Remittances: welke plaats in financiering voor ontwikkeling?

Kaat De Nijs & Pieter Vermaerke
01 september 2014

 

Alles samen sturen migranten enorme sommen geld (remittances) naar hun thuisland. Maar draagt het ook bij aan ontwikkeling?

Remittances zijn de bedragen die migranten naar hun land van oorsprong sturen. Dit kan bestemd zijn voor familie, vrienden of sociale organisaties. Het gaat over private geldtransfers van migrantenwerkers die beschouwd worden als inwoners van hun gastland, naar hun thuisland.

Volgens de Verenigde Naties leefden in 2013 meer dan 232 miljoen mensen buiten hun geboorteland; dat is 3% van de wereldbevolking. Nog eens meer dan 700 miljoen mensen migreren binnen hun eigen land, op zoek naar werk. In de komende decennia zal migratie onder druk van bevolkingsgroei, globalisering en klimaatsverandering verder toenemen.

 

Groter dan ODA

Wellicht zal de stroom in de toekomst blijven toenemen. In 2011 werd wereldwijd 372 miljard USD naar ontwikkelingslanden gestuurd, in 2012 401 miljard USD. Voor 2013 worden de remittances naar ontwikkelingslanden geschat op 414 miljard USD, een stijging met 6%. Remittances zijn tot 3 maal groter dan de officiële ontwikkelingshulp (ODA), die in 2013 135 miljard USD bedroeg. Van alle financieringsvormen is ‘foreign direct investment’ het grootst, namelijk 703 miljard USD in 2012, maar slechts 26 miljard daarvan gaat naar de minst ontwikkelde landen.

Tijdens de recente financiële crisis bleven de remittances min of meer overeind. In 2009 was er slechts 5% terugval. Tegen 2010 was dit verlies al weer ruimschoots goedgemaakt. Van toenemend belang zijn de Zuid-Zuid-remittances. 30 tot 45% van alle remittances in ontwikkelingslanden komen van andere ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld van Argentinië naar Bolivië of van Zuid-Afrika naar Zimbabwe.

Verder kan er onderscheid worden gemaakt tussen de grote ontvangers zoals India (71 miljard USD) en China (60 miljard USD) en kleine landen waar remittances een groot aandeel uitmaken van het bbp zoals Tajikistan (47%) of Liberia (31%).

 

Remittance-migrant

Over het algemeen is de persoon die remittances stuurt, niet geboren in het land waar hij/zij werkt. Meestal hebben deze migranten niet meer dan basisonderwijs gevolgd en zijn zij niet altijd de taal van hun gastland machtig. Hierdoor heeft de typische ‘remittance-migrant’ meestal geen bankrekening en verdient hij/zij meestal minder dan de gemiddelde burger in het gastland. Toch zijn de allerarmste families meestal niet in staat om een familielid naar het buitenland te sturen. Daardoor dragen remittances zelfs bij tot inkomensongelijkheid in regio’s als Afrika en Latijns-Amerika. Een ander negatief effect is de ‘brain drain’. Veel opgeleide emigranten verlaten hun land omdat de lonen in het buitenland hoger zijn. Ongeveer 1 op 3 hoogopgeleide mensen uit ontwikkelingslanden trekken naar industrielanden om er meer te verdienen en al dan niet remittances terug te sturen.

Een studie van de Internationale Organisatie voor Migratie en UN Women stelt vast dat vrouwen ongeveer evenveel geld sturen als mannen. Maar aangezien de meeste vrouwelijke migranten minder verdienen is het deel van hun inkomen dat ze opsturen, groter. Ze sturen vaker en voor langere periodes geld op, waardoor ze meer spenderen aan de transferkosten.  Mannen sturen vaker geld op naar hun echtgenote, terwijl vrouwen meestal geld opsturen naar de persoon die voor hun kinderen zorgt. Omdat een aantal landen de migratie van vrouwen beperkt, lenen vrouwen soms aanzienlijke sommen  om mensensmokkelaars te betalen. Ze betalen eerst deze  schulden af, zodater minder geld overblijft om op te sturen.

 

Remittances hebben een positieve invloed op de strijd tegen de armoede, maar niet onmiddellijk.

 

Bijdrage tot ontwikkeling

De ontvangers gebruiken de remittances voornamelijk om in hun onmiddellijke noden te voorzien: eten, drinken, kleren, behuizing, huishoudelijke spullen,… Een deel wordt soms gespaard of geïnvesteerd in kleine ondernemingen, landbouw en eventueel in de beurs.

