Klimaatbeleid moet sneller en ambitieuzer

Chris Simoens
26 januari 2018
De pers bestempelde de 23ste klimaattop in Bonn (november 2017) als een ontgoocheling. Maar Belgisch klimaatonderhandelaar Ulrik Lenaerts spreekt dat tegen. De sense of urgency bleef er wel degelijk overeind. Alleen moeten de diverse landen dringend ambitieuzere klimaatmaatregelen nemen.

‘De COP23 in Bonn werd door alle deelnemende landen gezien als een overgangstop’, zegt Ulrik Lenaerts. Hij is de nummer 2 van de Belgische klimaatdelegatie en kent de klimaatonderhandelingen dus van binnenuit. ‘De diverse aspecten van het Parijse klimaatakkoord moesten in Bonn zo ver mogelijk worden uitgewerkt. Dat diende het pad te effenen om op de klimaattop in Katowice (Polen) eind 2018 definitief te landen. Maar sinds 2016 ontstonden er geleidelijk grotere verwachtingen. Zo stemde het voorzitterschap van Fiji hoopvol. Fiji is immers als Kleine Eilandstaat heel kwetsbaar voor klimaatverandering. Bovendien ging in 2016 – onder impuls van onder meer China, ex-president Obama en ex-VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon - het akkoord van Parijs sneller van kracht dan verwacht.’

Lenaerts toont zich niet ontgoocheld over de top in Bonn. Het momentum ging niet verloren, zoals de pers liet uitschijnen. Integendeel, alle deelnemende landen blijven zich wel degelijk bewust van de sense of urgency van de klimaatproblematiek. ‘China en andere opkomende landen hebben wel hun bezorgdheid geuit over de verslappende aandacht van onder meer de VS, Canada, Australië en Japan. En de Afrikaanse landen drongen sterk aan op voldoende klimaatfinanciering. Dat heeft wel voor wat vertraging gezorgd, maar het bezoedelde de sfeer niet. Zelfs de Amerikaanse delegatie heeft zich niet negatief opgesteld. Ze gaf vooral de indruk om betrokken te willen blijven en alle opties open te houden. Wat niet betekent dat president Trump op zijn beslissing zal terugkeren.’

Alle deelnemende landen blijven zich wel degelijk bewust van de sense of urgency van de klimaatproblematiek.

Verenigde Naties klimaattop in Bonn
© IISD

Talanoa-dialoog

Tot de voornaamste resultaten behoort onder meer de zogenaamde ‘Talanoa-dialoog’ in 2018. Tijdens deze dialoog zal voor elk land nagegaan worden hoe ver het staat met zijn maatregelen om de uitstoot van koolstof te verlagen en of dat volstaat om de opwarming van de aarde met 1,5°C of 2°C te beperken. De naam ‘Talanoa’ verwijst naar een traditie in de Stille Zuidzee om tijdens onderhandelingen vooral vertrouwen te wekken en niet met de vinger te wijzen. De Talanoa-dialoog sluit ook aan bij een rapport dat het Internationaal Klimaatpanel (IPCC) in 2018 zal vrijgeven. Dat rapport zal aanduiden hoe de wereld een opwarming met maximaal 1,5°C nog kan halen.

Van groot belang was ook dat alle belanghebbenden steeds nauwer betrokken raken, ook zij die niet rechtstreeks aan de onderhandelingen deelnemen. Steden, Amerikaanse staten, ngo’s, bedrijven… alle zetten zich in om de klimaatopwarming te beperken. Lenaerts: ‘Zo is het van groot belang dat multilaterale ontwikkelingsbanken zich engageren om enkel te investeren in projecten die in lijn liggen met de doelstellingen van Parijs. Of dat private investeringen de omschakeling maken van fossiele naar hernieuwbare energie.’

De COP23 leverde ook een ‘genderactieplan’ op dat alle kwesties rond gelijke kansen voor vrouwen netjes bundelt, naast een platform voor inheemse volkeren dat deze groepen sterker moet betrekken bij het internationaal klimaatbeleid. Ten slotte kwam een open dialoog tot stand tussen de deelnemende landen en de civiele samenleving.

 

Steden, Amerikaanse staten, ngo’s, bedrijven… alle zetten zich in om de klimaatopwarming te beperken.

Laag hangend fruit

Aan de onderhandelingstafel blijft het momentum dus overeind. Wel stipt Lenaerts aan dat beleidsmakers en belanghebbenden nog onvoldoende bewust zijn dat er heel ingrijpende maatregelen nodig zijn om de klimaatverandering daadwerkelijk tegen te gaan. Zelfs de veelbelovende initiatieven van de grote steden en andere spelers gaan niet ver genoeg. Een rapport van het VN-milieuagentschap (UNEP) van eind 2017 stelt duidelijk dat, met de huidige maatregelen, onze wereld afstevent op een opwarming van minstens 3°C. Tegen 2030 al zal het volledige koolstofbudget opgebruikt zijn als we de opwarming willen beperken tot 1,5°C, we houden nog 20% over als we een opwarming van 2°C willen halen. Dat houdt in dat we al vrij snel netto geen koolstof meer mogen uitstoten!

‘De EU heeft een ernstig scenario uitgetekend, met 26% verlaging van koolstofuitstoot tegen 2020, 40% tegen 2030 en 80% tegen 2050. De 26% verlaging tegen 2020 zal zeker haalbaar zijn, maar dat beperkt zich dan ook tot het ‘laag hangend fruit’. Nadien wordt het moeilijker om de koolstofuitstoot terug te dringen. Bovendien is 80% reductie kantje boordje. Om de opwarming tot 2°C te beperken is 80 à 95% nodig! Ook België plukt voorlopig het laag hangend fruit. Om verder te gaan zullen drastische maatregelen nodig zijn. En dat zal niet simpel zijn met onze verspreide bebouwing, sterke afhankelijkheid van wegtransport en moeizame schaalvergroting van hernieuwbare energie.’

Het succes blijft afhangen van de mate waarin nationale beleidsmakers doortastende maatregelen nemen en alle betrokken partijen – ook de individuele burgers – zich mee toeleggen op de overgang naar een koolstofneutrale samenleving.

Koolstofmarkt

Positief blijft dat landen als China en India massaal investeren in hernieuwbare energie. China besliste zelfs ook een koolstofmarkt op te zetten en aan de uitstoot van koolstof een prijskaartje te hangen. Ook Mexico en andere Amerikaanse landen denken in die richting. Dat zou een belangrijke aanvulling betekenen voor het Europese systeem. Dat beschikt wel over een degelijk potentieel maar heeft nog af te rekenen met een te lage koolstofprijs. Een hogere prijs voor koolstofuitstoot kan de investeringen wereldwijd fors in de richting van een koolstofarme samenleving stuwen.

Klimaatonderhandelaars zullen zich met hart en ziel blijven inzetten om op de volgende top in Katowice de nodige beslissingen af te ronden. Het succes blijft evenwel afhangen van de mate waarin nationale beleidsmakers doortastende maatregelen nemen en alle betrokken partijen – ook de individuele burgers – zich mee toeleggen op de overgang naar een koolstofneutrale samenleving. Enkel dan blijft de 1,5°C of 2°C haalbaar. Klimaatbeleid moet dus vooral ‘sneller en meer’ worden.

 

Lees ook:

Het klimaatakkoord van Parijs is onomkeerbaar

Vijf veel gestelde vragen over het klimaatakkoord van Parijs

Het ‘wonder’ van Parijs

 

Klimaatakkoord Klimaat
Terug Planeet
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 4 /13 Jill Peeters verenigt weermannen en –vrouwen aller landen