Ondernemen in Oost-Congo, het kan!

Wendy Bashi
30 april 2018
Léonard Maliona is met zijn 30 jaar een van de meest opvallende ondernemers van Beni (Oost-Congo). Na school te hebben gelopen in Musienene, nabij de stad Butembo, vertrekt hij naar Nairobi en later naar Londen. Hij keert uiteindelijk naar DR Congo terug met een diploma van architect op zak. Vandaag staat hij aan het roer van verschillende bedrijven en mede dankzij hem werden meer dan duizend nieuwe banen gecreëerd.

8 uur in de ochtend: de winkels gaan een voor een open. Op de grote boulevard Nyamwissi, op enkele meters afstand van de Congolese Centrale Bank (BCDC), stapelen werknemers de laatste kratten bier en ruimen ze de flessen op die her en der op de grond liggen. Daags ervoor werd er naar een voetbalwedstrijd gekeken: FC Barcelona tegen Real Madrid. De supporters gingen volledig uit de bol! Kreten, beledigingen en gezangen, alles passeerde de revue. Terwijl de winkels en andere handelszaken de deuren openen, wisselen de veiligheidsagenten voor het bedrijf Ishango elkaar af aan de overkant van de boulevard. Iets verderop doet een gepantserd voertuig met het embleem van de Verenigde Naties zijn ronde. Het moet gezegd, in de straten van Beni zijn de VN-voertuigen, de patrouilles van de FARDC (Strijdkrachten van de Democratische Republiek Congo) en de vrachtwagens van het privé-veiligheidsbedrijf niet ongewoon in het straatbeeld. Ze delen er de weg met motortaxi’s en andere weggebruikers. Daar kijkt niemand meer van op in Congo.

 

Golden Boy

Zoals elke ochtend stapt Léonard Maliona bij Ishango uit zijn auto. In het begin stak deze architect/ondernemer enkel een handje toe bij het opstellen van de bouwplannen, maar mettertijd is hij de eigenaar van het gebouw geworden. Ishango is dé ontmoetingsplek bij uitstek in Beni. Mensen van alle slag komen er samen: VN-ambtenaren, jongeren uit welgestelde gezinnen, kunstenaars, expats, enz. Het gebouw is ontworpen als restaurant-bar en herbergt alle grote culturele activiteiten van de regio: donderdagavond staat comedy-show op het programma, vrijdag karaoke. Toch wel opmerkelijk in een regio die helaas bekendstaat om zijn belabberde veiligheidssituatie (1).

Net als de andere "Golden Boys" die meer en meer op het toneel verschijnen op het Afrikaanse continent, verklaart de ondernemer dat hij van dit deel van Congo een toeristisch en economisch pronkstuk wil maken. ‘Ik droom van de dag waarop Beni een hub is. Ik denk dat die dag niet meer veraf is. Dankzij zijn renovatie zal de luchthaven van Mavivi over enkele jaren meer dan waarschijnlijk een internationale luchthaven zijn’, klinkt deze trotse Congolees enthousiast. Hij is niet enkel aandeelhouder van de keten Kwetu Partner (KP) – die eigendom is van zijn familie – maar ook de directeur-generaal van de zeepziederij Sicovir (2). Hij wijst er ook graag op dat zijn belangrijkste rolmodellen in de ondernemerswereld zijn ouders zijn.

 

‘We stellen in totaal enkele duizenden personen te werk en we hebben 150 rechtstreekse banen gecreëerd. Maar daarbij willen we het niet laten. Als we zien dat iemand als Buffet belangstelling voor onze regio toont, dan betekent dit dat deze regio aantrekkelijk is.

Léonard Maliona

Huisvrouwen eerst

Kwetu Partner omvat benzinepompen en verschillende distributieketens met supermarkten. ‘We stellen in totaal enkele duizenden personen te werk en we hebben 150 rechtstreekse banen gecreëerd. Maar daarbij willen we het niet laten. Als we zien dat iemand als Buffet belangstelling voor onze regio toont, dan betekent dit dat deze regio aantrekkelijk is. Het wordt tijd dat anderen beseffen dat deze regio heel wat rijkdom en potentieel te bieden heeft dat slechts  hoeft te worden ontwikkeld.’ Léonard geeft de laatst instructies aan zijn werknemers in de stad en vertrekt dan voor een terreinbezoek in Mutwanga. ‘Vooral de landelijke bevolking is klant bij Sicovir’, licht hij toe terwijl hij de auto opent. Nadat hij heeft gecontroleerd of alles in orde is, gaat hij achter het stuur zitten en vervolgt hij: ‘In de eerste plaats richten we ons tot huisvrouwen, tot al die moeders in de dorpen die spaarzaam moeten zijn om hun kinderen eten te kunnen geven.’ Terwijl we langs afwisselende landschappen rijden, herinnert de ondernemer eraan dat het niet steeds gemakkelijk is geweest duurzame activiteiten te ontwikkelen. ‘Om hier te kunnen overleven, moet je een activiteitenplan opstellen en het potentieel van de regio analyseren. Verder moet je kunnen doorzetten en willen slagen.’

Om hier te kunnen overleven, moet je een activiteitenplan opstellen en het potentieel van de regio analyseren. Verder moet je kunnen doorzetten en willen slagen.

