Rwandese mode met Belgisch tintje

Chris Simoens
17 oktober 2019
In Rwanda bieden steeds meer lokale ontwerpers stijlvolle kledij aan, ‘made in Rwanda’. Wist je dat modeland België daar zijn steentje toe bijdraagt?

Rwanda begint economisch stilaan zijn draai te vinden. Het land krijgt zelfs al etiketten mee als ‘Klein Singapore’ of ‘het Zwitserland van Afrika’. De economische dynamiek straalt vooral af op hoofdstad Kigali met zijn kraaknette straten, luxehotels en moderne boetiekjes. Je vindt er ook al hippe modezaken.

 

Gepassioneerde creatievelingen

Zoals Rwanda Clothing, de zaak van Joselyne Umutoniwase, toonaangevend modeontwerpster in Kigali. ‘De Rwandese economie wordt stabiel’, zegt ze. ‘Mensen kunnen zich al makkelijker luxegoederen veroorloven. Tien jaar geleden dienden ze zich nog op andere dingen te focussen. Vandaag hebben ze jobs en willen ze er goed uit zien.’

Of neem Sonia Mugabo, een andere leidende modeontwerpster in Rwanda, die haar eigen label SM creëerde. Modehuis Haute Baso biedt naar eigen zeggen ‘ethische mode voor het moderne individu op zoek naar eenvoudige en functionele kledij’. Het leidt jonge vrouwen op die vaak de enige broodwinner zijn in hun gezin. Kolbe Hategikamana is gepassioneerd door mode en ontwerpt stijlvolle herenkleding. Elegante handtassen vind je bij Dokmai.

Stuk voor stuk betreft het gepassioneerde creatievelingen met een hart voor ondernemerschap. Het officiële beleid in Rwanda stimuleert hen daartoe. Zo legt de overheid via importtaksen de invoer van tweedehandskleren steeds meer aan banden om meer eigen creatie toe te laten. Rwanda draagt de ‘creatieve economie’ duidelijk hoog in het vaandel. De nationale organisatie Fashion Hub Kigali bijvoorbeeld wil het creatieve talent een platform bieden en organiseert jaarlijks het Kigali Fashion Festival.

De overheid legt via importtaksen de invoer van tweedehandskleren steeds meer aan banden om meer eigen creatie toe te laten.

Chinese kleding

Alleen, voor de doorsnee Rwandees is de dure kledij ‘made in Rwanda’ voorlopig niet weggelegd. Zij blijven afhankelijk van de nog voorhanden tweedehandskleren en de import uit landen als China. Er heeft zich ook Chinese kledingindustrie zoals C&H Garments in Rwanda gevestigd. De Rwandese regering heeft hen alvast opgelegd dat ze niet alles mogen uitvoeren. 20% van de productie moet in Rwanda zelf te koop worden aangeboden.

De jonge ontwerpers die hun kledingstukken in Rwanda produceren, kunnen niet concurreren met het goedkope Chinese textiel. Al was het maar omdat Rwanda niet over eigen grondstoffen beschikt zoals katoen en zijde. Alle stoffen moeten ingevoerd worden.

Dat belet niet dat de modebusiness in Rwanda stilaan opbloeit. Niet alleen expats – de buitenlanders die in Rwanda verblijven – maar ook een groeiende Rwandese middenklasse tonen steeds meer interesse in stijlvolle kledij van Rwandese bodem, aangepast aan de eigen smaak. Sommigen, zoals Umutoniwase, wagen zich al aan export.

De modebusiness creëert jobs en draagt bij aan de uitstraling van het land. Zo legt ze de basis voor steeds meer mode ‘made in Rwanda’, stap voor stap, geleidelijk ook voor een breder publiek. Maar hét grote obstakel blijft voorlopig een gebrek aan opleiding en organisatie. Ook het Chinese C&H Garments moet al zijn personeel zelf opleiden.

Een rek met kleren van Rwanda Clothing in de pop-up store in 2015
© Raphaël Cardinael

Modeshow op ambassade

België, toch zelf een modeland, wil zijn steentje bijgedragen aan de opbloeiende modescène. Toenmalig ambassadeur Arnout Pauwels gaf in 2015 de eerste zet. ‘We leefden toen in de naweeën van een gespannen verhouding tussen België en Rwanda’, vertelt hij. ‘Daarom wou ik een positieve noot aanbrengen. En waarom niet de mode in de kijker zetten in plaats van het gebruikelijke bier en chocolade?’

