Hoe pakt België corruptie aan?

Chris Simoens
11 juli 2017
Corruptie is onaanvaardbaar, vindt België, samen met de internationale gemeenschap. Maar het is niet altijd te vermijden. Wat doet de Belgische Ontwikkelingssamenwerking om corruptie te voorkomen tijdens haar interventies?

‘Blijft er niet teveel aan de strijkstok hangen?’ Een vraag die veel mensen zich stellen over ontwikkelingssamenwerking. Uit onze eigen opiniepeiling van 2013 blijkt dat 82% van de Belgen meent dat corruptie en slecht bestuur aan de basis liggen van de armoede in het Zuiden. Corruptie is dan ook een belangrijk aandachtspunt van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Internationale gemeenschap

Corruptie hangt nauw samen met hoe een overheid functioneert. Want een overheid voert taken uit die het algemeen belang dienen en die de burgers zelf niet kunnen realiseren: veiligheid (politie), gezondheidszorg, onderwijs… Als echter een politicus of ambtenaar de hem toevertrouwde macht misbruikt voor persoonlijk gewin (of die van de familie of groep), is er sprake van corruptie. Omdat de taken dan niet naar behoren worden uitgevoerd, benadelen dergelijke wanpraktijken het leven, het levensonderhoud en het geluk van de burger. Ze houden armoede in stand, remmen de economische ontwikkeling af en vormen een bedreiging voor de democratie en een goed openbaar bestuur.

De internationale gemeenschap is zich al langer bewust van het probleem. Zo levert de VN-Conventie rond Corruptie (2000) een stevige wettelijke basis om de strijd tegen corruptie aan te gaan. De Agenda for Change van de EU (2011) benadrukt het belang van de strijd tegen corruptie in de partnerlanden. En de conferentie van Busan over doeltreffende hulp (2011) stelde het zelfs extra scherp: nultolerantie voor alle corruptiepraktijken. België sluit zich aan bij de internationale agenda.

Wat gebeurt er met mijn gift?

Mensen menen vaak dat de giften die ngo’s krijgen weinig transparant besteed worden. Als antwoord op deze legitieme vraag hebben de ngo’s de websites www.ngo-openboek.be en www.ong-livreouvert.be ter beschikking gesteld van het publiek. De sites geven zoveel mogelijk informatie over hun inkomsten (subsidies, eigen inkomsten…) en over de besteding van het geld (per land, noodhulp, structurele hulp, …). In het kader van IATI (zie tekst) worden de sites verder verfijnd. De uitgaven van de federale administratie van ontwikkelingssamenwerking kan je inkijken op www.dg-d.be (onder ODA).

Cartoon waar dollars uit kraan stromen
© Shutterstock

BTC

In België zelf bestaan een aantal mechanismen om corruptie te voorkomen. Zo werd in 2013 een wet goedgekeurd waardoor alle federale ambtenaren – als potentiële klokkenluiders – terecht kunnen bij een federale ombudsman als ze menen dat de ‘integriteit’ niet gerespecteerd werd door één van hun collega’s. Ook de Belgisch Technische Coöperatie (BTC) – die de gouvernementele ontwikkelingssamenwerking uitvoert – valt onder deze wet.

Qua integriteitsbeleid – dus anti-corruptie - kan het systeem dat BTC opzette zelfs als voorbeeld dienen voor andere Europese landen. Zo beschikt BTC sinds kort over een volwaardig en onafhankelijk integriteitsbureau. Niet alleen BTC-medewerkers, maar ook partners en leveranciers van BTC én begunstigden van activiteiten van BTC kunnen bij het integriteitsbureau aankloppen als ze twijfel hebben over bepaalde gedragingen. Dat kan gaan van machtsmisbruik en fraude op gebied van aankopen tot steekpenningen en verduistering van fondsen. De klachten zijn niet anoniem maar worden in alle vertrouwelijkheid behandeld. Medewerkers, partners en leveranciers van BTC nemen kennis van de ethische code en engageren zich deze toe te passen. Het bureau ontwikkelde ook een handboek over de behandeling van fraude- en corruptiegevallen, waardoor de werking volledig transparant verloopt. En ten slotte beschikt BTC over een actieplan dat de transparantie en het goed beheer van publieke fondsen in de gouvernementele samenwerking wil verhogen.

