Parijs 2015: klimaattop van de laatste kans

Chris Simoens
01 september 2015
Van 30 november tot 11 december krioelt het in Parijs van de klimaatonderhandelaars en –activisten. Wordt het de top van de laatste kans? Glo.be had een gesprek met drie Belgische klimaatonderhandelaars.

De verwachtingen voor Parijs zijn hooggespannen. Maar wat ligt er precies op tafel? ‘In Parijs moeten we een wettelijk bindend klimaatverdrag kunnen afsluiten waarvoor alle landen zich engageren’, zegt Peter Wittoeck, hoofd van de Belgische delegatie op de klimaattoppen. ‘Het verdrag, dat in voege zal treden in 2020, moet ervoor zorgen dat de opwarming van de aarde minder dan 2°C bedraagt in vergelijking met de temperatuur voor de industriële tijd.’ Om dat te bereiken moet de uitstoot van broeikasgassen drastisch ingeperkt worden.

Zo engageert de EU zich vandaag al tot 40% vermindering tegen 2030 en 80% in 2050. Tijdens de tweede helft van de 21ste eeuw moeten we klimaatneutraal zijn als we de 2°C-doelstelling willen halen: evenveel broeikasgassen worden geabsorbeerd als vrijgegeven. Dat vergt een verregaande omschakeling. De kostprijs is nochtans niet dramatisch hoog, zeker in vergelijking met het gigantisch prijskaartje van de klimaatverandering zelf.

Sterkste schouders

Natuurlijk dienen alle landen inspanningen te leveren om de uitstoot te beperken. ‘Het komt erop aan die inspanningen eerlijk te verdelen, rekening houdend met de capaciteiten van de verschillende landen’, stelt Ulrik Lenaerts, vice-hoofd van de Belgische delegatie. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Diverse allianties (zie kader) hebben echter een verschillende visie over de verdeling van die lasten. De vrij radicale “bolivariaanse republieken”, maar ook India en China leggen de verantwoordelijkheid graag bij de ontwikkelde landen. Nochtans behoren China en India vandaag tot de grootste uitstoters van broeikasgassen, al is de uitstoot per hoofd in India zeer beperkt. De EU erkent haar verantwoordelijkheid, maar kan het budget dat de kwetsbare landen eisen, niet ophoesten.

In Kopenhagen/Cancun werd afgesproken om tegen 2020 jaarlijks 100 miljard dollar aan het Zuiden te geven voor het klimaat’, zegt Jos Buys, EU-onderhandelaar voor fondsenwerving. ‘De ontwikkelingslanden willen dat het allemaal overheidsgeld is, en dus voorspelbaar, maar hoogstens 30 à 40% is mogelijk. Daarom moet het overheidsgeld de private sector aanmoedigen indien die zelf nog niet voldoende initiatieven neemt.’ Vandaag zou er al jaarlijks 45 à 130 miljard dollar besteed worden, maar met zo’n grote marge is het duidelijk dat de informatie niet sluitend is. Daarom wordt ook ernstig werk gemaakt van het meten, rapporteren en verifiëren van de steun.

Scherp toezicht

Een andere breuklijn gaat over het toezicht op de engagementen. Lenaerts: ‘De EU en de kwetsbare landen sturen aan op een sterk multilateraal systeem, met regels die van bovenaf opgelegd worden. Dat moet een scherp toezicht mogelijk maken. De “andere ontwikkelde landen” en de opkomende economieën hebben liever dat de landen zich individueel engageren, zonder nauwlettend toezicht.’ En die laatsten lijken de bovenhand te halen. De EU probeert dat recht te trekken met heel concrete langetermijndoelstellingen. Ook worden “herzieningscycli” voorzien: om de 5 jaar zouden de resultaten van de diverse landen beoordeeld worden. Dat laat toe om waar nodig de landen aan te zetten hun inspanningen te verhogen.

Volgens de onderhandelaars heerst er een constructieve sfeer bij de tussentijdse onderhandelingen. De vooruitgang verloopt traag maar er is geen impasse. Hoopgevend is dat de landen die 57% van de mondiale uitstoot vertegenwoordigen, begin juli al hun Intended Nationally Determined Contributions (engagementen voor uitstootvermindering) hebben ingeleverd. ‘Bovendien is het Franse voorzitterschap heel actief’, zegt Lenaerts. ‘Frankrijk wil kost wat kost het fiasco van Kopenhagen vermijden.’ Ook alle grote landen willen een akkoord.

