Technieken uit de vergeetput

Chris Simoens
01 september 2015
Door de klimaatverandering zullen regio’s zoals Centraal-Amerika, het Middellandse Zeegebied en de Sahel steeds meer te lijden hebben onder droogte. Moeten we het dan maar hoogtechnologisch aanpakken? Of leveren traditionele technieken onverhoopt succes op?

De veelgeplaagde Sahel kent als het ware een traditie van droogte en de situatie wordt er niet beter op’, zegt Badji Moussa, waterexpert bij Buitenlandse Zaken. ‘Zo duurt het regenseizoen in Senegal en Burkina Faso vandaag 3 à 4 maanden in plaats van 5 à 6. Bovendien vermindert het debiet van de rivieren en daalt de grondwatertafel. De bevolking moet dus veel dieper graven om water te vinden voor dagdagelijks gebruik en bevloeiing.

Twee mannen kappen in grond in Benin
© IRD

Sahelboeren moeten hun gewassen telen in quasi-woestijnen. Toch bestaan er eeuwenoude technieken die doodse akkers kunnen omtoveren tot groene oases, zelfs bij de huidige schaarse regenval. Natuurlijk kan men regenputten aanleggen om het regenwater zoveel mogelijk op te vangen. Of kunstmatige poelen waar het vee kan drinken. Maar bij langdurige droogte volstaat dat niet.

Oplossingen op basis van geavanceerde technologie zijn niet altijd de beste

Zaï en halve manen

Kleine ingrepen in het landschap zijn veel doeltreffender. Zo kan men op een helling stenen muurtjes bouwen in de vorm van een halve maan. Bij regen wordt het afvloeiend water door de muurtjes tegengehouden, zinkt het in de grond en laat het een laagje vruchtbaar bezinksel achter. Als de boeren net voor het regenseizoen een boompje planten binnen de halve maan, dan heeft het meteen voldoende water om stevig te groeien.

Landbouwgrond met helling stenen muurtjes in de vorm van een halve maan
© IRD

Een andere techniek bestaat erin lange, slingerende muurtjes te bouwen op verschillende hoogtelijnen op een helling, bijvoorbeeld op 500 m, 520 m, 540 m ... De muurtjes houden afstromend regenwater gedeeltelijk tegen, de rest stroomt door tot aan het volgende muurtje, enzovoort. Ook hier krijgt het water meer tijd om in de bodem te dringen en zet het bezinksel af tegen de muurtjes. Op het land tussenin telen de boeren onder meer granen. Terzelfdertijd wordt het bodemwater aangevuld.

Eenvoudig maar ingenieus is de zaï-methode die vooral in Burkina Faso gebruikt wordt. In het mulle zand worden putjes gegraven van 20 cm diep, met een diameter van 25 cm, op 90 cm van elkaar. Het uitgegraven zand ligt als een muurtje rondom de laagste helft van de put. Resultaat: bij de eerste regenval vloeit het water van de helling en vult de putjes. Daar dringt het in de bodem. Dat is het moment om de putjes te vullen met compost of mest, gemengd met zand, samen met zaad van een boom of gewas. Zo kan het zaad kan goed ontkiemen en groeien waardoor de oogst verdubbelt!

Dat eenvoudige technieken wonderbaarlijke resultaten kunnen opleveren, bewijst het succes van Ondernemers zonder Grenzen (kader). 4500 hectare dor land werd opnieuw groen en leefbaar.

Waterman

In India hebben ze onder meer de traditionele johads ontwikkeld: een stelsel van riviertjes en kanalen die uitmonden in ondergrondse waterreservoirs. De reservoirs kunnen een paar honderd meter diep zijn, en hebben rotsachtige wanden. Die houden het water op, maar laten toch voldoende doorsijpelen via gleuven naar het grondwater. Dankzij de johads gaat de overvloedige regen tijdens de moessons niet verloren. Toch raakte de techniek, onder meer in Rajasthan, in onbruik. Hele streken droogden uit en het regende zelfs niet meer, de mensen verlieten de dorpen. Tot milieuactivist Rajendra Singh – beter bekend als Waterman – in 2004 de johads in ere herstelde. De rivieren werden schoongemaakt en uitgegraven. En hij plantte bomen en struiken die het grondwater moesten vasthouden. Op vijf jaar tijd veranderde de dorre streek in een groene vallei met kronkelende rivieren en meertjes.

Toch bleken lokale ambtenaren niet opgezet met Singh’s succes. Zij lieten liever grote dammen bouwen waar ze zelf meer aan konden verdienen. Maar volgens Singh werken dergelijke dammen de verdroging in de hand. Johads werden vernietigd en Singh werd zelfs door de politie in elkaar geslagen en opgesloten. Toch zette Waterman door. Vandaag erkennen de Verenigde Naties zijn werk en ontving hij onder meer de Stockholm Water Prize. Milieudeskundigen en ambtenaren uit heel India schuiven aan om van hem te leren.

