Het Congobekken, bakermat van biodiversiteit

Alain Huart
01 juni 2014
De wouden van het Congobekken zijn het tweede grootste aaneengesloten bosgebied ter wereld, maar de druk erop is groot.

200 miljoen hectare of 90 % van het dichte regenwoud van Afrika, 10.000 hogere plantensoorten waarvan 3000 inheemse, 600 exploiteerbare houtsoorten, 1000 vogelsoorten, 900 vlindersoorten, 280 soorten reptielen en 400 soorten zoogdieren, waaronder zeldzame of met uitsterven bedreigde soorten zoals de laaglandgorilla’s en chimpansees … De biodiversiteit in DR Congo is van onschatbare waarde voor de sociaal-economische ontwikkeling van de regio en de planeet.

30 miljoen mensen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van het Congolese woud, maar daarnaast is ook de industriële exploitatie van hout, van andere bosproducten dan hout en van houtskool een bron van inkomsten. Verder zijn er ook ecologische goederen en ecosysteemdiensten die het welzijn van de lokale bevolking ten goede komen: neerslagregulator voor akkers en savannegebieden, bescherming tegen overstromingen, watervoorziening en waterzuivering, kleinschalige visserij, niet-houtbosproducten en geneeskrachtige planten.

 

Bescherming

De landen in Centraal-Afrika en Congo hebben hun beleid en wetgeving (bosbouwwetboek) inzake bosbeheer afgestemd op internationale milieurichtlijnen. Door de belanghebbenden actief te betrekken bij de besluitvorming willen ze komen tot een duurzaam beheer van de bosrijkdommen. Het duurzaam gebruik en de economische valorisatie van bosbouwproducten is uitgegroeid tot een van de belangrijkste uitdagingen op vlak van ontwikkeling.

Congo heeft negen nationale parken en ongeveer zestig jachtgebieden en reservaten die onder het beheer staan van het Institut congolais pour la conservation de la nature (ICCN). Deze gebieden zijn samen goed voor 10,47% van het grondgegbied. Het zijn het Mangrovepark, de parken  Garamba , Kahuzi-Biega , Kundelungu, Maiko , Lomami, Salonga, Upemba en Virunga. Het Park Salonga, op de evenaar, wordt beschouwd als het grootste bosreservaat ter wereld.

FLEGT

 

In de strijd tegen de illegale bosontginning heeft de Europese Commissie in mei 2003 het actieplan FLEGT gelanceerd. Het opzet is een beter bosbeheer en een sterker wettelijk kader voor bosontginning in de houtproducerende landen.

Het actieplan streeft naar een betere wetshandhaving in de bosbouw (Forest Law Enforcement) en een betere Governance door in te zetten op de houthandel (Trade) als drijvende kracht, vandaar FLEGT. De hoeksteen zijn de zogenaamde vrijwillige partnerschapsakkoorden die tussen de houtproducerende landen en de EU worden gesloten en die gericht zijn op een gezamenlijk garantiesysteem voor legaal hout. Het biedt de garantie dat alle hout dat het houtproducerende land waarmee een akkoord is ondertekend, naar Europa uitvoert, wettig gekapt is en dus bijdraagt aan de bestrijding van armoede en de bescherming van het milieu. In het kader van FLEGT kunnen de Congolese nationale parken ook materiaal of opleidingen voor de bewakers krijgen. België steunt het FLEGT-programma met 3,5 miljoen euro via de Europese Commissie (‘gedelegeerde samenwerking’).

Een aap linkt aan zijn vinger
© Ver Beie / Greenpeace

Bedreigingen en uitdagingen

De afbrokkeling van het nationale en lokale gezagsniveau sinds 1997, is problematisch voor de nationale parken. Deze moeten niet alleen de stroperij bestrijden, maar werken met te weinig personeel dat er bovendien niet jonger op wordt. Daar komt bovenop dat de omwonende bevolking stilaan bezit neemt van de parken. Een verontrustende evolutie, vooral omdat de partners die technische en financiële hulp aan Congo verlenen, voor deze bevolkingsgroepen projecten rond voedselzekerheid opzetten en de teelt van voedingsgewassen steunen (zoals FAO, WFP, Wereldbank, IFAD). Want dat leidt op zijn beurt tot meer ontbossing en een bedreiging van de biodiversiteit.

De komende 30 jaar wil Congo strategieën ontwikkelen om een duurzame oplossing te vinden voor dit tweevoudige probleem: savannegebieden waarvan de bodem snel verschraalt, wat bijdraagt aan de vernieling van bosgebied, plus de gestage verdwijning van oerwoud, als gevolg van zwerflandbouw (slash and burn), een traditionele praktijk die niet zo snel zal worden opgegeven.

Aangezien zij dan meer moeten investeren in meststoffen, zaaigoed en grondbewerking...

Een okapi in het Okapi Wildlife Reserve
© Kim Gjerstad

Kansen

De REDD+-strategie die de regering van Congo eind 2012 goedkeurde, is een groots opgezet programma waarin ze haar landbouwbeleid wil inbedden. De strategie komt erop neer dat de landbouwers grond in de savannegebieden mogen bewerken. Aangezien zij dan meer moeten investeren in meststoffen, zaaigoed en grondbewerking krijgen zij als vergoeding het verschil tussen wat het regenwoudgebied hen zou opbrengen en wat het savannegebied opbrengt. Het is dus zaak een beleid te voeren dat landbouw in savannegebied aantrekkelijk maakt met de nodige investeringen en een weloverwogen landbeheer. Landbouwers in savannegebied schadeloos stellen om het woud te redden zou in elk geval een bemoedigend en veelbetekenend signaal zijn.

Biodiversiteit DR Congo
Terug Planeet
Imprimer