Krijtlijnen voor een duurzame economie

Chris Simoens
01 februari 2014
Kan economie echt duurzaam zijn? Volgens de Belg Gunter Pauli wel. Zijn ‘blauwe economie’ creëert meerwaarde met wat lokaal voorhanden is. Vooral ontwikkelingslanden hebben oor naar zijn ideeën. Hieronder vindt u de neerslag van een gesprek met hem.

Onze huidige economie doet er alles aan om de productiekosten zo laag mogelijk te houden. Ze doet dat door schaalvergroting, standaardisering en de zoektocht naar landen waar de productie zo goedkoop mogelijk is. Onze economie investeert dus niet meer in eigen mensen en eigen jobs. Maar ze stuurt wel grondstoffen, deels afgewerkte producten en eindproducten allemaal apart de wereld rond. Dat kan niet duurzaam zijn. Bovendien is ze weinig creatief, gefixeerd als ze is op kostenverlaging: meer van hetzelfde doen, maar goedkoper.

Meerwaarde met wat je hebt

De ‘blauwe economie’ van Gunter Pauli daarentegen creëert meerwaarde met wat er plaatselijk voorhanden is. Zit je opgescheept met koffiegruis? Gebruik het dan om paddenstoelen op te kweken en als ontgeurder in textiel. Heb je bergen steenafval uit mijnen? Maak er papier van. Heb je een wildgroei van zeewier? Haal er textielvezels uit en gebruik de rest als vee- en kippenvoer (zie cases). Zo kan je, vertrekkend van een ton koffiegruis met waarde nul, een product realiseren dat 5,000 dollar waard is. En door alles zoveel mogelijk ter plaatse te verwerken, creëer je jobs en vermijd je transport.

 

Ecosystemen nabootsen

Daarnaast probeert de blauwe economie de ecosystemen zoveel mogelijk na te bootsen. ‘Als er alkalisch water voorhanden is waarin de alg spirulina uitstekend gedijt, dan gaan we dat benutten. Dan is er veel minder infrastructuur nodig om de juiste kweekomstandigheden te realiseren.’

 

Duurzame kringlopen

De blauwe economie is verwant aan cradle to cradle, maar gaat een stap verder. Bij cradle to cradle worden de diverse stoffen steeds hergebruikt, zowel in een biologische als technische kringloop. Er is geen afval, alle stoffen blijven grondstoffen.

‘Wij halen de stoffen die niet duurzaam zijn uit de kringloop. Je mag dan wel papier recycleren, maar bomen blijven de basis en die moeten gekapt worden. Kan het niet duurzamer? Toch wel: je kan er steenafval uit mijnen voor gebruiken. En moeten we titaniumoxide of zinkoxide blijven gebruiken als ontgeurder in textiel en cosmetica? Daar is mijnbouw voor nodig en het vraagt vervuilende chemische processen. Welnu, koffiegruis blijkt een uitstekend alternatief.’

 

Succes in ontwikkelingslanden

De ideeën van Pauli vallen vooral in ontwikkelingslanden in goede aarde. De laatste 20 jaar heeft hij 187 projecten gerealiseerd, 90% daarvan in ontwikkelingslanden. ‘Bij ons komen ze altijd aandraven met haalbaarheidsstudies en businessmodellen. Wij praten, in het Zuiden doet men. Als we in Zimbabwe vertellen dat ze paddenstoelen kunnen kweken op koffiegruis, dan zijn ze er na een maand al mee bezig!’

Maar ook de kijk op wetenschappelijk onderzoek verschilt. ‘In industrielanden gaat men meer uit van theoretische modellen. Men test hypothesen en men probeert de output te vergroten. In het Zuiden daarentegen zoekt men oplossingen voor dringende problemen door nieuwe zaken te realiseren, geënt op de realiteit.’

Veel van de traditionele kennis in het Zuiden is trouwens ei zo na verdwenen door westers toedoen. 50 jaar geleden smeerden moeders aan het Tjaadmeer de mond van hun kinderen in met het voedzame groene slijm – de alg spirulina – uit het meer. Vandaag niet meer, het meer is bevuild en dreigt uit te drogen door overdreven irrigatie. Twee generaties terug at de Afrikaanse bevolking nog paddenstoelen uit de natuur, als voeding en als geneesmiddel. Vandaag niet meer, door invloed van onze westers keuken, ontbossing en introductie van plantages (en schimmelverdelgers).

Pauli verkiest om eerst cases te realiseren: concrete acties die werken. Bijvoorbeeld het heraanplanten van koralen in zee. De cases kunnen dan wetenschappelijk uitgediept worden. In plaats van – zoals gebruikelijk in de westerse wetenschap – eerst heel veel onderzoek te doen in laboratoria voor er echt iets mee wordt gedaan.

De blauwe economie probeert de ecosystemen zoveel mogelijk na te bootsen.

