Vissen in het museum

Chris Simoens
01 juli 2014
Door overbevissing en vervuiling staan zoet- en brakwatervissen in Afrika  onder druk. Maar Afrikaanse visbiologen kennen die soorten onvoldoende om de visbestanden degelijk op te volgen. Gelukkig kunnen ze terecht in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA). Met ruim één miljoen specimens huisvest het ‘s werelds grootste verzameling Afrikaanse zoetwatervissen.

Het museumgedeelte van het KMMA in Tervuren mag dan al dicht zijn voor renovatie (nog tot midden 2017), het onderzoek gaat er onverdroten voort. Tussen tal van bokalen met vissen in ethanol zitten visbiologen uit Afrika gebogen over microscopen. Gedurende 3 maanden leren ze onder meer de Afrikaanse vissoorten identificeren en waar ze in Afrika voorkomen. Daarnaast gaan ze aan de slag met FishBase, een gratis toegankelijke, online databank. ‘Sinds 2005 krijgen we elk jaar 5 stagiairs uit Afrika over de vloer’, zegt projectmedewerker Tobias Musschoot. ‘We ontvangen daarvoor fondsen van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking’.

 

FishBase

Leren werken met FishBase vormt een essentieel element van de opleiding. De databank bevat continu geactualiseerde gegevens over de meer dan 30.000 gekende vissoorten. Dat gaat van uitzicht, gedragskenmerken, verspreiding en voortplanting tot praktische toepassingen voor de visserij. Bedoeling is de informatie over vissen te bundelen en beschikbaar te stellen voor ontwikkelingslanden.

Negen internationale onderzoeksinstellingen – samen het FishBase consortium – beheren de databank. Het KMMA, één van de stichtende leden van het consortium, neemt de Afrikaanse vissoorten voor zijn rekening en is daardoor hét internationale aanspreekpunt voor Afrikaanse vissen. ‘Maar FishBase is pas een succes als het ook gebruikt wordt’, benadrukt Musschoot. ‘We doen er dan ook alles aan om de databank bekend te maken. Zo is het profiel van onze stagiairs dusdanig dat ze de kennis achteraf doorgeven, als lesgever aan de universiteit bijvoorbeeld of als expert op een ministerie van Landbouw. En omdat internet in Afrika niet altijd even vlot toegankelijk is, geven we ook FishBase-DVD’s uit’.

Een Afrikaanse wetenschapper onderzoekt een vis
© KMMA

Visvangst

Zoetwatervissen vormen een belangrijk onderdeel van de biodiversiteit. Tezelfdertijd zijn ze een interessante bron van eiwitten. Volgens ruwe schattingen worden in Afrika jaarlijks zo’n 2,5 miljoen ton zoetwatervissen bovengehaald. Voor sommigen – zoals de sardienvissers op het Tanganyikameer – is de visserij hun enige bron van inkomen. Veel Afrikaanse boeren vissen alleen voor eigen gebruik of als bijverdienste.

Voor het milieu, de voedselzekerheid en de economie is het cruciaal dat de visbestanden behouden blijven. Musschoot: ‘Jammer genoeg kiezen sommigen de gemakkelijke weg. Ze strooien goedkope pesticides in de rivieren of stoffen die zuurstof aan het water onttrekken zodat de dode vissen bovendrijven. Ze scheppen ze op en verkopen ze op de markt.’ Of als mensen merken dat ze minder vis ophalen, schakelen ze over op netten met fijnere mazen. Maar op die manier tasten ze de visbestanden natuurlijk nog meer aan.

 

Bedreigd

‘Toch kunnen we weinig met zekerheid zeggen over de problemen van de visbestanden, precies omdat er nog zo weinig over gekend is’, zegt projectmedewerker Dimitri Geelhand. Dat illustreert het onderzoek dat het KMMA samen met de International Union for Conservation of Nature (IUCN) heeft uitgevoerd. Deze organisatie stelt de Rode Lijst op, ’s werelds meest gezaghebbende naslagwerk over de status van de biodiversiteit. Tussen 2003 en 2010 werd de ‘conservatiestatus’ bepaald van ruim 2800 Afrikaanse vissoorten (op een totaal van zowat 3500 gekende soorten), in samenwerking met vele Afrikaanse en internationale experten. 21,8% van de onderzochte soorten waren bedreigd. Maar van 1 op 4 van de resterende ‘niet-bedreigde’ soorten waren er onvoldoende gegevens beschikbaar om iets zinnigs te kunnen zeggen over hun status. Het KMMA zet dan ook zijn samenwerking met IUCN voort. ‘Want alleen als er concrete gegevens bekend zijn over de graad van bedreiging, kan men de gepaste beschermingsmaatregelen nemen’, beklemtoont Geelhand.

