Hoe de Peruviaanse quinoaboeren hun inkomen verhoogden

ILO/OIT
22 november 2017
Het Andean Grains Programme - een gezamenlijk initiatief van ILO, FAO en Unesco - heeft niet alleen de levensomstandigheden van de telers van biologische quinoa verbeterd, maar ook bijgedragen aan de economische empowerment van vrouwen.

Benjamina Gonzalo Nina is een 52-jarige quinoaproducente die jarenlang moeite had om haar brood te verdienen. Ze was een van de duizenden arme kleine boeren in de Peruviaanse regio's Ayacucho en Puno die niet konden profiteren van de toenemende wereldwijde vraag naar het "supergraan".

Peru is 's werelds grootste producent van quinoa, gevolgd door Bolivia. Samen zijn zij goed voor 80 procent van de wereldhandel. Maar terwijl de export van quinoa - een glutenvrij Andesgraan dat rijk is aan eiwitten, aminozuren en vitamines - de laatste jaren exponentieel is toegenomen, heeft dit niet geleid tot een betere levenskwaliteit of een hoger inkomen voor Peruviaanse boeren zoals Nina.

Pas toen Nina deelnam aan een tweejarig project dat gefinancierd werd door het SDG-fonds, begonnen haar levensomstandigheden te verbeteren. Dat fonds is een mechanisme waarbij verschillende donoren en instanties betrokken zijn. De Verenigde Naties hebben het opgericht om de verwezenlijking van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen te bevorderen. Het Joint Andean Grains Programme van 3,8 miljoen dollar, dat in 2015 werd opgezet, spitste zich toe op 2350 boeren in Ayacucho en Puno, plattelandsgebieden met een hoge mate van (extreme) armoede waar 78 procent van de Peruviaanse quinoa wordt geproduceerd.

"We hebben geleerd om zaadsoorten te selecteren en te onderscheiden, en bijvoorbeeld te bepalen welke graansoort het meest in trek is op de markt. Vroeger zaaiden we zonder de soorten zaad te kennen, maar nu kennen we de eigenschappen en de voordelen van elke soort", vertelt een moeder van vier ons in Puno. "Voorheen produceerden we weinig, maar dankzij de coöperatie zijn we sterker verbonden met de quinoamarkt."

Het programma is een initiatief van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en Unesco, in samenwerking met de regering van Peru, de particuliere sector, coöperaties en universiteiten. Het heeft samenwerkingsverbanden met landbouwcoöperaties en groene banen bevorderd, de producenten in staat gesteld betere marktprijzen te bedingen en bijgedragen aan de ontwikkeling van systemen voor de productie van biologische quinoa.

 

We hebben geleerd om zaadsoorten te selecteren en te onderscheiden, en bijvoorbeeld te bepalen welke graansoort het meest in trek is op de markt. Vroeger zaaiden we zonder de soorten zaad te kennen, maar nu kennen we de eigenschappen en de voordelen van elke soort.

© ILO

Organisch dividend

Dankzij het programma zagen de boeren hun inkomsten uit de verkoop van biologische quinoa met 22 procent stijgen ten opzichte van 2014-2015, en tijdens de campagne 2015-2016 werd 23 ton biologische quinoa aangekocht, met certificeringen voor de Amerikaanse, Europese en Braziliaanse markt.

“Het initiatief zorgt ervoor dat de producent rechtstreeks aan de eindverbruiker kan verkopen, voor export of voor de nationale markt, omdat het biedt wat we altijd al wilden: een groter rendement op ons product en bronnen van directe inkomsten voor producenten, zodat niet alleen grote bedrijven grote inkomsten verwerven”, aldus quinoaboer Candy Condori Mamani.

Het project droeg ook bij aan een betere voedselkwaliteit en voeding in Peru door de graansoort, die meer dan 3000 jaar geleden in het Andesgebergte werd ontdekt, te promoten als onderdeel van het voedselerfgoed van de regio. Quinoa is opmerkelijk vanwege zijn genetische diversiteit, veerkracht en aanpassingsvermogen aan barre milieuomstandigheden. Onderzoek wijst ook uit dat het gewas een haalbaar alternatief kan vormen bij bedreigingen zoals hitte, verzilting, droogte en klimaatverandering.

Dankzij het programma zagen de boeren hun inkomsten uit de verkoop van biologische quinoa met 22 procent stijgen.

© ILO

Quinoacoöperaties

Miriam Elvira Guerrero Cabrera geeft opleidingen voor My.Coop van ILO. Zij informeerde 31 boeren uit Ayacucho die aan het project hebben deelgenomen over de voordelen van de deelname aan en de oprichting van coöperaties.

“Het boekhoudkundige aspect was voor hen zeer interessant. Wat de productie betreft, werd er zeer nuttige informatie verstrekt over goederen en meer bepaald de aankoop ervan en de selectie van de leveranciers, waarmee zij bij de ondertekening van een contract geen rekening houden. Tot slot ontdekten ze in de commercialiseringsmodule welke instrumenten ze nodig hadden om te onderhandelen, evenals het kwaliteitsaspect en de certificering van quinoa", merkt Cabrera op.

"We zijn momenteel bezig met export, aangezien we sinds vorig jaar door het National Institute of Agrarian Innovation (NIAI) gecertificeerd zijn voor de productie van biologische quinoa", vertelt Guillermo Cutimbo Aza, voorzitter van Cooperative Capro Semillas in Puno. "De opleiding die we hebben gevolgd was zeer belangrijk en vormde een impuls om vooruit te komen."

Zo werden producten van de coöperatie Campo Verde door de Peruviaanse chef-kok Gastón Acurio gebruikt om de typische quinoaschotel van zijn restaurant te creëren. Daarnaast werden energierepen voor kinderen ontwikkeld op basis van de biologische granen quinoa en kiwicha.

Het Andean Grains Programme heeft ook bijgedragen tot economische empowerment van vrouwen. Zij vormen ongeveer 31 procent van de landbouwproducenten in Peru en zijn daarnaast de belangrijkste verzorgers in hun gezin. Het programma laat ook zien hoe drie VN-agentschappen, elk met hun specifieke kennis, als One UN kunnen opereren. Zo konden dankzij hun gezamenlijke ervaring zeer kansarme groepen bereikt worden zoals plattelandsvrouwen in geïsoleerde gebieden van Puno.

 

Bron: ILO

 

 

Peru Quinoa ILO
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 2 /4 Waarom internationale samenwerking meer dan ooit nodig is