Polarisatie ontrafeld: investeer in het midden

Chris Simoens
08 oktober 2019
Onze wereld lijkt onderhevig aan toenemende polarisatie: het volk tegenover de elite, moslims versus niet-moslims, … Bestaat de mogelijkheid om polarisatie te ontpolen? En hoe verhoudt polarisatie zich met zijn ‘kleine broertje’: het conflict? De Nederlander Bart Brandsma maakte er zijn levenswerk van en schreef er een boek over. Glo.be brengt u een samenvatting van zijn inzichten. Meer info via Inside polarisation.
 

DRIE WETMATIGHEDEN

Polarisatie – of ‘wij-zij denken’ - komt overal ter wereld voor. De variaties zijn oneindig. Toch is de dynamiek van polarisatie altijd en overal dezelfde. Zo kent polarisatie steevast drie wetmatigheden.

1. Gedachtenconstructie

Polarisatie kan je niet waarnemen in je omgeving, het is altijd abstract. Het gaat om woorden, opvattingen en ideeën, anders dan bij een conflict (zie verder). Twee identiteiten worden tegenover elkaar geplaatst en geladen met betekenis. Mannen zijn bijvoorbeeld actief en goed in techniek, vrouwen passief en vooral eropuit een goed gesprek te voeren.

Eigenlijk kunnen we niet zonder polarisatie. We moeten nu eenmaal onderscheid maken in onze complexe wereld. Bovendien hangt polarisatie samen met het verschaffen van een identiteit en daar blijken we allemaal nood aan te hebben.

Dat polarisatie een gedachtenconstructie is, heeft ook een positief gevolg: het is niet onveranderlijk. Zelfs eeuwenoude tegenstellingen – zekerheden over identiteiten – kunnen afbrokkelen. Denk maar aan de visie op man-vrouw in de 20ste eeuw. We staan dus niet machteloos.

 

2. Brandstof

Polarisatie heeft brandstof nodig. Zoals je regelmatig een nieuw houtblok op een haardvuur legt. In geval van polarisatie betreft dat uitspraken over de identiteit van de ander, zowel goed bedoeld als ter kwader trouw. Bijvoorbeeld: vluchtelingen zijn gelukszoekers, bankiers zijn zakkenvullers, Obama is goed, Trump is fout…

 

3. Gevoelsdynamiek

Bij toenemende polarisatie neemt de hoeveelheid gespreksstof – ideeën over de ander – toe terwijl de redelijkheid afneemt. Als de pathos aanzwelt, hebben feiten minder impact. Zelfs als je kennis uitwisselt over de (ware) identiteit van de ander en begrip probeert op te bouwen voor de standpunten van de tegenpool: het ketst af op het al gevormde beeld. Het denken in vrienden en vijanden is nu eenmaal hardnekkig en bestand tegen harde bewijzen. En als de feiten moeilijk te weerleggen zijn, kan men altijd nog zijn toevlucht nemen tot een complottheorie.

Schema met de 4 rollen
© Bart Brandsma

VIJF ROLLEN

Wie speelt welke rol in het fenomeen polarisatie?

1. De pusher

De pusher levert brandstof voor het wij-zij denken. Hij doet dus (eenvoudige) uitspraken over ‘de ander’, de tegenpool: moslims zijn terroristen, vluchtelingen zijn testeronbommen…

Maar de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde. Het kwaad zit volgens de pusher altijd aan de overkant.

Pushers spelen een zichtbare hoofdrol. Zij hebben het eigen (morele) gelijk in huis, de ander is 100% fout. De identiteiten die tegenover elkaar geplaatst worden, hebben niets gemeen: een pusher dwingt je te kiezen. Hij zal zichzelf niet toestaan naar de ander te luisteren, want dan verliest hij zijn rol. Matiging en nuance brengen gezichtsverlies. Dat maakt zijn positie onvoorspelbaar, en daardoor machtig én kwetsbaar terzelfdertijd.

 

2. De joiner

De joiner kiest één van de twee polen. Hij is niet zo extreem als de pusher en onderschrijft zijn visie ten dele, althans in het begin. Maar hij sluit zich wel degelijk aan bij een kamp van medestanders: hij krijgt kleur en status. Bij toenemende polarisatie kan de joiner nog moeilijk switchen naar het andere kamp, dat zou verraad betekenen.

