Het kluwen van multilaterale instellingen ontward

Chris Simoens & Reinout Van Vaerenbergh
01 december 2010
Vandaag zijn er 260 multilaterale organisaties erkend als kanaal voor officiële ontwikkelingshulp! Hiervan steunt België er 21. Hier is een vereenvoudigd overzicht. 

De Eerste en de Tweede Wereldoorlog lieten Europa en de hele wereld verbijsterd achter. Conflicten van die aard moesten voortaan vermeden worden. Daarom besloten de toenmalige leiders organen op te richten waarin landen met elkaar kunnen overleggen. Het begrip 'multilaterale organisatie' was geboren. Hierin zetelen (minstens drie) landen die samen werken aan kwesties die voor alle lidstaten van belang zijn.

De Verenigde Naties (VN) zagen het daglicht in oktober 1945. In 1951 ontstond de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de huidige Europese Unie.

Het stelsel van de VN vormt de grootste 'boom' van multilaterale instellingen. Aan de VN-stam ontsproten immers veel commissies, fondsen, programma’s en organisaties, die zich aan specifieke thema’s wijden. Vandaag probeert men de wildgroei tegen te gaan. Zo loopt in acht landen een one-UN-experiment. De VN-instellingen proberen er meer harmonisch op te treden.

Voor alle duidelijkheid delen we de multilaterale instellingen op in zes categorieën.

1. De Verenigde Naties

UN

De Verenigde Naties vormt het hart van het VN-stelsel (www.un.org). Ze streeft naar internationale vrede. 192 landen zijn lid. Zij wisselen binnen de VN met elkaar van gedachten. De VN ijvert voor mensenrechten en betere levensomstandigheden. Bij rampen is de VN de voornaamste organisator van noodhulp.

 

Blauwhelmen
De VN streeft naar internationale vrede. Hier: vredesmissie van VN-blauwhelmen in Syrië, 2010.
© UN Photo/Arnold Felfer

 

Elk lidstaat betaalt een verplichte bijdrage die samenhangt met de omvang van de economie. Zo betalen de Verenigde Staten 22 % (het maximumpercentage), België 1% en de armste ontwikkelingslanden 0,01 %.

De Algemene Vergadering is het centrale orgaan van de VN. Ze is een soort parlement waarin alle landen zetelen. Elk land heeft er één stem. De Algemene Vergadering kan alle problemen behandelen die ze wil, maar haar besluiten of resoluties hebben geen bindende kracht voor de lidstaten.

 

AV
Secretaris-generaal Ban Ki Moon spreekt de Algemene Vergadering toe op de VN-top over de Millenniumdoelen in september 2010.
© UN photo by Rick Bajornas

 

De Veiligheidsraad is het machtigste orgaan van de VN, want verantwoordelijk voor het handhaven van de internationale vrede en veiligheid. Haar resoluties zijn wel bindend: lidstaten zijn verplicht ze uit te voeren. De Raad is vrijwel continu in vergadering en kan zo crisissituaties bespreken zodra die zich voordoen. In de Raad zetelen vijftien leden. Vijf hebben een permanente zetel en een vetorecht: de VS, Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (in feite de overwinnaars van WOII). Tien worden voor een periode van twee jaar verkozen door alle lidstaten.

Het Secretariaat is het administratieve orgaan van de VN en bevindt zich in de hoofdkwartieren in New York. Het voert onder meer het werk uit waartoe door de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad en andere organen werd besloten. De secretaris-generaal – momenteel Ban Ki-moon – heeft de leiding. Hij is ook diplomaat en onderhandelaar bij disputen tussen lidstaten.

Andere VN-organen zijn het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en de Economische en Sociale Raad.

2. De VN-Fondsen en Programma’s

 

De VN-Fondsen en Programma’s worden bestuurd door een beperkt aantal VN-lidstaten die daartoe voor een aantal jaren zijn verkozen. Hun inkomsten halen ze uit vrijwillige bijdragen van bepaalde landen (zowel core als non-core, zie kader).

