Jeugd en muziek in Kinshasa

Chris Simoens
10 juli 2017
Kan muziek kwetsbare jongeren op het rechte pad brengen? Lukas Pairon van Music Fund onderzocht het bij ex-straatkinderen en ex-bendeleden in Kinshasa (DR Congo).

Muziek verzacht de zeden, toch? Ze lijkt in elk geval een bevrijdende impact op jongeren te hebben. Dat blijkt ten minste uit het immense succes van El Sistema, een jeugdorkest dat in 1975 door José António Abreu in Venezuela werd opgericht. Ondertussen bestaan er honderden dergelijke orkesten en vindt de aanpak wereldwijd navolging. El Sistema zou namelijk dé succesformule zijn om achtergestelde jongeren uit hun ellende te halen. Jammer genoeg maakte Geoffrey Baker (University London) onlangs brandhout van dat lieflijke imago (1). Volgens hem zijn de jeugdorkesten kleine dictaturen met autocratische maestro’s en keiharde discipline. Bovendien zouden de orkesten vooral jongeren uit de middenklasse aantrekken en nauwelijks minder bedeelden.

Het wordt allemaal te veel geromantiseerd’, zegt Lukas Pairon, stichter van Music Fund (zie kader). ‘Muziek kan toch evengoed aanzetten tot geweld?’ Met zijn fonds zamelt hij al jaren muziekinstrumenten in voor muziekscholen en orkesten in conflictgebieden en ontwikkelingslanden. Als jongeren samen muziek maken, leren ze zich concentreren en een dialoog aangaan. In die zin zou muziek helpen om een samenleving opnieuw op te bouwen. Tenminste, zo denkt men daarover. Maar klopt dat wel, en zo ja, welke rol speelt muziek daarin? Daarover werd tot nog toe nauwelijks degelijk wetenschappelijk onderzoek verricht.

Heksenkinderen en kuluna’s

Daarom besloot Pairon op 54-jarige leeftijd om zelf een doctoraatsonderzoek op te starten aan de Universiteit Gent en Hogeschool Gent. Het ideale onderzoeksmateriaal vond hij in Kinshasa, waar hij al 7 jaar naartoe trok voor projecten van Music Fund. Zo spelen er in de jongerenfanfare Espace Masolo ex-straatkinderen Congolese popdeuntjes. Het betreft veelal kinderen die van hekserij beticht werden door hun eigen ouders en op zeer jonge leeftijd de straat op vluchtten. Het traditionele percussie-ensemble Beta Mbonda biedt een nieuwe levensinvulling voor ex-leden van gewelddadige bendes, de zogenaamde kuluna’s.

Op 3 jaar tijd verbleef ik 7 maanden in Kinshasa,’ zegt Pairon. ‘Ik kan je verzekeren: het leven is er bikkelhard. Wat spullen verkopen op straat is voor veel gezinnen de enige bron van overleven. Op de staat rekent men al helemaal niet meer. Gelukkig kunnen de ‘kinois’ steunen op een sterke solidariteit binnen familie en vriendenkring.’ Straatkinderen krijgen het nog harder te verduren: achter elke hoek loeren ziekte en dood. Bendeleden kiezen resoluut voor een gewelddadig bestaan. Ze halen hun ‘inkomen’ uit overvallen waarbij ze met messen dreigen. Soms raken de kuluna’s slaags met elkaar en kan er een dode vallen. ‘Toch is het moorddadig imago fel overroepen’, zegt Pairon. ‘Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Al zijn leden van kuluna’s natuurlijk geen doetjes, maar stuk voor stuk zware, gespierde, getatoeëerde jongens.

Samen met Lingalasprekende Congolezen ondervroeg hij (jong)volwassen leden van beide muziekgroepen over de nieuwe wending die hun leven genomen had dankzij de muziek. Ook vrienden en familieleden werden ondervraagd. Dat leverde ruim 200 uur aan interviews op, een massa aan informatie.

