Migratie als uitweg uit armoede

Carole Demol
01 juni 2015
De laatste weken zien we een aaneenschakeling van drama’s waarbij migranten het leven laten bij hun pogingen om de Europese kusten te bereiken. Europa neemt “maatregelen”… maar over de dieperliggende oorzaken van deze migratie worden weinig vragen gesteld. En wat is de rol van de ontwikkelingssamenwerking in deze context?

In de nasleep van opeenvolgende drama’s met vluchtelingenboten in de Middellandse Zee kwam op 23 april jongstleden een buitengewone Raad bijeen. De Europese Unie en haar lidstaten vaardigden noodmaatregelen uit om verder onheil te voorkomen. Een stappenplan met 17 acties werd uitgetekend, waarbij de prioriteit uitgaat naar versterkte aanwezigheid op zee en grensbewaking door het agentschap Frontex. Ook mensensmokkel en mensenhandel worden aangepakt dankzij een nieuwe Europese militaire missie (GBVB) die de vaartuigen die de mensenhandelaars voor de overtocht gebruiken, zal opsporen, vasthouden en vernietigen.

Meer globale benadering

Deze maatregelen waren nodig om onmiddellijk het hoofd te kunnen bieden aan de crisissituatie, maar nadien is een meer globale benadering absolute noodzaak. In mei stelde de Europese commissaris voor Migratie zijn “(globale) migratie-agenda” voor. Kernpunten zijn de strijd tegen illegale migratie en mensensmokkel en de versterking van een Europees asielstelsel, om zo te komen tot een meer solidaire verdeling van de vluchtelingen onder de Europese landen. Daarnaast wil de EU hervestigingsprogramma’s in Europa uitwerken en legale migratiekanalen openen op Europees niveau. Het bestrijden van symptomen zal echter niet volstaan om in de nabije toekomst nieuwe menselijke drama’s te voorkomen. Nu komt het erop aan de dieperliggende oorzaken van illegale migratie en asiel aan te pakken.

De aanwezigheid van vluchtelingen in het noorden van Afrika is namelijk het gevolg van de extreem onstabiele situaties in de Sahel en in het Midden Oosten. Ze vloeit ook voort uit armoede die van generatie op generatie wordt overgedragen (Niger, Guinee- Bissau …) of uit een ontstellend hoge demografische druk (Pakistan, India, Bangladesh). Een zeer lage Human Development Index, almaar nieuwe voedselcrisissen, periodes van droogte, sociale ongelijkheid en genderongelijkheid, flagrante schendingen van mensenrechten, met daar bovenop een bevolkingsexplosie, vormen een uiterst gevaarlijke coktail in de Sahel. Deze leidt vandaag al tot geweld en een toename van radicalisme, zoals bij Boko Haram in Nigeria, Niger en Kameroen. Vijftig procent van de migranten die aankomen op het eiland Lampedusa in Italië zijn via Agadez in het noorden van Niger tot in Libië geraakt, waar de migratieroutes samenkomen. Door het gebrek aan bestuur in Libië vormt dit land een open deur naar Europa.

Het aantal ontheemden was sinds de tweede wereldoorlog nooit zo hoog.

Dieperliggende oorzaken aanpakken

Welke rol kan ontwikkelingssamenwerking spelen in deze context van opeenvolgende migratiecrisissen? Haar belangrijkste opdracht bestaat erin te ijveren voor menselijke ontwikkeling. Dat doet ze door te strijden tegen situaties die mensen ertoe aanzetten hun land van herkomst te ontvluchten: armoede, voedselonzekerheid, slecht bestuur, endemische corruptie, schending van mensenrechten, instabiliteit en de spiraal van geweld die eruit voortvloeit. Ontwikkelingssamenwerking moet dus de dieperliggende oorzaken blijven bestrijden, óók in het vooruitzicht van de dag waarop migratie een positieve keuze kan zijn in plaats van een noodzaak. Deze talrijke oorzaken aanpakken betekent zoveel als investeren in een globale agenda voor menselijke ontwikkeling. Dat is enkel mogelijk via de officiële ontwikkelingshulp (ODA) samen met de bundeling van buitenlandse investeringen, geldoverdracht van migranten (meer dan driemaal hoger dan de ODA) en eigen middelen van de landen zelf.