Door België gesteunde Fondsen en Programma’s:

 

België kiest voor core-bijdragen

 

De VN-fondsen en de gespecialiseerde en verbonden organisaties ontvangen zowel core als non-core-bijdragen. Core of kernbijdragen financieren de basisactiviteiten. Geoormerkte of non-core-bijdragen zijn bestemd voor bijkomende activiteiten die door de organisatie of door de donoren gevraagd worden. Hierover wordt specifiek gerapporteerd aan de donoren. Geoormerkte bijdragen beperken enigszins de vrijheid van handelen van de organisaties. Daarom besloot België in 2009 om voortaan de voorkeur te geven aan core-bijdragen. Partnerorganisaties kunnen hierdoor beter hun eigen beleid uitstippelen. De middelen zijn meer voorspelbaar en er is minder versnippering. Kortom, de doeltreffendheid van de hulp verhoogt.

"Geld voor werk"-projecten ondersteunen de heropbouw in Pakistan

 

Als antwoord op de overstromingen in Pakistan biedt het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP werk aan Pakistanen om zelf de heropbouw in handen te nemen. In de provincie Khyber Pakhtunkhwa kan de getroffen bevolking op die manier geld verdienen om levensmiddelen te kopen en tegelijk hun dorpen terug op te bouwen. Wahid Khan is een van de werknemers. Voor 4,7 à 7 dollar per dag helpt hij puin ruimen op straat, kanalen graven en de wegen heraanleggen. "Dankzij dit werk kan ik eten en kledij kopen voor m’n familie. Ik zou niet weten wat ik zonder dit geld zou moeten aanvangen. Het project geeft ons opnieuw hoop, en laat ons na de vernielingen opnieuw uitkijken naar de toekomst."

 

UNDP
© UNDP Pakistan

3. De Gespecialiseerde Organisaties

 

Gespecialiseerde Organisaties zijn met de VN verbonden door een overeenkomst, maar zijn er niet aan ondergeschikt. Ze richten zich op een specifiek beleidsdomein zoals landbouw of onderwijs. Net zoals de VN zelf worden ze gefinancierd met verplichte bijdragen van de lidstaten.

 

Door België gesteunde Gespecialiseerde Organisaties:

 

Voedsel- en Landbouworganisatie: FAO - www.fao.org

Wereldgezondheidsorganisatie: WHO - www.who.org

Internationale Arbeidsorganisatie: ILO - www.ilo.org

VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur: UNESCO - www.unesco.org

Internationale Organisatie voor Migratie: IOM - www.iom.int

4. De verbonden organisaties

 

Een aantal organisaties en programma’s zijn ‘verbonden’ met de VN. Deze omvatten onder meer de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA).

5. Internationale Financiële Instellingen

 

Om een heruitgave van de grote economische crisissen tussen WOI en WOII te voorkomen, organiseerden de geallieerden, al voor het einde van WOII, een reeks conferenties. Dit leidde in 1944 tot de oprichting van twee internationale financiële organisaties in Bretton Woods: het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBWO).

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bevordert de monetaire samenwerking en de muntstabiliteit. Het verstrekt leningen aan landen die problemen hebben met hun betalingsbalans. Vaak zijn dit ontwikkelingslanden. Dus, ook al is het IMF niet echt een ontwikkelingsorganisatie, haar impact op ontwikkelingslanden kan vrij groot zijn. Vooral de voorwaarden die ze oplegt om de economie van een land te stabiliseren – zoals het in evenwicht brengen van ontvangsten en uitgaven – zijn dikwijls een punt van kritiek, veelal vanwege ngo’s en de overheden van ontwikkelingslanden. Om tegemoet te komen aan de noden van de armste landen met doorgaans hoge schuldgraad, verstrekt het IMF vanaf 1986 leningen met een giftelement. Hierop volgden sinds 1996 schuldverlichting en sinds 2006 schuldkwijtschelding.

