Waardig werk aan de winkel

Sarah Vandoorne
01 april 2015
Drie jaar nadat in Bangladesh het fabriekscomplex Rana Plaza als een kaartenhuisje in elkaar zakte, is de textielsector veel veranderd – ten goede. Aan de initiatieven die de textielarbeiders beschermen, dient echter nog steeds gesleuteld te worden. Aan echt waardig werk in de textielsector is nog werk aan de winkel!

1138 doden onder het puin van Rana Plaza. Dat is de keerzijde van een lucratieve medaille van een textielsector met een ondermaatse sociale bescherming in lageloonlanden zoals Bangladesh. Samen met middenveldorganisaties greep de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) dit momentum aan om duidelijk te maken dat de sector in bedenkelijke papieren zit. Arbeiders kennen er hun rechten niet wat tot misbruik leidt. Zo worden ze gedwongen om onder korte termijncontracten te werken. De lonen liggen zeer laag en wie steun zoekt bij een vakbond verliest vrijwel zeker zijn job.

 

Compensatiefonds

Uit vrees voor dergelijke represailles, durfden de slachtoffers en de nabestaanden van de ramp niet reageren. Om die reden werd het Rana Plaza Compensatiefonds in het leven geroepen, Kledingmerken werden aangespoord om te doneren. Na meer dan twee jaar wachten, werd in juni 2015 de vooropgestelde kaap van 30 miljoen dollar bereikt. Hoewel het minimum zeer traag opgehaald werd, voorspelt het proces veel goeds. Om de kaap te bereiken, moesten immers heel diverse spelers samenwerken en zich op één lijn scharen. De contacten tussen merken, middenveld, vakbonden, overheden en ILO zullen een blijvende impact hebben. De organisaties die verandering willen, hebben nu het juiste netwerk om te blijven lobbyen, zelfs wanneer het momentum wegebt. Ook de software die ervoor ontwikkeld is, schept unieke mogelijkheden. ‘In de toekomst moeten we nu niet meer steeds dezelfde discussie voeren, maar kunnen we in principe gewoon de methodiek kopiëren en plakken’, zegt Ben Vanpeperstraete (internationale vakbond IndustriALL).

 

Veiligheid

De internationale actie ging echter veel verder dan de loutere compensatie van het leed van 1138 dodelijke slachtoffers, hun nabestaanden en de meer dan 2500 gewonden. Het probleem is immers structureel verankerd. Zo laten de veiligheidsnormen in de hele sector te wensen over. Om de brand- en gebouwveiligheid op te krikken, werd het Bangladesh Akkoord gesloten. Merken die dat akkoord ondertekenen – inmiddels 213 in totaal – moeten hun leveranciers bekendmaken, instemmen met inspecties en de middelen voorzien opdat eigenaars van onveilige fabrieken broodnodige renovaties kunnen doorvoeren. Voor het eerst treedt een bindend contractueel instrument in voege dat de kledingmerken effectief financiële verplichtingen oplegt.

De sector heeft sinds de ramp betekenisvolle stappen ondernomen en partnerschappen afgesloten die op lange termijn verandering kunnen teweeg brengen. Volgens professor Mohammad Jahangir Alam (Bangladesh Agricultural University) is er nu al heel wat veranderd: ’Internationale opkopers hebben de sector druk opgelegd. Samen met heel wat organisaties volgen ze de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie op de voet.’

Merken die dat akkoord ondertekenen – inmiddels 213 in totaal – moeten hun leveranciers bekendmaken, instemmen met inspecties en de middelen voorzien opdat eigenaars van onveilige fabrieken broodnodige renovaties kunnen doorvoeren.

Schone Kleren

Een van de organisaties die druk blijft leggen, is de “Schone Klerencampagne”. Eind januari 2016 betichtten zij H&M, dat zeer actief communiceert rond duurzaamheid, te weinig actie ondernemen om de textielarbeiders te beschermen. Uit een analyse van de belangrijkste leveranciers van het Zweedse merk bleek namelijk dat zij ernstige achterstand oplopen bij dringende renovaties aan fabrieken. ‘Meer dan de helft van de fabrieken heeft nog altijd geen fatsoenlijke nooduitgangen, terwijl de inspecties al meer dan 16 maanden geleden gebeurden. H&M is in een zeer concurrentieel klimaat in staat om zijn winst te verhogen, maar blijkbaar niet om al zijn leveranciers eenvoudige dingen te laten uitvoeren zoals het wegnemen van een slot’, zegt Sara Ceustermans (Schone Klerencampagne).

