MOOOV: wereldfilms die genezen

Chris Simoens
20 maart 2018
Van 19 tot 30 april kan je dankzij filmfestival MOOOV weer tal van boeiende wereldfilms bekijken. Al ruim 30 jaar trekt dit festival en zijn voorlopers Cinema Novo en Open Doek een enthousiast publiek aan. Marc Boonen, sinds jaar en dag directeur van Open Doek en MOOOV, gunde Glo.be een blik achter de schermen en legt uit wat er allemaal veranderd is.

 

MOOOV

 

Wat doet MOOOV?

 

Filmfestival MOOOV toont jaarlijks een rist boeiende films uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië, vooral in Brugge en Turnhout, maar ook in zes andere Vlaamse steden. Dat gaat gepaard met schoolvoorstellingen, debatten en een competitie voor kort- en langspeelfilms. MOOOV is ook filmdistributeur en koopt in bioscopen regelmatig schermen om wereldfilms te vertonen.

 

www.mooov.be

 

INTERVIEW

 

Het filmaanbod in de doorsnee Belgische cinema's ziet er vandaag helemaal anders uit dan toen Cinema Novo en Open Doek van start gingen. Terwijl er toen nauwelijks een film uit het Zuiden te bespeuren viel, worden er nu regelmatig vertoond. Waaraan is dat te danken?

Het Zuiden zelf biedt vandaag een veel groter filmaanbod. In Mexico bijvoorbeeld stonden een aantal regisseurs op die het internationaal gemaakt hebben, tot zelfs in Hollywood of op de vermaarde filmfestivals van Berlijn, Venetië en Cannes. Hun voorbeeld inspireerde jongeren om ook film te studeren. Overtuigd van de kracht van het medium cinema, richtte de overheid filmscholen op en stelde fondsen ter beschikking om films te maken.

Films uit het Zuiden kapen ook steeds meer grote prijzen weg, zoals de Gouden Palm in Cannes of de Gouden Beer in Berlijn. En dus krijgen films die passen binnen MOOOV gemakkelijker een internationale springplank. Daardoor worden ze ook opgepikt door het reguliere filmcircuit.

Dergelijke films praten zeker niet alles goed wat er in hun thuisland gebeurt, ook al krijgen ze daar subsidies. Denk maar aan Israël waar veel gesubsidieerde film felle kritiek uiten over hoe het land met de Palestijnen omgaat.

 

Leverden kleine festivals als MOOOV ook een bijdrage aan het veranderende filmaanbod?

Zeker. Hoewel de grote filmfestivals daar een hoofdrol in gespeeld hebben, mag je de impact van kleine festivals als MOOOV niet onderschatten. Zo hebben we dit jaar de regisseur van Félicité uitgenodigd. Dat leidde tot een pak artikels in de Belgische media, omdat journalisten hem konden interviewen. In wezen kwam dat neer op een gratis promotiecampagne.

MOOOV is ook zelf distributeur (zie kader). We kopen maandelijks een film uit de wereldcinema aan om die te verdelen over Belgische bioscopen, vooral 'arthouse' (kwalititeitsfilms voor een meer beperkt publiek, nvdr). Onder meer Bar Bahar en Dukthar waren een groot succes. Daarnaast kopen we schermen aan in bioscopen om films uit het Zuiden te vertonen. We doen dat onder meer bij UGC waar we dus commerciële films vervangen door wereldcinema.

Ondertussen heeft MOOOV naam gemaakt in het filmmilieu. Regelmatig vragen distributeurs ons wat we vinden van een bepaalde film en of we die zouden vertonen. We tippen ook zelf films aan distributeurs. Ook zo hebben we een invloed.

 

Wat is de rol van distributeurs en exploitanten?

 

Distributeurs (zoals MOOOV)

  • kopen de rechten van een film op
  • zorgen voor ondertiteling
  • organiseren een promotiecampagne met flyers, affiches...
  • zorgen ervoor dat zoveel mogelijk journalisten de film zien en erover schrijven
  • laten zoveel mogelijk exploitanten de film zien zodat ze ervoor kiezen

Exploitanten (de cinema's dus)

  • bekijken heel veel films en maken een selectie
  • maken hun keuze op artistieke, maar zeker ook commerciële basis: ze hopen dat zoveel mogelijk mensen de film bekijken zodat ze hun kosten kunnen dekken (onder meer de huurprijs van het gebouw, zeker voor arthouse cinema's)
  • voeren promotie om zoveel mogelijk kijkers te lokken

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking ondersteunt al heel lang de wereldfilmfestivals. Via wereldfilms leren mensen immers meer begrip op te brengen voor andere culturen. Denkt u dat MOOOV effectief de kijkers toleranter maakt?

Je móet er in elk geval in geloven, anders heeft het geen zin om te doen wat we doen. De kennismaking met andere culturen leert je hoe dan ook anders omgaan met die culturen. Zeker in de wereld van vandaag waar alle culturen bij ons leven. Films hebben ook een belangrijk voordeel in vergelijking met het nieuws. Nieuwsfeiten blijven kort en krijgen weinig duiding. Een vluchtig beeld van de armoede in Afrika stompt de mensen eerder af dan dat ze erdoor geraakt worden. Films daarentegen geven sterke duiding, hebben veel meer diepgang en vermenselijken het verhaal. Een film over een gebroken relatie tijdens de oorlog in Syrië zal de kijker veel meer raken dan een nieuwsflash over het vernielde Aleppo in het journaal.