 

wb

Naast het IMF zijn er de ontwikkelingsbanken: echte banken met aandelen, die goedkope leningen verstrekken aan ontwikkelingslanden. Hieronder valt vooreerst de Wereldbankgroep (www.worldbank.org), bestaande uit vijf dochterinstellingen, waaronder de International Bank for Reconstruction & Development - IBRD (leningen aan middeninkomenslanden) en de International Development Association - IDA (kredieten en giften aan lage-inkomenslanden). Daarnaast zijn er de regionale ontwikkelingsbanken: de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (www.afdb.org), de Aziatische Ontwikkelingsbank (www.adb.org), en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (www.iadb.org).

De armste landen kunnen voor renteloze leningen en subsidies terecht bij speciale fondsen: IDA bij de Wereldbank, en het Afrikaans Ontwikkelingsfonds bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Rijke landen vullen die fondsen aan.

In de internationale financiële instellingen krijgen landen meer stemrecht naarmate ze meer kapitaal inbrengen. Zo heeft België in de IBRD momenteel recht op 1,76% van de stemmen. Ontwikkelingslanden krijgen stilaan meer invloed.

De non-core-bijdragen van de donorlanden komen terecht in Trust Funds. Zo steunt België:

GEF financiert projecten in ontwikkelingslanden in het kader van diverse conventies zoals deze over biodiversiteit, woestijnvorming en klimaatverandering.
 

Elektriciteit voor plattelandsbevolking in Mali

In landelijke gebieden in Mali had in 2009 slechts 13% van de bevolking toegang tot elektriciteit. De enkele gloeilampen en elektrische apparaten werken er op stroomvoorziening via kerosine of batterijen. Sinds mei 2010 heeft de steun van de Wereldbank ervoor gezorgd dat 650.000 mensen toegang hebben tot het elektriciteitsnet, evenals 803 publieke gebouwen, waarvan 172 scholen en 139 gezondheidscentra. Ook hebben voortaan bijna 8.000 gezinnen thuis elektriciteit via zonnepanelen.

Dankzij de elektriciteit kunnen kinderen ’s avonds huiswerk maken en gebeuren bevallingen in betere omstandigheden. Heel wat nieuwe kleine handelszaken zien het licht, zoals ijsmakers, bakkers, kleermakers en banken.

Kalifa Goïta, burgemeester van de gemeente Yorosso, ziet voortaan het licht dag en nacht schijnen: "Als er geen zon is, moet je er naar op zoek. Hier is elektrisch licht de zon waar we naar zochten. En met de elektriciteit hopen we meer lokale investeringen aan te trekken om de werkloosheid te verminderen."

6. De Europese Unie

 

EU

 

De Europese Unie (EU – europa.eu) is de grootste donor ter wereld. Met 47 miljard euro levert zij jaarlijks ruim de helft van alle officiële ontwikkelingshulp. De Europese Commissie besteedt 12 miljard euro, de rest is voor rekening van de lidstaten.

De Europese Commissie is min of meer de EU-regering. Ze vertegenwoordigt en verdedigt de belangen van de EU in zijn geheel, onafhankelijk van de nationale regeringen. Ze heeft het monopolie op het nemen van wetgevende initiatieven, en legt deze aan de Raad van Ministers en het Europese Parlement voor. Om het beleid uit te stippelen en uit te voeren beschikt de Commissie over een aantal 'Directoraten-generaal', te vergelijken met ministeries.

De Hoge Vertegenwoordigster voor Buitenlands- en Veiligheidsbeleid Catherine Ashton is tevens ondervoorzitter van de Commissie. Ze is de centrale persoon voor al het buitenlandse beleid van de EU en bouwt haar eigen diplomatieke korps uit, de Europese Dienst Extern Optreden. De Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking is de Let Andris Piebalgs (opvolger van Louis Michel). Hij is, in nauwe samenwerking met de Hoge Vertegenwoordigster, verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking op alle continenten. De Commissaris voor Humanitaire Hulp is de Bulgaarse Kristalina Georgieva.

