Koningin Mathilde: ‘2030 is morgen'

Gie Goris - MO*
03 april 2018
Mondiaal Magazine MO* - partner van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking - had de exclusieve gelegenheid om Koningin Mathilde te interviewen over de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s).

 

Het staat niet in kosmopolitische kringen om weg te lopen met beroemdheden, tenzij de bewonderde “celebrity” behalve beroemd ook schrijver van moeilijke boeken zou zijn. Maar eerlijk: wie zou er niet de achttiende genodigde willen zijn op een bijeenkomst van zeventien Bekende Wereldburgers, onder wie popicoon Shakira, voetbalsuperster Lionel Messi en de Chinese internetalibaba Jack Ma? En Mandela-weduwe Graça Machel, Hollywoodster Forest Withaker, ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs en Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus? De kans op een uitnodiging is echter heel erg klein, niet alleen omdat u en ik onvoldoende beroemd zijn, maar omdat er al een Belg lid is van de bedoelde club: Mathilde, koningin der Belgen.

De zeventien BW’s mogen zich global SDG advocates noemen: pleitbezorgers voor de duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 binnen de Verenigde Naties afgesproken en door 198 staats- of regeringsleiders ondertekend werden. Wat bezielt de koningin om haar schouders onder de SDG’s te zetten? Hoe kwam ze daartoe? En wat hoopt ze te bereiken? Vragen waarop zij ingaat tijdens een lang interview met MO*.

Het gesprek vindt plaats in het paleis in hartje Brussel. Als de bode fotograaf Brecht en mij naar de eerste verdieping brengt, valt rechts van de ruime trap het indrukwekkende bronzen standbeeld op van Leopold II: de rug gerecht, zelfbewust, ongehinderd door het geweld dat in zijn naam gepleegd werd op de Congolese bevolking. Sneller en uitdrukkelijker konden we het dilemma van dit gesprek over de duurzame ontwikkelingsdoelen niet gepresenteerd krijgen, ook al blijkt achteraf dat Leopold II slechts op bezoek is. Het museum van Tervuren zocht een onderkomen voor de bronzen koning tijdens de renovatie, en wie heeft er nu een hal die ruim en hoog genoeg is om zo’n beeld in onder te brengen?

Is de koningin in het kader van haar humanitaire betrokkenheid ooit in Congo geweest? En weegt het feit dat zowel België als specifiek het Belgische koningshuis actief betrokken waren bij de koloniale voorgeschiedenis van het land dan op zo’n bezoek of op de beslissing om niet te gaan? Ik stuurde de vraag achteraf en het antwoord geeft duidelijk aan binnen welke krijtlijnen de internationale rol van de koningin zich afspeelt: ‘De Koningin is nog nooit in Congo geweest. Ieder terreinbezoek wordt in overleg met de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking vastgelegd en zowel de politieke situatie als de veiligheidsaspecten worden goed afgewogen. Voor het ogenblik is een dergelijk bezoek niet aan de orde.’

 

Familiegeschiedenis

Het interview zelf ademde nooit die sfeer van diplomatieke reserve, integendeel. Ik had me voorbereid op een interview waarin eerst een rondje formele antwoorden op algemene vragen gelopen zou worden, voordat we aan de persoonlijke beweegredenen, de twijfels en de tegenstellingen zouden toekomen. Maar meteen als de koningin ons uit de antichambre haalt om naar de plek van het interview te gaan, begint ze over haar recente staatsbezoek aan India, en over hoezeer ze onder de indruk was van de meisjes die ze sprak in Delhi. Dat leidt direct naar de vraag: wat drijft haar naar de onderkant van de samenleving, en wat wil ze voor die mensen betekenen?

