Slavernij in de 21ste eeuw

Astrid De Vos
01 april 2016
Wie dacht dat slavernij al sinds de 19de eeuw de wereld uit is, heeft het mis. Miljoenen mensen werken vandaag onder erbarmelijke omstandigheden in semi-slavernij. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) probeert paal en perk te stellen.

Volgens ILO zijn huishoudhulp, landbouw, de bouwsector en de ontspanningsindustrie de sectoren waar dwangarbeid (of semi-slavernij) het meest voorkomt. 56% van de ‘moderne slaven’ bevindt zich in Azië en de Stille Oceaan, 26% is minderjarig. Vooral migranten blijken extra kwetsbaar. Doordat zij vaak niet over de juiste documenten beschikken of de lokale taal niet spreken, lopen ze een hoger risico om in een situatie van dwangarbeid terecht te komen. We bespreken drie schrijnende gevallen.

Uitbuiting in Qatar

7000 arbeiders zullen het leven laten tijdens de bouwwoede in Qatar in de aanloop naar de Wereldbeker voetbal in 2022, zo meldde de International Trade Union Confederation, ’s werelds grootste vereniging van vakbonden. Dat betekent dat er elke week 12 slachtoffers vallen tenzij er actie ondernomen wordt. Ter vergelijking: de afgelopen Wereldbeker in Brazilië maakte in totaal 10 slachtoffers.

Qatar telt momenteel 1,4 miljoen buitenlandse arbeidskrachten. Het merendeel daarvan komt uit India en Nepal. Nog voor hun aankomst worden deze arbeiders dikwijls misleid door rekruteringsagentschappen. Ze maken valse beloften over de aard van hun werk of het salaris. De exorbitante rekrutering- en reiskosten storten de arbeiders diep in de schulden. 

7000 arbeiders zullen het leven laten tijdens de bouwwoede in Qatar in de aanloop naar de Wereldbeker voetbal in 2022.

Eenmaal aangekomen moeten deze arbeiders in erbarmelijke omstandigheden werken. Paspoorten worden afgepakt om te verhinderen dat ze vertrekken. Overdag zwoegen ze lange dagen op gevaarlijke bouwwerven onder een zinderende hitte van 50°C. Ook de huisvesting is schrijnend. Een typische kamer herbergt zo’n 8 tot 10 mannen, samengepropt in stapelbedden. Achterstallige salarissen worden vaak niet uitbetaald, arbeiders hebben geen recht op ziekteverlof of vakantiedagen en discriminatie op de werkvloer is schering en inslag.

Deze wantoestanden kunnen welig tieren door het zogeheten Kafala-systeem dat in gebruik is in de Golfstaten. De arbeidsmigrant heeft in dit systeem een lokale sponsor of ‘kafeel’ nodig om Qatar binnen te raken. Deze kafeel bezit het recht om zijn werknemer al dan niet toestemming te geven om het land te verlaten. Wanneer hij zich als sponsor terugtrekt, vervallen alle wettelijke rechten van de arbeidsmigrant. Bij onenigheid over loon, huisvesting, arbeidsomstandigheden en andere werkgerelateerde zaken, kan de kafeel dat als drukkingsmiddel gebruiken. De macht die het systeem overdraagt aan de kafeel is dermate groot dat het als een vorm van moderne slavernij beschouwd wordt. 

Schepenkerkhoven in Bangladesh

In de 18e eeuw stond Bangladesh gekend om zijn scheepswerven. Zelfs de sultan van het Ottomaanse rijk liet hier zijn vloot bouwen. Vandaag staat Bangladesh niet langer gekend om zijn scheepsbouw, maar om scheepsafbraak.  Elk jaar vinden honderden afgeschreven schepen hun laatste rustplaats aan de kust van Bangladesh. Het ontmantelen van deze stalen mastodonten behoort tot een van de gevaarlijkste jobs ter wereld.

Arbeiders aan het werk op een de scheepswerven in Bangladesh
© Adam Cohn

De schepen die hier aanmeren bevatten vaak grote hoeveelheden asbest, lood, PCB’s en andere gifstoffen. Omdat de afbraak op het strand gebeurt, dringen deze stoffen meteen de zandbodem in of spoelen ze in de zee. Bovendien hebben de meeste scheepsslopers geen toegang tot passende beschermingsuitrusting, hetgeen ernstige gezondheidsimplicaties tot gevolg heeft. De frequente gasexplosies en neerstortende ijzeren platen op de werven vormen een bijkomend dodelijk risico.

Maar deze sector is niet alleen gevaarlijk en vervuilend, ze is ook zeer lucratief. Deze industrie heeft een geschatte omzet van 1,5 miljard dollar per jaar en stelt zo’n 22.000 arbeiders te werk in Bangladesh. Zij delen echter niet in de winst. Hun lonen behoren tot de laagste ter wereld. Vaak werken deze arbeiders shiften van 12 uur en dat voor een schamele 2 euro per dag. Overuren worden niet uitbetaald, ziekteverlof bestaat niet.

