Straatjongeren in Lubumbashi vechten voor een toekomst

VIA Don Bosco
04 september 2018
Eric Meert en Cécile Pichon. Twee inspirerende personen met een heel verschillende achtergrond. Hun levenspaden kruisten mekaar in DR Congo waar ze samen werkten met straatkinderen. We wisten Eric en Cécile te strikken voor een interview tijdens hun kort bezoek aan België.

Eric Meert is een Vlaamse Salesiaan die al 40 jaar als missionaris in DR Congo actief is. Hij coördineert in Lubumbashi een netwerk van opvanghuizen en scholen voor straatkinderen, waar jaarlijks bijna 600 jongeren worden opgevangen. VIA Don Bosco ondersteunt de scholen voor beroepsopleiding en tewerkstelling.

Cécile Pichon heeft de afgelopen 3 jaar als vrijwilligster gewerkt bij de Salesianen in Lubumbashi. Ze stelde haar jarenlange ervaring in internationale samenwerking ten dienste van de scholen en van de straatkinderen. Hierbij hun hoopgevend relaas over een harde realiteit.  


Hoe komen jongeren in Lubumbashi op straat terecht?

Eric Meert: Er zijn verschillende redenen, zoals bijvoorbeeld echtscheidingen. Kinderen komen terecht in nieuw samengestelde gezinnen waar ze door één van de partners niet gewenst zijn. Ze worden naar een nonkel of tante gestuurd, waar het soms niet lukt, en komen zo op straat. Een andere reden is armoede. Een jongen van 16 jaar bijvoorbeeld die nog moet slapen bij zijn ouders omdat ze maar één kamertje hebben, en daarom op straat terecht komt. Maar de grootste groep (bijna 60%) zijn kinderen die beschuldigd worden van hekserij.

De grootste groep straatkinderen (bijna 60%) zijn kinderen die beschuldigd worden van hekserij.

Eric Meert

Eric Meert pratend met straatkind
© Via Don Bosco

Om welke redenen worden kinderen beschuldigd van hekserij?

Eric Meert: Wij noemen dat economische heksenkinderen. Bijvoorbeeld, als de vader van een gezin sterft, is de broer verplicht om de kinderen op te nemen in zijn gezin. Als op dat moment de broer toevallig zonder werk valt, wordt de komst van die kinderen als oorzaak daarvan gezien en worden ze beschuldigd van hekserij. Of een 10-jarige jongen die nog aan bedplassen doet, wordt ook soms beschuldigd en verstoten door de familie.

Cécile Pichon: De problematiek van heksenkinderen is een relatief recent fenomeen. Door de slechte economische situatie van het land, bevinden veel gezinnen zich in een zeer moeilijke situatie, wat een voedingsbodem blijkt voor dergelijk bijgeloof.

Eric Meert: Het aantal straatkinderen is inderdaad verhoogd door de economische situatie. We hebben recent een telling gedaan van de kinderen die ’s nachts op straat slapen. We zien een verdubbeling in een periode van 10-12 jaar. Ook vanuit het binnenland komen ze naar Lubumbashi. Ze kruipen op een trein, met soms dodelijke ongelukken tot gevolg, en komen naar de grootstad omdat ze er beter kunnen overleven.


Zijn het vooral jongens die op straat leven, of ook meisjes?

Eric Meert: Er leven ook meisjes op straat. Het zijn er minder dan de jongens, maar hun situatie is vaak schrijnender. Ze zitten vaak in de prostitutie, met alle gevolgen van dien. We vangen momenteel 90 meisjes op in onze centra. Ongeveer 40 onder hen hebben aids.


Op welke manier worden de straatjongeren opgevangen bij Don Bosco?

Eric Meert: De opvang bestaat uit verschillende fasen. We doen nachtrondes om ze bewust te maken dat een leven op straat geen toekomst biedt. Alle kinderen die op straat leven zijn welkom in ons centrum ‘Bakanja Ville’ om zichzelf en hun kleren te wassen. Uit deze groep selecteren we. De eerste keer stellen we een aantal algemene vragen om kennis te maken. Vervolgens nodigen we hen uit om terug te komen, en als ze op de afspraak zijn, is dat voor ons een teken dat ze echt gemotiveerd zijn om de straat te verlaten. Op dat moment mogen ze blijven slapen. Momenteel zijn dat er een 40-tal tussen de 6 en 17 jaar. Vervolgens laten we hen twee weken met rust, zodat ze kunnen uitkijken bij wie ze hun hart kunnen luchten. Daarna volgt een gesprek met een sociaal assistent en wordt hun verhaal neergeschreven. Het kind vertelt zijn versie van hoe het op straat terechtgekomen is. Belangrijk is ook om gegevens over de familie te weten te komen.


Waarom zijn de gegevens over de familie zo belangrijk?

Eric Meert: We nemen enkel kinderen op die een familieband hebben. De gezinshereniging is belangrijk binnen onze manier van werken. Als jongeren na hun schooltraject niet terecht kunnen in een familie, is het risico groot dat ze terug op straat komen. Wij kunnen ze nu niet blijven opvangen door de voortdurende toestroom van nieuwe straatkinderen. Ik droom nog van een internaat met een werking rond adoptie, zodat jongeren na afstuderen rustig kunnen zoeken naar werk. Maar voorlopig moeten we jongeren zonder familieband helaas doorverwijzen naar andere centra.