Het antwoord op die vraag begint bij de familiegeschiedenis van Mathildes moeder Anne Komorowska, die ze omschrijft als een Poolse die op de vlucht ging voor het communistische regime. Moeder was gravin, maar heeft in die nomadenjaren, die haar ook kort naar Congo brachten, zwarte sneeuw gezien en ook honger gekend. Dat trauma is nooit meer uitgewist en werd onder andere vertaald in het absolute verbod op morsen met eten of voedsel weggooien in het gezin d’Udekem d’Acoz.

Als achttienjarige maakte Mathilde haar ouders aan het schrikken door haar vakantieplannen: ze wou en zou de zomermaanden van 1991 doorbrengen in Caïro, waar ze in haar eentje naartoe ging om er met een lokale ngo in de sloppenwijken rond de Egyptische hoofdstad te gaan werken.

‘Ik wilde alleen gaan, omdat ik besefte dat de kans om mensen echt te ontmoeten en open te staan voor hun ervaring danig beperkt zou worden als ik samen met een vriendin zou gaan.’ Ze heeft er al het werk gedaan dat bij zo’n jeugdige zomerinzet hoort: aan een schooltje gebouwd, Franse les gegeven, kinderen begeleid, uren door de stoffige straten gelopen op weg van het ene naar het andere engagement. ‘Ik herinner mij die weg nog. Ik herinner me de wijk, het stof, de geur. Die zomer heeft mij veranderd en als mens gevormd.’

Het was emotioneel heel moeilijk om afscheid te nemen van dat werk, van de patiënten, van de mensen en kinderen die me telkens weer kracht gaven met hun veerkracht.

Daarna leerde Mathilde dat extreme armoede en kwetsbaarheid niet alleen ten zuiden van de Middellandse Zee voorkomen. Haar huisbezoeken als logopediste brachten haar van de Blaesstraat in de Marollen tot de vereenzaming in Evere. Ze vertelt met zichtbaar genoegen hoe toenmalig prins Filip haar incognito vergezelde als “superviserend arts” tijdens een huisbezoek aan een man met keelkanker. ‘Het was emotioneel heel moeilijk om afscheid te nemen van dat werk, van de patiënten, van de mensen en kinderen die me telkens weer kracht gaven met hun veerkracht, ondanks de moeilijke situatie waarin ze moesten leven.’

Al tijdens haar jaren als logopediste begon Mathilde ook psychologie te studeren, omdat ze meer wilde begrijpen van de mensen met wie ze werkte. Die studie heeft ze voortgezet als prinses en rondde ze af toen haar oudste dochter Elisabeth een jaar oud was. Haar proefschrift ging over identiteitsontwikkeling bij delinquenten. Haar logopediestudie rondde ze af met een proefschrift over de manier waarop ouders (kunnen) omgaan met autistische kinderen.

‘Ik heb nooit kunnen werken als psychologe, maar gebruik de opgedane inzichten wel bij mijn inzet voor Unicef of voor projecten die onderwijs en geestelijke gezondheidszorg steunen.’ En meteen zijn die Indiase meisjes en vrouwen weer aanwezig in het gesprek. ‘De recente ontmoeting in Delhi riep ook herinneringen op aan een ontmoeting van tien jaar geleden in Mumbai. Ik sprak toen een vrouw die honderden kilometer gereisd had en me vertelde over de impact die microkredieten op haar leven hadden gehad. En over haar zoon die als gevolg daarvan kon studeren. De ogen van die vrouw vergeet ik nooit meer.’

De prioriteit is investeren in scholing: de koningin herhaalt het keer op keer, en met name in onderwijs voor meisjes, want ‘dat heeft een directe impact op het hele gezin en op de lokale samenleving’.

 

Rechten voor vrouwen

‘Hebt u ooit Ellen Johnson-Sirleaf ontmoet?’ vraagt ze. Johnson-Sirleaf was president van het West-Afrikaanse Liberia van 2005 tot 2017. Dat het antwoord ja is, en dat we al in 2011 een interview met haar publiceerden, doet de koningin zichtbaar genoegen. ‘Wat een sterke vrouw. Wat een engagement. Wat een voorbeeld ook voor een land dat uit het puin heropgebouwd moest worden. Als ik mensen zoals zij kan steunen in de strijd voor meer rechten voor vrouwen en meer onderwijs voor meisjes, dan voel ik me gelukkig.’