Er zijn joiners in soorten en maten. Zo verblijft dicht bij de polen de ‘aspirant-pusher’. Hij is druk doende het eigen gelijk te onderbouwen met feiten en redenen. Daarvoor selecteert hij die informatie die zijn eigen gelijk ondersteunt.

Een aspirant-pusher wil vooral een monoloog afsteken, hij toont geen interesse in het standpunt van de ander. De ietwat gematigder joiner gaat de discussie aan. Daarbij staat het eigen gelijk voorop, maar er kan een gesprek plaatsvinden, ook al is het dan naast elkaar. De joiner die een debat wil aangaan, bevindt zich nog iets meer naar het midden toe. In een goed debat wordt er geluisterd en kan het standpunt ietwat bijgesteld worden. Pas in het midden kan er sprake zijn van een dialoog: de eigen standpunten staan niet centraal, er is uitwisseling mogelijk over een gezamenlijke vraag of dilemma.

 

3. Silent

Met de dialoog komen we aan bij de silent: de figuur die geen kamp kiest. Dat kan uit onverschilligheid zijn, maar ook uit grote betrokkenheid. Sommige mensen zijn ‘silent’ vanuit hun functie: de burgemeester, de politieagent, de ambtenaar, de rechter…

De silents verschillen sterk van elkaar, maar ze delen hun onzichtbaarheid. Nuance krijgt nu eenmaal geen stem bij polarisatie. Op dat vlak treft de joiner het beter: door kleur te bekennen, verschaft hij zich een identiteit en wordt zichtbaarder.

De pusher wil in de eerste plaats impact maken op dat middenveld. Voor hem is het van belang dat het midden een keuze maakt. Eigenlijk maakt het niet uit of dat voor of tegen is.

 

4. De bridge builder

De bruggenbouwer wil de polarisatie verhelpen. Hij ziet tekortkomingen in het wereldbeeld van zowel de ene als de andere pool. Via een dialoog of via tegenverhalen wil hij nuance brengen in de visie van pushers en joiners. Maar spreken over de ander voedt net de polarisatie. De figuren die zich vlakbij de polen situeren – de extremen dus - luisteren immers niet naar elkaar. Zo levert de bruggenbouwer met de beste bedoelingen brandstof aan de polarisatie!

De media kunnen deze rol van bruggenbouwer – en dus versneller - spelen als ze de beide kanten tonen en tegenover elkaar plaatsen.

 

5. De scapegoat

De polarisatie kan enorm aanzwellen: het wij-zij denken bereikt een hoogtepunt. Om zijn zichtbaarheid te bewaren, neigt de pusher naar steeds extremere standpunten. Het eindplaatje kan een burgeroorlog zijn, zoals tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda in 1994.

In dat stadium komt een vijfde rol naar voor: de scapegoat of de zondebok, precies in het midden tussen de polen. Het midden is uitgegroeid tot een gevarenzone. Je moet immers voor of tegen zijn, een tussenpositie wordt hachelijk. De bruggenbouwer vormt een ideale zondebok. Deze werd gedoogd zolang hij de belangen van beide kampen diende. Maar bij extreme polarisatiedruk wordt iemand die nuanceert, ervaren als verrader. Burgemeester, politie, journalist of docent, allen kunnen uitgroeien tot zondebok.

 

DE ZEVEN FAZEN VAN CONFLICT

Opinies en visies verschillen. Mensen kunnen ook hun zinnen zetten op een schaars goed dat de anderen eveneens begeren. Kortom, conflict is des mensen. Vrede betekent dan ook niet ‘leven zonder conflicten’, maar ‘op een harmonieuze manier weten omgaan met conflicten’.

In tegenstelling tot polarisatie zijn conflicten concreet: een meningsverschil, een ruzie, een steekpartij, een oorlog…

Bij conflicten onderkennen we zeven fazen:

1. Voorbereidingsfase

2. Intensificatiefase

Geleidelijk bouwt de ergernis zich op. Bijvoorbeeld bij een conflict over de verdeling van huishoudelijke taken bij een koppel: de partner heeft weer de wasbak smerig achtergelaten en zo meer…

3. Escalatiefase

Een incident – een druppel die de emmer doet overlopen - jaagt de hitte van het conflict op. Partijen en omstaanders worden zich bewust van het conflict. Bij het koppel: de zoveelste slordigheid geeft aanleiding tot een woede-uitbarsting. Op grote schaal kan dat een oorlog zijn.