De volgende Directoraten-generaal zijn rechtstreeks betrokken bij ontwikkelingssamenwerking:

  • DG DEVCO (EuropeAid Development and Cooperation) werkt het samenwerkingsbeleid uit met de ACS-landen (Afrika, Caribisch Gebied, Stille Oceaan) en de overzeese landen en territoria. Ze maakt gebruik van meerjarige strategienota’s met individuele landen en met regio’s. Het Akkoord van Cotonou dat in 2010 werd herzien, vormt de uitgangsbasis. Dit akkoord streeft de uitroeiing van de armoede na in de ACS-landen. Het handelsluik omvat de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA). Deze dienen de ACS-landen geleidelijk te integreren in de wereldeconomie. De onderhandelingen hierover worden voortgezet. DG DEVCO staat ook in voor de praktische uitvoering van de ontwikkelingssamenwerking. De landendiensten van DG DEVCO worden geleidelijk geïntegreerd in de Europese Dienst Extern Optreden.

Als instrument gebruikt DG DEVCO het Europees Ontwikkelingsfonds. Het EOF wordt gevoed door bijdragen van de lidstaten, berekend op basis van een specifieke verdeelsleutel. Het maakt geen deel uit van het EU-budget. Het huidige EOF (2007-2013) beschikt over 22,6 miljard euro.

  • DG External Relations verzorgt het buitenlands beleid van de EU. Zo streeft ze goede relaties na met haar buren. Deze bevatten onder meer de Belgische partnerlanden Marokko, Algerije en de Palestijnse Gebieden. De samenwerking met de buren verloopt via het European Neighbourhood and Partnership Instrument (11,2 miljard euro voor 2007-2013).

De samenwerking met Latijns-Amerika, Azië, Centraal-Azië, het Golfgebied (met Iran en Irak) en Zuid-Afrika wordt gefinancierd door het Development Cooperation Instrument (10 miljard euro voor 2007-2013). Dit instrument staat ook in voor thematische samenwerking (ngo’s, lokale besturen, voedselzekerheid, milieu, enz.), maar dan wel in alle ontwikkelingslanden.

  • DG ECHO levert humanitaire noodhulp aan slachtoffers van natuurrampen of gewapende conflicten buiten de EU.
[legende: Europese hulpactie bij overstromingen in Mozambique in 2007] [© European Union, ECHO]
Europese hulpactie bij overstromingen in Mozambique in 2007
© European Union, ECHO

 

Groenten- en fruitexporteurs uit ACS-landen op weg helpen naar EU-markten

 

Kwaliteitsnormen en veiligheid van groenten en fruit zijn van cruciaal belang op de Europese markt. Ook de exporteurs en producenten van onder meer boontjes uit Senegal of mango’s uit Peru moeten aan die normen voldoen.

Om de export van deze producten niet in het gedrang te brengen, voorziet de EU in deze landen opleidingen en voorlichting om de kwaliteit van de producten op punt te stellen en conform te maken met de Europese regelgeving op het vlak van voedselveiligheid.

Grace Mueni werkt voor het exportbedrijf Kyome Fresh uit Kenia en ziet duidelijk de impact van het programma: "Sinds we vorig jaar gecertificeerd zijn, is onze maandelijkse export gestegen van 25 ton naar 65 à 90 ton, en hebben we ons klantenbestand verdrievoudigd."

Zo’n 100.000 kleine landbouwbedrijven hebben reeds baat gehad bij het programma, dat 80% van de export van vers fruit en groenten van de ACS-landen naar de EU omvat.

EU
© European Union, 1995-2010

Een vluchtelingenkamp in de Westelijke Sahara ontvangt voedsel van de EU (ECHO) via het Wereldvoedselprogramma. 

ECHO
© EC/ECHO/Sebastien Carliez
Internationale organisaties Europese Unie Verenigde Naties
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 31 /30 De eeuwige zoektocht naar Utopia