Meteen voegt ze eraan toe dat de kracht die ze zo bewondert in Johnson-Sirleaf niet alleen in Afrika en zeker niet alleen bij vrouwen in machtsposities te vinden is. Zoals zo vaak tijdens het gesprek keert de koningin terug naar de Brusselse Vierde Wereld, om te onderstrepen hoe sterk ook bij ons vrouwen – en mannen – kunnen zijn. Ondanks de armoede en de moeilijke omstandigheden. Zoals in Haïti. Daar was Mathilde in 2012. ‘De Haïtianen gaan werkelijk van de ene ramp naar de andere. En toch geven ze het niet op. Ik heb daar onder andere een ziekenhuis bezocht waar cholerapatiënten verzorgd werden. Daar waren zo goed als geen voorzieningen, de kwetsbaarste kinderen werden in quarantaine gehouden, en toch.’

In de loop van het gesprek komt de evidente kloof ter sprake tussen de levensstijl of materiële welstand van de koninklijke familie en de harde realiteit van de mensen voor wie Mathilde zich wil inzetten – van de meisjes in West-Afrika tot de generatie-armen in de Marollen.

‘Ik woon natuurlijk in deze gebouwen’, antwoordt de koningin, waarbij ze het woord paleis vermijdt, maar wel het ruime vertrek waarin we praten, aanwijst. We zitten in goudgeschilderde fauteuils en rechts achter de koningin hangt een metershoge, perfect geboende spiegel waarin – wellicht niet geheel toevallig – een statieportret van Leopold I reflecteert. Goud keert voortdurend terug in het vertrek, van het beslag van de deur en het dressoir over de zware schouwornamentering en de details op onze koffiekopjes tot de oorbellen van de koningin. Het licht dat van het Paleizenplein door de hoge ramen valt, wordt gedempt door vitrages en gordijnen, en hult de ruimte zo in weelderig, warm licht, ondersteund door de kristallen luchters en de slim geplaatste tafellampen. “Deze gebouwen” zijn niet echt ingericht als praalkamers, maar ze stralen onvermijdelijk de vanzelfsprekende luxe uit van generaties aristocratisch leven.

 

Arm en rijk

De kloof tussen arm en rijk: de koningin is zich daar zeer van bewust, maar wanneer ze op terreinbezoek is, wil ze op de eerste plaats luisteren, zegt ze. ‘De mensen geven mij levenslessen over hoop en veerkracht.’ Daarnaast wil ze ‘met haar hart geven wat ze kan: tijd, aandacht en waardigheid’. Als ik het zo opschrijf, besef ik dat het melig klinkt. Maar ze kijkt je recht in de ogen, en dat maakt dat je denkt: ze meent wat ze zegt.

Als koningin Mathilde haar engagement voor duurzame ontwikkeling illustreert met ontmoetingen, staan bijna altijd vrouwen en meisjes, of moeders en kinderen centraal. Op het bijzettafeltje achter haar staat een foto met haar eigen kinderen, die als de Vier Heemskinderen schrijlings een dikke tak berijden. Gezonde kinderen. Geprivilegieerde kinderen. Dat zegt ze niet, maar dat beseft ze ongetwijfeld wel.

Kan je je dat voorstellen, dat je als moeder ziet dat het leven van je kind op haar vijfde al voorbij is? Onherstelbaar voorbij?

‘In Ethiopië ontmoette ik in een klein kamertje twee moeders, elk met hun kind. Een van de kinderen was levendig in de weer met een spelletje, het andere was apathisch stil. Het was vijf jaar, zoals mijn jongste kind toen, maar ondervoed, en de schade daarvan was niet meer te herstellen. Ik probeerde het kind aan te raken, maar er kwam helemaal geen reactie. Kan je je dat voorstellen, dat je als moeder ziet dat het leven van je kind op haar vijfde al voorbij is? Onherstelbaar voorbij?’

