Kippen en oesterzwammen halen Rwandese boeren uit armoede

Chris Simoens
01 maart 2019
Na de genocide belandde de Rwandese Zilipa Ngirabyago in België. Vandaag helpt ze Rwandese boeren aan een extra inkomen. Ontdek haar verhaal.
Zilipa Ngirabyago

copyright OVO/Peter Mocker

 

Wie?

Zilipa Ngirabyago, biologe en sociaal onderneemster

 

Wat?

Met behulp van kippen en oesterzwammen Rwandese boeren een extra inkomen gunnen

 

Waarom?

Rwandese boeren beschikken over weinig land. Vaak verdienen ze onvoldoende om een leven zonder zorgen te leiden. Een extra inkomen en werk het hele jaar door halen hen uit de armoede.

Tijdens de genocide in 1994 ben ik met mijn gezin van Rwanda naar Ivoorkust gevlucht. Ik had biologie gestudeerd en werkte in een laboratorium van Coca Cola. Ook in Ivoorkust kon ik bij Coca Cola aan de slag. Maar toen ook daar in 1999 oorlog uitbrak, trokken we naar België.

We vonden een huis in Asse in de overtuiging dat de mensen daar Frans spraken. Maar toen de kinderen na hun eerste schooldag thuis kwamen, zeiden ze dat ze er niets van begrepen hadden. De volgende dag ging ik met hen mee naar de school en begreep dat men er Nederlands sprak. Maar geen nood, we pasten ons aan, en zeker voor de kinderen stelde dat geen probleem.

Ik had geluk. Ook in België vond ik een job bij Coca Cola in Anderlecht. We vonden dus vrij gemakkelijk onze draai hier, maar natuurlijk vergeet je je land van oorsprong niet. Dus begon ik algauw tijdens de weekenden projecten voor Rwanda uit te werken.

We vonden vrij gemakkelijk onze draai hier, maar natuurlijk vergeet je je land van oorsprong niet. Dus begon ik algauw tijdens de weekenden projecten voor Rwanda uit te werken.

Water voor vrouwelijke rijstkwekers

In 2006 startte ik een project met de steun van YWCA (Young Women’s Christian Association), die op haar beurt gefinancierd werd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. YWCA organiseerde vormingen voor vrouwen van Afrikaanse origine in België. We leerden er de hele projectcyclus, van identificeren en formuleren tot uitvoeren. De theorie kon ik toetsen met de praktijk in het zuiden van Rwanda.

Ik wilde daar vrouwelijke rijstkwekers helpen. Want merkwaardig genoeg leverden de akkers van de vrouwen er maar heel weinig oogst op. We ontdekten dat de mannen ’s nachts de irrigatiekanalen omleidden naar hun akkers. Daardoor kregen de akkers van de vrouwen veel te weinig water! En de vrouwen durfden ’s nachts niet buiten komen uit schrik voor aanrandingen…

We brachten daarom de mannen en vrouwen samen rondom een hulpfonds. En we werkten een strikt reglement uit voor het gebruik van het water. De leden van de groep mochten alleen gebruik maken van het hulpfonds als ze het reglement respecteerden. En het werkte! De vrouwen kregen meer water en oogstten meer.

Zo kreeg ik de smaak te pakken om projecten uit te voeren. Het maakte me niet uit dat ik een deel van de vliegtuigtickets zelf betaalde. Mijn verlofdagen gebruikte ik om in Rwanda aan het project te werken.

 

We ontdekten dat de mannen ’s nachts de irrigatiekanalen omleidden naar hun akkers. Daardoor kregen de akkers van de vrouwen veel te weinig water!

Kip met gouden eieren

Voor een volgend project (‘de kip met gouden eieren’) kreeg ik steun van de gemeente Asse. Een meevaller was dat het zich in het westen van Rwanda afspeelde. Want daar kan ik logeren bij familie, dat maakt het wat goedkoper.

In Rwanda kost de mutualiteit 3 euro per persoon per jaar, dus 15 euro voor een gezin met 3 kinderen. Dat lijkt niet veel, maar dat moet wel in één keer betaald worden. Veel mensen hebben dat geld niet en moeten dan bijvoorbeeld een geit verkopen. Daarmee verliezen ze een bron van inkomen. Een vicieuze cirkel. Hoe kon ik hen helpen? Omdat de boeren in Rwanda weinig land hebben – Rwanda is dichtbevolkt – moest het iets zijn waarvoor weinig land nodig was: kippen.

Een groep van 25 vrouwen kreeg 12 legkippen. Als die 8 eieren per dag leggen, gaat de opbrengst van 2 eieren naar een gemeenschappelijke rekening. We hadden gedurende 1 jaar ook een dierenarts voorzien om problemen met ziekten te vermijden. En effectief, in juni – de betaalmaand – slaagde de groep erin zijn bijdrage aan de mutualiteit te betalen! We hebben er een mooi feest van gemaakt.

Andere mensen waren verwonderd dat die vrouwen hun mutualiteit konden betalen en toonden ook interesse. Zo breidde het project uit. Ondertussen hebben al 3400 gezinnen hun mutualiteit kunnen betalen. Ambtenaren van het districtsbestuur willen nu het project herhalen in andere streken.

Ondertussen hebben al 3400 gezinnen hun mutualiteit kunnen betalen. Ambtenaren van het districtsbestuur willen nu het project herhalen in andere streken.