Léonard Maliona

‘Wanneer ik de mogelijkheid heb, rijd ik met mijn auto van het centrum van Beni naar Mutwango. Enkele jaren geleden ben ik op deze weg aan de dood ontsnapt. Momenteel is de situatie min of meer veilig, maar dat is nog maar sinds kort zo. Er kunnen nog altijd hinderlagen zijn, zoals toen bij mij het geval was.’ Op de weg van 40 kilometer die de twee steden scheidt, ligt het Virungapark. ‘Links zie je kleine wegversperringen die de militairen hebben gebouwd, en rechts ligt het park. Hier heerst een soort stilzwijgend samenwonen’, legt Léonard uit. Op deze baan heeft het Congolese leger kleine kampen en enkele slagbomen opgesteld. ‘Docta bébé, Docta bébé, oko tikela bisso mwa savon teh ?’ (3) roepen de militairen die we aan de zoveelste slagboom tegenkomen.

 

Alles wordt hier geproduceerd, we hebben de hele productieketen in handen. We hebben ook onze eigen velden waar de palmolie wordt geproduceerd die we voor de zeepproductie nodig hebben.

Léonard Maliona in zijn fabriek
© Wendy Bashi

‘Ze kennen mij. Normaal gezien rijd ik met een andere auto, maar omdat ik vandaag onderweg ben met de auto waarop duidelijk onze zeepaffiches staan, vragen ze het rechtstreeks aan mij’, beklemtoont Léonard en hij duwt het gaspedaal in zodra de slagboom open is. ‘De wegeninfrastructuur, de hoge heffingen op lokale producten maar vooral de slechte strategieën die de lokale industrie moeten beschermen tegen de invoer, al deze moeilijkheden remmen de goede ontwikkeling van de industrie hier af, en dan hebben we het nog niet over de onveiligheid’, voegt hij eraan toe na een korte pauze, met de blik strak op de weg gericht.

In Mutwanga aangekomen legt Léonard uit dat de fabriek twee jaar geleden nog niet bestond. Pas in 2016 kon worden gestart met de productie van de eerste zeep. Met zijn partners, de Belg Michel Defays en de Duitser Matthias Kuntze, wil hij nu zijn activiteiten uitbreiden. ‘Alles wordt hier geproduceerd, we hebben de hele productieketen in handen. We hebben ook onze eigen velden waar de palmolie wordt geproduceerd die we voor de zeepproductie nodig hebben.’

Arbeidster behandelt vanille in Sicovir
© Wendy Bashi

Vier à vijf ton stoom/uur

In Mutwanga houden Léonard en zijn teams zich niet enkel bezig met de productie van zeep, maar zijn er ook productie-eenheden voor cacao (rijkelijk aanwezig in dit deel van Congo), voor vanille, die ter plaatse wordt geteeld en gedroogd, alsook voor  papaïne en kinabast. Omdat hout een belangrijke grondstof is, werden ook bomen aangeplant om een houtkringloop te creëren en het hout te kunnen gebruiken. ‘Voor de helft gebruiken we eucalyptushout en voor de rest de doppen van palmnoten. Nog niet zo lang geleden werden de doppen van palmnoten in Congo niet gebruikt, maar vandaag kunnen we een deel ervan verwerken in onze stookketels’, legt Léonard uit. ‘Op basis hiervan kunnen we vier à vijf ton stoom/uur produceren, wat genoeg is voor alle afdelingen van de fabriek. We werken met stoom bij de ontvangst van de grondstoffen, bij het beheer van onze tanks en zelfs bij de productie van zeep.’

Léonard Maliona wordt als een veelbelovende ondernemer beschouwd, maar zelf zegt hij niet echt te beschikken over een succesgeheim. Hij kan wel enkele tips geven om vooruit te komen. ‘Als ik een goede raad zou moeten geven aan een jongere die iets wil opstarten, dan zou ik zeggen dat hij geen schrik mag hebben om te ondernemen. Maar ik zou hem vooral geruststellen dat je in Congo geen politicus of werknemer van een ngo moet zijn om succes te hebben.’

Sicovir produceert vandaag negen soorten zeep. Op lange termijn wil Sicovir alle producten voor de boodschappenmand van de huisvrouw aanbieden, maar momenteel spitst het zich toe op de afzet van zeep. Het bedrijf stelt alles in het werk om de productie gaande te houden ondanks de bijzondere veiligheidssituatie in Beni en omstreken.

 

(1) Sinds 2014 houden de organisaties van de civiele samenleving een voorlopige lijst bij die melding maakt van een duizendtal personen die op gruwelijke wijze werden vermoord of gekidnapt. De misdaden worden toegerekend aan de vermoedelijke ADF-Nalu-rebellen die sinds de jaren tachtig in het gebied aanwezig zijn.

(2) Om en bij 5,5 miljoen dollar aan investeringen. Voor de tweede fase worden de investeringen geraamd op 15 miljoen.

(3) Docta bébé, heb je een klein stukje zeep voor ons?

DR Congo Ondernemerschap
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 8 /10 Mijn rolmodellen? Sterke vrouwen die ingaan tegen stereotypes!