Remittances hebben zeker een positieve invloed op de strijd tegen de armoede, maar niet onmiddellijk. In Nepal zouden de toegenomen remittances voor een derde tot de helft bijdragen tot de vermindering van de armoede. Het geld draagt in elk geval bij tot de huishoudbudgetten, wat leidt tot meer kinderen op school, meer medische verzorging en betere voeding. Dat heeft op zijn beurt positieve effecten zoals: betere gezondheid en onderwijs, betere toegang tot informatie en ICT, verbeterde toegang tot financiële diensten, verhoogde investeringen in kleine ondernemingen, meer opgestarte ondernemingen en minder kinderarbeid. Dankzij remittances kunnen gezinnen ook buffers aanleggen tegen inkomensverlies of andere financiële tegenvallers. In Ethiopië helpt het gezinnen om de droogteperiode te overbruggen zodat ze hun vee niet moeten verkopen. Het geld wordt dus niet veel gebruikt voor publieke of private investeringen, hoewel er een groot potentieel is.

Remittances vanuit België

 

In 2011 werden vanuit België voor 511 miljoen euro remittances verstuurd. Daarvan ging 443 miljoen euro naar landen buiten de Europese Unie. De voornaamste ontvangende landen zijn DR Congo, Marokko en Turkije. Ter vergelijking: de Belgische ODA bedroeg in 2011 2 miljard euro.

Hoge transactiekost

Gemiddeld ligt de kostprijs wereldwijd in 2013 tussen de 9 à 10%. In 2008 was dat nog 8%. In Sub-Sahara Afrika en de eilanden in de Stille Oceaan is de kost echter meer dan 12%, door het gebrek aan concurrentie en het vermeende hoger risico. Een daling van 5% van de transferkostprijs zou de ontvangers van remittances 16 miljard USD per jaar meer opleveren. Toch vinden migranten zekerheid, gemak en snelheid van de transfer belangrijker dan de transferkosten bij de keuze hoe ze remittances versturen. Nochtans bestaan er goedkopere alternatieven zoals prepaid bankkaarten en mobiele telefonie. Voornamelijk in Azië wint het belang van mobiele transfers. Nadeel is dan weer dat in sommige landen ‘niet-banken’ geen financiële diensten mogen aanbieden. Daarnaast zijn de regels verstrengd als gevolg van de strijd tegen financiering van terrorisme en de beteugeling van de financiële crisis.

 

Remedies

Via het Global Remittances Initiative volgt de Wereldbank de kostprijs op van de transfers van remittances. Tijdens de G8-top van 2007 werden een aantal Algemene Principes aangenomen om transferdiensten van remittances veilig en efficiënt te organiseren. Op de G20-top in 2011 kwam daar het ‘5x5’-initiatief bij. Dat is een engagement van de 20 grootste economieën om de kostprijs van remittances te doen dalen met een gemiddelde van 5% op 5 jaar, dus tegen 2014. Daarnaast moet de transparantie en de concurrentie verhoogd worden zodat de remittance-kosten vooral in Afrika zouden dalen. Voorlopig blijven grote resultaten uit.

Binnen de EU werd een portaalwebsite opgericht die informatie verschaft over de kostprijs van transfers. Op een aantal andere websites, al dan niet gefinancierd door de Wereldbank en de EU, kunnen migranten de kostprijs van transfers vergelijken. Dergelijke transparantie-initiatieven slaagden er evenwel niet in de prijs te doen dalen.

De Europese Commissie financiert een aantal projecten met betrekking tot remittances. Sinds 2006 gaat dit voornamelijk via het Aeneas Programme and Thematic Programme for Migration and Asylum (TPMA), met in totaal 24,86 miljoen euro. Het programma probeert de transfers van de EU-lidstaten naar het Zuiden te verbeteren, vooral naar Afrika. Een klein deel werd aangewend om de impact van remittances op ontwikkeling te vergroten.

Er zou tot 20 miljard USD per jaar kunnen vrijkomen, als er een parallel non-profit transfersysteem voor remittances zou bestaan. Dat zou bijvoorbeeld een ‘ethische bank’ kunnen zijn, die niet alleen zorgt voor de geldtransfers, maar ook een deel van de opbrengsten investeert in projecten zoals het bevorderen van financiële geletterdheid, het aanbieden van spaar- en investeringsopties en het ondersteunen van capaciteit bij lokale overheden.

Sociale economie Remittances
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 25 /28 Krijtlijnen voor een duurzame economie