Gezondheidszorg in Congo: een model voor de wereld

Chris Simoens & Martinus Desmet
01 december 2014
De gezondheidszorg die koloniaal België in Congo organiseerde, is uitgegroeid tot een model voor de wereld. Vandaag zet België weer volop in op gezondheid in Congo.

Om de gezondheidszorg in Congo – zelfs de wereld – te begrijpen, moeten we terug naar de koloniale periode. Toen installeerde België ‘medische cirkels’: een netwerk van 10 tot 15 gezondheidscentra (‘dispensaria’), verbonden aan een ziekenhuis. Een dispensarium stond in voor de ‘eerstelijnsgezondheidszorg’ van zowat 10.000 mensen. Congolese verplegers, vroedvrouwen, medische assistenten en zo meer verleenden er de basiszorgen: bevallingen, zorg voor en na de geboorte, algemene ziekten ... Bij ernstiger problemen werd de patiënt doorverwezen naar het ziekenhuis waar Belgische artsen en specialisten met hun Congolees personeel klaar stonden. De voornaamste spelers in de gezondheidszorg waren de Kerk, met haar missies, en het Instituut Tropische Geneeskunde (ITG). 

 

Paternalistisch

Het systeem had duidelijk een sociaaleconomische drijfveer. Voor een goed draaiende economie had de kolonie immers nood aan kloeke werkkrachten, en dus moest de bevolking gezond zijn. Maar voor gezondheid was meer nodig dan medische zorg. Even essentieel waren gezonde voeding, onderwijs, proper water en sanitaire installaties.

Paternalistisch was het systeem zeker. Zo konden enkel Belgen arts zijn. En was de bevolking verplicht om mee te werken. Dat hielp bijvoorbeeld in de strijd tegen slaapziekte: de mensen werden opgetrommeld om zich verplicht te laten onderzoeken. Zo kon deze vector-overdraagbare ziekte in een vroeg stadium ontdekt worden. Na 20 jaar was slaapziekte vrijwel verdwenen (zie kader).

 

Met de bevolking

Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 bleef het systeem doorlopen, met enkele nuances. In Lovanium – later Université de Kinshasa – studeren in de late jaren ’60 de eerste Congolese geneesheren af en de Congolese medische assistenten scholen zich om tot arts. De Belgische artsen ter plaatse worden coöperant van de toenmalige Dienst Ontwikkelingssamenwerking (DOS, voorloper van ABOS en DGD). Ook ngo’s (Damiaanactie, Memisa …) en multilaterale organisaties (UNICEF …) staan meer en meer in voor gezondheidswerk.

Het accent wordt ook verlegd van ‘gezondheidszorg voor de bevolking’ naar ‘gezondheidszorg met de bevolking’: de mensen werden bewust gemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid voor hun gezondheid. Bijvoorbeeld in de gezondheidscomité’s van de dispensaria of door een financiële bijdrage te vragen voor de verkregen zorgen. De bevolking metste zelf ook extra gebouwen met eigenhandig gemaakte stenen, toen de dispensaria te oud of te klein werden. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking droeg bijvoorbeeld hout, dakplaten en technische kennis bij.

Een verpleegster en een verpleger wegen een kindje in Hospitaal Bandundu
© DFID

De Verklaring van Alma Ata stelde dat basisgezondheidszorg wereldwijd uitgebouwd diende te worden via een netwerk van dispensaria en ziekenhuizen.

Alma Ata

Het Congolese gezondheidsstelsel werkte zo goed dat het als voorbeeld gold op een historisch congres van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in 1978 in Kazachstan. De Verklaring van Alma Ata stelde dat basisgezondheidszorg wereldwijd uitgebouwd diende te worden via een netwerk van dispensaria en ziekenhuizen. Onder President Mobutu werd toenmalig Zaïre zelfs het eerste land dat een Nationale Strategie voor Basisgezondheidszorg uitvaardigde. De ‘medische cirkels’ werden er herdoopt tot ‘gezondheidszones’.

Jammer genoeg kende het land onder 30 jaar Mobutu (tot 1995) een economische neergang. Geleidelijk aan werden de lonen van het geneeskundig personeel, onder meer door inflatie, uiterst karig. En moest men bijklussen om te overleven. In de zones waar België aanwezig was, bestond de hulp dan ook voor een steeds groter deel uit extra loon voor het personeel.

Toch is het systeem vrij behoorlijk blijven functioneren. Alle donoren stemden zich spontaan af op de Nationale Strategie, en de coöperanten werkten in de ziekenhuizen zij aan zij met hun Zaïrese collega’s. En dat lang voor er sprake was van de Verklaring van Parijs in 2005, waarin afstemming op het nationale beleid een van de principes is (1).

 

België herneemt

In 2009 trok België op vraag van Congo zijn gouvernementele samenwerking terug uit de gezondheidszorg. De samenwerking via indirecte (ngo’s, universiteiten, ITG) en multilaterale actoren liep echter door, goed voor 60% van het oorspronkelijk volume. Daardoor nam ons land nog steeds de 6de à 8ste plaats in onder de donorlanden en bleef het actief in de groep van donoren.

Recent slaagt de Congolese staat erin meer te profiteren van zijn economische groei en via belastingen zijn budget aan te dikken. Bovendien krijgt het staatspersoneel zijn loon rechtstreeks op een rekening gestort waardoor tussenpersonen worden vermeden. Veel gezondheidswerkers verdienen daardoor meer.

Toch volstaan de eigen middelen van de Congolese overheid nog niet. Daarom besliste België op voorstel van Congo om weer aan te sluiten op de aloude traditie van steun aan de gezondheidssector. Sterker nog dan vroeger zal ons land aansturen op een betere samenwerking tussen de donoren en tussen de diverse Belgische spelers op het terrein, voor een zo doeltreffend mogelijke hulp (zie p. 4-7).

 

(1) De Verklaring van Parijs probeert hulp doeltreffender te maken via vijf principes: eigenaarschap, afstemming, harmonisering, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoordelijkheid.

Gezondheid Belgische Ontwikkelingssamenwerking DR Congo
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 17 /16 Als de ambulance niet komt