Goede kaarten

De kaarten liggen dus goed voor een degelijk akkoord. ‘Al zullen de ngo’s en de denktanks zeker kritiek hebben’, meent Lenaerts. ‘Dat is hun taak.’ De kans is wel vrij klein dat het akkoord meteen de 2°C-doelstelling haalt. ‘Maar is het daarom een flauw akkoord?’, vraagt Wittoeck zich af. ‘Misschien wel, maar de herzieningscycli om de 5 jaar kunnen dat rechttrekken.

Als het toch op een flop uitdraait, mogen we de 2°C-doelstelling definitief opbergen’, besluit Lenaerts. ‘Na de top in Kopenhagen heeft het 6 jaar geduurd eer er weer schot in de zaak kwam. Zoveel tijd hebben we niet meer.’

 

www.cop21.gouv.fr

http://newsroom.unfccc.int/

Allianties in het klimaatdebat

Diverse landen met een overeenstemmende visie hebben zich aaneengesloten.

AFRIKA
  • Zeer kwetsbare landen die zelf weinig bijdragen tot de klimaatverandering
  • Willen sterke vermindering van CO2-uitstoot (‘mitigatie’) en voorspelbare financiering om hun eigen klimaatweerbaarheid uit te bouwen (‘adaptatie’)
ANDERE ONTWIKKELDE LANDEN (VS, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Japan …)
  • Verkiezen engagementen van individuele landen (bottom up) in plaats van scherp multilateraal toezicht met regels en afspraken
KLEINE EILANDSTATEN (AOSIS)
  • Gelijklopend met Afrika
  • Leggen sterk de nadruk op het bindend karakter van mitigatie
  • Willen een verzekeringssysteem (loss and damage) om klimaatrisico’s af te dekken (stijging zeespiegel …)
AILAC (Colombia, Chili, Panama, Peru, Costa Rica, Guatemala, Dominicaanse Republiek)
  • Willen verregaande inspanningen voor mitigatie (zoals EU)
  • Willen stevige financiering voor adaptatie (zoals Afrika)
  • Bereid tot compromis
MINST ONTWIKKELDE LANDEN
  • Overlappen sterk met Afrika en Kleine Eilandstaten, de drie vormen samen de ‘kwetsbare landen’
ALBA (onder meer Cuba, Venezuela, Bolivia, Nicaragua, Ecuador)
  • Ideologische kampioen van de armsten (‘bolivariaans’)
  • Willen eerst het engagement van de ontwikkelde landen zien en pas dan zelf meewerken
  • Vaak in coalitie met Arabische landen
BASIC (opkomende economieën Brazilië, Zuid-Afrika, India en China)
  • Willen inspanningen leveren, maar leggen hoofdverantwoordelijkheid bij ontwikkelde landen
  • Eisen prioriteit voor eigen ontwikkeling tijdens de komende 10 jaar
  • Hebben liever geen sterk multilateraal systeem (top down) met regels en scherp toezicht
GELIJKGESTEMDE ONTWIKKELINGSLANDEN (Argentinië, aantal ALBA-landen en Arabische en Aziatische landen met China en India)
  • Staan op de rem met radicale posities
  • Leggen verantwoordelijkheid bij ontwikkelde landen
EUROPESE UNIE (met IJsland, Noorwegen)
  • Wil bindend akkoord en verregaande inspanningen voor mitigatie
  • Wil sterk multilateraal systeem met scherp toezicht
  • Wil kwetsbare landen financieren voor adaptatie, maar met beperkt budget

ENVIRONMENTAL INTEGRITY GROUP (Mexico, Zuid-Korea, Zwitserland, Liechtenstein, Monaco)

  • Uiteenlopende landen die nergens aansluiting vonden = soort ‘microkosmos’ van de klimaatonderhandelingen
  • Delen vrij ambitieus klimaatbeleid
  • Constructieve rol voor compromis

België op de klimaattoppen

België wordt sterk gewaardeerd voor zijn actieve bijdrage aan de klimaatonderhandelingen. Zo is ons land ruim vertegenwoordigd in alle expertgroepen en overlegorganen die het klimaatstandpunt van de EU uitstippelen. De Belgische delegatie op de klimaattoppen bestaat uit een vaste kern van een 15-tal mensen die continu present zijn. Daarnaast krijgen ook de vertegenwoordigers van de civiele samenleving een officiële badge, een unicum! Ze kunnen niet mee onderhandelen maar hebben wel spreekrecht in de open vergaderingen. Ze mogen ook elke ochtend deelnemen aan de Belgische coördinatievergadering.

