Het leven zoals het is in een vluchtelingenkamp in DR Congo

Wendy Bashi
01 augustus 2016
Verplegers, onderwijzers, technici, handelaars: hun kinderen liepen school, ze hadden gezondheidszorg, kortom kansen genoeg. Alleen leven ze nu als vluchteling in DR Congo in de hoop dat hun land opnieuw veilig wordt en het ‘DDR-proces’ (‘Ontwapening, Demobilisatie en Re-integratie’) in hun land - de Centraal-Afrikaanse Republiek - eindelijk op gang komt.

'Ik ben hier nu een jaar en zes maanden... In Bangui was ik net begonnen met een opleiding personeelsbeheer. Eerst is mijn man naar hier gevlucht, dan ben ik de grens overgestoken met onze drie dochters. In mijn land had ik een druk leven. Hier is elke dag even leeg. Na mijn aankomst in het vluchtelingenkamp heb ik mij nuttig gemaakt in de alfabetiseringsklas, maar die bestaat nu niet meer bij gebrek aan middelen. Ik zou zo graag verder studeren!’ Nicole komt uit Bangui en leeft in Blok 2 op nummer B10. Zij is één van de 21.000 vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) die nu in Zongo (provincie Sud-Ubangi) verblijven. In het kamp van Mole staan op twee vierkante kilometer ongeveer 1500 wooneenheden, verdeeld over zes ‘gemeentes’.

Inzetten op samenleven 

Sinds het ontstaan van de crisis in de Centraal-Afrikaanse Republiek stelde het Hoog-Ccommissariaat voor Vluchtelingen (UNHCR) vast dat veel Centraal-Afrikanen naar buurland Congo vluchtten, met een piek in januari 2014. Michel Makasi-Iyeme, hoofd van het UNHCR-bureau in Zongo, licht toe: ‘Volgens onze databank is het kamp van Mole in Zongo een van de grootste in de regio Sud Ubangi.’ Naast de 21.000 vluchtelingen in het kamp van Mole, verblijven er ook 1511 moslims die buiten het kamp opvang krijgen bij gezinnen. ‘In januari 2014 was er een sterke toestroom van vluchtelingen. In het kamp van Mole heerste toen een tijdlang een gespannen situatie die ons bijna levens heeft gekost. Sindsdien zetten wij sterk in op het vreedzaam samenleven van jonge christenen en moslims uit de CAR via projecten zoals het Youth Initiative Fund’, aldus nog Michel Makasi-Iyeme.

‘Toen de crisis in 2012 uitbrak, zagen we mensen uit Bangui de rivier oversteken’, vertelt Josaphat Mangenda, aanspreekpunt van de Association pour le Bien-être familial et les Naissances Désirables (ABEF/ND). ‘Tot onze verbazing hoorden we geweervuur. Zongo ligt net aan de overkant. Het was dan ook een verbijsterend zicht om mensen uit Bangui zwemmend de rivier te zien oversteken. Sommigen zijn verdronken, anderen werden gered met prauwen. Naar wat we hoorden ging het om een conflict tussen christenen en moslims.’ Josaphat Mangeda en het hoofd van het UNHCR-bureau rapporteren dat vluchtelingen uit de CAR bij hun aankomst op Congolees grondgebied, naar Worobe op 18 km van Zongo werden gebracht. Volgens getuigenissen van hulporganisaties staken militairen vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek met opzet de rivier Ubangui over om er de vluchtelingen in het kamp te komen afdreigen. Onder andere daarom werden ze voor hun veiligheid 35 km van de grens vandaan naar het kamp van Mole overgebracht.

In mijn land had ik een druk leven. Hier is elke dag even leeg.

Gebrek aan middelen 

Nu en dan zijn er spanningen onder de vluchtelingen, maar de hulporganisaties hebben het vooral moeilijk om de nodige financiering te vinden voor de hulpverlening. Het hoofd van het UNHCR-bureau: ‘Een aantal EHBO-kits zijn niet tijdig nagevuld maar er is zeker geen onwil in het spel. Het ontbreekt ons gewoon aan de nodige middelen en dat gebeurt steeds meer. U moet weten dat door de crisis in Syrië de focus van onze geldschieters verlegd werd naar Europa. Sinds 2014 is er flink gesnoeid in onze middelen.’

