Pastoralisme in Oost-Afrika: uitdagingen en oplossingen

Roxanna Deleersnyder
07 maart 2018
Pastoralisme - rondtrekken met gedomesticeerde dieren – komt vandaag nog vrij veel voor, onder andere in Oost-Afrika. Hoewel herders er in belangrijke mate bijdragen tot voedselzekerheid, stoten ze op veel obstakels.

Pastoralisme draagt bij tot voedselzekerheid en voeding in de droge zones van landen zoals Djibouti, Ethiopië, Eritrea, Kenya, Tanzania, Somalië, Soedan, Zuid-Soedan en Oeganda. Het biedt naar schatting 20 miljoen mensen directe steun, het levert 90% op van de geproduceerde hoeveelheid vlees in Oost-Afrika en 80% van de totale geproduceerde hoeveelheid melk in Ethiopië. Pastoralisme vormt dus een belangrijke meerwaarde voor de lokale en nationale economieën. En toch staan herders voor een pak uitdagingen.

 

Uitdagingen

Vooreerst hebben herders moeilijk toegang tot natuurlijke bronnen zoals land en water. Dat beperkt hun mobiliteit, nochtans van cruciaal belang voor dit beroep. Daarnaast zijn verschillende diensten zoals onderwijs en gezondheidszorgen, moeilijk bereikbaar, zowel voor henzelf als voor hun dieren. Dat is meestal te wijten aan het feit dat deze diensten niet aangepast zijn aan hun nomadische levensstijl. Bovendien kunnen herders moeilijk terecht op de markten, terwijl ze alleen via deze weg hun producten zoals vlees en melk kunnen verkopen. Ten slotte geeft de politiek te weinig aandacht aan hen. Herders missen bijgevolg erkenning en krijgen nauwelijks steun. Dat laatste ligt ook mee aan de basis van de vorige problemen.

Pastoralisme biedt naar schatting 20 miljoen mensen directe steun, het levert 90% op van de geproduceerde hoeveelheid vlees in Oost-Afrika en 80% van de totale geproduceerde hoeveelheid melk in Ethiopië.

Oplossingen

Om deze problemen aan te pakken, pleiten actoren uit de sector, zoals CELEP (The Coalition of European Lobbies for Eastern African Pastoralism), voor meer directe actie van de Europese instellingen. Zo vragen ze dat het Europees Parlement en de Europese Commissie meer fondsen zouden vrijmaken voor infrastructuur en aangepaste diensten. Voor de melkproductie willen ze bijvoorbeeld gedecentraliseerde faciliteiten om de melk te verzamelen en koel te houden, maar ook degelijke wegen die het transport van de melk van het platteland naar de steden mogelijk maken. Moderne communicatietechnologieën, zoals tablets en smartphones, zouden ook een enorme stap vooruit betekenen. Daarmee kunnen herders op de hoogte blijven van veiligheidswaarschuwingen, marktactiviteiten en transportmogelijkheden. Bovendien zou dat ook bijdragen aan de strijd tegen analfabetisme dat nog vaak voorkomt in deze bevolkingsgroep, in het bijzonder bij jonge meisjes en vrouwen.

Daarnaast bepleit CELEP beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling bij de Europese Unie: de activiteiten van de EU mogen de herders in Afrika niet dwarsbomen. Zo zou de EU veel nauwgezetter kunnen nagaan wat het economisch effect is van zijn melkexport naar Afrika. Idealiter zou de Europese melk- en vleeshandel geen enkel negatief effect mogen hebben op de plaatselijke economieën. Het mag de tekorten wel aanvullen, maar de lokale producenten moeten voldoende ruimte behouden om te functioneren en verder uit te breiden, met speciale aandacht voor herders. Daarnaast verwijst CELEP naar de ‘Principals for Responsible Investment in Agriculture’ (RAI), opgesteld door de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO). Het vijfde principe verwijst naar legitiem grondbezit, visserij en bossen en vrije toegang tot waterbronnen. Principe nummer zeven betreft het respect voor het behoud van cultureel erfgoed en traditionele vaardigheden, met steun voor diversiteit en innovatie.

Voorts dient de EU een marktanalyse uit te voeren om de specifieke behoeften van de lokale melkindustrie beter te leren kennen en een beleid op maat uit te voeren. Op deze manier kan de EU beter inspelen op de concrete noden van herders en kleine producenten en zou ze geen maatregelen meer nemen die de herders op lange termijn uit de markt duwen, zoals nu vaak gebeurt.

Ook de rol van de vrouwen in het pastoralisme verdient veel meer aandacht. Dat kan bijvoorbeeld door hun producten te promoten en hun kleine initiatieven te steunen. In herdersfamilies zijn de vrouwen meestal verantwoordelijk voor de inzameling, verwerking, verpakking en distributie van de melk, maar de beleidsmaatregelen benadelen vrouwen op dat vlak. Zo hebben vrouwen vaak geen toegang tot transportmiddelen om de melk te vervoeren, terwijl mannen meestal wel over een voertuig zoals een motorfiets beschikken. Bijgevolg vervoeren en verkopen ze zelf de melk en beheren ook het geld.

Ten slotte pleit CELEP voor de algemene erkenning van het herdersberoep. Indien de EU het officieel zou erkennen, zou het concept internationaal aanzien krijgen. Afrikaanse landen zouden bijgevolg ook meer aandacht hebben voor de uitdagingen die herders momenteel dagelijks moeten overwinnen. Dat kan bijvoorbeeld door maatschappelijk organisaties die de herders vertegenwoordigen en aan het woord laten. Zij kunnen op hun beurt een agenda pro-pastoralisme naar voor schuiven.

CELEP (The Coalition of European Lobbies for Eastern African Pastoralism) is de informele belangenbehartigingscoalitie van Europese organisaties, verenigingen en experten die een partnerschap hebben met pastoralistische organisaties, verenigingen en experten in Oost-Afrika. Ook ‘Dierenartsen zonder grenzen’ en ‘Oxfam International’ zijn onder andere partners van deze vereniging. De verschillende organisaties werken nauw samen om de Europese Unie en hun Europese en Afrikaanse regeringen aan te moedigen om pastoralisme expliciet te erkennen en herders in de droge gebieden van Oost-Afrika te steunen. Meer info op www.celep.info.

Herders
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 9 /31 Werkloosheid blijft hoog in 2018