Mathilde zoekt de confrontatie met de realiteit op. In Liberia, in Haïti, in Laos, in India, en recent nog in Ghana. Ze doet dat niet uit zucht naar zelfpijniging, maar uit verlangen om haar inzet te funderen op de ervaringen van echte mensen – al weet ze wellicht dat elk bezoek van een koningin en haar gevolg een choreografie van die werkelijkheid is. De ontmoetingen zijn grondig voorbereid, de locaties zorgvuldig geselecteerd, de projecten gescreend.

‘Ik kan over armoede en onderontwikkeling spreken, maar het wordt écht anders als ik die werkelijkheid voel. Door mijn eigen ogen zie. Dan besef je ten volle dat armoede geen voorbijgaand ongeval is, maar zelfs de fysieke en cognitieve ontwikkeling van kinderen, en dus hun hele verdere leven ondermijnt. Investeren in voeding voor kinderen is dan ook een verstandige investering in de economie van een land. Dat besef maakt het allemaal minder vrijblijvend.’

De ontmoetingen maken het humanitaire persoonlijk: ‘Iemand houdt op louter een noodlijdende te zijn, hij of zij wordt een persoon, met een geschiedenis en een toekomst, en vooral: met menselijke waardigheid.’ Daarom, voegt Mathilde er uitdrukkelijk aan toe, ‘zeg ik ook altijd tegen de kinderen dat ze iedereen die ze tegenkomen of een hand geven, recht in de ogen moeten kijken. Zo erken je de waardigheid van de andere.’ Ze doet wat ze zegt, op dat moment: ze kijkt me recht in de ogen – als ik die opsla van het notitieboekje waarin ik zoveel mogelijk noteer van wat ze vertelt. Want het protocol stelde dat er geen geluidsopname van het interview mocht worden gemaakt.

Mathilde zoekt de confrontatie met de realiteit op. In Liberia, in Haïti, in Laos, in India, en recent nog in Ghana. Ze doet dat niet uit zucht naar zelfpijniging, maar uit verlangen om haar inzet te funderen op de ervaringen van echte mensen

Koningin Mathilde luistert aandachtig naar Afrikaans meisje
© FOD Buitenlandse Zaken

Geen smeuïge verhalen

Mathilde wil niet louter een first class voluntouriste zijn. Ze investeert ook heel veel tijd in lezen, zegt ze: boeken, rapporten, onderzoeken, studies. En MO*, uiteraard. Ze vraagt geregeld briefings op van ngo’s, ‘omdat zij de vinger zo goed aan de pols houden bij de mensen die het meest getroffen worden door armoede en uitsluiting’.

Het was de vorige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, die de koningin vroeg om pleitbezorgster te worden van de SDG’s. Ban was geen onbekende voor Mathilde. Ze leerde hem kennen tijdens VN-conferenties en ontmoette hem ook tijdens zijn bezoeken aan Brussel. Hij kende haar en haar belangrijkste interesses: kinderen, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, meisjes. ‘Het was dan ook een eer om gevraagd te worden deze doelstellingen internationaal mee te promoten, ’ zegt Mathilde, ‘want 2030 is morgen. De verandering moet er vandaag komen.’ Op een ander moment in het gesprek zegt ze hetzelfde, maar klinkt er iets meer het jargon van de multilaterale instellingen in door: ‘De tijd van verklaringen ligt achter ons. Nu is het moment om de afspraken te implementeren.’