Cover van boek van Gunther Pauli met wereldbol en tekst ’10 years, 100 innovations, 100 million jobs'
© G. Pauli

De Belg Gunter Pauli was tot in 1993 voorzitter en mede-eigenaar van Ecover, de Belgische producent van biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen. Hij stapte op wanneer hij zich realizeerderealiseerde dat zijn vraag naar palmolie het regenwoud in Indonesie vernietigt. Sindsdien is hij vooral wereldwijd pleitbezorger van zijn ‘blauwe economie’ – de kleur van onze planeet. Zijn boek ‘de blauwe economie’ werd in 38 talen vertaald.

Hoeveel is genoeg?

De blauwe economie vertrekt strikt van de basisbehoeften: gezonde voeding, water, huisvesting, gezondheidszorg, energie. Zolang niet alle mensen in hun basisbehoeften voorzien zijn, zolang móet de economie wel groeien. ‘Maar de vraag die we ons moeten stellen is: hoeveel is genoeg? Alles in de natuur wenst te groeien, maar een boom zal geen 1000m hoog worden. Een boom kent zijn grenzen, wij blijkbaar niet.’

De overheid zou een beperkte rol moeten spelen. ‘Maar als iedereen zoveel mogelijk voor zichzelf wil vergaren en als het grootste ego domineert, dan moet de staat wel herverdelen.’ Bhutan is hier zeer inspirerend. Daar durfden ze zich de vraag stellen: ‘wat maakt een gemeenschap gelukkig?’. En hebben ze meteen een beter zicht op ‘hoeveel is genoeg’.

 

Laat kinderen hun toekomst dromen

De staat en de ouders zouden er onder andere voor moeten zorgen dat hun kinderen geloven dat ze het veel beter kunnen doen dan hun ouders. ‘In de zorgmaatschappij beschermen we onze kinderen te veel. We moeten hen de kans geven zich uit te drukken zoals een kind zich uitdrukt. Symbolisch zeg ik dan: de kinderen zijn niet geïnteresseerd in hoe de appel van de boom valt, maar in hoe de appel naar boven geraakt. Geef hen de wetenschappelijke vrijheid en de emotionele intelligentie om gewaagde visies te ontwikkelen.’

De zorgmaatschappij in Europa heeft ons te gemakzuchtig gemaakt. ‘We plaatsen geld op onze rekening en verwachten dat de som aangroeit. Maar je maakt geen geld met geld. Sparen is investeren, en investeren is risico’s nemen, en je neemt risico’s omdat je dingen wilt verbeteren. Die logica zijn we verloren.’

 

www.gunterpauli.com

www.zeri.org

Alles in de natuur wenst te groeien, maar een boom zal geen 1000m hoog worden. 

CASES

 

Koffiegruis

Op koffiegruis – er zijn miljoenen tonnen beschikbaar – kunnen paddenstoelen gekweekt worden, een rijke bron van eiwitten. Het overschot is bruikbaar voor vee- en kattenvoer. Koffiegruis is ook een uitstekende ontgeurder in textiel. Allereerste project in Colombia in 1995, nu al 500 bedrijven.

 

Spirulina

De uiterst voedzame alg spirulina kan gekweekt worden op plaatsen waar alkalisch water van nature voorhanden is. Spirulina gaat ondervoeding tegen. Realisaties in Brazilië sinds 1996.

 

Alginaten uit zeewieren

Uit zeewieren kunnen alginaten gewonnen worden waaruit zeer slijtvaste textielvezels kunnen gemaakt worden. Uitstekend duurzaam alternatief voor katoen. Wat overblijft van de zeewieren is bruikbaar als vee- en kippenvoer. Ideaal voor Indonesië, een paradijs van zeewieren. Het pilootproject startte in 2010 in Qingdao, China.

 

Papier uit steenafval

Uit steenafval – veel mijnen hebben er bergen van – kan papier gemaakt worden. Dat is veel duurzamer dan bomen. China heeft de eerste fabriek geopend in Benxi City (Shenyang) in 2013.

 

Stoffen uit distels

De EU betaalt boeren om hun land niet te bewerken. Op het braakland groeien distels. Daaruit kunnen interessante stoffen gewonnen worden. Onder meer onkruidverdelgers, polymeren voor plastics en smeermiddelen voor landbouwapparatuur. In februari 2014 start Novamont de eerste bioraffinaderij uit distels op in Sardinië. Pauli is de voorzitter van deze investering van 540 miljoen euro.

 

Koralen planten

85% van de koralen staan onder stress. Maar ze kunnen ‘heraangeplant’ worden. In Bonaire (Nederlandse Caraïben) zijn er 20 koralenkwekerijtjes. Toeristen met duikersbrevet helpen mee om de ‘koralenplantjes’ te planten. Het project creëert jobs en onttrekt geld van de toeristenindustrie ten voordele van de lokale bevolking.

Duurzame economie
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 30 /32 Wordt de moeder van alle granen te populair?