Visserij in Thailand

Thailand produceert jaarlijks 4,2 miljoen ton zeevruchten, waarvan 90% bestemd is voor de export. Daardoor is er een grote vraag naar arbeidskrachten. Elk jaar maken zo’n half miljoen arbeidsmigranten uit het naburige Cambodja en Myanmar de oversteek, aangetrokken door de hogere lonen. Maar zonder de juiste documenten zijn ze makkelijke doelwitten voor seksuele exploitatie, dwangarbeid en moderne slavernij.

De Britse krant The Guardian heeft onderzoek verricht naar de levensomstandigheden op deze boten. De krant maakte gewag van arbeiders die shiften van 20 uur werkten, regelmatig geslagen werden door hun opzichters en doorgaans slechts een bord rijst per dag te eten kregen. De mate van geweld dat gehanteerd wordt op deze boten is gruwelijk. Arbeiders getuigen dat zieken over boord werden gegooid en ongehoorzaamheid bestraft werd met dagenlange opsluiting onder het dek. Uit een enquête van de VN uit 2009 bleek zelfs dat 59% van de migranten werkzaam op deze boten al getuige waren van de moord op een collega.

The Guardian maakte gewag van arbeiders die shiften van 20 uur werkten, regelmatig geslagen werden door hun opzichters en doorgaans slechts een bord rijst per dag te eten kregen. De mate van geweld dat gehanteerd wordt op deze boten is gruwelijk. Arbeiders getuigen dat zieken over boord werden gegooid en ongehoorzaamheid bestraft werd met dagenlange opsluiting onder het dek.

Arbeider schept in een hoop vis
© Environment Justice Foundation

Ondanks beloften van de Thaise overheid om de wantoestanden in de visserij aan te pakken, gebeurt het nog te vaak dat de regering deze praktijken oogluikend toelaat. Vaak zijn daar immers lokale politieagenten bij betrokken, tot zelfs hooggeplaatste politici. Daardoor kunnen de slachtoffers nergens terecht.

ILO

De praktijken in Qatar, Bangladesh en Thailand bewijzen dat slavernij de wereld nog niet uit is. Naar schatting leven vandaag  21 miljoen mannen, vrouwen en kinderen in een bepaalde vorm van slavernij.  Deze praktijk levert elk jaar zo’n 150 miljard dollar per jaar op.

Als mensen met geweld of intimidatie gedwongen worden om te werken spreekt men van dwangarbeid. Het kan ook subtieler: identiteitspapieren achterhouden, een schuld aansmeren of dreigen met aangifte bij de immigratiediensten.

ILO wil hier komaf mee maken. Daarvoor is er nood aan strenge wetgeving die strikt wordt toegepast en samenwerking tussen de regering en de sociale partners. Ook moet er een opvangnet zijn voor de slachtoffers.

Afgelopen november stuurde ILO een speciale missie naar Qatar om er de arbeidsomstandigheden te onderzoeken. Na eerdere pogingen van Qatar om een onderzoeksmissie te verhinderen, besloot ILO om een formele stemming te houden. Een hoogst ongebruikelijke procedure, aangezien men meestal via onderhandelingen naar een compromis streeft. Uiteindelijk stemden 35 landen voor, 13 tegen en 7 onthielden zich.

Daarom lanceert ILO de mondiale campagne ‘50 For Freedom’. Daarmee wil de organisatie minstens 50 landen aanmoedigen om het protocol te bekrachtigen tegen 2018.

De missie gaf een duidelijk signaal naar Qatar toe. In maart komt het dossier  opnieuw op de agenda. Dan zal er beslist worden of ILO een volwaardige onderzoekscommissie opricht. Deze commissie zou de druk op Qatar aanzienlijk verhogen. Daarnaast stelde de VN ook een speciale rapporteur voor moderne vormen van slavernij aan. Deze heeft als taak te onderzoeken welke maatregelen landen nemen om dwangarbeid aan te pakken en de slachtoffers ervan te beschermen. Als er slavernij plaatsvindt, moet de rapporteur actie ondernemen.

Verder  heeft  ILO een internationaal protocol opgesteld dat moderne vormen van dwangarbeid bestrijdt. De Conventie 29 tegen dwangarbeid uit 1930 bevatte immers  een lange lijst van uitzonderingen. Meer dan 84 jaar later wil het nieuwe wettelijk bindend protocol de mazen in het net dichten.

Dat verloopt echter niet van een leien dakje. Tot nu hebben enkel Noorwegen en Niger het protocol ondertekend. Daarom lanceert ILO de mondiale campagne ‘50 For Freedom’. Daarmee wil de organisatie minstens 50 landen aanmoedigen om het protocol te bekrachtigen tegen 2018.

 

U kan de actie ’50 For Freedom’ steunen op http://50forfreedom.org/.

 

Waardig werk ILO
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 29 /38 De vele hordes naar waardig werk voor iedereen