Een model op de catwalk in Rwanda
Modeshow op de residentie

Pauwels organiseerde daarom de grote modeshow van de Kigali Fashion Week, bestemd voor lokale ontwerpers, in de tuin van de residentie. ‘Dat lokte best veel jong en hip volk,’ zegt hij. De ambassadeur nodigde ook de Belgische ontwerpster An Buermans uit. Zij opende toen onder meer een pop-up store in een artistiek pand gedurende 2 avonden.

‘De lokale ontwerpers hadden toen nog geen eigen verkoopplek, in de pop up store konden ze hun eigen creaties verkopen,’ zegt Buermans. ‘Maar het was allemaal nogal primitief, er waren geen kleerhangers en rekken voorhanden. Ik heb toen op kosten van de ambassade kleerrekken laten maken. Ik toonde de ontwerpers hoe je een verkoop organiseert en hoe je rechtstreeks aan klantenbinding kunt doen.’

Experts uitsturen

Wat haar vooral opviel, was het gebrek aan materiaal en scholing. Zo wisten enkele plaatselijke kleermakers niet hoe ze een kledingstuk in productie moesten brengen. Met andere woorden hoe één ontwerp op te schalen naar meerdere maten: small, medium, large… Ze waren nog gewoon om unieke stukken te ontwerpen voor individuele klanten.

Daarop bracht Buermans de vzw Exchange in contact met de ambassadeur. Deze vzw stuurt beroepsmensen uit naar Afrika. Verschillende Belgische experts zijn toen naar Rwanda afgereisd om vormingen aan te bieden. Dat gebeurde vooral voor leden van de Rwandese kleermakersvereniging Association of Professional Tailors (APT).

Onder meer An Buermans zelf gaf een workshop patroontekenen en Audrey Marion illustrator. Liesbeth Verhelst (ZLQ) legde zich toe op handtassen terwijl Nathalie Aerts les gaf over het ontwerpen van patronen. Dominiek Dolphen, expert management, bracht APT strategische planning bij. Chris Vijt ten slotte, styliste bij Ba*Ba Babywear, bracht technische kennis bij over het in productie brengen van een ontwerp, dus het opschalen naar meerdere maten. Ze ging ook dieper in op hoe je een collectie ontwikkelt. ‘Dat biedt mogelijkheden om werkgelegenheid te creëren’, zegt ze.

An Buermans met 2 lokale modeontwerpers
© Raphaël Cardinael

Professionele opleidingen

Ondertussen werkt Exchange samen met APEFE. In een programma dat loopt van 2017 tot 2021, wil deze organisatie de opleidingen verbeteren die nodig zijn voor de mode-industrie in Rwanda. APEFE sluit daarbij volledig aan bij het Rwandese beleid ‘Made in Rwanda’ dat de lokale industrie wil stimuleren. Ze werkt ook samen met alle betrokken overheidsdiensten.

In maart 2019 trok Feride Karahisarli, internationaal experte in textiel en design, voor APEFE naar Rwanda. Ze bezocht er diverse kleine, middelgrote en grote ondernemingen om de sector beter te begrijpen. Haar evaluatie bracht aan het licht dat de beschikbare mankracht zich vooral op het platteland situeert en dat ze enkel een informele opleiding heeft genoten. De meeste kleermakers hebben geen enkele ervaring met werken voor de mode-industrie.

APEFE wil dan ook mee de schouders zetten onder de uitbouw van professionele opleidingen die voldoen aan de internationale normen. APEFE stuurde ook andere experten uit zoals Massimo Cipolloni (MPA Style) voor leerbewerking. Chris Vijt, via een partnerschapsovereenkomst met Exchange, werkte mee aan een opleiding patroontekenen. ‘Met wat ik geleerd heb, kan ik stoffen uitsparen en de internationale standaarden gebruiken voor mijn klanten’, getuigde deelnemer Jean Marie Vianney Ntirushwa achteraf.

Kortom, België blijft mee aan de weg timmeren voor een bloeiende lokale kleding- en mode-industrie in Rwanda. Voor alle Belgische experten bracht hun verblijf in Rwanda een onvergetelijke ervaring. Of ze ook zelf in hun ontwerpen door Rwanda beïnvloed werden? Alvast An Buermans en Chris Vijt antwoordden daarop unaniem: ‘Niet zozeer qua stijl, maar wel qua kleur!’

 

Exchange en APEFE zijn partners van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Rwanda Mode
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 4 /6 Ann Claes: ‘Je kan nooit ethisch produceren als je alles op de cent uitrekent’