Oesterzwammen op koffie-afval

Maar we mogen niet alle eieren in één mand leggen! Dus zocht ik andere manieren om kleine boeren een extra inkomen te geven. Ik kwam te weten dat ook koffieboeren heel arm waren. Dat verwonderde me. Koffie is toch hét exportproduct van Rwanda? De reden is dat de koffieboeren maar één keer per jaar kunnen oogsten, en er dus ook maar één keer geld in het laatje komt. Dat gebruiken ze onmiddellijk om hun schulden te betalen, waarna ze weer moeten lenen. En op hun stukje land groeien koffiestruiken, ze kunnen er niets anders mee doen. Maar ook pyrethrumkwekers – een ander exportproduct van Rwanda – hebben het lastig. Pyrethrum is een plant waaruit men onder meer in België (SC Johnson) bio-insecticiden haalt.

In België leerde ik hoe je oesterzwammen kweekt op koffiegruis of overschotten van bierbrouwers, onder meer bij Caffungi in Antwerpen en bij Le Champignon de Bruxelles in de Caves de Cureghem. Toen had ik het begrepen: dat kan ook in Rwanda. Want zowel koffieboeren als pyrethrumkwekers zitten opgescheept met massa’s afval waar ze niets mee kunnen aanvangen. Van de pyrethrum blijven de harde stengels over, die heel moeilijk verteren. Koffieboeren blijven met de hulzen achter, die de koffiebonen omhullen. Ook die hulzen zijn zeer taai en zelfs regelrecht vervuilend.

Welnu, zowel de pyrethrumstengels als de hulzen blijken uitermate geschikt om er oesterzwammen op te groeien. En wat meer is, nadat je de oesterzwammen geoogst hebt, blijft er een soort compost achter. Daarmee kan de kweker zijn land bemesten! Bovendien is er zeer veel vraag naar oesterzwammen, zelfs de hotels in Rwanda vragen ernaar. Ook de boeren zelf smullen ervan. De afzet is dus verzekerd.

Maar als je oesterzwammen wil kweken, heb je sporen nodig van goede kwaliteit. Bij Mycelia in Deinze heb ik geleerd hoe je die kan produceren. Vervolgens heb ik in 2016 de idee uitgetest bij 20 pyrethrumkwekers. En het lukte wonderwel. Omdat er zoveel vraag was, breidden we algauw uit naar 170 kwekers.

Paddenstoelen hebben als voordeel dat je heel weinig land nodig hebt: 2 m² volstaan. Je kweekt ze gewoon op verschillende lagen boven elkaar. Met die 2 m² kan je het hele jaar door 3 euro per dag verdienen!

Na het geslaagde experiment met de pyrethrumkwekers wou ik het idee uitbreiden naar koffieboeren. Ik droom ervan om 5000 koffieboeren oesterzwammen te laten kweken. Dan heb ik wel een vlotte bevoorrading nodig van degelijke sporen. Daarvoor wil ik een bedrijfje oprichten in Rwanda dat die sporen kan produceren.

 

Paddenstoelen hebben als voordeel dat je heel weinig land nodig hebt: 2 m² volstaan. Je kweekt ze gewoon op verschillende lagen boven elkaar. Met die 2 m² kan je het hele jaar door 3 euro per dag verdienen!

Een rek met groeiende oesterzwammen.
© Zilipa Ngirabyago

Sustech4Africa

Mijn plan heb ik ingediend bij de wedstrijd Sustech4Africa, georganiseerd door Ondernemers voor Ondernemers. Ik werd er zelfs laureate. Dankzij Sustech4Africa heb ik veel geleerd over businessplannen en financieel beheer. Ik heb er ook ingezien dat ik mijn sporenbedrijfje best opvat als een sociale onderneming. Daarnaast zou ik per dorp één verdeler van sporen willen hebben die meteen ook de oesterzwammen kan opkopen. Momenteel is het hele project klaar, ik zoek alleen nog financiering, allicht via een lening. Ik heb wel al wat steun van de provincie Vlaams-Brabant.

Ten slotte wil ik ook graag de koffiebranders in België bij het project betrekken. Dan zou de keten helemaal rond zijn! Ik vind dat de koffiebranders moeten weten hoe die koffiebonen gekweekt worden. En misschien kunnen dan enkele medewerkers van de koffiebranderijen het project bezoeken en wat hulp bieden, bijvoorbeeld als informaticus.

Waar ik de tijd vind? In 2016 heb ik mijn voltijdse job bij Coca Cola opgezegd. Momenteel werk ik halftijds als educatief medewerker bij de Actieve Interculturele Federatie. Deze organisatie helpt mensen van buitenlandse origine in België om kleine projecten te organiseren in hun land van oorsprong. De halftijdse job laat me voldoende tijd om mijn paddenstoelenproject te realiseren.

En daar voel ik me goed bij. Ik woon graag in België, maar ik hou ook van Rwanda. Ik heb beide nodig! Dankzij mijn project blijf ik betrokken in mijn land van oorsprong. Hopelijk kunnen heel veel boeren er wel bij varen.

 

 

 

 

Rwandese boerin toont een zak koffie en oesterzwammen.
© Zilipa Ngirabyago
Rwanda Landbouw
Terug Globetrotters
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /3 Afrikaanse diaspora steunen om Afrika te helpen