Anti-corruptieclausule

Hoe gaat België om met mogelijke corruptie in de partnerlanden in het Zuiden? Vooral bij de gouvernementele samenwerking – de samenwerking van regering tot regering, dus van minister tot minister of ministerie tot ministerie – is waakzaamheid geboden voor eventuele fraudes. Want vooral de politici en de ambtenarij in het Zuiden torsen op dat vlak een slecht imago.

In alle nieuwe samenwerkingsprogramma’s die België met haar partnerlanden afsluit, wordt een anticorruptie-clausule opgenomen. In geval van onregelmatigheden kan België de samenwerking van overheid tot overheid voor onbepaalde tijd opschorten.

Dat was bijvoorbeeld het geval in Oeganda in 2013. Daar gaf België rechtstreekse steun aan het budget van de Oegandese regering voor de gezondheidssector. Maar toen werden er onregelmatigheden vastgesteld bij de heropbouw van het noorden van het land, vooral gefinancierd door Ierland. Hoewel België daar niet rechtstreeks bij betrokken was, beslisten alle donoren om samen actie te ondernemen. België zette gedurende 6 maanden zijn steun stop in afwachting van een grondig onderzoek door de Oegandese overheid en de terugbetaling van de gefraudeerde bedragen.

In geval van opschorting kunnen de niet-gouvernementele actoren zoals de ngo’s en universiteiten wel hun samenwerking voortzetten. Zij werken immers rechtstreeks met de plaatselijke civiele samenleving. Zo blijft België aanwezig en kan het een vinger aan de pols houden.

Ook de zogenaamde ‘incitatieve tranche’ kan een middel zijn in de strijd tegen corruptie als een clausule daarover wordt opgenomen. Deze tranche is een bonus – extra geld dus - die de overheden van partnerlanden krijgen als aan bepaalde criteria is voldaan zoals politieke dialoog, persvrijheid en goed bestuur.

Vrouw spreekt publiek toe
© UN Photo/Evan Schneider

Budgetsteun op de weegschaal

Sinds enkele jaren storten donoren vaak rechtstreeks geld in het staatsbudget van een partnerland (algemeen, of voor een bepaalde sector zoals onderwijs). Dankzij deze zogenaamde budgetsteun kan het land zelf beslissen hoe ze haar ontwikkeling aanpakt. Dat leidt tot meer eigenaarschap en tot sterkere staatsinstellingen.

Maar die budgetsteun ligt nogal eens onder vuur. Zeker als het regimes betreft die minder goed scoren op de anti-corruptiebarometer van Transparency International, menen tegenstanders dat men de kat bij de melk zet. De indruk bestaat immers dat projectwerking – concrete zaken zoals de bouw van een school of ziekenhuis of een grootschalige vaccinatie – minder corruptiegevoelig is.

Maar wat blijkt in de praktijk? Aangezien de overheid kan besparen op dienstverlening – ze moet immers niet meer instaan voor het ziekenhuis of de vaccinatie – beschikt ze over extra geld waarmee ze kan doen wat ze wil, zonder enige controle. Anders gezegd: concrete projecten kunnen even goed corruptie en slecht bestuur in stand houden. Ze ontmoedigen ook burgeractie. Want als de school of het ziekenhuis er toch komen, hoeven ze de eigen overheid niet meer onder druk te zetten wegens een zwakke dienstverlening.

In veel gevallen is budgetsteun net de beste optie. Want daarmee krijg je als donor inzage in het totale overheidsbudget en in wat ermee gedaan wordt. Bijgevolg kan je gemakkelijker ‘lekken’ (corruptie) opsporen en aankaarten. Studies hebben aangetoond dat budgetsteun bijdraagt tot transparantere overheidsbudgetten en overheidsbestedingen, met soms meer inbreng van de parlementen.