Ik had gehoopt op een paar verhalen over de vergaderingen van de Global SDG Advocates. Over de koningin die een praatje maakt met Lionel Messi over de steeds weer tegenvallende resultaten van de Belgische ploegen in de Champions League. Of over die keer dat ze het met Shakira had over de muziekkeuze van haar kinderen. Maar de zeventien pleitbezorgers zijn nog nooit fysiek bij elkaar gekomen, al heeft de koningin zelf wel een bijeenkomst met een aantal van hen georganiseerd naar aanleiding van de European Development Days vorig jaar.

Daar waren de tv-beroemdheden niet, maar wel de ontwikkelingsberoemdheden, zoals Nobelprijswinnares Leymah Gbowee, Jeffrey Sachs, plaatsvervangend VN-secretaris-generaal Amina Mohammed en Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus. Samen met minister De Croo, Europees Commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling Neven Mimica en een aantal andere leiders uit politiek, middenveld en bedrijfsleven spraken ze over manieren om de Agenda 2030 zichtbaarder te maken en meer wind in de zeilen te geven. Maar dat levert dus geen gossip op.

 

Positief perspectief

Wie een blik werpt op de SDG’s ziet meteen dat koningin Mathildes klemtonen liggen op SDG 3, 4 en 5: ‘Verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.’

Ontwikkeling wordt van een verhaal over vooral veranderingen in het Zuiden steeds meer een universeel verhaal waarin iedereen verantwoordelijk is voor de gezamenlijke toekomst.

Koningin Mathilde in gesprek met Afrikaanse man
© FOD Buitenlandse Zaken

Het zijn doelstellingen die in het directe verlengde liggen van de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen (mdg’s), die in 2000 afgekondigd werden en tot 2015 golden als leidraad voor investeringen van de internationale gemeenschap en nationale overheden in de ontwikkeling van het Zuiden. Toch zijn ‘alle zeventien doelstellingen belangrijk’, bevestigt Mathilde. Want: ‘De SDG’s veranderen het debat van een Noord-Zuidverhaal dat vooral gericht was op veranderingen in het Zuiden in een inclusief en universeel verhaal waarin iedereen verantwoordelijk is voor de gezamenlijke toekomst. De “ontwikkelingslanden” worden daardoor eindelijk ook volwaardige actoren, maar ook het bedrijfsleven wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid.’

‘We moeten consequent handelen’, zegt Mathilde. Doen wat we zeggen. Ze bedoelt dat niet per se als een oproep aan de Belgische regering om eindelijk echt werk te maken van beleidscoherentie voor ontwikkeling – de koningin mag zich niet op het terrein van de democratisch verkozen regering begeven –, maar meer als een persoonlijk appel. En ze ziet dat de jongere generaties daar vandaag heel gevoelig voor zijn. ‘Jongeren zijn intuïtief heel bewust bezig met de Agenda 2030’, zegt de koningin in perfect VN-jargon. ‘En ze beseffen dat hun engagement niet altijd groots moet zijn, als het maar reëel is. De vraag is: krijgt die dagelijkse menselijkheid en inzet wel genoeg zichtbaarheid?’

Of er, naast dat idealisme van onderop, toch ook niet een groeiend cynisme bestaat, vraag ik. Gevoed door het onvermogen van overheden om echt iets te doen om bijvoorbeeld de klimaatverandering aan te pakken?

De veerkracht van kwetsbare mensen, hun vermogen om telkens weer op te staan en de kracht te vinden om te overleven, daar heb ik grote bewondering voor.

Koningin Mathilde in gesprek met Afrikaanse handelaarster

Mathilde antwoordt niet ontkennend, maar met het positieve perspectief: ‘Er is de voorbije jaren toch echt veel ten goede gekeerd. De kindersterfte is gehalveerd, de moedersterfte aanzienlijk teruggedrongen, veel meer kinderen zitten op de schoolbanken… De uitdagingen blijven groot, maar we moeten durven zien wat er wel al gerealiseerd is en ons op basis daarvan inzetten.’ Zelf wordt ze gesterkt in dat hoopvolle perspectief door zich te velde te begeven, door met eigen ogen te zien hoe mensen – ook wie letterlijk niets heeft – zich inzetten voor een betere samenleving. ‘Ik wil me niet opsluiten in het negatieve. Ik focus liever op wat positief en realistisch is. De veerkracht van kwetsbare mensen, hun vermogen om telkens weer op te staan en de kracht te vinden om te overleven, daar heb ik grote bewondering voor.’