Alles samen doen we jaarlijks zo’n 2500 familiebezoeken. Elk jaar brengen we zo’n 300 kinderen terug naar huis. Slechts 10% onder hen komt ooit terug op straat terecht.

Eric Meert

Hoe gaat het dan verder met zij die wel een familieband hebben?

Eric Meert: We vragen of we contact mogen opnemen met de familie, om tijdens een eerste bezoek de ouders ook hun verhaal te vragen waarom het kind op straat terechtgekomen is. Dikwijls komen die verhalen niet overeen en probeert de sociaal assistent tot één sluitend verhaal te komen. Vervolgens vragen we of het kind een zaterdag naar huis mag komen. Over het algemeen laat de familie dat toe. Wanneer het kind een aantal dagen naar huis is geweest, vragen we of het voor een nacht kan. Na enkele nachten is de volgende stap een week tijdens de schoolvakanties. En de laatste stap is dat kinderen definitief teruggaan naar hun familie. Nadien doen we nog een reeks opvolgingsbezoeken om zeker te zijn dat de situatie stabiel blijft. Alles samen doen we jaarlijks zo’n 2500 familiebezoeken. Elk jaar brengen we zo’n 300 kinderen terug naar huis. Slechts 10% onder hen komt ooit terug op straat terecht.


Het schoollopen is ook een essentieel onderdeel van jullie werking?

Eric Meert: Eens een kind terug naar zijn familie mag, vragen we of het naar school mag gaan. Kinderen van ouders die het schoolgeld niet kunnen betalen, kunnen terecht in ons centrum ‘Bakanja Centre’, waar nu 300 kinderen studeren. De ouders betalen een symbolische bijdrage om ook hen verantwoordelijk te maken voor het onderwijs van hun kinderen.


Kunnen oudere jongeren ook bij jullie terecht?

Eric Meert: Zij kunnen terecht in onze centra voor beroepsopleiding. Daarnaast hebben we ook tewerkstellingsbureaus die leerlingen begeleiden naar de arbeidsmarkt. Ze zoeken stageplaatsen en werk voor afgestudeerden. Dat werkt goed. Verschillende jongeren hebben op deze manier een baan gevonden.

 

De centra voor beroepsopleiding en de tewerkstellingsbureaus voor straatjongeren worden door VIA Don Bosco ondersteund. Wat is het belang van deze centra?

Cécile Pichon: Beroepsvorming is essentieel om jongeren te helpen, vooral zij die verlaten zijn of op straat hebben geleefd. Het zijn vaak jongeren die amper op school geweest zijn. De beroepsopleiding geeft hen de nodige vaardigheden om werk te vinden en een toekomst uit te bouwen. Zonder opleiding zouden deze jongeren geen enkele kans hebben in het leven.


 

De meerwaarde van het programma van VIA Don Bosco is dus niet enkel het helpen van straatjongeren, maar ook het werk dat gebeurt rond de duurzaamheid van de centra, zodat ze op langere termijn hun functie kunnen verderzetten.

Cécile Pichon

Cecile Pichon zit naast twee ex-straatkinderen.
© Via Don Bosco

Wat zijn de grootste noden van de centra die  VIA Don Bosco helpt?

Cécile Pichon: Het programma stelt ons in staat om het onderwijs te verbeteren en aan te passen aan de noden van de arbeidsmarkt. Essentieel daarnaast is het verbeteren van het beheer van de scholen. Het zijn huizen met een sociale roeping die weinig hulp krijgen. Het is dus noodzakelijk om hen bij te staan om hun inkomsten te diversifiëren en hun financiële afhankelijkheid te verminderen. De meerwaarde van het programma van VIA Don Bosco is dus niet enkel het helpen van straatjongeren, maar ook het werk dat gebeurt rond de duurzaamheid van de centra, zodat ze op langere termijn hun functie kunnen verderzetten.


Wat heeft u het meest geraakt doorheen de jaren?

Eric Meert: Ik heb geleerd dat je een jongere nooit mag afschrijven. Sommige gevallen zijn soms heel lastig. Sommige jongens stelen in de centra, of hervallen en komen terug op straat. Die jongens kunnen daarna terug bij ons terecht. We geven ze een tweede, derde, vierde of zelfs vijfde kans. Elke nieuwe kans kan de goede keer zijn. Dat is het belangrijkste en dat is wat ons drijft om dag in dag uit met deze jongeren te blijven werken.

VIA Don Bosco

VIA Don Bosco is een erkende Belgische ngo die onderwijs en tewerkstelling voor jongeren in Afrika en Latijns-Amerika steunt. Al meer dan 45 jaar bieden wij pedagogische en financiële medewerking aan plaatselijke scholen. Het opbouwen van sociale en professionele competenties bij kansarme jongeren vormt de rode draad van onze projecten. Zo helpen we hen om actieve wereldburgers te worden en een plaats op de arbeidsmarkt te vinden. Tegelijk bouwen we bruggen tussen scholen in België en elders in de wereld. Zo timmert VIA Don Bosco aan de weg naar een rechtvaardige samenleving die beantwoordt aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen.

Kinderen Kinderrechten DR Congo
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /5 Een gezond milieu voor de volgende generatie