Man ≠ vrouw, zeker in Palestina

Reine Van Holsbeek
01 juni 2015
Over de bezetting en de effecten op het Palestijnse volk, en Palestijnse vluchtelingen (1) in het bijzonder, is al veel geschreven. Belangrijk is echter om een onderscheid te maken tussen de effecten op mannen en vrouwen, omdat zij op verschillende wijze door dezelfde bezetting getroffen worden. Bovendien leven Palestijnse vrouwen in een maatschappij waar sociale en culturele normen extra obstakels vormen voor hun ontwikkeling.

Palestijnse mannen, vooral de jongeren, worden vaker blootgesteld aan geweld, aanhouding en detentie door Israëlische veiligheidstroepen op de Westelijke Jordaanoever. Vrouwen en meisjes daarentegen kunnen zich minder vrijuit bewegen door een intensievere sociale controle uit schrik voor hun veiligheid. Een 17-jarig meisje uit Arroub vertelde onlangs:  ‘Ik ben minder vrij om buitenshuis tijd door te brengen na de schooluren en het wordt enkel erger omdat mijn familie schrik heeft voor confrontaties. Studeren is belangrijker dan risico’s nemen in de confrontaties met Israëlitische veiligheidstroepen, dat is iets voor de jongens’. Het is uitzonderlijk dat vrouwen deelnemen aan protesten en aangehouden worden. Wanneer dat toch gebeurt, ondergaan ze dezelfde procedures als mannen. Alleen zijn er specifieke uitdagingen voor vrouwen zoals toegang tot gespecialiseerde medische zorgen, zwangerschap en bevalling in de gevangenis, en seksuele intimidatie. Bovendien zijn vrouwelijke gedetineerden minder talrijk en na hun vrijlating zijn ze bijzonder kwetsbaar omdat hun gemeenschap hen scheef aankijkt en marginaliseert.  Palestijnse vrouwen worden ook direct en indirect (pscycho-sociaal trauma) getroffen door zoekacties en arrestaties van familieleden door Israëlische veiligheidstroepen.

De Muur

Palestijnse vluchtelingen hebben moeilijk toegang tot basisvoorzieningen. Dat is onder meer te wijten aan de geografische versnippering van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem door Israëlitische kolonies en de Muur die Israël bouwt in de bezette gebieden. Volgens het Internationaal Gerechtshof druist deze Muur in tegen het Internationaal Recht. Hij gaat gepaard met een systeem van vergunningen die de bewegingsvrijheid van de Palestijnen enorm afremt. Extra schrijnend is de situatie van families die tussen de Muur en de green line of rond Oost-Jeruzalem wonen. Zij zijn vaak afgesneden van hun landbouwgrond, familie of medische zorgen en leven geïsoleerd van de rest van de Westelijke Jordaanoever. In het geval van gezondheidszorg worden vrouwen in het bijzonder getroffen aangezien zij traditioneel zorg dragen voor kinderen en ouderen binnen hun familie.

Ook de toegang tot onderwijs wordt bemoeilijkt door de Israëlitische bezetting. Veel kinderen moeten dagelijks aanschuiven aan de checkpoints om naar school te gaan. Eenmaal op school presteren meisjes over het algemeen beter dan jongens. Jongens krijgen immers grotere vrijheid van thuis uit voor activiteiten buiten de schooluren en missen vaker lessen. Meisjes worden veel strikter gecontroleerd door hun ouders en studeren beter. Studeren wordt voor meisjes gezien als dé weg naar een betere toekomst. Voor jongens is dat niet de enige optie, zij hebben veel gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt zonder diploma. Maar de goede studieresultaten van meisjes worden niet vertaald in tewerkstellingsmogelijkheden. Culturele en sociale normen beknotten de studiekeuze. En de richtingen die sociaal aanvaardbaar zijn, creëren minder jobkansen. Al bij al worden maar weinig opleidingen als geschikt gezien voor vrouwen: kleuterjuf, verpleegster, naaister, lerares ...