 

De hel

Om die onverwoestbare levenskracht te illustreren, vertelt Mathilde het verhaal van een vijfenvijftigjarige man die ze onlangs ontmoette: ‘Het aangezicht van die man was een herinnering aan zijn pijnlijke geschiedenis. Zijn scheve neus was een overblijfsel van een gewelddadige jeugd waarin zijn vader zowat alles in zijn gezicht gebroken had. Hij werd in coma achtergelaten op straat en groeide later op als straatboef en erger. Hij kende alle jeugdrechters van de streek. Tot een van die jeugdrechters hem in de ogen keek en zei: “Jij bent verstandig genoeg om een diploma te halen.” Die ene keer, dat moment waarop iemand in hem geloofde, maakte het verschil voor hem. “Ik bestond in de ogen van iemand anders”, vertelde hij me. En inderdaad, hij heeft een diploma behaald en is dat aan die jeugdrechter gaan laten zien om hem te bedanken en om te bewijzen dat hij het inderda ad kon. Hij is intussen getrouwd en runt samen met zijn vrouw een huis waarin jongeren met een moeilijke geschiedenis opgevangen worden.’

De koningin vertelt dit soort verhalen graag en gedreven. ‘En dan is er die heel kleine, oude vrouw, afkomstig uit Boedapest. Zij kwam als zestienjarige terecht in Auschwitz, waar ze iedereen verloor. Ik weet niet of ik ooit zulke krachtige ogen gezien heb, in elk geval was ik er zo van onder de indruk dat ik daarna mijn kinderen meegenomen heb naar haar, diep in Frankrijk. Een rit van zevenhonderd kilometer om hen haar verhaal te laten horen, maar ook met haar boodschap van hoop.’

"Ik heb de hel gezien”, vertelde zij. “Maar ook in de hel bestaat en overleeft de menselijkheid.”

‘“Ik heb de hel gezien”, vertelde zij. “Maar ook in de hel bestaat en overleeft de menselijkheid. Een stervende vrouw gaf haar brood aan mij, met de opdracht om te overleven.” Ze vertelde ook over haar vader die, voor de oorlog, nooit vroeg of ze goede cijfers haalde op school, maar of ze goede vragen had gesteld. “Dat is het allerbelangrijkste als kind, als jongere, als mens: de juiste vragen leren stellen”, drukte ze mijn kinderen op het hart.’

Het motto van haar inzet voor de duurzame ontwikkelingsdoelen ontleent de koningin aan Ban Ki-moon, zegt ze: ‘Niemand mag achterblijven.’ En daarom vindt ze onderwijs zo cruciaal, net als gezondheid. En met name mentale gezondheid, preciseert ze. ‘Want kinderen die conflicten en geweld overleven, laten de trauma’s niet zomaar achter zich. Ze moeten daarvan genezen, of ze lijden er een heel leven onder.’

Ze is zo gemotiveerd voor de SDG’s, omdat die alle actoren verzamelen achter gedeelde doelstellingen: de overheid, het middenveld, de bedrijven. ‘Samen kunnen ze het verschil maken’, gelooft Mathilde. Op de vraag of ze de Belgische regering ook wel eens aanspreekt op tegenstrijdigheden in haar beleid, of op de besparingen die ze doet in de sociale zekerheid of bij ontwikkelingssamenwerking, antwoordt de koningin met een royale glimlach en dito diplomatie: ‘Ik investeer mijn energie liever in aanmoedigingen dan in terechtwijzingen.’

Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen
Terug Samenwerking
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /8 Go Goals: een bordspel over de SDG’s