4. Onderhoudsfase

In de hitte van het conflict investeert men in de tegenstellingen en onderhoudt men het conflict. De woede moet uitzieden. De partijen zijn niet bereid tot toenadering of dialoog.

Deze faze kan heel lang duren, denk maar aan Syrië. Toch komt er vroeg of laat energiegebrek: de strijdende partijen worden moe. Dat luidt een omslagpunt in. Het inzicht rijpt dat het onderhoud van een conflict allicht meer kosten meebrengt dan de energie om een conflict te slechten.

5. Toenaderingsfase

Het punt van energiegebrek betekent de aanzet naar een toenaderingsfaze. Pas dan krijgt onderhandelen zin. Het conflict is niet uitgewoed en kan op elk moment opnieuw uitbarsten, maar de partijen kunnen rond de tafel.

6. H)erkenningsfase

Stilaan luisteren de partijen weer naar elkaar. Het wordt mogelijk het onderliggend probleem aan te pakken. Bijvoorbeeld in het geval van het koppel: de huishoudelijke taken zijn onevenwichtig verdeeld.

7. Verzoeningsfase

De strijdende partijen gaan weer vriendschappelijk met elkaar om. De huishoudelijke taken zijn beter verdeeld, het huis blijft proper. Verzoening leidt tot transformatie. Begrip voor de ander groeit, bezinning op het eigen aandeel in het conflict werpt een nieuw licht op de zaak. Vaak wordt deze fase over het hoofd gezien terwijl ze essentieel is voor stabiele vrede.

 

Voor de buitenwereld die in een conflict probeert in te grijpen, onderscheiden zich vier stadia.

1. Preventiestadium (voorbereiding en intensificatie: ingrijpen is mogelijk)

2. Interventiestadium (= escalatie en onderhoud: geen ingrijpen mogelijk)

3. Bemiddelingsstadium

4. Verzoeningsstadium

Conflict verschilt duidelijk van polarisatie, maar ze omvatten wel gelijkaardige fases en er bestaat een wisselwerking tussen beide. Een conflict kan immers het topje van de ijsberg zijn van een dieperliggende polarisatie. Daarbij voedt het conflict de polarisatie en versterkt de polarisatie het conflict. Zo kan de onderhoudsfase van een conflict brandstof leveren voor polarisatie: het zwart-wit denken groeit, gevoed door oneliners en eenzijdige uitspraken.

En zelfs al doorloopt een conflict zijn bemiddelings- en verzoeningsstadium, onderhuids blijft vaak de polarisatie onaangeroerd. De directbetrokkenen van een conflict hebben dan wel een overeenkomst gesloten, in de samenleving zelf blijft het zwart-wit denken overeind. Dat zwart-wit denken lost maar op als de verzoening bij een conflict tot een daadwerkelijke transformatie heeft geleid. Maar dat wordt bij vredesonderhandelingen vaak achterwege gelaten. Dat was bijvoorbeeld het geval in Servië en Bosnië (met het Dayton Peace Agreement). Of ook de situatie na WOI die leidde tot WOII.

Zoals gezegd: conflicten horen bij mensen. Toch hebben mensen vaak de neiging de schuldige aan een conflict sterk te veroordelen. Dat levert alleen maar brandstof op voor meer conflict en polarisatie. De schuldvraag belemmert rechtstreeks het streven om tot vrede en verzoening te komen.

 

POLARIATIE ONTPOOLD: VIER GAME CHANGERS

Om polarisatie en conflict aan te pakken, is de timing cruciaal. Want tijdens het interventiestadium (escalatie- en onderhoudsfase) heeft een dialoog totaal geen zin. In dat stadium willen en kunnen de betrokken partijen immers niet naar elkaar luisteren. Een dialoog zou dan alleen maar de polarisatie versterken.