Meer dan ooit herinnert de migratiecrisis ons aan de noodzaak om rekening te houden met de minst ontwikkelde landen (MOL), waar fragiele situaties en conflicten de bevolking tot migratie aanzetten. Daar waar de budgetten voor officiële ontwikkelingshulp op wereldniveau onveranderd bleven in 2014, verminderde de hulp aan de minst ontwikkelde landen met 16%. Nochtans was de meerderheid van de migranten die in het recente verleden op weg naar Europa het leven lieten bij scheepsrampen, afkomstig uit dergelijke landen: Syrië (1), Eritrea, Somalië, Afghanistan, Nigeria, Gambia, Senegal, Mali en Soedan. Bovendien zouden de gedwongen migratiestromen vanuit deze landen naar andere ontwikkelingslanden (de Zuid-Zuidstromen) momenteel bijna de helft van de globale migratiestromen uitmaken.
België pleit er dan ook voor op internationaal niveau om 50% van de ODA aan de minst ontwikkelde landen toe te kennen omdat juist zij meer afhankelijk zijn van hulp. De Belgische gouvernementele samenwerking zal zich voortaan meer concentreren op fragiele staten en staten die zich in een conflictsituatie bevinden in Afrika. Toch moet het oorzakelijk verband tussen een fragiele situatie en migratie genuanceerd worden. Het grootste deel van de migratiestromen naar België – legaal, illegaal, asiel – is immers afkomstig uit middeninkomenslanden (Marokko, Algerije, Turkije, Rusland). De migratie naar een ver land veronderstelt namelijk een zekere financieel en menselijk vermogen.

Migranten met veel bagage
© UNHCR/I. Prickett

Een nieuwe, complementaire en holistische aanpak

De recente langdurige crisissen vereisen een nieuwe aanpak inzake bescherming en internationale samenwerking. Het aantal ontheemden was sinds de tweede wereldoorlog nooit zo hoog en deze trend neemt nog toe. Momenteel zijn 6 miljoen personen geregistreerd als vluchteling sinds meer dan vijf jaar. De migratiestromen zijn ook hoe langer hoe meer gemengd, met binnenlandse ontheemden, economische migranten, personen op de vlucht voor persoonlijke vervolgingen of natuurrampen, die niet onder de omschrijving van vluchteling vallen in het VN-Verdrag van 1951. De naburige ontwikkelingslanden hebben overigens niet de nodige capaciteit om deze gemengde migratiestromen in goede banen te leiden en een duurzame internationale  bescherming te bieden. De humanitaire hulp die als (tijdelijke) noodhulp bedoeld was, is ontoereikend om het groeiend aantal langdurig ontheemden op te vangen. Vandaar dat er meer synergie nodig is tussen humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking om zo de weerbaarheid van de ontheemden en van de gastgemeenschappen te vergroten en te komen tot een duurzamere integratie van de vluchtelingen in de gastlanden (bijvoorbeeld via opleidingsprogramma’s of werkvergunningen).

De migratiestromen zijn hoe langer hoe meer gemengd, met binnenlandse ontheemden, economische migranten, personen op de vlucht voor persoonlijke vervolgingen of natuurrampen.

Om aan deze nood tegemoet te komen, lanceert de Europese Commissie begin 2016 regionale ontwikkelings- en beschermingsprogramma’s in Noord-Afrika en in de Hoorn van Afrika. De programma’s versterken de capaciteiten van gastlanden om een internationale bescherming te kunnen garanderen die voldoet aan de Europese normen, bijstand aan ontheemden te bieden en een meer duurzame integratie te waarborgen. Nadat de Marokkaanse overheid daar belangstelling voor toonde, overweegt België het asiel- en beschermingsstelsel in Marokko te versterken.

Het richten van de ontwikkelingshulp naar gemengde migratiestromen veronderstelt ook een nieuwe aanpak vanwege de begunstigde landen. Deze dienen immers de middelen niet alleen aan hun eigen bevolking toe te wijzen, maar ook te investeren in een duurzamere integratie van de ontheemden op basis van hun competenties en kennis. Kortom, om het hoofd te kunnen bieden aan het probleem van de ontheemden en de migratiecrisissen, dienen die landen versterkt te worden in het kader van een aanpak die stoelt op de rechten van migranten en de gedeelde verantwoordelijkheid van de landen van herkomst, de doorgangslanden en de landen van bestemming.

(1) Geen MOL maar een land in burgeroorlog.

Migratie Vluchtelingen
Terug Mens
Imprimer