Bovendien geeft men enkel budgetsteun als aan welbepaalde criteria voldaan-is: economische stabiliteit, degelijk beheer van de openbare financiën, transparante dialoog met de donoren... Vandaar dat België geen budgetsteun geeft aan DR Congo. Landen als Vietnam, Burundi, Rwanda, Peru en Oeganda krijgen dat wel. Als er onregelmatigheden vastgesteld worden, kan België de gouvernementele samenwerking opschorten tot alles weer opgeklaard is. Kortom, budgetsteun is geen mirakeloplossing, maar in veel gevallen een nuttig instrument.

 

Vrouw spreekt publiek toe
© Philip Schuler/World Bank

U4

Daarnaast ondersteunt België in verschillende partnerlanden de lokale strijd tegen corruptie. In Burundi bijvoorbeeld gebeurt dat via onder meer het Wereldbankinstituut en lokale ngo’s zoals Olucome en PARCEM. In Vietnam werkt België samen met Transparency International om de civiele samenleving te versterken. Want zij moet opkomen voor een transparant budget om de corruptie te voorkomen die er momenteel welig tiert. In sommige partnerlanden voert België via BTC zelf projecten uit om corruptie te verminderen, onder meer in Burundi.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking is sinds 2008 ook lid van het U4 Anti-Corruption Resource Center, een kenniscentrum dat ontwikkelingsorganisaties helpt om corruptie in de internationale samenwerking op een efficiënte manier aan te pakken. Medewerkers van de federale administratie en van BTC kunnen er aan vormingen over anti-corruptie deelnemen. Daar zitten algemene modules bij, maar ook heel specifieke, zoals rond onderwijs, gezondheid en milieu. U4 geeft advies en doet aan onderzoek.

België is trouwens lid van IATI (International Aid Transparency Initiative), een gezamenlijk initiatief van donoren, multilaterale organisaties en ngo’s. Via een unieke website heeft iedereen wereldwijd inzage in de ontwikkelingsuitgaven van alle leden, maar ook in hun plannen voor de toekomst. Op die manier kan de civiele samenleving in het Zuiden te weten komen wat er voor hun land in de pipeline zit, en kunnen ze waken over wat hun overheid met de hulp uitvoert. En dat kan helpen tegen corruptie in het Zuiden.

België besteedt dus best veel aandacht aan corruptie in zijn samenwerking en komt daar steeds op terug tijdens de politieke dialoog met de partnerlanden. Maar zelfs al vindt ons land corruptie onaanvaardbaar, het kan er zelf niet voor zorgen dat er geen corruptie optreedt. Het gaat hier immers om een zeer complex gegeven dat in alle landen en op alle niveaus kan voorkomen. En in ontwikkelingslanden met zwakke instellingen is het risico groter. Er bestaan echter wel degelijk doeltreffende methoden om corruptie in te tomen en die past ons land nauwgezet toe.

www.unodc.org/unodc/en/treaties/CAC/

http://www.aidtransparency.net/

http://www.transparencybelgium.be

 

Hoe vermijden ngo’s corruptie en fraude?

Hoewel de Belgische ngo’s niet rechtstreeks samenwerken met staten in het Zuiden, zijn ook zij niet gevrijwaard van corruptie. Daarom zetten ze sterk in op preventie. Zo worden de functies duidelijk gescheiden: beslissen, bewaren, registreren en controleren van een aankoop gebeurt niet door dezelfde mensen. Vredeseilanden ging nog een stap verder. De ngo had bij een landenkantoor en een partnerorganisatie een geval van fraude vastgesteld. Daarop liet ze haar financiële procedures doorlichten op fraudegevoeligheid door PricewaterhouseCoopers. Op basis daarvan werd een fraudebeleid uitgestippeld. De belangrijkste ingreep was een gedragscode waarbij Vredeseilanden een duidelijk statement maakte naar collega’s en partnerorganisaties toe dat fraude, corruptie en discriminatie niet getolereerd worden. Daarnaast worden vormingen georganiseerd over hoe handelen bij twijfels, grijze zones en zo meer. Het voorbeeld inspireert andere ngo’s om hun aanpak te verbeteren.

An Vanhulle

Ngo-federatie

 

Belgische Ontwikkelingssamenwerking Bestuur Corruptie
Terug Samenwerking
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 5 /5 Decentralisatie in ontwikkelingsbeleid