Juf met leerlingen in de klas
© UNRWA/Alaa Ghosheh

Frustraties

De Israëlitische bezetting heeft een negatieve invloed op alle aspecten van het leven in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en dus ook op de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid. In feite maken de onzekere politieke en veiligheidssituatie en de voortdurende uitbreiding van de Israëlische kolonies die steeds meer land inpalmen, economische groei zo goed als onmogelijk. En dat leidt tot armoede en een hoge werkloosheid binnen de Palestijnse vluchtelingengemeenschap. Ook hier worden vrouwen anders – en meer – getroffen dan mannen omdat vrouwen ook moeten afrekenen met een reeks sociale en culturele factoren. Zo kunnen jonge moeders niet rekenen op betaalbare en betrouwbare kinderopvang en is zwangerschapsverlof ofwel onbestaande ofwel te kort.  In sommige conservatieve families mogen vrouwen enkel actief zijn op de arbeidsmarkt als alle collega’s op de werkplaats vrouwen zijn of ze kunnen enkel op bepaalde momenten van de dag werken omdat de familie het gevaarlijk vindt om ’s avonds laat of ’s nachts te pendelen. Vrouwen die er wel in slagen om aan de slag te gaan, moeten dan weer worstelen voor een gelijk loon.

De verslechterende economische situatie en de daaruit voortvloeiende armoede voedt frustraties, zowel bij mannen als vrouwen. Mannen kunnen niet langer in de noden voorzien van hun gezin en verliezen hun traditionele rol van broodverdiener. Armere vluchtelingen binnen de Westelijke Jordaanoever hebben het extra moeilijk. Zij kunnen zich immers enkel een woning veroorloven binnen één van de 19 vluchtelingenkampen waar de situatie door armoede en overbevolking over de jaren verslechterde. Kampbewoners moeten het stellen met uiterst krappe woonruimten wat hun psychologisch welzijn aantast en de sociale en familierelaties onder druk zet. Vooral vrouwen lijden daaronder. Ze ondervinden een gebrek aan privacy en bewegingsvrijheid en komen nauwelijks toe aan vrijetijdsactiviteiten buitenshuis. Kampbewoners melden vaak dat frustraties en stress  huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen doet toenemen. Daar komt bovenop dat binnen de Palestijnse maatschappij huiselijk geweld nog steeds taboe is, dat er nog steeds wetten bestaan die de daders van de zogenaamde “eremoorden” beschermen en dat vrouwen moeilijk toegang hebben tot juridische diensten.

Vrouwen en meisjes kunnen zich minder vrijuit bewegen door een intensievere sociale controle

UNRWA

De onevenredige effecten van de bezetting en van sociale en culturele normen op mannen en vrouwen ontgaat UNRWA niet. Deze VN-organisatie trekt zich het lot aan van de Palestijnse vluchtelingen. Ze voorziet onder meer onderwijs, gezondheidszorg, noodhulp, sociale dienstverlening en kamp-infrastructuur. Daarnaast onderneemt ze ook “genderbewuste” initiatieven. Zo organiseert UNRWA  mobiele klinieken waardoor gemeenschappen die door checkpoints en de Muur geïsoleerd worden, ter plekke de nodige zorg kunnen krijgen. Voor kinderen – vaak jongens - die getroffen zijn door geweld door Israëlitische veiligheidstroepen voorziet de organisatie aparte psychosociale groepsactiviteiten opdat hun schoolprestaties er niet onder zouden lijden. Beroepsgericht onderwijs besteedt aandacht aan opleidingen die zowel sociaal aanvaardbaar zijn als jobkansen bieden aan vrouwen. UNRWA ondersteunt ook vrouwencentra binnen de vluchtelingenkampen die vrouwen een plek bieden voor hun sociale activiteiten. Ondertussen ijvert ze verder voor een rechtvaardige oplossing opdat alle Palestijnse vluchtelingen, vrouwen én mannen, over hun mensenrechten beschikken en hun volle potentieel kunnen verwezenlijken. België is een zeer trouwe donor van UNRWA: voor de periode 2015-2017 schenkt ons land 18,75 miljoen euro.

 

(1) Een Palestijnse vluchteling is elke persoon wiens verblijfplaats in Palestina was tussen 1 juni 1946 en 15 mei 1948 en die zowel zijn huis als bestaansmiddelen verloren is ten gevolge van het conflict in 1948, en de nabestaanden van mannelijke Palestijnse vluchtelingen, inclusief wettelijk geadopteerde kinderen.

 

Reine werkt sinds 2 jaar voor UNRWA als Junior Professional Officer (JPO). Dat VN- programma, gesteund door België, biedt jonge professionals de kans om ervaring op te doen op het vlak van internationale ontwikkelingshulp.

www.unrwa.org

Gender Palestina
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 17 /17 ‘Om te vliegen moet de condor twee vleugels hebben die even sterk zijn’