Als ik muziek speel, zelfs als ik niet gegeten of gedronken heb, vergeet ik dat allemaal. Als ik voor een instrument zit, telt al de rest niet meer mee. Zelfs geld telt niet. Ik hoef niet voor geld te spelen. Al wat telt, is het genoegen om muziek te maken. Als ik die muzikale activiteit niet zou hebben, had ik al lang de strijd om het leven opgegeven. Ik hou zo enorm veel van muziek! Als ik muziek speel, zelfs als ik problemen heb en geen geld, dan duik ik erin. Ik dompel me onder in de muziek, voel me er een mee.

C.I.: 25-jarig ex-bendelid, Kinshasa

Flow

Het viel Pairon op hoe fanatiek vooral de ex-kulunaleden met hun muziek omgingen. Ze oefenen ongelooflijk hard, hoewel ze maar weinig concerten kunnen spelen en er relatief weinig mee kunnen verdienen. Wel komen ze af en toe op tv en genieten ze enige bekendheid. Waarom zetten ze zo verbeten door? ‘Omwille van het speelplezier, zeggen ze. Muziek brengt hen in een flow. Ze raken intens geconcentreerd en voelen zich blij: de tijd valt weg. Maar ook hun nieuwe identiteit vormt een belangrijke motivatie. Ze krijgen respect van de mensen, niet uit vrees, maar vanwege hun kunnen. Hun gangster-imago zijn ze definitief kwijt.’ Het maakt dan ook niet uit dat ze niet allen fantastische muzikanten zijn en een professionele muziekloopbaan zullen uitbouwen. ‘Doorslaggevend zijn het stevige zelfvertrouwen en de innerlijke rust die ze verworven hebben. Ze dromen er nu van dat ze uit hun moeilijke situatie zullen geraken. En dat ze bijgevolg als trotse man een gezin zullen kunnen onderhouden.’ Als geschoolde muzikanten met traditionele instrumenten (tamtam, balafoon…) kunnen ze nu ook al les geven. Ze krijgen ook bezoek uit het buitenland wat een groot prestige oplevert.

Toch zal muziek op zich die transformatie niet teweegbrengen. ‘De artistieke begeleiding moet gekoppeld zijn aan een psychologische begeleiding. En beide moeten van hoge kwaliteit zijn, zo niet haken de jongeren af. Jongeren die ervan dromen om muzikant te worden, verlangen immers een degelijke opleiding. En ze willen er gerust hard voor werken, dat helpt bij het verkrijgen van hun nieuwe identiteit en respect in de samenleving.’

Een andere zorg, zeker in Congo, is dat in goed lopende projecten snel een hiërarchie kan ontstaan, met chefs waarbij status belangrijker wordt dan kunnen. ‘Er moet dan ook op toegezien worden dat voldoende inspraak en ‘democratie’ behouden blijft binnen het project. Initiatiefnemers en groepsleden moeten als gelijken samen een probleem kunnen oplossen.’

Kortom, muziek kan wel degelijk een rol spelen in sociale transformatie, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan is.

De artistieke begeleiding moet gekoppeld zijn aan een psychologische begeleiding. En beide moeten van hoge kwaliteit zijn, zo niet haken de jongeren af.

Een Congolese vrouw blaast op een trombone.
© Music Fund

Onderzoeksplatform

Lukas Pairon werkt nu naarstig door om zijn interviews te analyseren. Hij hoopt eind dit jaar te doctoreren. Maar er gloort meer aan de horizon. Op zijn initiatief richtten UGent en Hogent een gezamenlijk onderzoeksplatform op: Sociale Impact van Muziek Maken (SIMM). SIMM organiseert internationale symposia over de rol van muziek in sociaal werk. Het verricht ook onderzoek daarover, onder meer in gevangenissen. Pairon zelf zal na zijn doctoraat een soort handboek schrijven met richtlijnen voor sociale werkers die muziek willen inzetten. Want al verzacht niet alle muziek de zeden, de ‘toonkunst’ biedt op zijn minst een handig instrument om gebroken levens te helen.

(1) ‘El Sistema: orchestrating Venezuela’s youth’ (Geoffrey Baker) – Oxford University Press, 2014

Cultuur Muziek DR Congo Conflict Jongeren
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 4 /6 Titicacameer, historische schatkamer van Bolivia