Waarom film en ontwikkeling hand in hand gaan

Toon De Clerck
11 februari 2019
Wie denkt aan ontwikkelingssamenwerking, heeft meestal initiatieven rond onderwijs, landbouw of gezondheidszorg in gedachten. De meeste mensen zullen film en andere audiovisuele media hier niet meteen aan linken. Toch kan een bloeiende filmcultuur een motor van ontwikkeling zijn.

België kan bogen op een sterke filmtraditie. De broers Dardenne, Stijn Coninx of het regisseursduo Adil El Arbi en Billall Fallah, het zijn allemaal bekende namen die tonen dat Belgische producties succesvol kunnen zijn. Maar België steunt niet alleen films van eigen bodem. Met Africalia financiert de Belgische Ontwikkelingssamenwerking een vzw die de Afrikaanse film stimuleert en promoot.

 

Belangrijke speler in ontwikkeling

De ondersteuning van de audiovisuele sector in Afrika draagt bij aan de algemene ontwikkeling van het continent. Zo zorgt de sector voor behoorlijk wat werkgelegenheid. De filmindustrie heeft immers behoefte aan heel diverse profielen, zowel creatieve (scenaristen…) als technische (cameramensen, geluidstechnici…).

Daarnaast doet film het gevoel van eigenwaarde van een natie stijgen. Het creëert een sociale ruimte waar nieuwe stemmen en ideeën op de voorgrond kunnen treden. Film en cultuur bestaan duidelijk niet alleen voor de elite, maar zoeken een breed publiek te bereiken.

Film doet het gevoel van eigenwaarde van een natie stijgen. Het creëert een sociale ruimte waar nieuwe stemmen en ideeën op de voorgrond kunnen treden.

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

De audiovisuele sector in Afrika draagt ook bij aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN.

Africalia legt uit: ‘De SDG’s hebben het weliswaar niet expliciet over cultuur, maar toch dragen wij ons steentje bij. Zo verwijzen de SDG’s meermaals expliciet naar de onderlinge afhankelijkheid van cultuur en duurzame ontwikkeling.

In SDG 4 staat kwaliteitsonderwijs centraal. De VN benadrukken dat cultuur wezenlijk deel uit maakt van een degelijk onderwijsbeleid. Artistieke activiteiten vormen een aanvulling op het klassieke onderwijs. De vaardigheden en competenties die voortvloeien uit de kunstdisciplines komen mensen een heel leven lang ten goede. Soft skills zoals creativiteit en ‘out of the box’-denken worden steeds belangrijker.

SDG 8 focust op eerlijk werk en economische groei, waarbij creativiteit en innovatie onontbeerlijk zijn. De productie en verspreiding van culturele goederen en diensten fungeren als hefbomen voor de economieën van het Zuiden. Denk maar aan ambachtelijke producten, digitale technologieën, festivals en zo meer. Zowel de dienstensector als de digitale economie profiteren van een bloeiend cultuurleven.

Duurzame steden en gemeenschappen zijn het onderwerp van SDG 11. De VN erkennen er het belang om culturele goederen en natuurlijke hulpbronnen te beschermen. Als men de mentaliteit van mensen wil veranderen, is het van cruciaal belang om rekening te houden met de culturele dimensie. De houding van mensen ten opzichte van anderen en hun omgeving is immers nauw verbonden met hun cultuur.

SDG 12, ten slotte, pleit voor duurzame productie- en consumptiepatronen. Respect voor de lokale cultuur blijkt daarbij onontbeerlijk. In elke gemeenschap stellen kunstenaars, auteurs en andere culturele spelers de heersende economische, sociale, educatieve en politieke mechanismen in vraag, mechanismen die vaak begrenzend werken. Hun werk kan worden gezien als een roep om verandering.’

Een Afrikaanse man monteert een film op een PC.
© Africalia

Een gevarieerde Zuidwerking

Jaarlijks ontvangt Africalia ongeveer 2 miljoen euro van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking om audiovisuele en podiumkunsten in Afrika te stimuleren. De Afrikaanse filmindustrie verschilt sterk van land tot land, maar de sociale en politieke uitdagingen zijn gelijkaardig. Hoewel Africalia mooie succesverhalen kan noteren, verloopt het in de filmindustrie niet altijd van een leien dakje.