Vaak blijkt ook dat mensen uit andere culturen in wezen dezelfde dromen, frustraties en onmacht delen als wijzelf. Het is heel belangrijk dat we dat via film kunnen ervaren. Overigens organiseert MOOOV ook filmvoorstellingen op scholen. Zo proberen we van jongs af aan een open blik op de wereld te stimuleren.

MOOOV lijkt de wind in de zeilen te hebben. Het festival trekt veel volk en zelfs De Standaard, Canvas en Radio 1 trekken mee de kar. Zou MOOOV kunnen bestaan zonder subsidies?

Dankzij de fusie werden we actief in heel Vlaanderen. Dat maakte het wat eenvoudiger om de grote media mee voor de kar te spannen. Maar we kunnen echt niet bestaan zonder subsidies! Wereldcinema blijft fragiel. Ik vind dat een overheid niet dient om dat wat winst maakt nog meer winst te laten maken. Zij moet integendeel omkaderen wat kwetsbaar is.

 

Nieuwsfeiten blijven kort en krijgen weinig duiding. Een vluchtig beeld van de armoede in Afrika stompt de mensen eerder af dan dat ze erdoor geraakt worden. Films daarentegen geven sterke duiding, hebben veel meer diepgang en vermenselijken het verhaal.

Mensen kopen tickets aan MOOOV-kassa
© MOOOV

Vanwaar komen de subsidies?

Het begon met provinciale steun, maar de Belgische Ontwikkelingssamenwerking volgde snel. Vooral staatssecretaris Boutmans (1999-2003) zag heel duidelijk de band tussen cultuur en ontwikkeling. Hij heeft ons dan ook fundamenteel gesteund. Daarna ging het jammer genoeg bergaf. Gelukkig werden we de laatste 10 jaar opgepikt door de Vlaamse gemeenschap waar we een erkende cultuurinstelling zijn. Maar ik blijf het betreuren dat de federale en de provinciale overheden blijkbaar niet meer inzien hoe belangrijk cultuur voor ontwikkeling is.

 

Waarom vindt u cultuur dan zo belangrijk voor ontwikkeling?

Je moet de cultuur uit het Zuiden bij ons een plek geven vanuit het besef van gelijkwaardigheid en respect. Dat betekent voor ons onder meer een culturele verrijking. Maar je kan het zelfs puur economisch bekijken. Bedrijven hebben meer een meer een internationaal personeelsbestand, ook onder de arbeiders, of ze investeren wereldwijd. Dan is het interessant om via films te leren hoe je met andere culturen kunt omgaan. Het verruimt de blik van de mensen waardoor problemen in onze samenlevingen gemakkelijker genezen. Denk maar aan racisme: de haat tegen de ander. Als mensen een film zien van een regisseur uit Congo, Indonesië of Chili, dan betekent dat een echte mind changer.

Maar ook het Zuiden heeft er baat bij. Het zelfvertrouwen van een regisseur uit het Zuiden kan een enorme boost krijgen als zijn of haar film op een Europees festival getoond wordt. Kijk maar hoe bij ons het hek van de dam is als een film van Michael Roskam genomineerd wordt voor een groot filmfestival! Maar het gaat verder dan de regisseur alleen. Als wij films uit landen uit het Zuiden vertonen, tonen we dat we hen au sérieux nemen en waarderen, dat we onze eurocentrische bril afnemen. Dat is heel belangrijk!

Bovendien gaat het hier ook om rechtstreekse steun aan het Zuiden. Als wij als distributeur een film aankopen, dan stroomt er geld naar de regisseur. Die kan er zijn/haar investering mee terugverdienen of een nieuw filmproject opstarten.

MOOOV: wat ging vooraf?

 

MOOOV ontstond in 2013 uit de fusie van Cinema Novo (Brugge) en Open Doek (Turnhout). Beide waren filmfestivals die aan het Belgisch publiek films uit het Zuiden toonden. Ze zagen het licht in respectievelijk 1986 en 2003. Ongeveer de hele periode hebben beide filmfestivals - en ook MOOOV - subsidies ontvangen van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

 

Maar ook Cinema Novo en Open Doek hebben een voorgeschiedenis. In de late jaren 1960-70 bestond er een circuit van filmrollen over de Derde Wereld. De Stedelijke Raden voor Ontwikkelingssamenwerking organiseerden daarmee filmvertoningen: in parochiezaaltjes, met houten stoelen en een ratelende projector achteraan. De organisatoren waren geëngageerde vrijwilligers die streden voor de ontvoogding van het Zuiden.

 

Stilaan dunde het publiek echter uit en enkel de die hards kwamen er nog op af. In de jaren 1980 dook immers Kinepolis op in de grotere steden en het publiek raakte gewoon aan meer comfortabele filmzalen.

 

Toch wilden Brugge en Turnhout de traditie niet zomaar opgeven. En zo ontstonden de meer professionele wereldfilmfestivals Cinema Novo en Open Doek.

Wereldburgerschap Cultuur
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 2 /1 Een stap naar de ander