

Zijn er succesverhalen?

Ja, maar ze blijven nog te zeldzaam. Zo doet de staat Tamil Nadu in India het merkelijk beter dan de meeste andere Indiase staten. Tamil Nadu maakte immers een duidelijke politieke keuze voor basisgezondheidszorg. Costa Rica heeft een sterke en publiek gefinancierde eerstelijnszorg en kan pronken met gezondheidsindicatoren waar een aantal rijkere landen slechts van kunnen dromen. Thailand heeft de moedige keuze gemaakt om – grotendeels met publiek geld - een universeel toegankelijke gezondheidszorg uit te bouwen. Het land staat internationaal model.

Ghana en Ethiopië hebben dan weer een groeiend netwerk van professionele gemeenschapsgezondheidswerkers (Community Health Workers) die goed ingebed zijn in de lokale gemeenschap. Ze luisteren naar de mensen, zoeken hen op in hun woning, bieden zorg aan, doen aan preventie, promotie en sensibilisering. Welzijn komt er ruim aan bod.

Verandering is dus mogelijk. In alle aangehaalde gevallen nam een sterke overheid het heft in handen.

 

Alma Ata pleit er onder meer voor dat verhoudingsgewijs meer middelen en personeel naar eerstelijnszorg gaan en minder naar hoogtechnologische geneeskunde in gespecialiseerde hospitalen.

Wat doet het Instituut Tropische Geneeskunde (ITG) om het gedachtegoed van Alma Ata te verspreiden? En de Belgische Ontwikkelingssamenwerking?

In 2001 organiseerden het ITG en de Belgische overheid reeds een internationale conferentie over het recht op gezondheidszorg (Health Care for All). In 2008 en 2018 vonden er telkens internationale symposia plaats naar aanleiding van de 30ste en 40ste verjaardag van de verklaring van Alma-Ata.

Het Alma Ata gedachtegoed heeft een centrale plaats in onze Master na Master-opleidingen voor gezondheidsprofessionals uit Zuid en Noord. Ook in ons terreinonderzoek en in de vele samenwerkingen met instellingen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika vormt basisgezondheidszorg een belangrijk onderdeel. In mijn vakgebied, de volksgezondheid, blijft Alma Ata een grote bron van inspiratie. We proberen daarbij de principes die de basisgezondheidszorg schragen te ‘vertalen’ naar de context van vandaag.

Ook de Belgische Ontwikkelingssamenwerking zit op dezelfde golflengte. We moeten blijven hameren op dezelfde boodschap om ook jongere generaties warm te maken.

 

Hoe was de sfeer op het congres ’40 jaar na Alma Ata’ in Astana? Wat zijn de krachtlijnen van de verklaring die eruit voortkwam?

In Astana is geschiedenis geschreven. Meer dan 2000 enthousiaste delegates uit bijna 100 landen kwamen er samen om hun volle steun te betuigen aan de principes van Alma Ata. Ik vind het hartverwarmend dat de filosofie van Alma Ata overeind blijft als een huis.

Uiteraard werd de nieuwe tekst geactualiseerd aan de realiteit van 2018. De wereld is ongelooflijk veel veranderd sedert 1978. Denk maar aan de groeiende verstedelijking, de toenemende rol van de privésector in het aanbod van gezondheidszorg, het oprukken van hiv/aids en chronische aandoeningen zoals diabetes, de opkomst van het internet en nieuwe vormen van communicatie, de toegenomen mondigheid van burgers wereldwijd, de klimaatverandering...

Maar er was wel degelijk ook flink wat kritiek. Zo werd in Astana grif toegegeven dat we er de afgelopen 40 jaar onvoldoende in geslaagd zijn om het streefdoel te bereiken. De directeur van UNICEF, Henrietta Moore, formuleerde het glashelder: aan het huidige tempo halen we de doelstellingen nooit. Nog veel te veel mensen blijven vandaag verstoken van basisgezondheidszorg. Dat is en blijft onaanvaardbaar en vraagt om een duidelijk politiek engagement. We now have to walk the talk.

Ook in het terreinonderzoek en in de vele samenwerkingen van het ITG met instellingen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika vormt basisgezondheidszorg een belangrijk onderdeel.

Een arts onderzoekt een vrouw in Peru.
© ITG

In hoeverre zullen overheden rekening houden met de verklaring van Astana?

De conferentie in Astana heeft momentum gecreëerd. De nieuwe verklaring over basisgezondheidszorg is een belangrijk politiek gegeven. Zo zal de Directeur-Generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, Tedros Ghebreyesus, ze op tafel leggen tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2019. Verder speelt ook de civiele samenleving een belangrijke rol. Zij moet van onderuit druk zetten op overheden en zo de nodige politieke wil creëren.

 

Hoe zit het eigenlijk met de eerstelijnsgezondheidszorg in België?

Ik ben als arts afgestudeerd in Leuven in 1981. Sindsdien is er veel ten goede veranderd. De eerste lijn heeft een stevige plaats verworven in ons gezondheidssysteem. Huisartsgeneeskunde is vandaag uitgegroeid tot een volwaardige academische discipline, met grote erkenning in de publieke opinie. Ook werken de huisartsen veel meer samen met andere eerstelijnsgezondheidswerkers zoals verpleegkundigen en kinesisten. De gemeentebesturen doen beduidend meer aan gezondheidspromotie en preventie.  

Anderzijds blijft ons gezondheidssysteem veel te sterk gericht op ‘curatieve zorg’ (= zorg die verstrekt wordt aan zieke mensen die op eigen initiatief een gezondheidswerker opzoeken). Daarbij wordt de gespecialiseerde zorg in hospitalen verhoudingsgewijs financieel veel beter gehonoreerd dan de laagdrempelige, globale aanpak van gezondheidsproblemen op de eerste lijn. Dat zet aan tot  overconsumptie van dure gespecialiseerde zorg, met verkwisting van kostbare middelen tot gevolg. Bovendien worden gezondheidsproblemen die voortvloeien uit kansarmoede, nog te vaak door een medische bril bekeken.

De gezondheidskloof in ons land tussen laag- en hooggeschoolden blijft wraakroepend. Dat vergt een visionaire ingrijpende aanpak en een sturende rol van onze overheden. Er is dus nog werk aan de winkel.

Gezondheid
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 12 /24 Malaria bestrijden in Venezuela