Dat dergelijke kritiek niet ongegrond is, werd overduidelijk toen Gazipur, een Bengalese fabriek die onder andere voor H&M produceert, begin februari 2016 vuur vatte. De vlammenzee ontstond om halfacht ’s ochtends, net voor de werkdag goed en wel op gang komt in de Bengalese hoofdstad Dhaka. De ‘gelukkige timing’ zorgde ervoor dat een drama vermeden kon worden waarbij maar liefst 6000 werknemers het leven hadden kunnen laten. Toch raakten vijf werknemers gewond. De brand haalde amper de Europese media. Nochtans illustreert de ‘minder gelukkige timing’ van de brand, nog geen week na de kritiek van de Schone Klerencampagne, wel waar het schoentje nog steeds wringt. Mooie akkoorden en fondsen leiden vooral tot mooie woorden en nog mooier langetermijndenken. Het feit blijft dat, drie jaar na de ramp die de hele sector op zijn kop zette, er van waardig werk nog steeds amper sprake is. Er blijft werk aan de winkel.

 

Bengaalse vrouw werkt met een naaimachine.
© ILO/Mantasir Mamum

Meer dan de helft van de fabrieken heeft nog altijd geen fatsoenlijke nooduitgangen, terwijl de inspecties al meer dan 16 maanden geleden gebeurden. 

Sarah Ceustermans - Schone Klerencampagne

Fair fashion

In fairtrade-ateliers, zoals het atelier van fair fashion pionier People Tree in India, worden arbeiders wel een eerlijk loon uitbetaald. ‘Door in te zetten op handarbeid, zoals weven en breien, creëren wij werkgelegenheid en opleidingen waar anders amper kansen zijn. Dat is onze manier om verandering teweeg te brengen’, zegt oprichtster Safia Minney (2).

Fairtradekledij blijft niettemin een ingewikkeld verhaal, omdat het meer omvat dan enkel waardig werk in de confectiefase. Ook katoenboeren dienen immers beschermd te worden. Om beide kanten van het textielverhaal aan elkaar te linken, werkt Fair Trade International momenteel aan een ‘Textielstandaard’. Tien jaar na de lancering van hun ‘katoenstandaard’, waarin ze eerlijke arbeidsomstandigheden (en dito prijs) eisten voor de katoenboeren, willen ze dus een standaard introduceren die de volledige keten omvat. Geen evidente opdracht, net omdat de keten zo complex is. ‘Perfect zal de standaard inderdaad niet zijn. Mettertijd zal er nog veel aan veranderen. Maar daarvoor moet het eerst in gang schieten’, zegt Francesca Ballarin, textielconsulente voor Fair Trade International.

Volgens Ballarin was Rana Plaza cruciaal voor de ontwikkeling van de standaard en voor andere veranderingen in de sector. ‘Het is doodjammer dat een Rana Plaza nodig was vooraleer het sociale aspect in de keten op de voorgrond kwam. Eigenlijk zouden we verandering moeten kunnen teweegbrengen zonder dat er zich eerst een ramp voordoet.’

 

Meer weten

  • ‘Het dodelijke prijskaartje van goedkope T-shirts’ (Dimensie 3, 3/2013, p. 4)
  • ‘The True Cost’, onthullende documentaire over de ware kost van kledij (trailer op Youtube)
  • www.schonekleren.be

(1) In Afrika komt de textielindustrie steeds meer op. Landen waar katoen geteeld wordt, zoals Ethiopië, draaien steeds meer mee in de globale textielketen.

(2) People Tree, het Britse pioniersmerk dat Minney oprichtte, is onder meer te vinden in Today is a good day! (Gent en Antwerpen) en Mieke (Gent). Zie ook www.peopletree.co.uk.

Waardig werk Textiel Bangladesh
Terug Economie
Imprimer