Dat blijft niet zonder gevolgen voor de bewoners van het kamp in Mole. Roseline Mbale, moeder van drie kinderen en verantwoordelijke voor Blok 4 getuigt: ‘In Bangui werkte ik als verpleegster. Hier heb ik niets omhanden. Ik kan zelfs niet als verpleegster werken terwijl het medisch personeel onderbemand is. Ik ben hier aangekomen op 7 juni 2013 en heb de overtocht gemaakt in een prauw. Eerst verbleven we in Worobe en dan zijn we naar hier gekomen. In het begin waren we redelijk goed gehuisvest en kregen we twee warme maaltijden. Daarna werden er levensmiddelen verdeeld via het Wereldvoedselprogramma. Nu krijgen we gewoon een bedrag van 6000 CFA-frank per maand (12 dollar), maar daarmee valt niet rond te komen. Ik verbouw nu maniok en ik probeer niet meer dan 500 frank per dag te besteden van de ‘cash grant’ die we krijgen, maar dat volstaat echt niet.’

UNHCR aan het werk op een Congolees vluchtelingenkamp
© Wendy Bashi

Gezondheidsproblemen en klimaatverandering, heikele kwesties 

Hulporganisaties en zorgverleners schetsen een somber beeld van de gezondheidssituatie. ‘Sinds enige tijd zijn een aantal ziekten in opgang’, zegt Dr. Paulin Lusimo, hoofdgeneesheer voor de sector Zongo. ‘Ons werk is vooral toegespitst op hiv, tuberculose, vaccinatie van kinderen en zwangere vrouwen. En dan is er nog de klimaatverandering. We leven hier in regenwoudgebied maar dit jaar duurt het droge seizoen langer dan normaal. En de warmte heeft nu eenmaal een effect op de gezondheid van de meest kwetsbare groepen.’ Voor dokter Paulin staat het vast dat de klimaatverandering ook hier niet zonder gevolgen blijft. ‘Kinderen worden geregeld ziek. Alles hangt met alles samen. Door de hitte drogen waterputten op. De bevolking gaat water halen op plaatsen waar het niet drinkbaar is en daardoor ontstaan ziektes zoals darmparasitose, tyfus en bloedarmoede.’

U moet weten dat door de crisis in Syrië de focus van onze geldschieters verlegd werd naar Europa.

Seksuele en reproductieve gezondheid

Voor de zorgverleners is ook de seksuele en reproductieve gezondheid een aandachtspunt. Uit de cijfers van UNHCR blijkt dat in het kamp gemiddeld tien kinderen per week worden geboren. Laurentine Ndakala (23 jaar) kwam begin 2013 aan in Mole. ‘Ik heb vier kinderen. De jongste is in het kamp van Mole geboren, op een maandag. Mijn man overleed de donderdag daarna aan tuberculose. Dat was op 24 september, ik weet het nog goed. Het was een moeilijke periode, vooral toen ik wist dat ik mijn zwangerschap in het kamp zou moeten doormaken.’ Laurentine Ndakala is jammer genoeg niet de enige, zoals blijkt uit de gegevens van het contactpunt van de ABEF/ND. ‘De vluchtelingen leven in zeer precaire omstandigheden, maar sommigen lijken zich eroverheen te zetten en krijgen toch kinderen. Anderen zijn niet voldoende geïnformeerd over gezinsplanning. Met onze vereniging proberen wij hen te sensibiliseren, maar dat is lang geen gemakkelijke taak!’

Loodzware levensomstandigheden, klimaatverandering, gebrek aan middelen: toch leeft bij de vluchtelingen nog niet de wens om naar huis terug te keren. UNHCR vindt dat de vraag van hen moet komen en bij het bureau in Zongo heeft tot dusver niemand zich gemeld. De heer Makasi-Iyeme bevestigt dat de vluchtelingen zeker willen zijn van een duurzaam vredesherstel in Bangui. Pas dan willen ze naar huis terugkeren.

 

Vluchtelingen vullen hun watertkannen
© Wendy Bashi
Vluchtelingen DR Congo
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 46 /50 Ethiopië kreunt onder de droogte, maar hongersnood blijft uit