Jos Oleo van Afrika Filmfestival, een vzw die samenwerkt met Africalia, licht toe: ‘De audiovisuele sector in Afrika heeft met 3 grote problemen te kampen: een gebrek aan financiële middelen, een gebrekkige distributie in Europa en te weinig opleidingsmogelijkheden.’

Op hun eigen manier proberen Afrika Filmfestival en Africalia die issues te omzeilen. Eerstgenoemde promoot actief de Afrikaanse film in België en biedt aan Vlaamse scholen verschillende lespakketten aan. Op haar beurt staat Africalia audiovisuele scholen bij in onder meer Burkina Faso en Kenia. De oprichting van een dergelijke school in Burundi kon jammer genoeg niet voleindigd worden omwille van het onstabiele politiek klimaat.

Een van de geslaagde initiatieven van Africalia is ‘B-Faso Creative’. In samenwerking met de Deense ambassade in Burkina Faso leidde Africalia 14 ondernemers uit de culturele en creatieve industrieën op. Ze hielpen hen om hun businessplannen te ontwikkelen. Drie laureaten kregen extra technische steun.

Africalia, samen met het Afrika Filmfestival, organiseerde in Leuven de conferentie ‘Humanizing Culture, Art & Media: How and why images, produced by Africans, find an (their) audience?’ Sprekers uit verschillende Afrikaanse landen, waaronder Zuid-Afrika, Kenia en Zimbabwe, deelden er hun ervaringen. ‘Dat soort initiatieven zijn nuttig om uitwisselingen te stimuleren. Het helpt de filmmakers om hun eigen Afrikaanse verhalen op hun eigen wijze te vertellen’, verduidelijkt Africalia.

‘Naast onze samenwerking met Africalia hebben we ook onze eigen werking,’ vertelt Oleo. ‘We ondersteunen Afrikaanse filmfestivals, waaronder het ‘Zanzibar International Film Festival’ en reiken jaarlijks twee prijzen uit: ‘Young African Film Makers Award’ en de ‘Prijs van de Vlaamse Unesco Commissie’.

De eerste zet jong Afrikaanse regisseurs van kortfilms in de kijker. De tweede bekroont een Afrikaanse documentaire. Daar zitten vaak pareltjes tussen die Afrika voorstellen op een manier die je nooit terugvindt in de traditionele Europese media.’

De term ‘Afrikaanse film’ dekt niet volledig de lading. Het enorme continent heeft immers een zeer divers filmlandschap.

De ‘Afrikaanse’ film?

De term ‘Afrikaanse film’ dekt niet volledig de lading. Het enorme continent heeft immers een zeer divers filmlandschap. Jos Oleo: ‘De Afrikaanse filmindustrie kan grosso modo in 4 categorieën worden onderverdeeld. In de 1ste categorie zitten landen die altijd een filmcultuur hebben gehad. Zo kan de filmindustrie in  Zuid-Afrika, Algerije, Marokko, Tunesië of Egypte op gelijke hoogte geplaatst worden als in Europa.

De landen uit de 2de categorie hebben dan weer een sterke video- en DVD-productie ontwikkeld, met films die vooral op de binnenlandse markt mikken. Denk hierbij aan het Nigeriaanse Nollywood, Kenia, Tanzania of Ethiopië.

Categorie 3 bestaat uit de landen met een opkomende filmindustrie. Mede dankzij Europese coproducties kunnen onder andere Senegal, Burkina Faso, Mali, Angola, Mozambique en Madagaskar een bescheiden maar interessante rol spelen.

De laatste categorie zijn de landen waarin de film nog volledig in haar kinderschoenen staat, zoals in Tsjaad, Kameroen, Zimbabwe en Namibië.’

 

Lees ook: MOOOV: wereldfilms die genezen

Cultuur Afrika
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 3 /8 Palestijnse jongeren kijken naar de toekomst