De mensen in Afrika zijn best wel bezorgd over het milieu, alleen komt de strijd om het levensonderhoud op de eerste plaats. En de overheid heeft vaak niet de middelen om een oogje in het zeil te houden op wat er wordt bovengehaald. Of het personeel dat toezicht moet uitoefenen, kan de vissoorten niet herkennen. Het KMMA probeert in elk geval iets te doen aan de lokale kennis over de vissen. De stagiairs dienen uit te groeien tot plaatselijke deskundigen die zelf de situatie kunnen opvolgen.

 

Viskweek

‘Ook de viskweek vaart wel bij een grondiger kennis van de vissoorten’, zegt Musschoot. ‘Elke vissoort heeft immers zijn eigen dieet en zijn ideale ‘habitat’ of omgeving waar hij het beste gedijt. Soms denkt men een bepaalde vissoort te kweken, terwijl het in werkelijkheid een hybride is of zelfs een totaal andere soort. De kweekmethode is niet aangepast en de viskweek faalt.’

‘Onze jaarlijkse stagiairs vormen, samen met hun instellingen, een groeiend netwerk over heel Afrika waardoor de kennis over de Afrikaanse vissen stelselmatig zal verhogen’, besluit Musschoot. Uiteindelijk is het de bedoeling dat aan de basisbehoeften van de mensen kan voldaan worden zonder de biodiversiteit in het gedrang te brengen.

 

 

Ontdek de visdatabank fishbase for Africa 

 

 

Enkele (ex-)stagiairs aan het woord

 

De visdiversiteit van het Kahuzi-Biega National Park

 

Tchalondawa Kisekelwa – Institut Supérieur Pédagogique (Bukavu, DR Congo) – stagiair 2012

 

‘Met wat ik geleerd heb tijdens mijn stage in 2012, kan ik nu mijn doctoraat beginnen. Ik wil namelijk de huidige visfauna in het Kahuzi-Biega National Park in kaart brengen, één van de 5 parken in Congo die als werelderfgoed erkend zijn door UNESCO. Want alleen als we die kennen, kunnen we opvolgen hoe de visbestanden er evolueren. Mijn project maakt deel uit van het grotere MbiSa Congo-project, gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Dat bestudeert de vissen in 10 beschermde natuurgebieden, waarvan 7 in DR Congo, 1 in Congo Brazzaville en 2 in Burundi. Daar moeten onder meer identificatiegidsen uit voortvloeien van alle vissoorten in de bestudeerde parken. Later wil ik graag een coöperatieve voor vissers opstarten om de visserij efficiënter te maken.’

 

De impact van stuwmeren

 

Arnold Roger Bitja Nyom - Universiteit Ngaoundéré (Kameroen) – stagiair 2012

 

‘De stage en FishBase zijn een grote hulp geweest. Ik bestudeer de vissen in het bekken van de Sanaga, de grootste rivier in Kameroen. Mijn doctoraat heb ik gedaan over één familie vissen, de Cichlidae. Maar er zijn minstens 50 visfamilies in het Sanagabekken! Dankzij de stage heb ik een globaal zicht gekregen op de vissen in Afrika. Op de Sanaga werden al 6 stuwmeren gebouwd voor hydro-elektriciteit, en er komen er nog bij. Ik wil de status van de visbestanden bepalen, opdat men de impact van de stuwmeren op die visbestanden kan inschatten. Een stuwmeer betekent juist meer vis! Daarom komt er een massa vissers op af, zelfs vanuit Mali en Tsjaad. Maar stroomafwaarts kunnen de vissen het wel moeilijk krijgen.’

Visbestanden als indicator voor waterkwaliteit

 

Benié Rose Danielle Aboua – Université Felix Houphouet Boigny (Ivoorkust) – stagiair 2014

 

‘Ik bepaal de kwaliteit van het water op basis van de aanwezige visbestanden in Ivoorkust. Want mijn land kent een probleem van vervuiling door artisanale mijnontginning. Ivoorkust kampt ook met overbevissing omdat er veel gespecialiseerde vissers uit Mali, Ghana en Senegal actief zijn.’

Biodiversiteit Afrika Visserij
Terug Planeet
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 24 /23 Het Congobekken, bakermat van biodiversiteit