Enkel in de drie overige stadia heeft het zin om partijen en polen bij elkaar te brengen voor een dialoog:

  • Preventiestadium: uitwisselen van kennis en begrip opbouwen voor de ander
  • Bemiddelingsstadium: trainen in vaardigheden in de omgang met conflict
  • Verzoeningsstadium: bezinning op eigen houding en levensovertuiging in het conflict.

Bij conflicten is het vaak niet het verschil dat ons doet botsen, maar wel het feit dat we allemaal hetzelfde willen. Moslims én niet-moslims wensen uiteindelijk een degelijke studie, huisvesting, banen, zeggenschap en ook erkenning, status en waardering. Ook als een conflict ogenschijnlijk rond identiteit draait, blijkt vaak dat de diepere reden draait rond een gevecht om hetzelfde schaarse goed. Als men strijdende partijen of polen bij elkaar wil brengen, dient dan ook niet de identiteit van de ander centraal te staan. Essentieel is dat men de eigen houding onderzoekt en bereid is deze te herijken.

Hoe kunnen we nu met polarisatie omgaan? Naast het verstandig inzetten van het middel ‘dialoog’, zijn vier game changers cruciaal.

1. Verander van doelgroep

Laat de polen los en investeer in het midden. Aandacht geven aan de polen leidt immers tot groeiende polarisatie: je schenkt hen brandstof. Alleen in het midden kan je vorderingen maken, want het midden is uiteindelijk dé doelgroep van de pusher. Dat kan via sleutelfiguren: mensen die in het midden staan, invloed hebben en geen belang hebben bij polarisatie. Dergelijke sleutelfiguren (voorzitter moskee, vakbondsman…) kunnen bijvoorbeeld in een buurtconflict tussen moslims en niet-moslims mee helpen ontrafelen dat al bij al beide groepen hetzelfde willen: veiligheid in de wijk en toekomst voor de kinderen. Door je te richten op het midden, wordt dat midden versterkt.

 

2. Verander van onderwerp

Draait het echt rond de identiteit van de twee groepen of polen? In het zonet aangehaalde buurtconflict bleek het onderliggende onderwerp: we willen allemaal veiligheid en een toekomst voor de kinderen. Dat is veeleer een vraagstuk dat iedereen aanbelangt, en geen standpunt dat discussie uitlokt. Zo ontneem je brandstof aan de pushers die focussen op identiteit.

 

3. Verander van positie

De bruggenbouwer stelt zich op boven de partijen. Maar een dergelijke positie wordt niet vertrouwd: voor beide polen is hij ‘niet van ons’. Veel beter houdt de bemiddelaar zich letterlijk op in het midden (met de silent), op hetzelfde niveau als de doelgroepen die ertoe doen. Deze bouwt geen bruggen boven de ravijn tussen twee extremen, maar bouwt vanuit het midden naar verbinding. Dat vergt dat men het midden kent, ernaar luistert, er deel van uitmaakt…Burgemeesters en politie dienen zich op te houden in het midden.

 

4. Verander van toon

Wie zich in het midden ophoudt, steekt geen vermanende of beschuldigende vinger op. Hij stelt vragen om te achterhalen wat de dieperliggende kwestie is. De toon moet er een zijn van gemeende interesse, van erkenning van de ander, een toon die mild is, zonder oordeel. De bemiddelaar zoekt niet het eigen gelijk, maar wil oprecht de ander aanhoren. En die ander erkenning geven is niet noodzakelijk hetzelfde als hem gelijk geven. Deze kunst van mediative speech en mediative behaviour is een kritische succesfactor om te kunnen depolariseren. Het zou een basisvaardigheid moeten zijn voor alle leidinggevenden.

Zoals gezegd: in een gepolariseerd klimaat – in de onderhoudsfase als de strijd is losgebarsten – is de bemiddelaar te laat. Het krediet moet opgebouwd worden in de preventiefase.

 

Wie meer inzicht wil verwerven in de visie van Bart Brandsma, kan daarvoor terecht in zijn boek ‘Polarisatie – inzicht in de dynamiek van het wij-zij denken’. Te verkrijgen via de organisatie van Brandsma Inside polarisation. Je vindt er ook animaties en meer info.

 

 

 

 

 

Vredesopbouw Polarisatie
Terug Vrede
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /18 2 miljoen euro voor vrede en veiligheid in Mali