Wel slaagt België er al 6 jaar niet in om een akkoord te bereiken over de financiële bijdragen van de federale en de gewestregeringen. Tot nu toe springt vooral de Belgische Ontwikkelingssamenwerking bij (p. 7). Met een behoorlijk resultaat. Zo is België de 13de donor van het GEF Trust Fund, de 6de donor van het Least Developed Countries Fund en de 3de donor van het Special Climate Change Fund. Voor het Green Climate Fund betaalde de Belgische Ontwikkelingssamenwerking 50 miljoen euro. Het Brussels gewest leverde 600.000 euro en het Waalse gewest beloofde 1 miljoen euro.

Klimaatfinanciering

Om de strijd tegen de klimaatverandering te financieren werden een aantal instrumenten in het leven geroepen.

Global Environment Facility

De “GEF” financiert mitigatie, ze wil dus de uitstoot van broeikasgassen tegengaan en/of de opslag ervan bespoedigen. Reeds voorzien in het klimaatverdrag van 1992, kwam het fonds effectief tot stand in 1995. Het geld komt van de ontwikkelde landen (verplichte bijdragen – 1 miljard dollar voor 4 jaar) en is bestemd voor ontwikkelingslanden. Het wordt verdeeld naargelang de noden. Op elke klimaattop wordt nagegaan of het klimaatgeld volgens de richtlijnen besteed werd.

De GEF betaalt enkel de meerkosten van de “mondiale milieuwinst” van een investering. Zo zal een land geld krijgen als het kiest voor een (duurdere) elektriciteitscentrale gestookt met gas in plaats van steenkool. Dat leidt immers tot minder CO2-uitstoot waar de wereld mee van profiteert.

De projecten werden aanvankelijk uitgevoerd door de Wereldbank, het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en het VN-milieuprogramma UNEP. Vandaag zijn onder meer ook de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, regionale ontwikkelingsbanken en sommige nationale instellingen van ontwikkelingslanden bevoegd.

Onder de GEF vallen ook twee kleinere fondsen die adaptatie financieren met vrijwillige bijdragen: Least Developed Countries Fund en Special Climate Change Fund.

Naast klimaatverandering financiert de GEF ook biodiversiteit, internationale wateren, landdegradatie en “schadelijke stoffen en afval”.

www.thegef.org

Green Climate Fund

Het GFC werd opgericht tijdens de top in Kopenhagen (2009) en is nog in de opstartfase. De ontwikkelde landen beloofden 10,4 miljard dollar, waarvan al 57% is vastgelegd op 23 juli 2015 (zowel publiek als privaat). Het geld wordt gelijk verdeeld over adaptatie en mitigatie. Tot nu toe werden 20 instellingen goedgekeurd die projecten kunnen indienen, waaronder UNEP, regionale banken en nationale instellingen uit Rwanda, India en Venezuela.

http://news.gcfund.org/

Kyotoprotocol

Met het Kyotoprotocol (1997) engageerden de ontwikkelde landen zich om hun uitstoot van broeikasgassen te beperken. Pas van kracht sinds 2005 omvat het een ingewikkelde set aan regels waarmee landen onder meer uitstootrechten kunnen verhandelen. Ontwikkelde landen kunnen ook investeren in ontwikkelingslanden (bijvoorbeeld in herbebossing) om hun doelstellingen te halen. Het Kyotoprotocol loopt af in 2020 en ligt in Parijs niet meer op tafel.

http://unfccc.int/kyoto_protocol/items/2830.php

 

Klimaatakkoord
Terug Planeet
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 16 /15 België maakt Zuiden weerbaarder