Slingerende muurtjes op verschillende hoogtelijnen op een helling
© IRD

Dauw en mist

Een andere eeuwenoude, zelfs prehistorische, techniek is het opvangen van dauw en mist. Gebieden met veel mist, vaak bergstreken, lenen zich daar uitstekend voor. Tegenwoordig maakt men gebruik van grote netten uit kunststof die worden uitgespannen en de waterdruppeltjes als een spinnenweb vasthouden. Onder meer in Chili en Peru wordt op die manier mist geoogst. Met 100 ‘collectornetten’ kan 15000 liter drinkbaar water per jaar geoogst worden. Recent paste de ngo Fog Quest de techniek met succes toe in Marokko. De netten voorzien, via een kanaalsysteem, 92 huishoudens (400 mensen) van kraantjeswater.

Eeuwenoude technieken hebben dus een enorm potentieel. Maar omdat ze meestal geen geld opleveren aan bedrijven, worden ze vaak verwaarloosd. ‘Daarom moeten publieke instellingen hier het heft in handen te nemen’, vindt Moussa. ‘Zij moeten het onderzoek sturen dat nodig is om deze technieken te verbeteren. Hoogtechnologische oplossingen zijn echt niet altijd de beste.’

Meer weten?

www.unesco.org/mab/doc/ekocd/fr/chapter20.html

VIDEO

https://www.youtube.com/watch?v=x28NpUZjmN8

 

10.000 Afrikanen blijven liever thuis

4,5 miljoen bomen planten op 4500 hectare dor land in de Sahel (Burkina Faso), een gebied zo groot als het Zoniënwoud, Ondernemers zonder Grenzen (OZG) kreeg het voor elkaar. OZG koos daarbij bewust niet voor dure irrigatiesystemen. Pompen gaan immers stuk en wisselstukken zijn onvindbaar. Hoe dan wel? Met een speciale ploeg worden halvemaanvormige putten gegraven in de bodem, vergelijkbaar met de zaï-methode. De putten doen dienst als een soort badkuipen die zich vullen wanneer het regent. In die badkuipen zaaien de boerinnen, net voor het regenseizoen, inheemse acaciabomen. Acacia heeft heel diepe wortels en is bestand tegen extreme droogte. Tussen de bomen zaaien ze gras en kruiden.

De koeien en geiten smullen zich vet aan het gras, waardoor ze meer geld opleveren. De kruiden dienen als voedsel, het overschot wordt op de markt verkocht. Met bepaalde grassen maken de vrouwen matten, borstels en manden. De acaciabomen produceren gum, een voedingsproduct dat de boomkweker 600 dollar per ton opbrengt. Niet alleen wordt de streek weer groen, er ontstaat opnieuw een micro-economie.

Analoge projecten mislukken vaak: de mensen volgen het project niet op, het vee vreet aan de jonge boompjes … Maar OZG vertrok vanuit de noden van de mensen. Deze vertelden dat ze hun dorpen verlieten omdat de woestijngrond uitgeput was. Daarop besprak OZG samen met de mensen de oplossing. Het resultaat mag er zijn. Een investering van 500.000 euro heeft zo het leven van 50.000 mensen drastisch verbeterd: 10.000 direct en 40.000 indirect. Ze denken er gewoonweg niet meer aan om weg te trekken.

Ook de VN – meer bepaald de Rio-Conventie tegen Woestijnvorming UNCCD - stelt het project op prijs. Zeker de impact op de migratie naar onder meer Europa is opvallend. Volgens UNCCD komen veel Afrikaanse vluchtelingen uit verdrogende gebieden.  Ze bekijkt nu of ze het model ook in andere Sahellanden kan toepassen.

OZG is een particulier initiatief zonder subsidies. Haar werkkapitaal haalt ze onder meer bij bedrijven. Deze kunnen via OZG investeren in bomen. Na 5 à 6 jaar krijgen ze hun investeringskapitaal met interest terug door middel van de verkregen groencertificaten op de koolstofmarkten. Daardoor is landherstel ook economisch rendabel geworden. Of hoe de strijd tegen klimaatverandering bijdraagt tot een rechtvaardiger wereld met minder conflicten. Meer dan een win-win!

www.ozg.be

www.unccd.int

VIDEO

https://vimeo.com/73859905

 

 

Water Klimaat Woestijnvorming Bodem
Terug Planeet
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 14 /15 We kunnen het klimaat nog redden